← België

Wet betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen

Wet betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgee

§ 2b

is ingevoegd, luidende : « § 2bis.In afwijking van § 2 zijn, voor de burgerlijke kwartalen in de loop waarvan de meewerkende echtgenoot onderworpen is aan het koninklijk besluit nr. 38 als helper in de zin van artikel 6 van hetzelfde besluit, met uitzondering van deze die uitsluitend onderworpen zijn aan het stelsel van de verplichte verzekering tegen ziekte en invaliditeit, sector uitkeringen en moederschapsverzekering, de beroepsinkomsten waarmee rekening moet gehouden worden voor de berekening van het rustpensioen van de geholpen zelfstandige die beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in artikel 9, § 1, eerste lid, 1°, van het koninklijk besluit nr. 72, gelijk aan de som van de beroepsinkomsten van het refertejaar in de zin van artikel 11, § 2, van het koninklijk besluit nr. 38 die in aanmerking genomen werden met het oog op de vaststelling, voor de betrokken burgerlijke kwartalen, van de bijdragen verschuldigd krachtens het koninklijk besluit nr. 38 in hoofde van de geholpen zelfstandige en van de aan de meewerkende echtgenoot toegekende bezoldigingen voor hetzelfde refertejaar. Onder bezoldigingen toegekend aan de meewerkende echtgenoot dient te worden verstaan de brutobezoldigingen, verminderd met de beroepskosten, vastgesteld overeenkomstig de wetgeving betreffende de inkomstenbelasting. Voor de toepassing van het eerste lid, worden de beroepsinkomsten van het refertejaar en de bezoldigingen geherwaardeerd overeenkomstig artikel 11, § 3, van het koninklijk besluit nr. 38. Wanneer de som van de beroepsinkomsten van het refertejaar en de bezoldigingen kleiner is dan het bedrag bedoeld in artikel 12, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 38, wordt deze gebracht op dit bedrag. Wanneer deze som groter is dan het bedrag bedoeld in § 1, eerste lid, 1°, van hetzelfde artikel, wordt deze herleid tot dit bedrag. De bedragen bedoeld in het vierde en vijfde lid worden geherwaardeerd overeenkomstig artikel 14 van het koninklijk besluit nr. 38. »; b)

§ 2t

er ingevoegd, luidende : « § 2ter.Wanneer er geen beroepsinkomsten van het refertejaar in de zin van artikel 11, § 2, van het koninklijk besluit nr. 38 in hoofde van de geholpen zelfstandige bestaan, zijn de voor de toepassing van § 2bis in aanmerking te nemen beroepsinkomsten gelijk aan het bedrag bedoeld in artikel 12, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 38, geherwaardeerd overeenkomstig artikel 14 van hetzelfde besluit. »; c)

§ 2q

uater ingevoegd, luidende : « Voor de toepassing van de §§ 2bis en 2ter, worden enkel de burgerlijke kwartalen in aanmerking genomen waarvoor de door de meewerkende echtgenoot verschuldigde bijdragen in hoofdsom en toebehoren betaald werden.»; d) § 3, 3°, toegevoegd door de programmawet van 8 april 2003Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 08/04/2003 pub. 17/04/2003 numac 2003021093 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten, wordt ingetrokken. Art. 4.Deze wet treedt in werking de dag waarop zij in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van artikel 3 dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2003. Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 16 januari 2006. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Middenstand, Mevr. S. LARUELLE De Minister van Pensioenen, B. TOBBACK Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota

(1)Parlementaire handelingen : Kamer : Doc.51 1844/001. Senaat : 3-1293/1.

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.