(1)Artikel 63, § 1, van de wet van 12 juni 1991 bepaalt dat elke kredietbemiddelaar de consument op de hoogte moet brengen van zijn hoedanigheid van kredietbemiddelaar, alsook van de aard en de draagwijdte van zijn bevoegdheden, zowel in zijn reclame als in de documenten bestemd voor het cliënteel, maar strekt de ontworpen regeling niet tot rechtsgrond, ook niet voor wat in artikel 1, § 1, 1°, van het ontwerp ten aanzien van de kredietbemiddelaar wordt bepaald. Artikel 2 van het ontwerp vindt rechtsgrond in artikel 6, 1, van de wet van 14 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/07/1991 pub. 14/01/2008 numac 2007001065 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1991 pub. 28/11/2007 numac 2007000956 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, naar luid waarvan de Koning, voor de producten en diensten of categorieën van producten en diensten die Hij aanwijst, bijzondere regels kan stellen inzake de prijsaanduiding en de aankondigingen van de prijsverminderingen en prijsvergelijkingen. Onderzoek van de tekst Aanhef
- Rekening houdende met wat is opgemerkt omtrent de rechtsgrond van het ontwerp, redigere men het eerste lid van de aanhef als volgt : « Gelet op de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet, inzonderheid op artikel 5, § 3, ingevoegd bij de wet van 24 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/03/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003011117 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet sluiten;».
- Uit de aan de Raad van State, afdeling wetgeving, meegedeelde documenten blijkt dat de Raad voor het Verbruik op 30 juni 2004 heeft geadviseerd over de ontworpen regeling.Op het einde van het derde lid van de aanhef van het ontwerp vervange men derhalve de datum van "24 mei 2004" door die van "30 juni 2004".
- Men late het lid van de aanhef waarin wordt verwezen naar het advies van de Raad van State aanvangen als volgt : « Gelet op advies 39.236/1 van de Raad van State, gegeven op 25 oktober 2005, met toepassing van...; ». Artikel 1
- In de Franse tekst van artikel 1, § 1, 2°, van het ontwerp moet worden geschreven : « Si selon le type de contrat de crédit,... » in plaats van « Si selon le type de crédit,... » . Tevens valt op te merken dat, in tegenstelling tot wat in de Nederlandse tekst het geval is, in de Franse tekst niet wordt bepaald dat de verwijzing naar de overige prospectussen "uitdrukkelijk" dient te gebeuren.
- In artikel 1, § 1, 7°, van het ontwerp, stemmen de woorden "regelen gesteld in en krachtens artikel 9 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet", in de Nederlandse tekst, niet volledig overeen met de woorden "règles fixées par l'article 9 de la loi du 4 août 1992 relative au crédit hypothécaire", in de Franse tekst.De redactie van de beide teksten zou op dat punt meer eenvormig moeten worden gemaakt.
- Ter wille van de leesbaarheid schrijve men in artikel 1, § 2, van het ontwerp "gegevens bedoeld in § 1, 3° tot 6°, en 11°,". Artikel 2
- In de inleidende zin van artikel 2 van het ontwerp moet melding worden gemaakt van het wijzigende koninklijk besluit van 11 december 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/12/2001 pub. 22/12/2001 numac 2001003651 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende het opeisingsrecht van verlaten gebouwen, bedoeld in artikel 74 van de wet van 2 januari 2001 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen type koninklijk besluit prom. 11/12/2001 pub. 20/12/2001 numac 2001010027 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen sluiten en niet van het koninklijk besluit van 22 december 2001.
- Duidelijkheidshalve kan worden overwogen om de ontworpen bepaling onder artikel 2 van het ontwerp te redigeren als volgt : « Eén of meer prospectussen, verplicht gesteld bij artikel 5, § 3, van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet, zijn beschikbaar ». De kamer was samengesteld uit : De heren : M. Van Damme, kamervoorzitter; J. Baert en W. Van Vaerenbergh, staatsraden; A. Spruyt en M. Rigaux, assessoren van de afdeling wetgeving; Mevr. G. Verberckmoes, griffier. Het verslag werd uitgebracht door de heer P. Depuydt, eerste auditeur-wnd. afdelingshoofd. De overeenstemming tussen de Nederlandse en de Franse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer M. Van Damme. De griffier, G. Verberckmoes. De voorzitter, M. Van Damme. 11 JANUARI
- - Koninklijk besluit tot bepaling van de financiële gegevens die in de prospectus, bedoeld in artikel 5, § 3, van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet dienen vermeld te worden ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet, inzonderheid op artikel 5, § 3, ingevoegd bij de wet van 24 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/03/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003011117 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet sluiten; Gelet op de wet van 14 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/07/1991 pub. 14/01/2008 numac 2007001065 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1991 pub. 28/11/2007 numac 2007000956 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, inzonderheid op de artikel 6, 1; Gelet op het advies van de Raad voor het Verbruik, gegeven op 30 juni 2004; Gelet op advies 39.236/1 van de Raad van State, gegeven op 25 oktober 2005, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Minister van Economie en Onze Minister van Consumentenzaken, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.§
- De prospectus, bedoeld in artikel 5, § 3, van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet, moet minstens de volgende gegevens bevatten : 1° de naam, voornaam of de vennootschapsnaam, de woonplaats of de maatschappelijke zetel en het ondernemingsnummer van de kredietgever en van, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar;2° een beschrijving van de aangeboden types kredietovereenkomsten. Indien er naargelang het type van kredietovereenkomst meerdere prospectussen worden aangeboden dient iedere prospectus uitdrukkelijk te verwijzen naar de overige prospectussen; 3° voor ieder type kredietovereenkomst : a) het kredietbedrag en de looptijd;b) de betalingsregeling;c) een cijfervoorbeeld opgemaakt aan de hand van een kredietbedrag, looptijd, kredietopnemings- en betalingsregeling die representatief zijn voor het aanbod van de kredietgever.Dit voorbeeld moet het toepasselijke jaarlijkse kostenpercentage vermelden, alle berekeningselementen en, desgevallend, de gehanteerde veronderstellingen; 4° voor ieder type kredietopening : de debetrentevoet of, desgevallend, de verschillende debetrentevoeten toepasselijk in functie van de opgenomen bedragen, evenals de terugkerende en niet-terugkerende kosten;5° een ondubbelzinnige, leesbare en goed zichtbare verwittiging dat het jaarlijkse kostenpercentage kan verschillen naargelang het kredietbedrag, de looptijd van de kredietovereenkomst, de kredietopnemingsregeling of de betalingsregeling, evenals toelichtingen die aanduiden hoe de consument een aangepast cijfervoorbeeld kan bekomen;6° in voorkomend geval, voor ieder type kredietovereenkomst, de verschillende jaarlijkse kostenpercentages die bij voorkeur worden toegepast, alsook de toekenningsvoorwaarden;7° in voorkomend geval, de voorwaarden en modaliteiten van verandering van het jaarlijkse kostenpercentage en de gebruikte referte-indexen, overeenkomstig de regelen gesteld bij artikel 9 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet;8° de bijzondere of beperkende voorwaarden waaraan de kredietovereenkomst onderworpen kan zijn, onder meer inzake de voorwaarden tot kredietopneming;9° de precieze aard van de zekerheden die door de kredietgever gewoonlijk worden geëist;10° in voorkomend geval, de kosten gevraagd door de kredietgever, die niet in het jaarlijkse kostenpercentage begrepen zijn;11° de datum vanaf wanneer de prospectus van toepassing is. §
- De gegevens bedoeld in § 1, 3° tot 6°, en 11°, mogen afzonderlijk bij de prospectus worden gevoegd op voorwaarde dat die bijvoeging gedagtekend is en vermeld wordt in de prospectus zelf. Art. 2.In de bijlage bij het koninklijk besluit van 23 maart 1995 betreffende de prijsaanduiding van homogene financiële diensten, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 1 maart 1998, 10 oktober 2000, 13 juli 2001 en 11 december 2001 worden de bepalingen onder « VII Consumentenkrediet » vervangen door de volgende bepalingen : « Eén of meer prospectussen, verplicht gesteld bij artikel 5, § 3, van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet, zijn beschikbaar. » Art. 3.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de vierde maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Art. 4.Onze Minister bevoegd voor Economie en Onze Minister bevoegd voor Consumentenzaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 11 januari
- ALBERT Van Koningswege : De Minister van Economie, M. VERWILGHEN De Minister van Consumentenzaken, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE