10 NOVEMBER 2006. - Koninklijk besluit betreffende het statuut, de loopbaan en de bezoldigingsregeling van het personeel van griffies en parketsecretariaten ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die
§ 1. § 4.
De assistent die slaagt in de gecertificeerde opleiding 3 ontvangt een jaarlijkse competentietoelage van 1.700 EUR gedurende acht jaar. § 5. De assistent die niet slaagt in de gecertificeerde opleiding 3 verliest het recht op de competentietoelage. In afwijking van het voorgaande lid ontvangt deze gedurende twaalf maand volgend op de datum van het afsluiten van het proces-verbaal van de gecertificeerde opleiding 3, en ten vroegste bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de voorgaande gecertificeerde opleiding, de helft van
§ 1. § 6.
De assistent die niet slaagt in de gecertificeerde opleiding 4 verliest het voordeel van de competentietoelage. In afwijking van het voorgaande lid ontvangt deze gedurende twaalf maand volgend op de datum van het afsluiten van het proces-verbaal van de gecertificeerde opleiding 4, en ten vroegste bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de voorgaande gecertificeerde opleiding, de helft van
§ 1. Art.
62.§
- De deskundige of de administratief deskundige die slaagt in de gecertificeerde opleiding 1 ontvangt een jaarlijkse competentietoelage van 2.000 EUR gedurende de geldigheidsduur van deze gecertificeerde opleiding. §
- De deskundige of de administratief deskundige die slaagt in de gecertificeerde opleiding 2 ontvangt een jaarlijkse competentietoelage van 2.000 EUR gedurende de geldigheidsduur van deze gecertificeerde opleiding. §
- De deskundige en de administratief deskundige die niet slaagt in de gecertificeerde opleiding 2 verliest het voordeel van de gecertificeerde opleiding. In afwijking van het voorgaande lid ontvangt deze gedurende twaalf maand volgend op de datum van het afsluiten van het proces-verbaal van de gecertificeerde opleiding 2, en ten vroegste bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de voorgaande gecertificeerde opleiding, de helft van
§ 1. § 4.
De deskundige of de administratief deskundige bezoldigd in weddenschaal BA2, die slaagt in de gecertificeerde opleiding 3 ontvangt een jaarlijkse gecertificeerde opleiding van 2.000 EUR gedurende de geldigheidsduur van deze gecertificeerde opleiding. § 5. De deskundige of de administratief deskundige die niet slaagt in de gecertificeerde opleiding 3 verliest het voordeel van de competentietoelage. In afwijking van het voorgaande lid ontvangt deze gedurende twaalf maand volgend op de datum van het afsluiten van het proces-verbaal van de gecertificeerde opleiding 3, en ten vroegste bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de voorgaande gecertificeerde opleiding, de helft van
§ 1. § 6.
De deskundige of de administratief deskundige die slaagt in de gecertificeerde opleiding 4 ontvangt een jaarlijkse competentietoelage van 2.000 EUR gedurende de geldigheidsduur van deze gecertificeerde opleiding. §
- De deskundige of de administratief deskundige die niet slaagt in de gecertificeerde opleiding 4 verliest het voordeel van de competentietoelage. In afwijking van het voorgaande lid ontvangt deze gedurende twaalf maanden volgend op de datum van het afsluiten van het proces-verbaal van de gecertificeerde opleiding 4, en ten vroegste bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de voorgaande gecertificeerde opleiding, de helft van de competentietoelage bedoeld bedoeld in §
- §
- De deskundige of de administratief deskundige die slaagt in de gecertificeerde opleiding 5 ontvangt een jaarlijkse competentietoelage van 2.000 EUR gedurende de geldigheidsduur van deze gecertificeerde opleiding. §
- De deskundige of de administratief deskundige die niet slaagt in de gecertificeerde opleiding 5 verliest het voordeel van de competentietoelage. In afwijking van het voorgaande lid ontvangt deze gedurende twaalf maand volgend op de datum van het afsluiten van het proces-verbaal van de gecertificeerde opleiding 5, en ten vroegste bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de voorgaande gecertificeerde opleiding, de helft van
§ 1. Art.
63.§
- De ICT-deskundige die slaagt in de gecertificeerde opleiding 1 ontvangt een jaarlijkse competentietoelage van 2.500 EUR gedurende de geldigheidsduur van deze gecertificeerde opleiding. §
- De ICT-deskundige die slaagt in de gecertificeerde opleiding 2, 3 of 4 ontvangt een jaarlijkse competentietoelage van 2.500 EUR gedurende de geldigheidsduur van deze gecertificeerde opleiding. §
- De ICT-deskundige die niet slaagt in de gecertificeerde opleiding 2, 3 of 4 verliest het voordeel van de competentietoelage. In afwijking van het voorgaande lid ontvangt deze gedurende twaalf maand volgend op de datum van het afsluiten van het proces-verbaal van de gecertificeerde opleiding 2, 3 of 4, en ten vroegste bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de voorgaande gecertificeerde opleiding, de helft van
§ 1. § 4.
De ICT-deskundige die slaagt in de gecertificeerde opleiding 5, 6, 7 of 8 ontvangt een jaarlijkse competentietoelage van 2.500 EUR gedurende de geldigheidsduur van deze gecertificeerde opleiding. § 5. De ICT-deskundige die niet slaagt in de gecertificeerde opleiding 5, 6, 7 of 8 verliest het recht op de competentietoelage. In afwijking van het voorgaande lid ontvangt deze gedurende twaalf maand volgend op de datum van het afsluiten van het proces-verbaal van de gecertificeerde opleiding 5, 6, 7 of 8, en ten vroegste bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de voorgaande gecertificeerde opleiding, de helft van
§ 1. § 6.
De ICT-deskundige die slaagt in de gecertificeerde opleiding 9 ontvangt een jaarlijkse competentietoelage van 2.500 EUR gedurende drie jaar gedurende de geldigheidsduur van deze gecertificeerde opleiding. § 7. De ICT-deskundige die niet slaagt in de gecertificeerde opleiding 9 verliest het recht op de competentietoelage. In afwijking van het voorgaande lid ontvangt deze gedurende twaalf maand volgend op de datum van het afsluiten van het proces-verbaal van de gecertificeerde opleiding 9, en ten vroegste bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de voorgaande, gecertificeerde opleiding de helft van
§ 1. Art.
64.§ 1. De competentietoelage is gekoppeld aan het spilindexcijfer 138,01. § 2. De competentietoelage wordt jaarlijks in eenmaal uitbetaald in de maand september op grond van de tijdens de twaalf voorafgaande maanden verrichte prestaties De competentietoelage wordt gevoegd bij de jaarlijkse brutobezoldiging voor de berekening van het vakantiegeld en van de eindejaarstoelage die erop volgen. § 3. Het personeelslid heeft het recht af te zien van de betaling van de competentietoelage. § 4. Het personeelslid dat verhinderd is aan een gecertificeerde opleiding deel te nemen wegens een ongeval overkomen op het werk of op de weg van of naar het werk of wegens een beroepsziekte of omdat hij geniet van periodes van verlof of werkonderbreking bedoeld in de artikelen 39, 42 en 43 van de arbeids wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten, in artikel 18 van de wet van 14 december 2000 tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in de openbare sector en in artikel 33 van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan, behoudt tot de eerste gecertificeerde opleiding die op het einde van de verhindering volgt, het voordeel van de competentietoelage die hij genoot. § 5. Artikel 5 van het koninklijk besluit van 26 maart 1965 houdende de algemene regeling van de vergoedingen en toelagen van alle aard toegekend aan het personeel van de federale overheidsdiensten is niet van toepassing ingeval : 1° van verlof of disponibiliteit wegens ziekte;2° van afwezigheid wegens een ongeval voorgekomen op het werk of op weg naar en van het werk of wegens een beroepsziekte;3° van afwezigheid gewettigd door het bekomen van verlof of werkonderbreking bedoeld in de artikelen 39, 42 en 43 van de arbeids wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten, in artikel 18 van de wet van 14 december 2000 tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in de openbare sector en in de artikelen 31 tot 34 en 65, § 1, van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan. Art. 65.Het personeelslid van niveau D of C dat een competentietoelage genoot of was ingeschreven voor een gecertificeerde opleiding en dat, na bevordering naar een graad van niveau C of B geen recht heeft op een competentietoelage verbonden aan deze nieuwe graad, heeft recht op de competentietoelage verbonden aan zijn vorige graad, onder twee voorwaarden : 1° dat de geldigheidsduur van de gecertificeerde opleiding niet verstreken is;2° dat hij sedert minder dan twaalf maanden houder is van zijn nieuwe graad. Art. 66.Het voorlopig benoemde personeelslid in een graad van niveau B, C of D, dat een competentietoelage genoot of dat, naargelang van het geval, was ingeschreven voor een gecertificeerde opleiding als personeelslid hetzij aangeworven met arbeidsovereenkomst in hoven en rechtbanken of in het administratief federaal openbaar ambt, hetzij aldaar benoemd, ontvangt de competentietoelage verbonden aan zijn vorige toestand, onder twee voorwaarden : 1° dat de geldigheidsduur van de gecertificeerde opleiding niet verstreken is;2° dat hij sedert minder dan twaalf maanden houder is van zijn nieuwe graad. Art. 67.De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de in de betrokken graden bij arbeidsovereenkomst aangeworven personeelsleden. Art. 68.Om aanspraak te kunnen maken op de competentietoelage verbonden aan de graad van de personen die bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen werden, moeten deze personen echter slagen in de gecertificeerde opleiding verbonden aan de graad. Art. 69.Om aan een gecertificeerde opleiding deel te nemen moeten deze personen ten minste één jaar zonder onderbreking in het desbetreffende niveau in dienst zijn. Wordt niet als onderbreking beschouwd het feit dat men een nieuwe overeenkomst krijgt binnen de hoven en rechtbanken en het federaal administratief openbaar ambt, voor zover er niet meer dan drie maanden verstreken zijn na het einde van de vorige overeenkomst. Voor de bepaling van de periode van een jaar, worden de vervangingscontracten van minder dan drie maanden niet in aanmerking genomen. De competentietoelage is niet verschuldigd voor de periodes van schorsing van de uitvoering van de overeenkomst die voortvloeien : 1°) uit afwezigheid wegens ziekte die langer duurt dan de periode van gewaarborgd loon; 2°) in het raam van het stelsel van de onderbreking van de beroepsloopbaan :
- a)uit de volledige onderbreking van de beroepsloopbaan;
- b)uit het volledig verlof voor palliatieve zorg;
- c)uit het volledig verlof voor medische bijstand. HOOFDSTUK V. - Integratiepremie Art. 70.De personeelsleden bedoeld in dit besluit die op datum van 1 november van het jaar van betaling van de premie houder zijn van een graad van niveau D en die een eindejaarstoelage krijgen, ontvangen elk jaar een integratiepremie ten bedrage van 100,00 EUR., voorzover ze in september van het jaar van de uitbetaling van de premie, geen competentietoelage ontvangen. Het bedrag wordt van de integratiepremie gekoppeld aan de mobiliteitsregeling toepasselijk op de wedden van het personeel der federale overheidsdiensten. Zij wordt gekoppeld aan het spilindexcijfer 109,45. Art. 71.In het geval van onvolledige prestaties gedurende de periode gaande van 1 januari tot 30 september van het jaar van de uitbetaling van de premie, wordt het bedrag van de premie als volgt verminderd : 1° Prestaties hoger dan 50 % van de normale prestaties : volledig bedrag van de premie;2° Prestaties gelijk aan of minder dan 50 % van de normale prestaties : 50 % van het bedrag van de premie. Art. 72.De integratiepremie wordt in de loop van de maand december van het beschouwde jaar tegelijkertijd met de eindejaarstoelage uitbetaald. HOOFDSTUK VI. - Toelage voor het besturen van een dienstvoertuig bestemd voor het vervoer van personen Art. 73.Een maandelijkse forfaitaire toelage van 127,82 EUR wordt toegekend aan de personeelsleden van het niveau D die belast zijn met het besturen van wagens bestemd voor het vervoer van personen. Art. 74.De personeelsleden bedoeld in artikel 73 die belast zijn met het besturen van wagens bestemd voor het vervoer van personen ter vervanging van een titularis, genieten, voor zover deze vervanging zich uitstrekt op een periode van ten minste vijf werkdagen, de toelage bedoeld in artikel 73 tijdens die periode. Art. 75.Bij onvolledige prestaties of bij prestaties die geen volledige maand omvatten, wordt de maandelijkse toelage bedoeld in artikel 73 naar rata van de geleverde dienstprestaties uitbetaald. In geval van onderbreking van de ambtsuitoefening, is de toelage alleen verschuldigd als die onderbreking niet langer duurt dan dertig werkdagen en voor het personeelslid geen verlies van zijn recht op wedde meebrengt. Art. 76.De maandelijkse toelage bedoeld in artikel 73 wordt tegelijk met de wedde vereffend. De mobiliteitsregeling die geldt voor de wedden van het personeel van de federale overheidsdiensten, geldt eveneens voor deze toelage. Zij wordt gekoppeld aan de spilindex 138,01. Die toelage mag niet worden gecumuleerd met de toelage wegens buitengewone prestaties. HOOFDSTUK VII. - Toelage voor de uitoefening van een hoger ambt Art. 77.Het bedrag van de toelage bedoeld in artikel 330ter, § 4, van het Gerechtelijk Wetboek, wordt bepaald overeenkomstig artikel 370, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek. Art. 78.§ 1. Naargelang van het geval is de toelage bedoeld in artikel 330ter, § 4, van het Gerechtelijk Wetboek, verschuldigd vanaf de eedaflegging of vanaf de dag waarop het personeelslid werkelijk in dit hoger ambt werd aangesteld. Ze neemt een einde op de dag van de beëindiging van de hogere functie. Ze wordt maandelijks na vervallen termijn betaald. Zij wordt tegelijk met de wedde vereffend. Zij is gelijk aan één twaalfde van de jaarlijkse toelage. In geval de maandtoelage niet volledig verschuldigd is, wordt zij in dertigsten betaald overeenkomstig de regels bepaald door de bezoldigingsregeling van het personeel der federale overheidsdiensten wanneer de maandwedde niet volledig verschuldigd is. Ingeval een personeelslid werkt met onvolledige prestaties, wordt het bedrag van de toelage verminderd naar rata van de wedde die hij werkelijk geniet. § 2. De mobiliteitsregeling die geldt voor de wedden van het personeel van de federale overheidsdiensten, geldt eveneens voor deze toelage. Zij wordt gekoppeld aan de spilindex 138,01. § 3. De toelage is onderworpen aan de bijdrage voor het stelsel van de verplichte verzekering tegen ziekte en invaliditeit (sector gezondheidszorgen) en aan de bijzondere bijdrage voor de financiering van het stelsel van de sociale zekerheid. De toelage is evenwel niet onderworpen aan de inhouding bestemd voor de financiering van het wettelijk pensioen. TITEL V. - OVERGANGSBEPALINGEN HOOFDSTUK I - Integratie van de personeelsleden van niveau 4 in niveau D Art. 79.§ 1. De personeelsleden die op het moment van de inwerkingtreding van dit artikel titularis zijn van een geschrapte graad vermeld in de linkerkolom, worden ambtshalve benoemd in de ingestelde graad bepaald in de rechterkolom : Arbeider Medewerker Geschoold arbeider Administratief agent Eerstaanwezend administratief agent Administratief hoofdagent § 2. De berekening van hun graad- en niveauanciënniteit gebeurt vanaf de datum van hun benoeming in de nieuwe graad. Art. 80.§ 1. De personeelsleden benoemd in de graad van medewerker worden ingeschaald in de weddenschaal D2 op voorwaarde dat ze een door het Opleidinginstituut van de Federale Overheid georganiseerde opleiding gevolgd hebben die gericht is op de essentiële competenties vereist voor de functie. De personeelsleden bedoeld in het eerste lid, die voor de inwerkingtreding van dit besluit deelnamen aan gelijke opleidingen door het Opleidinginstituut van de Federale Overheid georganiseerd voor het personeel van federale overheidsdiensten, worden eveneens ingeschaald in weddenschaal D2. § 2. De personeelsleden die de in § 1 bedoelde opleidingen volgen worden geïntegreerd in de weddenschaal D2 met ingang van 1 januari 2004. § 3. De personeelsleden die de opleidingen niet volgen behouden de weddenschaal die ze genoten in hun oude graad, zoals bepaald in bijlage IV bij dit besluit. Art. 81.De personeelsleden bekomen in de weddenschaal D2 de wedde gelijk aan of onmiddellijk hoger dan de wedde die ze genoten in hun oude graad. De nuttige anciënniteit van deze personeelsleden wordt vastgesteld op basis van het resultaat van hun inschaling. In afwijking van het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel van de federale overheidsdiensten, wordt deze nuttige anciënniteit de fictieve geldelijke anciënniteit bepaald in het enig niveau D. Wanneer in hun weddenschaal van het niveau 4, de personeelsleden aan de maximumwedde van deze schaal worden bezoldigd, worden zij in de weddenschaal D2 geïntegreerd op de eerste trap van de intermediaire loonopslag die uit de integratie voortvloeit. Het verschil tussen de geldelijke anciënniteit en de nuttige anciënniteit verworven in de oude weddenschaal wordt meegenomen in de nieuwe weddenschaal en is beperkt tot elf maanden. HOOFDSTUK II. - Integratie van de personeelsleden van niveau 3 in niveau D Art. 82.De personeelsleden die op het moment van de inwerkingtreding van dit artikel titularis zijn van de geschrapte graad vermeld in de linkerkolom, worden ambtshalve benoemd in de ingestelde graad bepaald in de rechterkolom : Gerechtelijk technisch assistent medewerker Art. 83.Voor de berekening van de graadanciënniteit van de personeelsleden benoemd in de graad van medewerker, worden de diensten gepresteerd in de geschrapte graden van gerechtelijk technisch assistent, beambte en eerstaanwezend beambte in aanmerking genomen. De anciënniteit verkregen in niveau 3 wordt geacht verkregen te zijn in niveau D. Art. 84.§ 1. De personeelsleden, bekleed met de afgeschafte graden van gerechtelijk technisch assistent, beambte en eerstaanwezend beambte worden ingeschaald in de weddenschalen verbonden aan hun nieuwe graad overeenkomstig de bijlage V bij dit besluit. § 2. De door deze personeelsleden verkregen geldelijke anciënniteit wordt geacht verkregen te zijn in de nieuwe weddenschaal. HOOFDSTUK III. - Integratie van de personeelsleden van niveau 2 in niveau C Art. 85.Voor de berekening van de graadanciënniteit van de personeelsleden benoemd in de graad van assistent, worden de diensten gepresteerd in de geschrapte graad van opsteller en eerstaanwezend opsteller in aanmerking genomen. De anciënniteit verkregen in niveau 2 wordt geacht verkregen te zijn in niveau C. Art. 86.§ 1. De personeelsleden, bekleed met de afgeschafte graden van opsteller en eerstaanwezend opsteller worden ingeschaald in de weddenschalen verbonden aan hun nieuwe graad overeenkomstig de bijlage V bij dit besluit. De door deze personeelsleden verkregen geldelijke anciënniteit wordt geacht verkregen te zijn in de nieuwe weddenschaal. Art. 87.§ 1. De personeelsleden die overeenkomstig de bijlage III van dit besluit, ingeschaald zijn in de weddenschaal C1 kunnen onmiddellijk deelnemen aan de gecertificeerde opleiding 1. § 2. De personeelsleden voorheen titularis van de weddenschaal 20B of 20C bekomen, na afloop van de periode van 8 jaar gedurende dewelke ze de jaarlijkse competentietoelage verbonden aan de gecertificeerde opleiding 1 ontvangen hebben, de weddenschaal C2. Ze kunnen onmiddellijk deelnemen aan de gecertificeerde opleiding 3. HOOFDSTUK IV. - Integratie van de personeelsleden van niveau 2+ in niveau B Art. 88.De personeelsleden die op het moment van de inwerkingtreding van dit artikel titularis zijn van een geschrapte graad vermeld in de linkerkolom, worden ambtshalve benoemd de ingestelde graad bepaald in de rechterkolom : Bibliotheekbeheerder deskundige Art. 89.Voor de berekening van de graadanciënniteit van de personeelsleden benoemd in de graad van deskundige of administratief deskundige worden de diensten gepresteerd in de geschrapte graden vertaler, eerstaanwezend vertaler en bibliotheekbeheerder in aanmerking genomen. De anciënniteit verkregen in niveau 2+ wordt geacht verkregen te zijn in niveau B. Art. 90.§ 1. De personeelsleden bekleed met de geschrapte graden van vertaler, eerstaanwezend vertaler en bibliotheekbeheerder worden ingeschaald in de weddenschalen verbonden aan hun nieuwe graad overeenkomstig de bijlage V van dit besluit. § 2. De door deze personeelsleden verkregen geldelijke anciënniteit wordt geacht verkregen te zijn in de nieuwe weddenschaal. Art. 91.§ 1. De personeelsleden die overeenkomstig bijlage V van dit besluit ingeschaald zijn in de weddenschalen B1, BA1 of BI1 kunnen onmiddellijk deelnemen aan de gecertificeerde opleiding 1. § 2. De personeelsleden voorheen titularis van de weddenschalen 26H en 26J kunnen onmiddellijk deelnemen aan de gecertificeerde opleiding 2. § 3. De personeelsleden die overeenkomstig bijlage V van dit besluit ingeschaald zijn in de weddenschaal B2 kunnen onmiddellijk deelnemen aan de gecertificeerde opleiding 3. § 4. De personeelsleden voorheen titularis van de weddenschaal 28G kunnen onmiddellijk deelnemen aan gecertificeerde opleiding 3. HOOFDSTUK V. - Andere overgangsbepalingen Art. 92.§ 1. In afwijking van artikel 50 behoudt de medewerker, voorheen benoemd in de graad van eerstaanwezend beambte, het voordeel van de weddenschaal 30D zoals bepaald in bijlage VI bij dit besluit. In afwijking van artikel 50 behoudt de medewerker, voorheen benoemd in de graad van gerechtelijk technisch assistent, het voordeel van de weddenschaal 30E, zoals bepaald in bijlage VI bij dit besluit. § 2. In afwijking van artikel 51, behoudt de assistent, voorheen benoemd in de graad van eerstaanwezend opsteller, het voordeel van weddenschaal 20C, zoals bepaald in bijlage VI bij dit besluit. § 3. In afwijking van artikel 52, behoudt de deskundige, voorheen benoemd in de graad van bibliotheekbeheerder, het voordeel van weddenschaal 26H, zoals bepaald in bijlage VI bij dit besluit. In afwijking van artikel 53, behoudt de administratief deskundige, voorheen benoemd in de graad van vertaler, het voordeel van weddenschaal 23/2, zoals bepaald in bijlage VI bij dit besluit. In afwijking van artikel 53, behoudt de administratief deskundige, voorheen benoemd in de graad van eerstaanwezend vertaler, het voordeel van weddenschaal 26J, zoals bepaald in bijlage VI bij dit besluit. In afwijking van artikel 53, behoudt de administratief deskundige, voorheen benoemd in de graad van eerstaanwezend vertaler, het voordeel van weddenschaal 28G, zoals bepaald in bijlage VI bij dit besluit. Art. 93.Ingeval kandidaten voor een vacante betrekking beschikken over een getuigschrift zoals bedoeld in de artikelen 66, 67 of 68 van de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/2006 pub. 24/11/2006 numac 2006009638 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot herziening van de loopbanen en de bezoldiging van het personeel van de griffies en de parketsecretariaten sluiten tot herziening van de loopbanen en de bezoldiging van het personeel van de griffies en de parketsecretariaten, wordt steeds een bijkomende proef georganiseerd zoals bedoeld in artikel 20 van dit besluit. TITEL VI. - WIJZIGINGSBEPALINGEN Afdeling 1. - Wijziging aan het koninklijk besluit van 29 september 1987 tot regeling van de examens waarbij de kandidaten voor het ambt van griffier, klerk-griffier, opsteller en beambte bij een griffie in de gelegenheid worden gesteld te bewijzen dat zij in staat zijn de bepalingen na te komen van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken Art. 94.Het opschrift van koninklijk besluit van 29 september 1987 tot regeling van de examens waarbij de kandidaten voor het ambt van griffier, klerk-griffier, opsteller en beambte bij een griffie in de gelegenheid worden gesteld te bewijzen dat zij in staat zijn de bepalingen na te komen van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken, wordt vervangen door het opschrift : « koninklijk besluit van 29 september 2006 tot regeling van de examens waarbij de kandidaten voor het ambt van griffier, adjunct-griffier, deskundige en assistent bij een griffie in de gelegenheid worden gesteld te bewijzen dat zij in staat zijn de bepalingen na te komen van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken ». Art. 95.In artikel 1 van hetzelfde besluit, worden de woorden « Ministerie van Justitie » vervangen door de woorden « Federale Overheidsdienst Justitie ». Art. 96.In artikel 15, van hetzelfde besluit, wordt het eerste lid vervangen als volgt : « De leden van de examencommissie ontvangen een toelage overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 22 december 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/12/2000 pub. 09/01/2001 numac 2000002123 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit betreffende de selectie en de loopbaan van het rijkspersoneel sluiten betreffende de selectie en de loopbaan van het rijkspersoneel » Afdeling 2. - Wijziging van het koninklijk besluit van 19 maart 1996 houdende vereenvoudiging van de loopbaan en vaststelling van de bezoldigingsregeling van sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht bijstaan Art. 97.Artikel 1 van het koninklijk besluit van 19 maart 1996 houdende vereenvoudiging van de loopbaan en vaststelling van de bezoldigingsregeling van sommige personeelsleden van de diensten, die de rechterlijke macht bijstaan, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/2006 pub. 24/11/2006 numac 2006009638 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot herziening van de loopbanen en de bezoldiging van het personeel van de griffies en de parketsecretariaten sluiten0 wordt vervangen als volgt : « Artikel 1 ? § 1. De volgende graden waarvoor een bijzondere beroepsbekwaamheid is vereist, worden ingesteld in de griffies en de parketten bij de hoven en rechtbanken : - bij de griffies en de parketten : - in niveau 1 : - industrieel ingenieur; - bij de parketten : - in niveau 1 : - vertaler-revisor; Om in een van voornoemde graden te kunnen worden benoemd, moet de kandidaat geslaagd zijn voor een vergelijkend wervingsexamen georganiseerd overeenkomstig artikel 180, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek. § 2. De benoemingsbevoegdheid wordt toegekend aan Onze Minister van Justitie. Voor de benoemingen tot de graden van industrieel ingenieur, van vertaler-revisor wint Onze Minister van Justitie, het advies in van, naar gelang van het geval, de hoofdgriffier van het gerecht of de hoofdsecretaris van het parket waar de benoeming dient te geschieden. Deze zenden hun advies rechtstreeks over aan de minister en voegen er het advies van de magistraat-korpschef van het desbetreffende gerecht of parket aan toe. De bepalingen van artikel 287bis, §§ 3 en 4, van het Gerechtelijk Wetboek, zijn van toepassing op de adviesprocedure bedoeld in het voorgaande lid ». Art. 98.Het artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/2006 pub. 24/11/2006 numac 2006009638 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot herziening van de loopbanen en de bezoldiging van het personeel van de griffies en de parketsecretariaten sluiten0, wordt opgeheven. Art. 99.De artikelen 5 en 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/2006 pub. 24/11/2006 numac 2006009638 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot herziening van de loopbanen en de bezoldiging van het personeel van de griffies en de parketsecretariaten sluiten0, worden opgeheven. Art. 100.Artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/2006 pub. 24/11/2006 numac 2006009638 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot herziening van de loopbanen en de bezoldiging van het personeel van de griffies en de parketsecretariaten sluiten0, wordt vervangen als volgt : « Art. 8.Al naar gelang zij hun functies uitoefenen bij een griffie of een parket, zijn respectievelijk de artikelen 330, 330bis en 370, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing op de titularissen van de bij dit besluit opgerichte graden waarvoor een bijzondere beroepsbekwaamheid is vereist. » Art. 101.In artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/2006 pub. 24/11/2006 numac 2006009638 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot herziening van de loopbanen en de bezoldiging van het personeel van de griffies en de parketsecretariaten sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid vervallen de woorden « of van bibliotheekbeheerder »;2° het derde lid wordt opgeheven. 3° in het vierde lid worden de woorden « van het koninklijk besluit van 28 augustus 1970 houdende statuut van het voorlopig benoemde personeel van de griffies en parketten », vervangen door de woorden « van hoofdstuk IV van titel II van het koninklijk besluit van ... betreffende het statuut, de loopbaan en de bezoldigingsregeling van het personeel van griffies en parketsecretariaten ». Art. 102.In artikel 10, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervallen de woorden « alsook op de titularissen van de graad van de autobestuurder-mecanicien, van autobestuurder-mecanicien-werkmeester en van eerste vakman-ploegbaas-voertuigmecanicien ». Art. 103.In artikel 10bis, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/2006 pub. 24/11/2006 numac 2006009638 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot herziening van de loopbanen en de bezoldiging van het personeel van de griffies en de parketsecretariaten sluiten0, vervallen de woorden « De vertalers bij de parketsecretariaten, de opstellers en de beambten bij de griffies en de parketsecretariaten alsook ». Art. 104.Artikel 11, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel van de federale overheidsdiensten, alsook de koninklijke besluiten die het in de toekomst zullen wijzigen, zijn op de datum van inwerkingtreding ervan, toepasselijk op het personeel bedoeld in de artikelen 13, 17 en 18 van dit besluit. » Art. 105.In artikel 12 van hetzelfde besluit, wordt het woord « ministeries » telkens vervangen door de woorden « federale overheidsdiensten ». Art. 106.De artikelen 14 tot 16 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 juli 2003 en 22 december 2004 worden opgeheven. Art. 107.De artikelen 19 tot 22 van hetzelfde besluit gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 juli 2003 en 22 december 2004 worden opgeheven. Art. 108.Artikel 22bis, § 1, van hetzelfde besluit ingevoegd bij het koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/2006 pub. 24/11/2006 numac 2006009638 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot herziening van de loopbanen en de bezoldiging van het personeel van de griffies en de parketsecretariaten sluiten0, wordt opgeheven. Art. 109.Artikel 23 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 110.In artikel 24, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid vervallen de woorden « telefonist(
- e)of hulparbeider » 2° het tweede lid wordt opgeheven. Art. 111.In artikel 41, van hetzelfde besluit, vervallen de woorden « Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid » Art. 112.Bijlage III bij hetzelfde besluit, bijgevoegd bij het koninklijk besluit van 28 januari 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/01/2003 pub. 14/02/2003 numac 2002010097 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 maart 1996 houdende oprichting en vereenvoudiging, in de griffies en parketten bij de hoven en rechtbanken, van de loopbaan van de graden waarvoor een bijzondere beroepsbekwaamheid is vereist en tot vaststelling van de bezoldigingsregeling ervan en tot vaststelling van de bezoldigingsregeling van het personeel van de griffies en parketten bij de hoven en rechtbanken en van de attachés in de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie type koninklijk besluit prom. 28/01/2003 pub. 31/01/2003 numac 2003002016 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit tot vaststelling van het aantal betrekkingen van de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie type koninklijk besluit prom. 28/01/2003 pub. 26/02/2003 numac 2003022128 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 maart 1989 betreffende de samenstelling van de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen sluiten, vernummerd bij het koninklijk besluit van 30 november 2003 en vervangen bij het koninklijk besluit van 22 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/2006 pub. 24/11/2006 numac 2006009638 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot herziening van de loopbanen en de bezoldiging van het personeel van de griffies en de parketsecretariaten sluiten2, wordt vervangen door de bijlage VII bijgevoegd bij dit besluit. Afdeling 3. - Wijziging van het koninklijk besluit van 16 december 1996 houdende toekenning van een premie voor de kennis van een tweede landstaal aan de leden van de griffies en van de parketsecretariaten, alsook aan het personeel van griffies en parketten Art. 113.Het opschrift van het koninklijk van 16 december 1996 houdende toekenning van een premie voor de kennis van een tweede landstaal aan de leden van de griffies en van de parketsecretariaten, alsook aan het personeel van griffies en parketten, wordt vervangen door het opschrift : « koninklijk besluit van 16 december 1996 houdende toekenning van een premie voor de kennis van een tweede landstaal aan het personeel van griffies en parketten. Art. 114.Artikel 1 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Art. 1.Dit besluit is van toepassing op de administratief deskundigen, deskundigen, assistenten en medewerkers van de griffies en de parketsecretariaten, alsook op de personeelsleden die een bijzondere graad bekleden ingesteld overeenkomstig artikel 180, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, benoemd of op contract. ». Art. 115.In het artikel 2, punt 1° van hetzelfde besluit, worden de woorden, « klerk-griffier, opsteller en beambte », vervangen door de woorden « adjunct-griffier, deskundige en assistent ». Art. 116.Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Art. 3.Het maandbedrag van de premie wordt vastgesteld op 12,40 EUR. Bij onvolledige prestaties wordt de premie naar rata van de geleverde dienstprestaties uitbetaald. » Afdeling 4. - Wijziging van het koninklijk besluit van 20 november 1998 betreffende de vergelijkende examens en examens georganiseerd voor de werving en de loopbaan van de leden van de griffies en van de parketsecretariaten en van het personeel van de griffies en de parketsecretariaten. Art. 117.Het opschrift van het koninklijk besluit van 20 november 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/11/1998 pub. 01/12/1998 numac 1998009956 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit betreffende de vergelijkende examens en examens georganiseerd voor de werving en de loopbaan van de leden van de griffies en van de parketsecretariaten en van het personeel van de griffies en de parketsecretariaten sluiten betreffende de vergelijkende examens en examens georganiseerd voor de werving en de loopbaan van de leden van de griffies en van de parketsecretariaten en van het personeel van de griffies en de parketsecretariaten, wordt vervangen door het opschrift : « koninklijk besluit van 20 november 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/11/1998 pub. 01/12/1998 numac 1998009956 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit betreffende de vergelijkende examens en examens georganiseerd voor de werving en de loopbaan van de leden van de griffies en van de parketsecretariaten en van het personeel van de griffies en de parketsecretariaten sluiten betreffende de vergelijkende examens en examens georganiseerd voor de leden van de griffies en van de parketsecretariaten en voor het personeel van de griffies en de parketsecretariaten bekleedt met een bijzondere graad » Art. 118.In het artikel 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 november 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/11/2003 pub. 03/12/2003 numac 2003014255 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 houdende het reglement van de Lotto en de Joker, openbare loterijen georganiseerd door de Nationale Loterij type koninklijk besluit prom. 19/11/2003 pub. 02/12/2003 numac 2003009886 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen toegekend aan de leden en de secretaris van de examencommissie van het vergelijkend wervingsexamen voor de graad van attaché in de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie type koninklijk besluit prom. 19/11/2003 pub. 01/12/2003 numac 2003201426 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 januari 2003 tot vaststelling van de dotaties, bedoeld in Titel IV van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector en het koninklijk besluit van 26 juni 2003 tot vaststelling, voor het tweede semester 2003, van de dotaties bedoeld in Titel IV van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector type koninklijk besluit prom. 19/11/2003 pub. 28/11/2003 numac 2003009883 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 juli 2001 houdende vaststelling van de personeelsformatie van de parketten bij het Hof van Cassatie en bij de hoven van beroep, van het federaal parket, van de parketten bij de rechtbanken van eerste aanleg en van het auditoraat-generaal bij het Militair Gerechtshof type koninklijk besluit prom. 19/11/2003 pub. 12/12/2003 numac 2003000743 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot wijziging, wat zijn bijlage betreft, van het koninklijk besluit van 17 februari 2002 houdende nominatieve aanwijzing in uitvoering van artikel 235, eerste lid, van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten, worden de woorden « de artikelen 185, eerste lid, 269ter, 270, 271, 272ter, 280bis, 281, 282 en 283 van het Gerechtelijk Wetboek », vervangen door de woorden « de artikelen 180, eerste lid, 269ter en 278, van het Gerechtelijk Wetboek ». Art. 119.In het artikel 5, § 2 van hetzelfde besluit worden de woorden « De Secretaris-generaal van het Ministerie van Justitie », vervangen door de woorden « De directeur-generaal van de Rechterlijke organisatie van de FOD Justitie ». Art. 120.In het artikel 7, eerste en tweede lid van hetzelfde besluit worden de woorden « een eensluidend verklaard afschrift », vervangen door de woorden « een leesbare kopie ». Art. 121.In het artikel 14 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, eerste lid, worden de woorden » koninklijk besluit van 22 april 1974 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen voor de leden, secretarissen en helpers van de examencommissies van de examens georganiseerd of voorgezeten door de Vaste Wervingssecretaris » vervangen door de woorden « koninklijk besluit van 22 december 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/12/2000 pub. 09/01/2001 numac 2000002123 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit betreffende de selectie en de loopbaan van het rijkspersoneel sluiten betreffende de selectie en de loopbaan van het rijkspersoneel »;2° het tweede lid van § 1 wordt opgeheven;3° in § 1, laatste lid, worden de woorden vaste wervingssecretaris » vervangen door de woorden « afgevaardigd bestuurder van SELOR - Selectiebureau van de Federale Overheid »;4° in § 2, 2° worden de woorden « het personeel der ministeries », vervangen door de woorden « het personeel van de federale overheidsdiensten ». Art. 122.Het artikel 19 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 123.Het artikel 19bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 13 juni 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/06/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009700 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit tot vaststelling van sommige administratieve en geldelijke bepalingen voor de personeelsleden van de buitendiensten van de Dienst Justitiehuizen van het Ministerie van Justitie die bekleed zijn met een bijzondere graad type koninklijk besluit prom. 13/06/1999 pub. 26/06/1999 numac 1999009752 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 november 1998 betreffende de vergelijkende examens en examens georganiseerd voor de werving en de loopbaan van de leden van de griffies en van de parketsecretariaten en van het personeel van de griffies en de parketsecretariaten type koninklijk besluit prom. 13/06/1999 pub. 29/07/1999 numac 1999009826 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 april 1998 waarbij het Ministerie van Justitie gemachtigd wordt personen onder het stelsel van een arbeidsovereenkomst in dienst te nemen type koninklijk besluit prom. 13/06/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009701 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit genomen ter uitvoering van de wet van 12 april 1999 tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek en tot overplaatsing van sommige personeelsleden in dienst bij de parketten of verbonden aan een probatiecommissie sluiten en gewijzigd bij koninklijk besluit van 18 januari 2000, wordt opgeheven. Art. 124.Het artikel 20 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 125.Het artikel 24 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Afdeling 5. - Wijziging van het koninklijk besluit van 28 februari 1999 betreffende de beoordeling van het personeel van de griffies en de parketten van de hoven en rechtbanken en de raden van beroep. Art. 126.In het artikel 5, § 1, van koninklijk besluit van 28 februari 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/02/1999 pub. 06/03/1999 numac 1999009155 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit betreffende de beoordeling van het personeel van de griffies en de parketten van de hoven en rechtbanken en de raden van beroep sluiten betreffende de beoordeling van het personeel van de griffies en de parketten van de hoven en rechtbanken en de raden van beroep worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°. het punt 3° wordt opgeheven; 2°. in punt 6° worden de woorden « voor de vertalers » vervangen door de woorden « voor de administratief deskundigen »; 3°. het punt 7° wordt opgeheven; 4°. het punt 8° wordt vervangen door de volgende bepaling : « 8° voor de ICT-deskundige »;
- a)vier sleutelcriteria, zijnde de criteria 1, 8, 15 en 17;
- b)vijf relevante criteria, zijnde de criteria 9, 11, 16, 23 en 24 »; 5°. in punt 9° worden de woorden « voor de bibliotheekbeheerders » vervangen door de woorden « voor de deskundigen »; 6°. in punt 10° worden de woorden « voor de opstellers en de beambten » vervangen door de woorden « voor de assistenten en de medewerkers »; 7°. de punten 11°, 12° en 13° worden opgeheven. Art. 127.Het artikel 10, eerste lid, van hetzelfde besluit, wordt opgeheven. Art. 128.In het artikel 13 van hetzelfde besluit, wordt volgende wijzigingen aangebracht : 1° het woord « drie » wordt vervangen door het woord « twee »;2° het punt
- c)wordt opgeheven. Art. 129.In het artikel 14 van hetzelfde besluit, wordt het punt 4° opgeheven. Art. 130.In het artikel 15 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht; 1° In de punten 1° en 2°, wordt het woord « 185 » vervangen door het woord « 180 ».2° Het punt 3° wordt opgeheven. Afdeling 6. - Wijziging van het koninklijk besluit van 29 september 2003 betreffende de toekenning van een vakantiegeld aan sommige personeelsleden van de diensten die de Rechterlijke Macht terzijde staan. Art. 131.In het artikel 1 van het koninklijk besluit van 29 september 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/2006 pub. 24/11/2006 numac 2006009638 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot herziening van de loopbanen en de bezoldiging van het personeel van de griffies en de parketsecretariaten sluiten1 betreffende de toekenning van een vakantiegeld aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan, gewijzigd bij koninklijk besluit van 4 mei 2005, worden in het eerste lid de volgende wijzigingen aangebracht :
- a)1° wordt vervangen als volgt : « 1° De deskundigen, administratief deskundigen of ICT-deskundigen bij een griffie of een parketsecretariaat;»;
- b)2° wordt vervangen als volgt : "2° De assistenten en medewerkers bij een griffie of een parketsecretariaat;»;
- c)3° en 4° worden opgeheven. Afdeling 7. - Wijziging van het koninklijk besluit van 18 oktober 2001. betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten. Art. 132.In het koninklijk besluit van 18 oktober 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 18/10/2001 pub. 26/10/2001 numac 2001002127 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten sluiten betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° artikel 1, 3°, wordt aangevuld met het volgende gedachtestreepje : "de hoven en rechtbanken »;2° artikel 2, § 1 wordt aangevuld als volgt : « 6° de vastbenoemde personeelsleden van het niveau B, C en D van hoven en rechtbanken, wat betreft de bepalingen inzake vrijwillige mobiliteit ». Afdeling 8. - Wijziging van het koninklijk besluit van 10 april 1995 ter uitvoering van de wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector Art. 133.Artikel 12, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit van 10 april 1995 ter uitvoering van de wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector van het wordt vervangen als volgt : « De Minister van Justitie kan na advies van de rechterlijke overheden de halftijdse vervroegde uittreding toestaan wanneer deze wordt aangevraagd door de houders van de graden van referendaris, parketjurist, griffier, eerstaanwezend adjunct-griffier, adjunct-griffier, secretaris, eerstaanwezend adjunct-secretaris en adjunct secretaris. » Art. 134.Artikel 15, § 3, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « De Minister van Justitie kan na advies van de rechterlijke overheden de vrijwillige vierdagenweek toestaan wanneer deze wordt aangevraagd door de houders van de graden van referendaris, parketjurist, griffier, eerstaanwezend adjunct-griffier, adjunct-griffier, secretaris, eerstaanwezend adjunct-secretaris en adjunct secretaris. » TITEL VII. - OPHEFFINGS- EN SLOTBEPALINGEN Art. 135.Het koninklijk besluit van 28 augustus 1970 houdende statuut van het voorlopig benoemde personeel van de griffies en parketten, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 november 1983, wordt opgeheven Art. 136.Het koninklijk besluit van 6 december 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 06/12/2000 pub. 16/12/2000 numac 2000009990 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit houdende toekenning van een maandelijkse forfaitaire toelage aan de gerechtelijke technische assistenten van de parketten en aan de personeelsleden van de griffies en de parketsecretariaten die belast zijn met het besturen van wagens bestemd voor het vervoer van personen sluiten houdende toekenning van een maandelijkse forfaitaire toelage aan de gerechtelijke technische assistenten van de parketten en aan de personeelsleden van de griffies en de parketsecretariaten die belast zijn met het besturen van wagens bestemd voor het vervoer van personen wordt opgeheven. Art. 137.Het koninklijk besluit van 22 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/2006 pub. 24/11/2006 numac 2006009638 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot herziening van de loopbanen en de bezoldiging van het personeel van de griffies en de parketsecretariaten sluiten2 tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 maart 1996 houdende vereenvoudiging van de loopbaan en vaststelling van de bezoldigingsregeling van sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht bijstaan en tot toekenning van een integratiepremie voor de personeelsleden van de niveaus 3 en 4, wordt opgeheven. Art. 138.Dit besluit treedt in werking op dezelfde datum als de wet van 10 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/06/2006 pub. 24/11/2006 numac 2006009638 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot herziening van de loopbanen en de bezoldiging van het personeel van de griffies en de parketsecretariaten sluiten tot herziening van de loopbanen en de bezoldiging van het personeel van de griffies en de secretariaten van de parketten, met uitzondering van : - de artikelen 50, § 3, en 55, tweede lid, die in werking treden op 1 september 2007; - artikel 132 dat in werking treedt op de eerste dag van de vijfentwintigste maand na die waarin voornoemde wet in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt. Art. 139.De artikelen 50, § 2, en 55, eerste lid, treden buiten werking op 1 september 2007. Art. 140.Onze Ministers zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Ambtenarenzaken, Ch. DUPONT De Minister van Begroting, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE De Minister van Werk, P. VAN VELTHOVEN Bijlage I. Functiefamilies -
- a)voor het niveau B : - administratieve ondersteuning - documentatiebeheer - dossierbeheer - logistieke ondersteuning - leiding geven - ICT-deskundige - vertaling - budgetbeheer - veiligheids- en welzijnsdeskundige
- b)voor het niveau C : - administratieve ondersteuning - budgetbeheer - documentatiebeheer - dossierbeheer - logistieke ondersteuning - onthaal - leiding geven - informatica-assistent - veiligheids- en welzijnsassistent
- c)voor het niveau D - administratieve ondersteuning - budgetbeheer - dossierbeheer - onthaal - leiding geven - keuken en bediening - veiligheid - onderhoud - transport - ICT-ondersteuning - technische ondersteuning Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 10 november 2006 betreffende het statuut, de loopbaan en de bezoldigingsregeling van het personeel van griffies en parketsecretariaten. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Ambtenarenzaken, Ch. DUPONT De Minister van Begroting, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE De Minister van Werk, P. VAN VELTHOVEN Bijlage II. - Weddenschalen bij integratie Niveau D Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 10 november 2006 betreffende het statuut, de loopbaan en de bezoldigingsregeling van het personeel van griffies en parketsecretariaten ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie Mevr. L. ONKELINX De Minister van Ambtenarenzaken, Ch. DUPONT De Minister van Begroting, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE De Minister van Werk, P. VAN VELTHOVEN Bijlage III. - Weddenschalen vanaf 01.09.2007 Niveau D Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 10 november 2006 betreffende het statuut, de loopbaan en de bezoldigingsregeling van het personeel van griffies en parketsecretariaten ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie Mevr. L. ONKELINX De Minister van Ambtenarenzaken, Ch. DUPONT De Minister van Begroting, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE De Minister van Werk, P. VAN VELTHOVEN Bijlage IV. - Weddenschalen in uitdoving voormalig niveau 4 Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 10 november 2006 betreffende het statuut, de loopbaan en de bezoldigingsregeling van het personeel van griffies en parketsecretariaten ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie Mevr. L. ONKELINX De Minister van Ambtenarenzaken, Ch. DUPONT De Minister van Begroting, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE De Minister van Werk, P. VAN VELTHOVEN Bijlage V. - Conversietabel niveau D tot B. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 10 november 2006 betreffende het statuut, de loopbaan en de bezoldigingsregeling van het personeel van griffies en parketsecretariaten ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie Mevr. L. ONKELINX De Minister van Ambtenarenzaken, Ch. DUPONT De Minister van Begroting, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE De Minister van Werk, P. VAN VELTHOVEN Bijlage VI. Weddenschalen in uitdoving voormalige niveaux 3, 2+ en 2 Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 10 november 2006 betreffende het statuut, de loopbaan en de bezoldigingsregeling van het personeel van griffies en parketsecretariaten ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie Mevr. L. ONKELINX De Minister van Ambtenarenzaken, Ch. DUPONT De Minister van Begroting, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE De Minister van Werk, P. VAN VELTHOVEN Bijlage VII. Bijlage III bij het koninklijk besluit van 19 maart 1996 Niveau 1 Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 10 november 2006 betreffende het statuut, de loopbaan en de bezoldigingsregeling van het personeel van griffies en parketsecretariaten ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie Mevr. L. ONKELINX De Minister van Ambtenarenzaken, Ch. DUPONT De Minister van Begroting, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE De Minister van Werk, P. VAN VELTHOVEN