Verordening 1452/2003, voor Vlaanderen is dat het Vlaamse onderdeel van www.organicXseeds.be; 6° vergunning : toestemming om zaaizaad en pootaardappelen te gebruiken die niet volgens de biologische productiemethode verkregen zijn;7° controleorganisatie : iedere organisatie die door de Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij;wordt erkend om controle uit te voeren zoals bepaald in artikel 1bis van het koninklijk besluit. Art. 2.Het gebruik van zaaizaad of pootaardappelen die niet overeenkomstig de biologische productiemethode zijn verkregen, is toegestaan als aan de bepalingen van dit besluit is voldaan. Art. 3.Met toepassing van artikel 3, van Verordening 1452/2003 wordt het gebruik van zaaizaad of pootgoed dat niet overeenkomstig de biologische productiemethode verkregen werd alleen toegestaan als het zaaizaad of de pootaardappelen aan de volgende twee kenmerken beantwoorden : 1° niet behandeld zijn met andere gewasbeschermingsmiddelen dan die welke krachtens deel B van bijlage II bij Verordening 2092/91 zijn toegestaan voor de behandeling van zaden, tenzij de bevoegde autoriteit van de lid-Staat overeenkomstig Richtlijn 2000/29/EG van de Raad om fytosanitaire redenen een chemische behandeling heeft voorgeschreven voor alle rassen van een bepaalde soort in het gebied waar het zaaizaad of de pootaardappelen zullen worden gebruikt;2° niet geproduceerd zijn met gebruikmaking van genetisch gemodificeerde organismen of met producten die afgeleid zijn van dergelijke organismen. Art. 4.§ 1. Er wordt geen vergunning verleend voor rassen die behoren tot een gewas dat of een gewassubgroep die opgenomen is in bijlage I. Met toepassing van artikel 5, eerste lid, d), van Verordening 1452/2003 kan in afwijking van de bepalingen van het eerste lid wel een vergunning verleend worden als voldaan is aan een van de volgende voorwaarden : 1° de marktdeelnemer in kwestie heeft de intentie dit ras te gebruiken voor onderzoeksdoeleinden in het kader van kleinschalige veldproeven;2° de marktdeelnemer in kwestie heeft de intentie dit ras te gebruiken met als doel de instandhouding van het ras. De dienst is belast met het beoordelen van vergunningsaanvragen die vallen onder de voorwaarden,
het tweede lid. § 2. Alle zaaizaad en pootaardappelen die niet in bijlage I staan, komen in aanmerking voor een vergunning als aan de voorwaarden,
bijlage II, voldaan is. § 3. Als het aanbod van een gewas dat of een gewassubgroep die opgenomen is in bijlage I nihil is, kan een vergunning verleend worden als voldaan is aan de voorwaarden,
5.De dienst wordt belast met het samenstellen van een groep experts die jaarlijks op initiatief van de dienst een evaluatie kunnen maken van de gewassen en gewassubgroepen die voor het komende seizoen opgenomen worden in bijlage I. De dienst wordt ook belast met de uitwerking van de opdracht van die groep experts en met de werkorganisatie. Art. 6.De vergunning moet worden verleend voordat het gewas wordt ingezaaid. Een vergunning wordt pas gegeven als de aanvrager kan aantonen dat hij aan de voorwaarden van dit besluit voldoet. Vergunningen worden telkens voor één seizoen en alleen aan individuele gebruikers verleend. De controleorganisatie registreert de aangevraagde, toegestane en geweigerde vergunningen en de aangevraagde hoeveelheden zaaizaad of pootaardappelen. Er worden geen algemene vergunningen verleend aan alle gebruikers als
artikel 5, vierde lid, van Verordening 1452/2003. Vergunningen mogen alleen worden verleend in de perioden waarin de databank overeenkomstig artikel 7, vierde lid, regelmatig wordt bijgewerkt. Art. 7.De dienst wijst de organisatie aan die de elektronische databank zal beheren, hierna de databankbeheerder te noemen, waarin de rassen worden opgenomen waarvoor op het Vlaamse grondgebied zaaizaad of pootaardappelen beschikbaar zijn die overeenkomstig de in artikel 6, § 2, van Verordening 2092/91 omschreven biologische productiemethode zijn verkregen, zoals
artikel 6, lid 1, van Verordening 1452/
, beschikbaar stellen en zich ertoe verbinden die informatie bij te werken op verzoek van de databankbeheerder of zo vaak als nodig is om ervoor te zorgen dat de informatie betrouwbaar blijft. § 2. De databankbeheerder kan, met toestemming van de dienst, een door een leverancier ingediende aanvraag tot registratie weigeren of een reeds aanvaarde registratie schrappen als de leverancier niet aan de eisen,
§
, moet de databank een lijst van de in bijlage I opgenomen gewassen of gewassubgroepen bevatten. §
artikel 4 Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 16 september 2005 tot vaststelling van de voorschriften betreffende uitzonderingsbepalingen voor zaaizaad en pootaardappelen in de biologische productiemethode. Brussel,16 september 2005. De Vlaamse minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid, Y. LETERME Bijlage II Voorwaarden om niet volgens de biologische productiemethode verkregen zaaizaad en pootaardappelen te gebruiken zoals
artikel 4, § 2 Artikel 1.Met toepassing van artikel 5, lid 1, a), van Verordening 1452/2003 kan een vergunning verleend worden als van de door de gebruiker gevraagde soort geen enkel ras is opgenomen in de gewassubgroep in de in artikel 7 vermelde databank. Art. 2.Met toepassing van artikel 5, lid 1, b), van Verordening 1452/2003 kan een vergunning verleend worden als geen enkele leverancier het materiaal voor het zaaien of planten kan leveren, terwijl de gebruiker het zaaizaad of de pootaardappelen wel tijdig heeft besteld. De vergunning wordt enkel toegestaan als voldaan is aan een van de volgende voorwaarden : 1° de teler heeft tijdig contact opgenomen met alle in de databank geregistreerde leveranciers die het gezochte ras aanbieden, maar geen enkele onder hen kon het biologische teeltmateriaal voor de zaai- of planttijd leveren.De teler moet het bewijs leveren van de door hem ondernomen stappen (met vermelding van de data waarop hij contact heeft opgenomen) en van de voorziene zaaidatum; 2° de teler heeft zijn bestelling al bij een leverancier geplaatst, maar inmiddels bevindt de leverancier zich in de onmogelijkheid te leveren.De vergunning kan worden toegestaan als de teler het bewijs levert dat hij een bestelling had gedaan bij een leverancier, maar dat die verstek heeft laten gaan; en dat hij vervolgens contact heeft opgenomen met alle in de databank geregistreerde leveranciers, maar dat geen enkele onder hen de gevraagde hoeveelheid binnen de gestelde termijn kon leveren; 3° de teler heeft zijn bestelling geplaatst bij een leverancier, die hem vervolgens zaaizaad of pootgoed levert dat duidelijk kwaliteitsgebreken vertoont.De teler moet het geleverde lot of de geleverde loten geweigerd hebben en moet aantonen dat hij contact heeft opgenomen met alle in de databank geregistreerde leveranciers, maar dat die het gevraagde ras niet binnen de gestelde termijn kunnen leveren. Art. 3.Met toepassing van artikel 5, lid 1, c), van verordening 1452/2003 kan een vergunning verleend worden als het door de gebruiker gevraagde ras niet in de databank is geregistreerd en de gebruiker kan aantonen dat geen van de geregistreerde alternatieven van dezelfde gewassubgroep geschikt is en dat de vergunning derhalve belangrijk is voor zijn productie. De vergunning wordt enkel toegestaan als voldaan is aan een van de volgende voorwaarden : 1° specifieke aanvragen van de markt :
artikel 9, tweede lid Dit verslag moet voor elk ras waarvoor op grond van bijlage II een vergunning is gegeven, de volgende informatie bevatten : 1° het identificatienummer van de aanvrager;2° de wetenschappelijke naam van het gewas waartoe het ras behoort;3° de gewassubgroep waartoe het ras behoort;4° de benaming van het gewenste ras;5° de hoeveelheid zaaizaad of pootaardappelen waarvoor een vergunning is afgegeven;6° de rechtvaardiging voor de vergunning in de vorm van een verwijzing naar het bepaalde in bijlage II;7° de chemische behandeling om fytosanitaire redenen,
artikel 3, a);8° de aanvraagdatum van de vergunning;9° de startdatum en de einddatum van de vergunning. Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 16 september 2005 tot vaststelling van de voorschriften betreffende uitzonderingsbepalingen voor zaaizaad en pootaardappelen in de biologische productiemethode. Brussel, 16 september 2005. De Vlaamse minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid, Y. LETERME
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.