← België

Besluit van de Vlaamse Regering betreffende een tijdelijk project tot ondersteuning van sommige leerlingen in de optie verzorging van de derde graad B

16 SEPTEMBER 2005. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende een tijdelijk project tot ondersteuning van sommige leerlingen in de optie verzorging van de derde graad BSO van het gewoon voltijds se

artikel 4, voldoen. Scholen die aan voormelde voorwaarden voldoen, kunnen rekening houdend met de duurtijd,

artikel 3, tweede lid, instappen in het project op 1 september 2005 en/of op 1 september

  1. Art. 3.Dit tijdelijk project heeft tot doel de doorstroming te bevorderen van leerlingen uit het buitengewoon secundair onderwijs naar het gewoon secundair onderwijs binnen de zorgsector door hen via extra ondersteuning de kans te geven een volwaardige kwalificatie van het gewoon secundair onderwijs te behalen. Dit tijdelijk project loopt tijdens de schooljaren 2005-2006, 2006-2007 en 2007-
  2. Art. 4.§
  3. Een BSO-school kan vanwege een BuSO-school extra ondersteuning krijgen voor de leerling. De BSO-school neemt hiertoe contact op met de BuSO-school. Als beide partijen zich akkoord verklaren over de ondersteuning van de leerling, sluiten zij hierover een samenwerkingsakkoord af. Een afschrift van dit samenwerkingsakkoord wordt voorgelegd aan de overheid. §
  4. Het samenwerkingsakkoord,

§ 1

, moet minimaal volgende elementen bevatten : 1° Vooraf : deelnemende partners en datum van overeenkomst.2° Aanleiding : het begeleiden/ondersteunen van een of meerdere leerlingen tijdens de twee leerjaren van de derde graad BSO in de optie verzorging in het kader van het tijdelijk project.3° Doelstellingen : de vorm en wijze van begeleiding/ondersteuning worden hier vermeld.Deze moeten voldoende concreet, evalueerbaar, acceptabel voor alle betrokken, realistisch en tijdsgebonden zijn. 4° Toepassingsgebied : opsomming van de aspecten of items waarover afspraken worden gemaakt.5° Engagementen van de partners : vermelding van de engagementen die voor alle partners gelden (bv.Organisatie van overleg, samenwerkingsmodaliteiten, ...) 6° Duurtijd : de periode waarbinnen het samenwerkingsakkoord geldt, wordt hier vermeld.Hierbij wordt rekening gehouden met de duurtijd van het tijdelijk project. 7° Uitstapregeling : de modaliteiten met betrekking tot het uitstappen van een of meer partners worden vooraf bepaald en in het samenwerkingsakkoord opgenomen. Ook de modaliteiten m.b.t. het voortijdig stopzetten van het samenwerkingsakkoord worden hier vastgelegd. 8° Uitwerking : de datum van inwerkingtreding van het samenwerkingsakkoord wordt uitdrukkelijk vermeld. Naam en adres van de partners worden vermeld, elke betrokkene ondertekent het document. Art. 5.§ 1. De BuSO-school heeft per leerling en per schooljaar waarin de leerling de optie verzorging in de BSO-school volgt wekelijks recht op 4 uren extra ondersteuning. Deze uren worden toegekend voor de duur van het lopende schooljaar. Als de leerling in de loop van het schooljaar vroegtijdig stopt, wordt deze ondersteuning onmiddellijk stopgezet. § 2. De uren,

§ 1

, kunnen worden aangewend onder de vorm van uren-leraar of lesuren om betrekkingen op te richten in ambten van de categorie van het onderwijzend personeel of onder de vorm van uren om betrekkingen op te richten in ambten van de categorie van het medisch, orthopedagogisch, paramedisch, psychologisch en/of sociaal personeel. De betrekkingen kunnen worden ingericht in de BuSO-school en/of in de BSO-school. De BuSO-school kan hiertoe de uren,

§ 1, of een deel ervan overdragen naar de BSO-school.

Deze overdracht geldt voor de in § 1 vermelde duur van het lopende schooljaar, tenzij de leerling vroegtijdig stopt. Beide partners maken hierover afspraken en nemen de afspraken over de exacte aanwending van de uren op in het samenwerkingsakkoord,

artikel 4. Art. 6.Een personeelslid dat wordt aangesteld in een betrekking,

artikel 5, § 2, wordt steeds als tijdelijk personeelslid aangesteld. De bepalingen van het decreet Rechtspositie Personeelsleden Gemeenschapsonderwijs en het decreet Rechtspositie Personeelsleden Gesubsidieerd Onderwijs, blijven verder van toepassing, met uitzondering van de volgende bepalingen : 1° de betrekking is niet onderworpen aan de reglementering inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling.De inrichtende macht van de instelling die de betrekking organiseert, kan evenwel op vrijwillige basis een personeelslid aanstellen dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Die aanstelling wordt beschouwd als een reaffectatie of een wedertewerkstelling. Voor die reaffectatie of wedertewerkstelling is steeds de instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid vereist; 2° de inrichtende macht van de instelling die de betrekking organiseert, is niet verplicht om in die betrekking een personeelslid aan te stellen dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven overeenkomstig artikel 21 en 21bis van het decreet Rechtspositie Personeelsleden Gemeenschapsonderwijs en artikel 23 en 23bis van het decreet Rechtspositie Personeelsleden Gesubsidieerd Onderwijs;3° de betrekking kan niet vacant worden verklaard.De inrichtende macht kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekking. Art. 7.Het personeelslid dat in de betrekking

artikel 5, § 2, wordt aangesteld, blijft personeelslid van de inrichtende macht van de school die hem aanstelt. Tijdens de uitvoering van de activiteiten beschreven in het samenwerkingsakkoord valt dit personeelslid onder de verantwoordelijkheid van de directie van de betrokken school. Art. 8.Het personeelslid dat in de betrekking

artikel 5, § 2, wordt aangesteld in de BuSO-school en de ondersteuning van de leerling verzorgt in de BSO-school, wordt beschouwd als behorend tot de groep van de personeelsleden die in de BSO-school bij de psycho-sociale of pedagogische begeleiding van de leerling betrokken is en kan aldus ambtshalve met raadgevende stem door de voorzitter tot de klassenraadsvergaderingen worden uitgenodigd, zoals bepaald in artikel 4, § 2, 1° en artikel 5, § 2, 1° van het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs van 19 juli 2002. Art. 9.De instellingen die deelnemen aan dit project zullen hun medewerking verlenen aan de evaluatie,

artikel 81 van het decreet van 20 oktober 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/10/2000 pub. 16/12/2000 numac 2000036221 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XII-Ensor sluiten betreffende het onderwijs XII - Ensor. Art. 10.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 31 augustus 2005 en houdt op van kracht te zijn op 31 augustus

  1. Art. 11.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 16 september
  2. De minister president van de Vlaamse Regering, Y. LETERME De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, F. VANDENBROUCKE

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.