19 APRIL 2005. - Milieubeleidsovereenkomst betreffende de uitvoering van de VLAREA-aanvaardingsplicht afgedankte voertuigen Gelet op het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen; Gelet op het decreet van 15 juni 1994 betreffende de milieubeleidsovereenkomsten; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 05/12/2003 pub. 30/04/2004 numac 2004035537 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer sluiten tot vaststelling van het Vlaams Reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer (VLAREA); Gelet op artikel 3.1.1.4 van het VLAREA alsmede op het Verslag inzake het VLAREA aan de Vlaamse regering, waarin bepaald is dat een milieubeleidsovereenkomst in uitvoering van het decreet van 15 juni 1994 betreffende de milieubeleidsovereenkomsten, het geëigende rechtsinstrument is om de in het VLAREA ingeschreven algemene basisregels en beoogde doelstellingen inzake de aanvaardingsplicht vast te stellen in meer specifieke, aanvullende regels; Gelet op Richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende autowrakken; Gelet op het project van detailed rules of compliance with the targets set out in article 7 of Directive 2000/53/CEE, zoals gekend in de laatste versie van 6 mei 2003; Gelet op de milieubeleidsovereenkomst gesloten op 19 januari 1999 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 19 mei 1999; Gelet op de bekendmaking van het ontwerp van milieubeleidsovereenkomst afgedankte voertuigen in het Belgisch Staatsblad van 10 juni 2004; Gelet op het feit dat het ontwerp van milieubeleidsovereenkomst overeenkomstig artikel 6, § 1, van het decreet van 15 juni 1994 betreffende de milieubeleidsovereenkomsten bij de OVAM ter inzage lag gedurende een termijn van dertig dagen na de publicatie van de samenvatting in het Belgisch Staatsblad ; Gelet op het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen van 14 juli 2004; Gelet op het advies van de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen van 3 juni 2004; Gelet op de met toepassing van artikel 6, § 4, van voormeld decreet gedane mededeling aan de voorzitter van het Vlaams Parlement van het ontwerp van milieubeleidsovereenkomst en de adviezen van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen; Gelet op het feit dat het Vlaams Parlement zich niet heeft verzet tegen de sluiting van onderhavige milieubeleidsovereenkomst; Overwegende dat het van essentieel belang is dat alle economische actoren die betrokken zijn bij de levenscyclus van motorvoertuigen er meer van bewust worden in welke mate deze voertuigen afval worden en dat zij de gedeelde verantwoordelijkheid voor het globaal beheer van dergelijk afval aanvaarden; Overwegende dat het globaal beheer van afgedankte voertuigen overeenkomstig het afvalstoffenbeleid van de Europese Unie en van het Vlaamse Gewest als eerste prioriteit de preventie van afval, voortkomende van motorvoertuigen, omvat en als verdere grondbeginselen :
(2)of Directive 2000/53/EC »). Het betreft hier in het bijzonder : - de chassisnummers, het merk, model, type en de laatste houder en/of eigenaar van de afgedankte voertuigen waarvoor het centrum een certificaat van vernietiging heeft afgeleverd; - de individuele massa van de afgedankte voertuigen op het ogenblik dat zij het erkend centrum binnenkomen; - de totale massa en de bestemming van de gedepollueerde voertuigen die naar de verwerkingsoperatoren worden afgevoerd; - de totale massa, de bestemming en de percentages van hergebruik, recyclage en nuttige toepassing van de materialen afkomstig uit de depollutie en selectieve demontage. Het erkend centrum maakt voor de overdracht van vernoemde gegevens verplicht gebruik van het geïnformatiseerd datacommunicatiesysteem dat hen kosteloos ter beschikking wordt gesteld door het beheersorganisme conform artikel 8, §
- Het erkend centrum waarborgt de waarheidsgetrouwheid van de overgemaakte gegevens. §
- Op basis van de in § 2 vernoemde gegevens en van het leeggewicht van de voertuigen in nieuwe toestand, berekent het beheersorganisme jaarlijks per erkend centrum de behaalde percentages van hergebruik, recyclage en nuttige toepassing van de door het centrum verwerkte afgedankte voertuigen. Deze percentages zullen jaarlijks door het beheersorganisme aan het erkend centrum worden meegedeeld en moeten voldoen aan de doelstellingen opgelegd door het VLAREA. Het erkend centrum zal de keuze van de verwerkingsoperatoren en de andere operatoren van materialen afkomstig uit de depollutie en selectieve demontage bepalen met het oog op het behalen van de wettelijke doelstellingen. Art. 7.Taken van de verwerkingsoperatoren §
- Elke verwerkingsoperator verbindt er zich toe om te streven naar continue verbetering en naar de beste beschikbare technologiën die geen buitensporige kosten met zich meebrengen voor de verwerking van afgedankte voertuigen en de nuttige toepassing van het shredderresidu, om het aldus mogelijk te maken de doelstellingen opgelegd door het VLAREA te behalen. §
- Elke verwerkingsoperator verbindt er zich toe om jaarlijks aan het beheersorganisme de percentages van hergebruik, recyclage en nuttige toepassing van zijn verwerkingsprocédé voor afgedankte voertuigen mee te delen. De bepaling van deze percentages zal gebeuren conform de methode opgelegd door de Europese Commissie (« Draft proposal for a commission decision establishing detailed rules on compliance with the targets set out in article 7
(2)of Directive 2000/53/EC »). Zolang de Europese commissie hierover geen beslissing genomen heeft en uiterlijk tot 1 januari 2006 zal voor de berekening aangenomen worden dat : - de metaalfractie 75 % van de totale massa van het afgedankte voertuig bedraagt; - deze fractie door de verwerkingsoperatoren volledig wordt gerecycleerd; - er bij de verwerkingsoperatoren geen nuttige toepassing of recyclage gebeurt van de andere fracties wanneer zij dit niet op objectieve wijze kunnen aantonen. Uiterlijk op 1 januari 2006 zullen de verwerkingsoperatoren met het beheersorganisme een methode, verenigbaar met de verwachte beslissing van de Europese Commissie, uitwerken om de percentages van hergebruik, recyclage en nuttige toepassing van het verwerkingsprocédé voor afgedankte voertuigen van elke individuele verwerkingsoperator op objectieve wijze te bepalen. Art. 8.Taken van het beheersorganisme § 1. De ondertekenaars waarborgen de continuïteit van de werking van het beheersorganisme Febelauto zoals het opgericht werd ten gevolge van de milieubeleidsovereenkomst van 19 januari 1999 in de vorm van een v.z.w., waarin de verschillende organisaties als medeverantwoordelijken en in samenwerking met elkaar betrokken zijn met het oog op het bereiken op duurzame wijze van de doelstellingen van deze overeenkomst, dit alles onverminderd de verantwoordelijkheid van de houders en/of eigenaars van afgedankte voertuigen en de betrokken overheidsinstellingen. De voornoemde v.z.w. wordt volledig gefinancierd zoals uitgewerkt in de structuur van de v.z.w. door het geheel van de organisaties die op representatieve wijze in de v.z.w. vertegenwoordigd zijn. § 2. Het beheersorganisme treedt op als tussenpersoon en coördinator tussen de verschillende categorieën van de sector en verzekert uit dien hoofde de monitoring van het in toepassing brengen van de doelstellingen in samenwerking met en in medeverantwoordelijkheid van alle categorieën van de sector. Als dusdanig zal het beheersorganisme onder meer zorgen voor de verbetering en diepgaande herevaluatie van het geüniformeerd, geïnformatiseerd datacommunicatiesysteem om tot een centrale applicatie via extra-net te komen die de gebruiksvriendelijkheid verhoogt, dit alles onverminderd de verantwoordelijkheid van de instellingen betrokken bij de inschrijving en de uitschrijving van voertuigen, met het oog op het verzekeren van de monitoring en op het houden van een jaarlijkse evaluatie van de ter zake gerealiseerde vooruitgang met rapportering aan de OVAM voor 1 april over het afgelopen jaar. § 3. Het beheersorganisme maakt tevens een jaarverslag op waarin voor het Vlaamse Gewest gratis ruimte ter beschikking gesteld wordt voor rapportering over haar controledraaiboek dat het budget, de middelen, het beschikbare personeel, een adequate strategie, de realisatieduur, de frequentie van de controles evenals het vervolgingsbeleid aangeeft. § 4. Het beheersorganisme centraliseert de gegevens over de vernietigde chassisnummers van de erkende centra en bezorgt ze aan de Dienst voor de Inschrijving van de Voertuigen met het oog op hun definitieve uitschrijving uit het Belgisch voertuigenrepertorium. § 5. Ieder jaar moet het beheersorganisme in overleg met de OVAM een beheersplan opstellen, waarin de organisaties onderling een strategie van globaal beheer moeten bepalen, gebaseerd op een voortdurende evaluatie van de behaalde resultaten. Bovendien moet iedere organisatie de nodige maatregelen treffen om de in het jaarlijkse algemene beheersplan vastgestelde strategie in uitvoering te brengen. Een ontwerp van dit beheersplan voor het komend jaar wordt voorgelegd aan de OVAM voor 31 oktober. Hierna volgt een overlegperiode, gevolgd door goedkeuring van de OVAM voor 31 december. § 6. De databank voor ontmanteling, genaamd IDIS, zal door het beheersorganisme gratis ter beschikking worden gesteld van alle erkende centra. § 7. Het beheersorganisme overhandigt aan de erkende centra de aanvragen van verenigingen en vennootschappen met sociale doeleinden, die geïnteresseerd zijn in de verwerking van afgedankte voertuigen en dit met het oog op tewerkstelling van laaggeschoolden. Deze aanvragen bevatten een dossier waarin de bekwaamheden, de professionele kwaliteiten en de mogelijke winst voor de erkende centra worden uiteengezet, op basis waarvan het beheersorganisme een aanbeveling doet aan de erkende centra. § 8. Het beheersorganisme overlegt met het Vlaamse Gewest over de aanduiding van onafhankelijke certificeringsorganismen die belast zijn met de controle van de erkende centra. § 9. Het beheersorganisme verzekert dat afgevaardigden van de OVAM namens het Vlaamse Gewest in de raad van bestuur van de v.z.w. opgenomen worden als permanente waarnemers naast de afgevaardigden van de twee andere gewesten. De OVAM neemt haar kosten als waarnemer te haren laste. Art. 9.Taken van de overheid § 1. Het Vlaamse Gewest verbindt zich ertoe om naar de gewestelijke en federale overheden een uniforme regelgeving voor het hele Belgisch grondgebied te promoten voor afgedankte voertuigen, de code van goede praktijk inbegrepen, dit teneinde enerzijds de milieu-effecten van dergelijk afval te voorkomen of te verminderen, zodat een hoog niveau van milieubescherming bereikt wordt, evenals het hergebruik, de recyclage en de nuttige toepassing van alle restfracties afkomstig van afgedankte voertuigen, inzonderheid van het shredderresidu te promoten, zonder dat anderzijds de Belgische economische en monetaire orde verstoord wordt. § 2. Om te kunnen werken in een betrouwbaar volgsysteem van de afgedankte voertuigen, engageert het Vlaamse Gewest zich om alle nodige maatregelen te nemen, op wettelijk en/of administratief gebied, met inbegrip van het ter beschikking stellen van een voldoende budget, opdat het handhavingsbeleid goed functioneert en enkel de erkende centra afgedankte voertuigen vernietigen. Het Vlaamse Gewest engageert zich om er met de federale overheid op toe te zien dat de aanvaardingsplicht niet op grote schaal kan worden ontweken, door het parallelle circuit van afgedankte voertuigen te sluiten en door een einde te maken aan de clandestiene export van afgedankte voertuigen. Daarbij zullen deze overheden de betrokken categoriën van de sector raadplegen en deze categoriën van de sector ondersteunen hierbij de betrokken overheden in functie van hun mogelijkheden. Het Vlaamse Gewest engageert zich om de erkenningsprocedure te versnellen. Deze engagementen zijn evenredig met de ontwikkeling van een systeem om voertuigen beter te traceren. § 3. Indien het Vlaamse Gewest van plan zou zijn haar wetgeving betreffende afgedankte voertuigen aan te passen, engageert zij zich om voorafgaandelijk overleg te plegen met de sector. § 4. Het Vlaamse Gewest geeft toegang aan het beheersorganisme voor alle informatie betreffende de behandelingsprocédé's van alle operatoren betrokken bij de ontvangst en de verwerking van te recycleren materialen en afvalstoffen afkomstig uit afgedankte voertuigen. § 5. Het Vlaamse Gewest, samen met de andere gewesten, dringt aan bij de federale regering en de Dienst voor Inschrijving van de Voertuigen op de hervorming van de inschrijving van de voertuigen in België die gebaseerd is op de volgende basisprincipes: 1. De eigenaar van het voertuig moet steeds door de Dienst voor Inschrijving van de Voertuigen gekend zijn.2. Zolang hij geen bewijs van eigendomsoverdracht, bewijs van export of certificaat van vernietiging van een erkend centrum kan voorleggen, blijft de eigenaar van het voertuig onderworpen aan de jaarlijkse verkeersbelasting.De professionelen van de automobielsector zijn evenwel vrijgesteld van deze belasting voor de voertuigen in hun handelsvoorraad. 3. Om administratieve overlast te vermijden, dient het hervormde systeem maximaal gebruik te maken van data-overdracht via het internet. § 6. Het Vlaamse Gewest waakt erover dat de steden, gemeenten en alle andere openbare instellingen of organismen, hun afgedankte voertuigen uitsluitend bij erkende centra inleveren en dat ze vergezeld zijn van de boorddocumenten. § 7. Het Vlaamse Gewest overhandigt aan het beheersorganisme een lijst van erkende centra en verwittigt het beheersorganisme in geval van nieuwe erkenningen, herroepingen of opschortingen van erkenningen. § 8. Het Vlaamse Gewest controleert de uitvoering van de milieubeleidsovereenkomst, brengt jaarlijks aan een Vlaams Parlement een verslag uit zowel op het vlak van leefmilieu als inzake tewerkstelling voor laaggeschoolden bij de verwerking van afgedankte voertuigen en stelt te dien einde alle nodige middelen ter beschikking. Art. 10.Preventie Om de preventie van afval te bevorderen stellen de producenten van voertuigen, in samenwerking met materiaal- en apparatuurproducenten, alles in het werk
- a)om het gebruik van gevaarlijke stoffen in voertuigen te beperken en voorzover mogelijk reeds in de ontwerpfase te verminderen, ten einde het vrijkomen ervan in het milieu te voorkomen, recyclage te vergemakkelijken, en de verwijdering van gevaarlijke afvalstoffen te vermijden;
- b)opdat demontage, hergebruik, en nuttige toepassing en met name recyclage, van afgedankte voertuigen en van daarin verwerkte onderdelen en materialen, bij het ontwerp en de productie van nieuwe voertuigen volledig worden ingecalculeerd en vergemakkelijkt;
- c)om steeds meer gerecycleerd materiaal in voertuigen en in andere producten gaan gebruiken, om de markten voor gerecycleerde materialen te ontwikkelen. Hierbij zullen de producenten en invoerders alle informatie verzamelen in de databank zoals voornoemd in artikel 8, § 6, die door het beheersorganisme gratis ter beschikking gesteld wordt van alle erkende centra. Deze informatie, met inbegrip van de plaats van de te verwijderen stoffen en onderdelen, en van een indicatie van de benodigde gereedschappen, laat toe op vakkundige wijze afgedankte voertuigen te depollueren. Tevens wordt hier ook de informatie verzameld over de gevaarlijke stoffen en meer bepaald de zware metalen indien aanwezig in bepaalde materialen of onderdelen. Art. 11.Hergebruik, recyclage en nuttige toepassing § 1. Het hergebruik van onderdelen en materialen, de recyclage van materialen en grondstoffen en de terugwinning van grondstoffen en andere nuttige toepassingen van afvalstoffen uit afgedankte voertuigen, met inbegrip het gebruik van afvalstoffen als energiebron gebeurt in naleving van de voorwaarden voorzien in VLAREA en in functie van het marktmechanisme, en op een milieuvriendelijke wijze, evenwel zonder afbreuk te doen aan de preventie-, veiligheids- en andere relevante wettelijke vereisten en aan de bepalingen van § 2 hierna. § 2. In het kader van zijn verplichtingen gedefinieerd in onderhavige milieubeleidsovereenkomst, zal iedere categorie van de sector de grootst mogelijke inspanningen leveren die nodig zijn om § 1 hierboven te realiseren. Die inspanningen zullen voornamelijk gericht zijn op : 1. het ontwikkelen en verbeteren van efficiënte methodes voor depollutie en ontmanteling van afgedankte voertuigen en voor het scheiden van de verschillende materialen, zowel voor als na vermaling;2. het stimuleren van het hergebruik en van de recyclage van onderdelen en materialen van afgedankte voertuigen wanneer milieu-, technische en economische omstandigheden dit toelaten;3. het verder ontwikkelen van technieken voor recyclage en het gebruik van de afvalstoffen afkomstig van de verwerking van afgedankte voertuigen, inzonderheid van de shredderresidu's als energiebron. Art. 12.De informatieplicht en de controle van gegevens § 1. De centrale databank van het beheersorganisme deelt alle relevante gegevens over de afgedankte voertuigen en hun verwerking mee aan het Vlaamse Gewest op uitdrukkelijk verzoek, dat de vooruitgang in het beheer van de inzameling, de verwerking en de verwijdering van afgedankte voertuigen en hun afvalstoffen doelmatig vaststelt en controleert. § 2. Het beheersorganisme is gehouden om jaarlijks vóór 1 april aan de OVAM de gegevens die vereist worden in artikel 3.3.4 van het VLAREA ter beschikking te stellen. Art. 13.Geschillencommissie § 1. In geval van een geschil over de uitvoering van de milieubeleidsovereenkomst zal een geschillencommissie samengesteld worden. Deze commissie wordt ad hoc samengesteld (afhankelijk van de aard van het geschil) en bestaat altijd uit twee vertegenwoordigers van het Vlaamse Gewest en twee vertegenwoordigers van het beheersorganisme en een voorzitter. De voorzitter wordt in consensus aangeduid door de 4 vertegenwoordigers. § 2. Indien over een geschil geen oplossing wordt gevonden, zal de voorzitter de uiteindelijke beslissing nemen. Art. 14.Duur en opzegging § 1. Deze overeenkomst wordt gesloten voor een termijn van vijf jaar en treedt in werking op 1 juli 2004. § 2. De partijen kunnen deze overeenkomst te allen tijde opzeggen, mits zij een opzeggingstermijn van zes maanden in acht nemen. De kennisgeving van de opzeg gebeurt op straffe van nietigheid, hetzij bij een ter post aangetekende brief, hetzij bij deurwaardersexploot. De opzeggingstermijn begint te lopen vanaf de eerste dag van de maand volgend op de kennisgeving. Art. 15.Wijzigingen en toevoegingen § 1. Tijdens de looptijd van de overeenkomst kunnen de partijen aan deze overeenkomst wijzigingen en/of toevoegingen aanbrengen, volgens de procedure vervat in het decreet van 15 juni 1994 betreffende de milieubeleidsovereenkomsten. Alle wijzigingen en toevoegingen aan deze overeenkomst zijn slechts geldig indien ze blijken uit een schriftelijk akkoord ondertekend door alle partijen, dat uitdrukkelijk verwijst naar deze overeenkomst. § 2. De status van de hervorming zoals bepaald in artikel 9, § 5, zal twee jaar na het invoege treden van de huidige milieubeleidsovereenkomst geëvalueerd worden door het Vlaams Gewest en de organisaties. Indien uit deze evaluatie blijkt dat onvoldoende voortgang geboekt wordt, behouden het Vlaamse Gewest en de organisaties zich het recht voor om bijkomende of andere maatregelen voor te stellen om het systeem te sluiten. Art. 16.Bevoegdheidsbeding Elk geschil dat uit deze overeenkomst ontstaat of ermee verband houdt en waarvoor geen oplossing gevonden werd in de Geschillencommissie zoals bedoeld in artikel 13, wordt voorgelegd aan de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement van Brussel. Art. 17.Slotbepalingen De overeenkomst wordt afgesloten te Brussel op 19 april 2005 door de vertegenwoordigers van alle partijen. Elke partij erkent haar exemplaar van de overeenkomst te hebben ontvangen. Voor het Vlaams Gewest : De minister-president van de Vlaamse Regering, Y. LETERME De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, K. PEETERS Voor de Organisaties : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld