5 JULI 2006. - Koninklijk besluit betreffende de aanwijzing en de beroepsbekwaamheid van veiligheidsadviseurs voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over de binnenwateren
§ 1
.8.3.18 van bijlage A bij het ADR, afgeleverd door een Verdragspartij van het ADR wordt tijdens zijn gehele geldigheidsduur aanvaard. § 3. Elk scholingscertificaat
§ 1
.8.3.18 van het RID, afgeleverd door een Verdragspartij van het COTIF wordt tijdens zijn gehele geldigheidsduur aanvaard. § 4. Elk scholingscertificaat
§ 1
.8.3.18 van het ADNR, afgeleverd door een Rijnoeverstaat wordt tijdens zijn gehele geldigheidsduur aanvaard. HOOFDSTUK IV. - Scholing Art. 10.Om het scholingscertificaat te behalen, moet de kandidaat een scholing krijgen en slagen voor het overeenstemmend examen. Art. 11.De scholing heeft in de eerste plaats tot doel voldoende kennis te verschaffen over de aan het vervoer van gevaarlijke goederen verbonden gevaren en een voldoende kennis bij te brengen van de wettelijke, reglementaire en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de betrokken takken van vervoer en van de in bijlage I omschreven taken. Art. 12.§
- De in artikel 10 bedoelde scholing is beperkt tot één van de volgende categorieën van gevaarlijke goederen : 1° die van klasse 1;2° die van klasse 7;3° die van klasse 2;4° die van alle klassen, behoudens de klassen 1, 2 en 7;5° die geïdentificeerd door de UN-nummers 1202, 1203 en
- §
- Voor iedere in artikel 12, § 1 bedoelde categorie van gevaarlijke goederen bestaat de scholing uit een deel dat gemeenschappelijk is voor het vervoer over de weg, per spoor en over de binnenwateren en uit één of meerdere delen die specifiek zijn aan een vervoerswijze. §
- Indien de kandidaat reeds in het bezit is van een scholingscertificaat geldig voor alle klassen behoudens de klassen 1, 2 en 7, kan de bevoegde overheid vrijstelling verlenen van bepaalde delen van de scholing voor wat betreft de klasse
- §
- De bevoegde overheid bepaalt de overige nadere regels met betrekking tot de praktische organisatie van de scholing. Art. 13.De scholing voor de gevaarlijke goederen van de klasse 7 wordt georganiseerd door het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle of door een overeenkomstig hoofdstuk V erkende instelling. HOOFDSTUK V. - Erkenning en verplichtingen van de instellingen die de scholing verstrekken Art. 14.§
- De bevoegde overheid erkent de instellingen die de in artikel 10 beoogde scholing verstrekken voor één of meerdere van de in artikel 12 vernoemde vervoerswijzen en categorieën van gevaarlijke goederen die onder haar bevoegdheid vallen, en schorst of trekt in voorkomend geval de erkenning weer in. §
- De bevoegde overheid maakt de erkenning, de schorsing en het intrekken bij wijze van uittreksel bekend in het Belgisch Staatsblad. Art. 15.Om erkend te kunnen worden voor het verstrekken van de in artikel 10 bedoelde scholing moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden : 1° het statuut bezitten van : - scholingscentrum opgericht door de openbare overheid of door de instellingen die er van afhangen, of - onderwijsinstelling opgericht of erkend door de Gemeenschappen, of - private instelling opgericht als vereniging zonder winstgevend doel, of - officiële beroepsvereniging, of - instelling van openbaar nut;2° de scholingen waarvoor de erkenning wordt gevraagd, enkel op het Belgisch grondgebied verstrekken;3° beschikken over een gepaste infrastructuur alsook het lesmateriaal dat nodig is om de scholing te verstrekken voor groepen van ten minste 10 personen;4° niet meer dan 30 kandidaten per cyclus aanvaarden;5° ten minste twee weken vooraf de in artikel 2 genoemde gemachtigde van de bevoegde overheid inlichten omtrent de datum, de plaats en de taal van iedere scholing. Art. 16.§
- De aanvraag tot erkenning van instellingen die de scholingen verstrekken wordt schriftelijk ingediend bij de in artikel 2 genoemde gemachtigde van de bevoegde overheid. §
- Deze aanvraag dient de volgende gegevens te bevatten : 1° de benaming, het statuut en het adres van de instelling;2° een lijst van de in artikel 12 bedoelde categorieën van gevaarlijke goederen en vervoerswijzen waarvoor de erkenning wordt aangevraagd en een gedetailleerd leerplan dat de onderwezen onderwerpen preciseert en het tijdschema en de geplande lesmethodes aangeeft;3° de lijst van de personen die de scholingen zullen geven, met opgave, voor elk van hen, van de volgende gegevens : - naam, voornaam, volledig adres en nummer van de identiteitskaart of van het paspoort; - de kwalificaties van de lesgevers en de domeinen waarin ze werkzaam zijn; - de aard van zijn juridische band met de instelling die de aanvraag indient; 4° de taal of talen waarin de cursussen verstrekt zullen worden;5° een beschrijving van de infrastructuur en van het lesmateriaal dat ter beschikking staat, met opgave van het adres van de lokalen alsook de aard en de hoeveelheid van het gebruikte lesmateriaal;6° het bedrag van het inschrijvingsrecht dat zal gevraagd worden;7° een verklaring waarin de instelling zich verbindt om te voldoen aan de voorwaarden van artikel 15, 2°, 4° en 5°. §
- De instelling brengt de in § 1 bedoelde gemachtigde onmiddellijk op de hoogte van elke wijziging van de in § 2 omschreven gegevens. Art. 17.§
- De erkenning van de instelling die : - ofwel niet meer voldoet aan de in artikel 15 voorziene vereisten; - ofwel de verplichtingen van dit besluit of van de ministeriële besluiten genomen krachtens dit besluit of van de haar verstrekte nadere regels met betrekking tot de praktische organisatie van de scholing niet correct naleeft; kan voor een termijn van minstens twee maanden en hoogstens zes maanden geschorst worden nadat de verantwoordelijke van de instelling de mogelijkheid heeft gehad om zich te verantwoorden. §
- Indien er ondanks een voorafgaande schorsingsmaatregel en nadat de verantwoordelijke van de instelling de mogelijkheid heeft gehad om zich te verantwoorden, wordt vastgesteld dat de in het eerste lid genoemde voorwaarden nog altijd niet nageleefd worden, wordt de erkenning van de instelling ambtshalve ingetrokken. §
- Gedurende de schorsingsperiode of na de beslissing tot intrekking mag geen enkele scholing beginnen. §
- De schorsing en de intrekking worden per aangetekend schrijven aan de instelling betekend. Art. 18.De instellingen, bedoeld in artikel 14, houden een jaarregister waarin per volgnummer worden vermeld : de identiteit van de ingeschreven kandidaten, de inschrijvingsdatum, de datum van de gegeven lessen met vermelding, zonder enig wit vlak of leemte, van de aanwezigheid of afwezigheid van de kandidaten. Een kolom moet worden bestemd voor eventuele opmerkingen. Deze gegevens kunnen ook opgeslagen worden op dragers voor geïnformatiseerde dataverwerking. Deze gegevens worden gedurende ten minste zes jaar bewaard. HOOFDSTUK VI. - Examens Art. 19.§
- Het examen bestaat, voor iedere in artikel 12 bedoelde categorie van gevaarlijke goederen, uit een deel dat gemeenschappelijk is voor het vervoer over de weg, per spoor en over de binnenwateren en uit één of meerdere delen die specifiek zijn aan een vervoerswijze. §
- De kandidaat kan enkel deelnemen aan de examens die betrekking hebben op de categorie van gevaarlijke goederen en de delen waarvoor hij de in artikel 10 bedoelde scholing heeft gevolgd. §
- Elk deel van het examen bestaat uit een schriftelijke proef, waarbij aan de kandidaten een vragenlijst wordt voorgelegd. De vragenlijsten van het gemeenschappelijk deel en van om het even welk deel dat specifiek is aan een vervoerswijze moeten samen bestaan uit minstens 20 open vragen die ten minste betrekking hebben op de in de lijst van bijlage III vermelde onderwerpen. Het is evenwel mogelijk meerkeuzevragen te gebruiken. In dat geval tellen twee meerkeuzevragen als één open vraag. Bij de onderwerpen moet, telkens aangepast aan de betrokken vervoerswijze, bijzondere aandacht worden besteed aan de volgende onderwerpen : - algemene preventie- en veiligheidsmaatregelen; - classificatie van gevaarlijke goederen; - algemene verpakkingsvoorschriften, met name tanks, tankcontainers en tankwagens; - de opschriften en gevaarsetiketten; - de aanduidingen op het vervoerdocument; - het laden, lossen en stouwen; - de beroepsopleiding van de bemanning; - de boorddocumenten en de keuringsdocumenten van het voertuig; - de veiligheidsinstructies; - de eisen met betrekking tot het vervoermaterieel. §
- Elk deel van het examen dat specifiek is aan een vervoerswijze omvat een met bijlage I samenhangende analyse van een specifiek geval; elke kandidaat dient deze uit te voeren om aan te tonen dat hij in staat is de taken van een adviseur te vervullen. §
- Om te slagen voor het examen moet de kandidaat ten minste 60 % van de punten halen op elk deel ervan. §
- Per categorie van gevaarlijke goederen moet een kandidaat maar één maal slagen voor het deel van het examen dat gemeenschappelijk is voor het vervoer over de weg, per spoor en over de binnenwateren. Art. 20.§
- De bevoegde overheid stelt een examencommissie aan voor klasse 1, een voor klasse 7 en een voor de andere klassen. §
- De examencommissie voor de andere klassen dan klassen 1 en 7 bestaat uit : 1° een voorzitter;deze is de Directeur-generaal van het Directoraat-generaal Vervoer te Land; 2° twee ondervoorzitters, waarvan één aangeduid wordt door de Directeur-generaal van het Directoraat-generaal Vervoer te Land en de andere door de Directeur-generaal van het Directoraat-generaal Maritiem Vervoer;3° vier ambtenaren, aangeduid door de Directeur-generaal van het Directoraat-generaal Vervoer te Land;4° een ambtenaar, aangeduid door de Directeur-generaal van het Directoraat-generaal Maritiem Vervoer;5° een secretaris, aangeduid door de Directeur-generaal van het Directoraat-generaal Vervoer te Land. Er is evenwel een onverenigbaarheid tussen het lidmaatschap van die examencommissie en een bestuursfunctie in de instelling bedoeld in artikel
- §
- De examencommissie voor de klasse 7 bestaat uit : 1° een voorzitter : de in artikel 2 aangeduide gemachtigde;2° een ondervoorzitter, aangeduid door de voorzitter;3° drie deskundigen, aangeduid door de voorzitter, waarvan een het secretariaat waarneemt. §
- De examencommissie voor de klasse 1 bestaat uit : 1° een voorzitter : de in artikel 2 aangeduide gemachtigde;2° een ondervoorzitter, aangeduid door de voorzitter;3° drie ambtenaren, aangeduid door de voorzitter, waarvan een het secretariaat waarneemt. §
- De examencommissies beraadslagen op geldige wijze als ten minste de helft van de leden aanwezig is. §
- De vergadering wordt voorgezeten door de voorzitter of bij zijn afwezigheid door de ondervoorzitter. §
- De beslissingen van de examencommissies worden genomen bij meerderheid van stemmen van de aanwezige leden. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter van de vergadering beslissend. §
- De examencommissie voor klasse 1 houdt zich bezig met de examens die betrekking hebben op de gevaarlijke goederen van klasse
- De examencommissie voor klasse 7 houdt zich bezig met de examens die betrekking hebben op de gevaarlijke goederen van klasse
- De examencommissie voor de andere klassen houdt zich bezig met de examens die betrekking hebben op de gevaarlijke goederen van klasse 2, de gevaarlijke goederen van alle klassen behoudens klassen 1, 2 en 7, en de gevaarlijke goederen die geïdentificeerd worden door de UN-nummers 1202, 1203 en
- §
- De examencommissies stellen de vragen op voor de examens en leggen er een verzameling van aan. Deze vragen worden binnen de zes maand na hun ingebruikname toegezonden aan de Europese Commissie. §
- De examencommissies stellen de procedures en regels vast met betrekking tot : - de examenzittingen; - de inschrijving van de kandidaten voor de examens; - de keuze van de vragen en de verbetering van de antwoorden; - het mededelen van de resultaten van de examens. §
- De examencommissies duiden de verbeteraars aan. Art. 21.De bevoegde overheid kan instellingen erkennen om de examencommissie bij te staan voor de materiële organisatie van de examens. Ze trekt in voorkomend geval deze erkenning in nadat de verantwoordelijke van de instelling de mogelijkheid heeft gehad om zich te verantwoorden. Deze instellingen is het toegelaten om de inschrijvingskosten voor de examens te innen bij de kandidaten. De inschrijvingskosten dekken de kosten van de organisatie en van de verbetering. De bevoegde overheid geeft haar goedkeuring over het bedrag. De inschrijving voor de examens is slechts ontvankelijk als de inschrijvingskosten betaald zijn. Deze zijn slechts terugbetaalbaar in geval van overmacht. De bevoegde overheid maakt de erkenning en het intrekken ervan bij wijze van uittreksel bekend in het Belgisch Staatsblad. Art. 22.De erkenningvoorwaarden voor de in artikel 21 bedoelde instelling - hierna « examencentrum » genoemd - zijn de volgende : 1° het statuut bezitten van : - scholingscentrum opgericht door de openbare macht of door de instellingen die er van afhangen, of - onderwijsinstelling opgericht of erkend door de Gemeenschappen, of - private instelling opgericht als vereniging zonder winstgevend doel, of - instellingen van openbaar nut;2° geen scholingsactiviteit uitoefenen zoals bedoeld in artikel 10;3° een ervaring van ten minste 3 jaar bezitten in het organiseren van examens in het algemeen;4° onafhankelijk zijn tegenover enige natuurlijke of rechtspersoon die adviseurs in dienst heeft;5° beantwoorden aan het in bijlage V opgenomen lastenboek, dat de rechten en de plichten van het examencentrum vastlegt;6° over personeel beschikken dat een toereikende kennis bezit op het gebied van het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor en over de binnenwateren. Art. 23.De erkenning van het examencentrum dat : - ofwel niet meer voldoet aan de erkenningvoorwaarden van artikel 22, - ofwel de verplichtingen van onderhavig besluit of van de ministeriële besluiten genomen krachtens dit besluit of van de haar door de examencommissie verstrekte nadere regels met betrekking tot de praktische organisatie van de examens niet correct naleeft, wordt ingetrokken nadat de verantwoordelijke van de instelling de mogelijkheid heeft gehad om zich te verantwoorden. Art. 24.De bevoegde overheid of de in artikel 20 aangewezen examencommissie stelt de overige nadere regels vast met betrekking tot de examens die onder hun bevoegdheid vallen. HOOFDSTUK VII. - Afgifte van de scholingscertificaten Art. 25.De scholingscertificaten worden in de maand die volgt op het examen afgeleverd door de in artikel 20 beoogde examencommissies onder de handtekening van een daartoe door hun voorzitter aangeduid lid, behoudens voor de scholingscertificaten geldig voor de klasse 7 die door de bevoegde overheid voor deze klasse worden afgeleverd. Art. 26.§
- Als het scholingscertificaat is verloren gegaan, gestolen, beschadigd, onleesbaar geworden of vernield, kan een duplicaat aangevraagd worden bij de gemachtigde van de bevoegde overheid, behoudens voor scholingscertificaten geldig voor de klasse 7 waar een duplicaat dient aangevraagd te worden bij de bevoegde overheid. §
- Om een duplicaat te verkrijgen : - doet de houder bij de dichtst bijgelegen politiedienst aangifte van het verlies, van de diefstal of van de vernietiging van zijn getuigschrift en hij voegt bij zijn aanvraag het attest van die aangifte; - dient het te vervangen certificaat bij de aanvraag om een duplicaat gevoegd te worden als dit wordt aangevraagd om een andere reden dan diefstal, verlies of vernietiging. §
- Het scholingscertificaat dat vervangen werd door een duplicaat verliest zijn geldigheid. Indien de houder, nadat hem een duplicaat is afgegeven, opnieuw in het bezit komt van het gestolen of verloren scholingscertificaat, dient hij dit onmiddellijk terug te bezorgen aan de overheid die het heeft afgegeven. §
- Op elk duplicaat wordt de vermelding « DUPLICAAT » op duidelijke wijze aangebracht. §
- De duplicaten van scholingscertificaten worden afgegeven door de examencommissie, onder de handtekening van een daartoe door zijn voorzitter aangeduid lid, behoudens voor scholingscertificaten geldig voor de klasse 7 die afgegeven worden door de bevoegde overheid. Art. 27.De bevoegde overheid of de in artikel 20 aangewezen examencommissie bepaalt de overige regels met betrekking tot de afgifte van de scholingscertificaten. HOOFDSTUK VIII. - Verlenging van het scholingscertificaat Art. 28.De geldigheid van het scholingscertificaat wordt telkenmale met vijf jaar verlengd indien de houder in de loop van het jaar dat aan de vervaldag van zijn certificaat voorafgaat in een controletest is geslaagd. Art. 29.Onverminderd de bepalingen van artikel 29 vangt de nieuwe geldigheidsperiode aan vanaf de vervaldatum van het certificaat. Art. 30.De controletest kan één of meer vervoerswijzen behelzen en is beperkt tot één van de volgende categorieën van gevaarlijke goederen : 1° die van klasse 1;2° die van klasse 7;3° die van klasse 2;4° die van alle klassen, behoudens de klassen 1, 2 en 7;5° die geïdentificeerd door de UN-nummers 1202, 1203 en
- Enkel de vervoerswijzen en de categorie waarvoor het getuigschrift geldig is komen in aanmerking. Art. 31.§
- De in artikel 28 bedoelde controletesten moeten ofwel voldoen aan de voorschriften opgelegd in artikel 32, ofwel aan de voorschriften opgelegd in artikel
- §
- De voorschriften opgelegd in artikel 33 gelden niet voor de controletesten die betrekking hebben op de gevaarlijke goederen van de klassen 1 en
- Art. 32.De voorschriften van artikelen 19 tot en met 24 betreffende de examens zijn, met uitzondering van artikel 19, § 2 en § 4, bij analogie van toepassing op de in artikel 28 bedoelde controletesten. Art. 33.§
- De voorschriften van artikel 19, § 1, § 3, § 5 en § 6, artikel 20 en artikel 24 betreffende de examens zijn bij analogie van toepassing op de in artikel 28 bedoelde controletesten. §
- De instellingen die erkend zijn op basis van artikel 34, § 3, zijn automatisch ook erkend om de examencommissie bij te staan voor de materiële organisatie van de controletesten. Deze instellingen mogen de examencommissie enkel bijstaan voor de materiële organisatie van de controletesten die betrekking hebben op de categorieën van gevaarlijke goederen en de delen waarvoor zij op basis van artikel 34, § 3 de erkenning bekomen hebben. Het is deze instellingen toegelaten om de inschrijvingskosten voor de controletesten te innen bij de kandidaten. De inschrijvingskosten dekken de kosten van de organisatie en van de verbetering. De inschrijving voor de controletesten is slechts ontvankelijk als de inschrijvingskosten betaald zijn. Deze zijn slechts terugbetaalbaar in geval van overmacht. §
- De kandidaat kan enkel deelnemen aan de controletesten die betrekking hebben op de categorie van gevaarlijke goederen en de delen waarvoor hij de in artikel 34 bedoelde bijscholing heeft gevolgd. Daarbij mag hij niet langer afwezig geweest zijn dan hetgeen in § 6 van artikel 34 is vastgelegd. Hij dient de controletest(en) af te leggen bij de instelling waar hij de overeenstemmende bijscholing(en) heeft gevolgd. §
- Wanneer de instelling de verplichtingen van onderhavig besluit of van de ministeriële besluiten genomen krachtens dit besluit of van de haar door de examencommissie verstrekte nadere regels met betrekking tot de praktische organisatie van de examens niet correct naleeft, trekt de bevoegde overheid de in § 2 vermelde erkenning in nadat de verantwoordelijke van de instelling de mogelijkheid heeft gehad om zich te verantwoorden. Art. 34.§
- De bijscholing heeft in de eerste plaats tot doel te verzekeren dat de kandidaat nog altijd de nodige kennis bezit om de in bijlage I opgesomde taken van de veiligheidsadviseur na te komen, inzonderheid van de bepalingen die ingevoerd werden na de datum van zijn laatste examen of controletest. §
- De voorschriften van artikel 12 en 18 betreffende de scholing zijn bij analogie van toepassing op de bijscholing. §
- De voorschriften van artikelen 14 tot en met 17 betreffende de instellingen die de scholing verstrekken zijn bij analogie van toepassing op de instellingen die de bijscholing verstrekken. De instellingen die de bijscholing verstrekken moeten : - tijdens de controletesten de kandidaten op voldoende afstand plaatsen om de objectiviteit en het correcte verloop ervan te garanderen; - een informaticasysteem installeren met de directie « vervoer van gevaarlijke stoffen » voor de overdracht van gegevens betreffende de kandidaten en de controletesten; - de resultaten van de controletesten en de gegevens betreffende de kandidaten in de kortste tijd aan de directie « vervoer van gevaarlijke stoffen » overmaken, d.w.z. in principe binnen de twee weken die volgen op het examen; indien om een belangrijke reden deze termijn meer dan twee weken bedraagt, moet de instelling het uitstel bij de examencommissie motiveren; - systematisch de aanwezigheid garanderen van één of meer opzichters in voldoende aantal om een correct verloop van de controletesten te verzekeren (één opzichter per 50 kandidaten of gedeelte ervan); - zich schikken naar de beslissingen van de examencommissie; meer bepaald verplicht ze zich er toe het examenreglement opgesteld door de examencommissie na te leven en te doen naleven. §
- De minimale duur van de bijscholingen is de volgende : - bijscholing voor één categorie van gevaarlijke goederen : 18 uren voor het initieel deel dat specifiek is aan een welbepaalde vervoerswijze en 3 uren per bijkomend deel dat specifiek is aan een andere vervoerswijze; - bijscholing voor elke bijkomende categorie van gevaarlijke goederen : 6 uren voor het initieel deel dat specifiek is aan een welbepaalde vervoerswijze en 3 uren per bijkomend deel dat specifiek is aan een andere vervoerswijze. §
- Per dag mag niet meer dan zes uur opleiding verstrekt worden. §
- Tijdens het volgen van het in § 4 van onderhavig artikel omschreven initieel deel van de bijscholing dat specifiek is aan een welbepaalde vervoerswijze voor één categorie van gevaarlijke goederen, mogen de kandidaten niet langer afwezig zijn dan 3 uur. Tijdens het volgen van elke in § 4 van onderhavig artikel omschreven bijscholing voor elke bijkomende categorie van gevaarlijke goederen of elke bijkomende vervoerswijze, mogen de kandidaten niet afwezig zijn. §
- De bevoegde overheid bepaalt de overige regels met betrekking tot de praktische organisatie van de bijscholing. Art. 35.De scholingscertificaten worden verlengd door de in artikel 33, § 1 beoogde examencommissies onder de handtekening van een daartoe door hun voorzitter aangeduid lid, behoudens voor de scholingscertificaten geldig voor de klasse 7 die door de bevoegde overheid voor deze klasse worden afgeleverd. Art. 36.De bevoegde overheid of de via artikel 33, § 1 aangewezen examencommissie bepaalt de overige nadere regels met betrekking tot de afgifte van de verlengde scholingscertificaten. HOOFDSTUK IX. - Controlebepalingen Art. 37.De bevoegde overheid neemt alle noodzakelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat de veiligheidsadviseur zijn taken daadwerkelijk kan vervullen. Art. 38.Teneinde de controles te bepalen en te verbeteren, wordt geregeld overleg gepleegd tussen de bevoegde overheden op initiatief van de Minister tot wiens bevoegdheid het vervoer van gevaarlijke goederen behoort. HOOFDSTUK X.. - Overgangsbepalingen Art. 39.§
- De scholingscertificaten die voor het van kracht worden van dit besluit afgegeven werden blijven tot hun vervaldag geldig. §
- De erkenningen bedoeld in artikelen 14 en 21, voor het in voege treden van dit besluit afgeleverd, blijven geldig. HOOFDSTUK XI. - Slotbepalingen Art. 40.Het koninklijk besluit van 1 juli 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/07/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999014186 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende de aanwijzing en de beroepsbekwaamheid van veiligheidsadviseurs voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over de binnenwateren sluiten betreffende de aanwijzing en de beroepsbekwaamheid van veiligheidsadviseurs voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over de binnenwateren, wordt opgeheven. Art. 41.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Art. 42.Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Onze Minister van Economie en Onze Minister van Mobiliteit zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 5 juli
- ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, M.VERWILGHEN De Minister van Mobiliteit, R. LANDUYT BIJLAGE I LIJST VAN DE TAKEN VAN DE VEILIGHEIDSADVISEUR, BEDOELD IN ARTIKEL 5, § 1 De veiligheidsadviseur is in het bijzonder belast met de volgende taken : - nagaan of de voorschriften betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen worden nageleefd; - de onderneming van advies dienen bij werkzaamheden die verband houden met het vervoer van gevaarlijke goederen; De taken van de adviseur omvatten daarnaast met name de bestudering van de volgende praktijken en procedures met betrekking tot de betrokken activiteiten : - de procedures die er moeten toe leiden dat de voorschriften betreffende de identificatie van de vervoerde gevaarlijke goederen nageleefd worden; - de werkwijze die de onderneming volgt om bij de aankoop van transportmiddelen rekening te houden met alle speciale vereisten, uitgaande van de vervoerde gevaarlijke goederen; - de werkwijzen om het voor het vervoer van gevaarlijke goederen of voor het laden en lossen gebruikte materieel te controleren; - het feit dat de betrokken werknemers van de onderneming een passende opleiding hebben gekregen en deze opleiding in hun dossier vermeld staat; - de invoering van geschikte noodprocedures bij eventuele ongevallen of incidenten die de veiligheid in het gedrang kunnen brengen tijdens het vervoer, het laden of het lossen van gevaarlijke goederen; - het verrichten van analyses en zonodig het opstellen van rapporten over de ongevallen, de incidenten of de ernstige inbreuken, die tijdens het vervoer, het laden of het lossen van gevaarlijke goederen vastgesteld worden; - het invoeren van geschikte maatregelen om een herhaling van ongevallen, voorvallen of ernstige inbreuken te voorkomen; - de manier waarop, bij de keuze en het gebruik van onderaannemers of andere tussenpersonen, rekening gehouden wordt met de wettelijke voorschriften en de bijzondere behoeften betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen; - de controle of het personeel, dat ingezet wordt bij het vervoer, het laden of het lossen van gevaarlijke goederen, beschikt over gedetailleerde uitvoeringsprocedures en instructies; - het voeren van sensibilisatiecampagnes t.o.v. de gevaren die verbonden zijn aan het vervoer, het laden of het lossen van gevaarlijke goederen; - het invoeren van controlemethodes om erop toe te zien dat de veiligheidsdocumenten en -uitrustingen, die het transport moeten begeleiden, zich aan boord van de transportmiddelen bevinden en beantwoorden aan de voorschriften; - het invoeren van controlemethodes om erop toe te zien dat de voorschriften met betrekking tot het laden en lossen worden nageleefd. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 5 juli 2006 betreffende de aanwijzing en de beroepsbekwaamheid van veiligheidsadviseurs voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over de binnenwateren. ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, M. VERWILGHEN De Minister van Mobiliteit, R. LANDUYT BIJLAGE II SCHOLINGSCERTIFICAAT VOOR VEILIGHEIDSADVISEURS VOOR HET VERVOER VAN GEVAARLIJKE GOEDEREN Certificaat nr. : Kenteken van de staat die het certificaat afgeeft : . . . . . B . . . . . Naam : . . . . . Voorna(a)m(en) : . . . . . Geboortedatum en -plaats : . . . . . Nationaliteit : . . . . . Handtekening van de titularis : Geldig tot en met..... . . . . . .................... voor ondernemingen die gevaarlijke goederen vervoeren en voor ondernemingen die met dit vervoer samenhangende laad-, los-, vul- of verpakkigswerkzaamheden verrichten : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
(1)Doorhalen wat niet past. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 5 juli 2006 betreffende de aanwijzing en de beroepsbekwaamheid van veiligheidsadviseurs voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over de binnenwateren. ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, M. VERWILGHEN De Minister van Mobiliteit, R. LANDUYT BIJLAGE III LIJST VAN DE STOF VOOR HET EXAMEN EN DE CONTROLETEST De voor de afgifte van het certificaat in aanmerking te nemen kennis moet ten minste betrekking hebben op de volgende onderwerpen : I. De algemene preventie- en veiligheidsmaatregelen : - kennis van de soorten gevolgen die kunnen ontstaan bij een ongeval waarbij gevaarlijke goederen betrokken zijn; - kennis van de voornaamste oorzaken van ongevallen; II. De nationale bepalingen, communautaire normen en bepalingen van internationale overeenkomsten en akkoorden betreffende de gebruikte tak van vervoer, met name inzake : 1) de classificatie van gevaarlijke goederen : - de procedure voor de classificatie van oplossingen en mengsels; - de structuur van de opsomming van de stoffen; - de klassen van gevaarlijke goederen en de beginselen waarop de classificatie berust; - de aard van de vervoerde gevaarlijke stoffen en voorwerpen; - de fysisch-chemische en toxicologische eigenschappen; 2) de algemene verpakkingsvoorschriften, met inbegrip van tanks en tankcontainers : - de soorten verpakkingen, alsmede de codering en het merken ervan; - de eisen met betrekking tot de verpakkingen en de voorschriften inzake de beproeving van de verpakkingen; - de staat van de verpakking en de periodieke controle; 3) de opschriften en gevaarsetiketten : - de tekst op de gevaarsetiketten; - het aanbrengen en verwijderen van de gevaarsetiketten; - signalisatie en etikettering; 4) de aanduidingen op het vervoersdocument : - de inlichtingen op het vervoersdocument;5) de wijze van verzending, de beperkingen inzake verzending : - wagenlading; - losgestort vervoer; - vervoer in grote recipiënten voor losgestort vervoer; - vervoer in containers; - vervoer in vaste of afneembare tanks; 6) het vervoer van passagiers;7) verbod van en voorzorgen bij samenlading;8) het gescheiden houden van stoffen;9) het beperken van de vervoerde hoeveelheden en de vrijgestelde hoeveelheden;10) de manipulatie en het stouwen : - laden en lossen (vullingsgraad); - stouwen en gescheiden houden; 11) het reinigen en/of ontgassen voor het laden en na het lossen;12) de bemanning : beroepsopleiding;13) de boorddocumenten : - vervoerdocumenten; - schriftelijke richtlijnen; - keuringsdocument van het voertuig; - opleidingsgetuigschrift voor de bestuurders van voertuigen; - opleidingscertificaat voor de binnenvaart; - kopie van elke afwijking; - overige documenten; 14) de veiligheidsinstructies : het toepassen van de instructies en de beschermingsuitrusting van de bestuurder;15) de voorschriften inzake bewaking : het parkeren;16) de regels en beperkingen met betrekking tot het verkeer of de binnenvaart;17) operationele of onvrijwillige lozingen van verontreinigende stoffen;18) de eisen met betrekking tot het vervoermaterieel. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 5 juli 2006 betreffende de aanwijzing en de beroepsbekwaamheid van veiligheidsadviseurs voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over de binnenwateren. ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, M. VERWILGHEN De Minister van Mobiliteit, R. LANDUYT BIJLAGE IV MINIMALE INHOUD VAN HET JAARLIJKS RAPPORT Naam en adres van de onderneming (eventueel van het filiaal) . . . . . Naam van de veiligheidsadviseur (geldigheid van zijn certificaat, indien niet afgeleverd in België) . . . . . Jaar . . . . . Onderneming Behandelde gevaarlijke goederen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Personeel Aantal personeelsleden betrokken bij bovenvermelde activiteit(en) Opleidingen (type - aantal opgeleide personen - binnen de onderneming/buiten de onderneming (waar ?) Identiteit en activiteit van eventuele onderaannemers (vervoer, laden, vullen, verpakken en lossen). Materieel Beschikbaar materieel voor laden, vullen, verpakken en lossen (evenals het materieel dat in dit jaar in en uit gebruik is genomen). Beschikbaar materieel voor het vervoer (evenals het materieel dat in dit jaar in en uit gebruik is genomen). Procedures Eventuele certificeringen van de onderneming. Invoering van schriftelijke procedures m.b.t. desbetreffende activiteiten (evenals de dat jaar ingevoerde of vernieuwde procedures). Ongeval en incident Datum, plaats, beknopte beschrijving (eventueel verwijzen naar het ongevallenrapport) Besluiten en maatregelen die genomen werden om herhaling te voorkomen Beschikbaar materieel en personeel voor interventie bij ongeval of incident. Opmerkingen Plaats, datum, handtekening Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 5 juli 2006 betreffende de aanwijzing en de beroepsbekwaamheid van veiligheidsadviseurs voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over de binnenwateren. ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, M. VERWILGHEN De Minister van Mobiliteit, R. LANDUYT BIJLAGE V LASTENBOEK TOT VASTSTELLING VAN DE RECHTEN EN DE VERPLICHTINGEN VAN HET ERKEND EXAMENCENTRUM KRACHTENS ARTIKEL 22 1. Infrastructuur - Het examencentrum moet over aangepaste en voldoende ruime examenzalen beschikken om het aantal ingeschreven kandidaten op te vangen.Om de objectiviteit en het correct verloop van de proeven te garanderen moeten de kandidaten op voldoende afstand kunnen worden geplaatst. 2. Organisatie - De examens zullen vanaf september tot midden juli worden georganiseerd; - De examens zullen zoveel mogelijk uiterlijk twee weken na het einde van de cursus plaats hebben. - Het examencentrum verbindt er zich toe om een informaticasysteem te installeren voor de gegevensoverdracht betreffende de organisatie van de examens (naam van de kandidaten, plaats en datum van het examen) tussen het examencentrum en de opleidingsinrichtingen. - Het installeert een informaticasysteem met de directie « vervoer van gevaarlijke stoffen » om de gegevens betreffende de kandidaten en de examenresultaten over te maken. - De examenresultaten en de gegevens betreffende de kandidaten worden in de kortste tijd aan de directie « vervoer van gevaarlijke stoffen » overgemaakt, d.w.z. in principe binnen de twee weken die volgen op het examen. Indien om een belangrijke reden deze termijn meer dan twee weken bedraagt, moet het examencentrum het uitstel bij de examencommissie motiveren. 3. Personeel - Het examencentrum garandeert systematisch de aanwezigheid van één of meer opzichters, in voldoende aantal om een correct verloop van het examen te verzekeren (één opzichter per 50 kandidaten of gedeelte ervan).Deze personen mogen geen opleidingen geven. - Het examencentrum verzekert zich van de diensten van een voldoende aantal verbeteraars; deze moeten ambtenaren zijn bij de directie « vervoer van gevaarlijke stoffen ». 4. Inschrijvingsrecht - Het examencentrum stelt het inschrijvingsrecht voor de examens vast; het onderwerpt dit aan de goedkeuring van de bevoegde overheid. Dit inschrijvingsrecht moet alle kosten voor de organisatie en verbetering van de examens dekken. Het deelt het bedrag van het inschrijvingsrecht aan de opleidingsinstellingen en in voorkomend geval aan de kandidaten mee. De inschrijving op de examens is enkel ontvankelijk na kwijting van het inschrijvingsrecht. - Het examencentrum installeert, in samenwerking met de opleidingsinrichtingen, een gepaste procedure voor de inning van het inschrijvingsrecht. 5. Diversen Het examencentrum schikt zich naar de beslissingen van de examencommissie.Meer bepaald verplicht het zich er toe het examenreglement opgesteld door de examencommissie na te leven en te doen naleven. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 5 juli 2006 betreffende de aanwijzing en de beroepsbekwaamheid van veiligheidsadviseurs voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over de binnenwateren. ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, M. VERWILGHEN De Minister van Mobiliteit, R. LANDUYT