de normen waaraan het zorgprogramma voor kinderen moet voldoen om erkend te worden en tot wijziging
het koninklijk besluit
25 november 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1997 pub. 05/12/1997 numac 1997022869 bron ministerie
sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende vaststelling
de normen waaraan de functie "chirurgische daghospitalisatie" moet voldoen om te worden erkend type koninklijk besluit prom. 25/11/1997 pub. 05/12/1997 numac 1997022868 bron ministerie
sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit waarbij sommige bepalingen
de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, toepasselijk worden verklaard op de functie "chirurgische daghospitalisatie" sluiten houdende vaststelling
de normen waaraan de functie "chirurgische daghospitalisatie" moet voldoen om te worden erkend ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, inzonderheid op artikel 9quater, ingevoegd bij het koninklijk besluit
25 april 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/04/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997022330 bron ministerie
sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende nadere omschrijving
de associatie
ziekenhuizen en
de bijzondere normen waaraan deze moet voldoen sluiten en vernummerd bij de wet
25 januari 1999, op artikel 15, gewijzigd bij de wet
29 april 1996, op artikel 17quater, ingevoegd bij de wet
29 december 1990 en gewijzigd bij de wet
29 april 1996, op artikel 68 en op artikel 69, eerste lid, 1°; Gelet op het koninklijk besluit
23 oktober 1964Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/10/1964 pub. 21/01/2009 numac 2008001066 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot bepaling
de normen die door de ziekenhuizen en hun diensten moeten worden nageleefd. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot bepaling
de normen die door de ziekenhuizen en hun diensten moeten worden nageleefd, gewijzigd bij de koninklijke besluiten
16 september 1966, 12 januari 1970, 16 februari 1971, 15 februari 1974, 24 april 1974, 23 maart 1977, 12 april 1984, 25 juni 1985, 7 juli 1986, 14 augustus 1987, 15 augustus 1987, 7 november 1988, 4 maart 1991, 17 oktober 1991, 12 oktober 1993, 21 februari 1994, 20 april 1994, 12 augustus 1994, 16 december 1994, 13 november 1995, 20 augustus 1996, 15 juli 1997, 27 april 1998, 10 augustus 1998, 15 februari 1999, 25 maart 1999, 29 april 1999, 20 maart 2000, 19 februari 2002, 16 april 2002, 17 februari 2005 en 10 november 2005; Gelet op het koninklijk besluit
15 december 1978 tot bepaling
de bijzondere normen voor universitaire ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten, gewijzigd bij het koninklijk besluit
25 februari 2005; Gelet op het koninklijk besluit
25 november 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1997 pub. 05/12/1997 numac 1997022869 bron ministerie
sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende vaststelling
de normen waaraan de functie "chirurgische daghospitalisatie" moet voldoen om te worden erkend type koninklijk besluit prom. 25/11/1997 pub. 05/12/1997 numac 1997022868 bron ministerie
sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit waarbij sommige bepalingen
de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, toepasselijk worden verklaard op de functie "chirurgische daghospitalisatie" sluiten waarbij sommige bepalingen
de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, toepasselijk worden verklaard op de functie "chirurgische daghospitalisatie"; Gelet op het koninklijk besluit
25 november 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1997 pub. 05/12/1997 numac 1997022869 bron ministerie
sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende vaststelling
de normen waaraan de functie "chirurgische daghospitalisatie" moet voldoen om te worden erkend type koninklijk besluit prom. 25/11/1997 pub. 05/12/1997 numac 1997022868 bron ministerie
sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit waarbij sommige bepalingen
de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, toepasselijk worden verklaard op de functie "chirurgische daghospitalisatie" sluiten houdende vaststelling
de normen waaraan de functie "chirurgische daghospitalisatie" moet voldoen om te worden erkend; Gelet op het koninklijk besluit
15 februari 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/02/1999 pub. 25/03/1999 numac 1999022166 bron ministerie
sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot vaststelling
de lijst
zorgprogramma's zoals bedoeld in artikel 9ter
de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987 en tot aanduiding
de artikelen
de wet op de ziekenhuizen die op hen
toepassing zijn type koninklijk besluit prom. 15/02/1999 pub. 25/03/1999 numac 1999022167 bron ministerie
sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende de kwalitatieve toetsing
de medische activiteit in de ziekenhuizen sluiten tot vaststelling
de lijst
zorgprogramma's zoals bedoeld in artikel 9ter
de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987 en tot aanduiding
de artikelen
de wet op de ziekenhuizen die op hen
toepassing zijn, gewijzigd door de koninklijke besluiten
16 juni 1999, 21 maart 2003 en 13 juli 2006; Gelet op de adviezen
de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling Programmatie en Erkenning,
14 maart 2003 en 9 juni 2005; Gelet op de adviezen
de Inspectie
Financiën, gegeven op 16 december 2005 en 14 juni 2006; Gelet op het advies nr. 40.151/3
de Raad
State gegeven op 25 april 2006, met toepassing
artikel 84, § 1, eerste lid, 1°,
de gecoördineerde wetten op de Raad
de State; Op de voordracht
Onze Minister
Sociale Zaken en Volksgezondheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Artikel 1.Voor de toepassing
dit koninklijk besluit wordt verstaan onder : a) kinderen : minderjarigen die de leeftijd
15 jaar niet hebben bereikt;
meer dan 4 uren in aangepaste lokalen zoals omschreven in de wet op de ziekenhuizen die geen aanleiding geeft tot de facturering
een miniforfait, een maxiforfait, een forfait A, B, C of D, of een forfaitair bedrag ingeval de gipskamer wordt gebruikt, overeenkomstig artikel 4
het akkoord bedoeld in artikel 42
de wet
14 juli 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/07/1994 pub. 20/11/2008 numac 2008000938 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling
wijzigingsbepalingen
het jaar 2007 type wet prom. 14/07/1994 pub. 08/10/2010 numac 2010000576 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling
wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 25/01/2012 numac 2012000022 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling
wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 19/12/2008 numac 2008001027 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling
wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 04/03/2011 numac 2011000117 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling
wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 10/07/2014 numac 2014000464 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling
wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 20/03/2015 numac 2015000138 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling
wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;d) chirurgische daghospitalisatie : de functie "chirurgische daghospitalisatie" zoals bedoeld in het koninklijk besluit
25 november 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1997 pub. 05/12/1997 numac 1997022869 bron ministerie
sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende vaststelling
de normen waaraan de functie "chirurgische daghospitalisatie" moet voldoen om te worden erkend type koninklijk besluit prom. 25/11/1997 pub. 05/12/1997 numac 1997022868 bron ministerie
sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit waarbij sommige bepalingen
de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, toepasselijk worden verklaard op de functie "chirurgische daghospitalisatie" sluiten houdende vaststelling
de normen waaraan de functie "chirurgische daghospitalisatie" moet voldoen om te worden erkend. Art. 2.Het zorgprogramma voor kinderen moet op één vestigingsplaats zowel de behandelingsmogelijkheid
klassieke hospitalisatie als deze
de daghospitalisatie en voorlopige hospitalisatie aanbieden. Er moeten op de vestigingsplaats met een zorgprogramma voor kinderen ook ambulante raadplegingen pediatrie georganiseerd worden. Art. 3.§ 1. Het zorgprogramma voor kinderen heeft als doelgroep : 1° alle kinderen die tenminste één nacht in het ziekenhuis verblijven, met uitzondering
:
een zwangerschap of bevalling, in een erkende M-dienst verblijven;
lokale neonatale zorg (functie N*);2° alle kinderen die een behandeling ondergaan die aanleiding geeft tot de facturering
een miniforfait, een maxiforfait, een forfait A, B, C of D, of een forfaitair bedrag ingeval de gipskamer wordt gebruikt, overeenkomstig artikel 4
het akkoord bedoeld in artikel 42
de wet
14 juli 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/07/1994 pub. 20/11/2008 numac 2008000938 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling
wijzigingsbepalingen
het jaar 2007 type wet prom. 14/07/1994 pub. 08/10/2010 numac 2010000576 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling
wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 25/01/2012 numac 2012000022 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling
wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 19/12/2008 numac 2008001027 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling
wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 04/03/2011 numac 2011000117 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling
wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 10/07/2014 numac 2014000464 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling
wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 20/03/2015 numac 2015000138 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling
wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;3° alle kinderen die het voorwerp uitmaken
een voorlopige hospitalisatie. §
mag worden afgeweken indien het zorgprogramma wordt uitgebaat in een gemeente met minstens 20 000 inwoners waarbij het dichtstbijzijnde soortgelijke zorgprogramma zich op een afstand
tenminste 15 kilometer bevindt. § 3.
mag worden afgeweken indien het zorgprogramma wordt uitgebaat in een gebied waar het dichtstbijzijnde soortgelijke zorgprogramma zich op een afstand
tenminste 25 kilometer bevindt. § 4.
mag worden afgeweken indien het dichtstbijzijnde soortgelijke zorgprogramma dat behoort tot dezelfde Gemeenschap, zich op een afstand
tenminste 50 kilometer bevindt. §
de subspecialiteiten
de pediatrie die een bijzondere ervaring vereisen
de geneesheer specialist in pediatrie. Deze bevat minstens de gezamenlijke procedures met betrekking tot : 1° alle maatregelen betreffende de organisatie die de garantie en de kwaliteit
de medische zorgen kunnen garanderen, met inbegrip
deze in een eenheid
intensieve zorgen;2° de beschikbaarheid over een aangepaste transportploeg zodat de patiënten tijdig worden overgebracht indien een overbrenging geboden is;3° de organisatie
bijscholingsactiviteiten betreffende de diagnose en behandeling
pathologieën behandeld in de subspecialiteiten
de pediatrie. §. 6. In het geval twee of meerdere ziekenhuizen ieder een zorgprogramma voor kinderen uitbaten op vestigingsplaatsen die zich binnen een afstand
5 km
elkaar bevinden, mogen deze de wachtdienst bedoeld in artikel 10, § 1, 5°,
het koninklijk besluit
27 april 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/04/1998 pub. 19/06/1998 numac 1998022350 bron ministerie
sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende vaststelling
de normen waaraan een functie voor intensieve zorg moet voldoen om erkend te worden type koninklijk besluit prom. 27/04/1998 pub. 19/06/1998 numac 1998022353 bron ministerie
sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende vaststelling
de normen waaraan een functie « gespecialiseerde spoedgevallenzorg » moet voldoen om erkend te worden type koninklijk besluit prom. 27/04/1998 pub. 19/06/1998 numac 1998022351 bron ministerie
sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende vaststelling
de normen waaraan een functie "eerste opvang
spoedgevallen" moet voldoen om te worden erkend sluiten houdende vaststelling
de normen waaraan een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" moet voldoen om erkend te worden, gezamenlijk organiseren op één enkele vestigingsplaats binnen het kader
een samenwerkingsovereenkomst. Art. 6.Een ziekenhuis kan op meerdere vestigingsplaatsen een zorgprogramma uitbaten, voor zover op iedere vestigingsplaats aan alle bepalingen
dit besluit wordt voldaan. HOOFDSTUK II. - Organisatorische normen Art. 7.Het zorgprogramma voor kinderen maakt organisatorisch en architecturaal deel uit
een algemeen ziekenhuis. Art. 8.§
de ouders bij het kind kan zijn wanneer het kind bewust is, behoudens in het geval de geneesheer-diensthoofd, of een geneesheer-specialist in de anesthesiologie-reanimatie of de geneesheer-specialist in de heelkunde die belast is met de behandeling
het kind, een tegenindicatie opwerpt;3° er een afzonderlijke ruimte voor kinderen in de ontwaakzaal voorzien is. § 2. De organisatie in de onderzoeks- en behandelruimte is dusdanig dat : 1° de bewuste patiënten noch auditief, noch visueel geconfronteerd worden met het gebeuren in andere onderzoeks- en behandelruimten, behoudens in de kamers
de verpleegafdeling voor kindergeneeskunde (kenletter E);2° één
de ouders bij het kind kan blijven tijdens het onderzoek of de behandeling. Art. 10.Er moeten schriftelijke organisatorische afspraken worden gemaakt die waarborgen dat de afwikkeling
het programma
de dagchirurgie bij kinderen opgenomen in de daghospitalisatie
een zorgprogramma voor kinderen in geen geval ondergeschikt is aan het operatieprogramma voor kinderen opgenomen in de klassieke hospitalisatie
het zorgprogramma noch aan het operatieprogramma voor volwassenen. HOOFDSTUK III. - Infrastructuur en uitrusting Afdeling I. - Architectonische normen Art. 11.Het zorgprogramma voor kinderen beschikt, binnen het ziekenhuis waarvan het deel uitmaakt, over een verpleegafdeling die volledig aangepast is aan de noden
zieke kinderen en die tenminste de volgende lokalen omvat : 1° voldoende patiëntenkamers met minstens 15 bedden om ten allen tijde alle patiënten
dit zorgprogramma te verzorgen;2° voldoende individuele kamers om ten allen tijde patiënten te kunnen opnemen waarvoor de isolatie noodzakelijk is;3° een lokaal voor verpleegkundigen waar ze hun specifieke werkzaamheden kunnen organiseren;4° een diagnostisch en therapeutisch onderzoekslokaal voor zover dit niet reeds elders in het ziekenhuis aanwezig is;5° een spel- en educatieve ruimte;6° een keuken;7° een zitruimte waar de ouders zich kunnen terugtrekken voor zover dit niet reeds elders in het ziekenhuis aanwezig is;8° afzonderlijk sanitair voor de patiënten, het personeel en de bezoekers, en een doucheruimte voor opgenomen kinderen en hun begeleider die blijft overnachten op de afdeling. Art. 12.De verschillende soorten ruimten voor kinderen en ouders moeten toegankelijk zijn voor rolstoelgebruikers. Art. 13.Voor kinderen opgenomen in klassieke hospitalisatie wordt het verblijf in patiëntenkamers zodanig georganiseerd dat de kinderen zoveel mogelijk volgens hun leeftijd gegroepeerd worden. Art. 14.Er moeten voldoende lokalen voorzien zijn
een babybadje en een verzorgingskussen, met het oog op de hygiënische verzorging
zuigelingen. De ouders moeten de mogelijkheid hebben mee te helpen aan de verzorging
hun kind in de kamer waar het wordt verpleegd. Art. 15.In iedere kamer moet bij elk kind een ouder kunnen verblijven, zowel overdag als 's nachts. Art. 16.De spel- en educatieve ruimte is tenminste in gebruik tijdens de normale werkuren. Ze moet uitgerust zijn met meubilair, speelgoed en andere voorzieningen, aangepast aan de betrokken doelgroep. Deze ruimte moet een oppervlakte hebben
minstens 25 m2. Art. 17.Meubilair, vloer en speelgoed moeten desinfecteerbaar en af- of uitwasbaar zijn en moeten gereinigd worden via een vaste procedure. Afdeling II. - Normen in verband met uitrusting Art. 18.De omvang, het aantal en de aard
de inrichting, de uitrusting en het materiaal zijn aangepast aan het aantal en de specifieke noden
alle kinderen. Art. 19.Tenminste de volgende materialen zijn aanwezig : - infuuspompen met de mogelijkheid tot het instellen
een maximum te infunderen volume; - spuitpompen; - cardio-respiratoire monitoring; - saturatiemeter (met aangepaste probe); - bloeddrukmeter (met aangepaste manchette); - aspiratiemateriaal; - aërosoltoestel; - reanimatiemateriaal voor kinderen
alle leeftijden, inclusief reanimatierichtlijnen; - de materialen noodzakelijk voor de toediening en de bevochtiging
zuurstof, aangepast aan de leeftijd en de noden
het kind. Afdeling III. - Overige veiligheids- en hygiënevoorschriften. Art. 20.Het verblijf binnen de afdeling moet voor alle personen, en in het bijzonder voor de kinderen, veilig zijn. De nodige maatregelen worden genomen om te voorkomen dat de patiënten de afdeling verlaten zonder dat dit verantwoord is. In alle ruimten die toegankelijk zijn voor kinderen, moeten ouders bij hun kinderen aanwezig kunnen zijn en moet aandacht besteed worden aan de preventie
ongevallen of besmetting. HOOFDSTUK IV. - De leiding, de vereiste medische en niet-medische personeelsomkadering en deskundigheid Afdeling l. - De leiding. Art. 21.De verantwoordelijkheid over het zorgprogramma voor kinderen berust bij het medisch diensthoofd en de hoofdverpleegkundige
het zorgprogramma. Afdeling II. - De medische leiding. Art. 22.§ 1. De geneesheer-diensthoofd is een geneesheer-specialist in de kindergeneeskunde die voltijds verbonden is aan het ziekenhuis. Hij is verantwoordelijk voor de organisatie
de medische aspecten
het zorgprogramma voor kinderen. § 2. Meer in het bijzonder is hij verantwoordelijk voor : 1° de goede werking en het medisch wetenschappelijk niveau
het zorgprogramma voor kinderen.Daarbij zorgt hij ervoor dat :
de opgenomen kinderen binnen de perken
de kortst mogelijke verblijfsduur gewaarborgd wordt;2° het opstellen en opvolgen
de procedures aangaande : a) het isoleren
personen die een bijzonder besmettingsgevaar vormen;b) de permanente vorming
de artsen, verbonden aan het zorgprogramma voor kinderen;c) alle overige organisatorische maatregelen die de kwaliteit en de continuïteit
de medische zorgverlening, ook na het ziekenhuisverblijf, kunnen verzekeren;3° het nemen
initiatieven, in overleg met de directie
het ziekenhuis, met het oog op het ontwerpen
voorstellen, aanvullingen of wijzigingen in de voorwaarden
doorverwijzing
kinderen naar een ziekenhuis met een erkende functie "intensieve zorg" en hun terugverwijzing
uit deze erkende functie. Deze voorwaarden worden mede opgenomen in de formele en schriftelijke samenwerkingsovereenkomst die met tenminste één erkende functie intensieve zorg dient te bestaan. Afdeling III. - De verpleegkundige leiding Art. 23.§ 1. De hoofdverpleegkundige
het zorgprogramma voor kinderen is een gegradueerde pediatrisch verpleegkundige of een bachelor in de verpleegkunde met een specialisatie in de pediatrie die eveneens hoofdverpleegkundige is
de dienst voor kindergeneeskunde (kenletter E). § 2. In afwijking
, komen ook verpleegkundigen in aanmerking die op de datum
de bekendmaking
dit besluit, tenminste vijf jaar effectief als hoofdverpleegkundige op een erkende dienst voor kindergeneeskunde (kenletter E) werkzaam zijn. Art. 24.§ 1. De hoofdverpleegkundige is verantwoordelijk voor de verpleegkundige aspecten
het zorgprogramma. Hij/zij is meer in het bijzonder verantwoordelijk voor : 1° de goede werking en het verpleegkundig wetenschappelijk niveau
de verpleegkundige activiteit die verband houdt met het zorgprogramma voor kinderen.Door informatie, coördinatie en specifieke tussenkomsten in de domeinen die een rechtstreekse invloed hebben op de goede werking
de dienst, waakt hij/zij erover, in overleg met de medische leiding, dat de optimale verpleging en verzorging
de opgenomen kinderen binnen de perken
de kortst mogelijke verblijfsduur gewaarborgd wordt; 2° het opstellen en opvolgen
protocollen aangaande : a) regels in verband met de bezoekuren, met dien verstande dat deze bezoekuren behalve in geval
medische tegenindicatie, voor de ouders
het kind niet beperkt kunnen worden;b) maatregelen die worden genomen, in overleg met de behandelende arts, om pijn, lichamelijk ongemak en emotionele spanning te verlichten;3° de organisatie
de verpleegkundige registratie en het individuele verpleegkundig dossier
elke patiënt
dit zorgprogramma;4° de organisatie
een permanente aanwezigheid
een pediatrisch verpleegkundige binnen het zorgprogramma voor kinderen;5° de organisatie
regelmatig en gestructureerd overleg tussen de verschillende niet-medische personeelsleden werkzaam binnen het zorgprogramma voor kinderen, rekening houdend met de taakverdeling. Afdeling IV. - Medische omkadering, deskundigheid en permanentie Art. 25.§ l. Het zorgprogramma voor kinderen beschikt over een medische equipe bestaande uit minimaal drie voltijds equivalenten geneesheren specialisten in de pediatrie, verbonden aan het ziekenhuis, maar die idealiter worden verdeeld over vijf geneesheren-specialisten in de pediatrie. § 2.
af 2010 moet het zorgprogramma over vier voltijds equivalent geneesheren-specialisten in de pediatrie beschikken. Art. 26.Er moet een wachtsysteem
kracht zijn zodanig dat er, aangepast aan het activiteitsniveau, een permanente bereikbaarheid is
tenminste één geneesheer-specialist in de kindergeneeskunde. Binnen de kortst mogelijke tijd na een oproep, moet deze in de instelling aanwezig zijn. Art. 27.Het aantal geneesheren dat deelneemt aan de medische permanentie bedoeld in artikel 26 moet worden aangepast aan de intensiteit
de activiteit
het zorgprogramma voor kinderen. Voor die aangepaste permanentie komen in aanmerking de geneesheren specialisten in de pediatrie en de kandidaat-geneesheren specialisten in de pediatrie mits een aan hun opleidingsniveau aangepaste supervisie en volgens vooraf bepaalde regels. Afdeling V. - De niet-medische personeelsomkadering en deskundigheid Art. 28.§ 1. Er moeten voldoende verpleegkundigen zijn die naar aantal en kwalificatie aangepast worden aan de aard en het volume
de patiëntenproblemen. § 2. Minstens 75 %
het verplegend en verzorgend personeel werkzaam in het zorgprogramma moet bestaan uit gegradueerde pediatrisch verpleegkundigen, bachelors in de verpleegkunde met een specialisatie in de pediatrie of verpleegkundigen die op de datum
bekendmaking
dit besluit in het Belgisch Staatsblad, minstens vijf jaar effectief ervaring hebben op een erkende dienst voor kindergeneeskunde (kenletter E). §
spelactiviteiten en vrijetijdsbesteding moet het zorgprogramma voor kinderen beschikken over hulppersoneel ten belope
een halve voltijdse equivalent voor zover het aantal bedden (kenletter E) in de verpleegeenheid minder bedraagt dan 30, of één voltijdse equivalent per volledige schijf
30 bedden (kenletter E). § 2. De hulppersoneelsleden moeten houder zijn
een brevet of een diploma
hoger secundair onderwijs. § 3. De basistaken
deze spelbegeleiders worden als volgt omschreven : - kindvriendelijk leefklimaat bieden; - opvang en begeleiding
kinderen tijdens hun opname; - spelen met kinderen, zowel in de speelkamer als op de hospitalisatiekamer; - werken aan de creatieve en sociale ontwikkeling
het kind; - observatie
het gedrag
het kind en rapportering hierover; - huiswerkbegeleiding; - inoefenen
functionele vaardigheden. Art. 31.De psycho-sociale begeleiding wordt verzekerd door hulppersoneel, houder
tenminste een diploma
hoger onderwijs
het korte type (A1) of een bachelordiploma, ten belope
een halve voltijdse equivalent voor zover het aantal bedden (kenletter E) in de verpleegeenheid minder bedraagt dan 30, of één voltijdse equivalent per volledige schijf
30 bedden (kenletter E). HOOFDSTUK V. - Kwaliteitsnormen en normen inzake kwaliteitsopvolging Afdeling
een multidisciplinair handboek. Het besteedt aandacht inzonderheid aan de richtlijnen en procedures voor de preventie en behandeling
pijn, inclusief het objectiveren
pijn met specifiek voor dit doel ontwikkelde pijnschalen. § 2. Een kopij
het multidisciplinair pediatrisch handboek wordt overgemaakt aan het college voor pediatrie op hetzelfde moment dat het rapport dat wordt opgesteld in uitvoering
artikel 2
het koninklijk besluit
15 februari 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/02/1999 pub. 25/03/1999 numac 1999022166 bron ministerie
sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot vaststelling
de lijst
zorgprogramma's zoals bedoeld in artikel 9ter
de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987 en tot aanduiding
de artikelen
de wet op de ziekenhuizen die op hen
toepassing zijn type koninklijk besluit prom. 15/02/1999 pub. 25/03/1999 numac 1999022167 bron ministerie
sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende de kwalitatieve toetsing
de medische activiteit in de ziekenhuizen sluiten betreffende de kwalitatieve evaluatie
de medische activiteit in de ziekenhuizen wordt overgemaakt. Afdeling II. - Kwaliteitsopvolging Art. 33.Het zorgprogramma voor kinderen moet daarenboven medewerking verlenen aan de interne en externe toetsing
de medische activiteit, overeenkomstig de bepalingen
het koninklijk besluit
15 februari 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/02/1999 pub. 25/03/1999 numac 1999022166 bron ministerie
sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot vaststelling
de lijst
zorgprogramma's zoals bedoeld in artikel 9ter
de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987 en tot aanduiding
de artikelen
de wet op de ziekenhuizen die op hen
toepassing zijn type koninklijk besluit prom. 15/02/1999 pub. 25/03/1999 numac 1999022167 bron ministerie
sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende de kwalitatieve toetsing
de medische activiteit in de ziekenhuizen sluiten betreffende de kwalitatieve toetsing
de medische activiteit in de ziekenhuizen. Hiertoe wordt een College voor pediatrie opgericht dat naast de opdrachten vermeld in artikel 8
bedoeld besluit
15 februari 1999 eveneens tot opdracht heeft : 1° de ziekenhuizen ondersteunen door ondermeer een model
de structuur
een multidisciplinair pediatrisch handboek op te stellen en door een lijst
referentiewerken op te stellen;2° het nationaal vergelijken
de gehanteerde handboeken en het organiseren
consensusmeetings;3° het formuleren
aanbevelingen inzake de subspecialiteiten voor pediatrie en hun minimaal activiteitsniveau;4° het voorstellen
een uniforme registratie
de implementatiegraad
de richtlijnen beschreven in het pediatrisch multidisciplinair handboek;5° het opstellen
een jaarlijks activiteitenrapport met aandachtspunten en het organiseren
een feedback naar de betrokken zorgprogramma's. HOOFDSTUK VI. - Opheffings- en wijzigingsbepalingen Art. 34.In het koninklijk besluit
23 oktober 1964Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/10/1964 pub. 21/01/2009 numac 2008001066 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot bepaling
de normen die door de ziekenhuizen en hun diensten moeten worden nageleefd. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot bepaling
de normen die door de ziekenhuizen en hun diensten moeten worden nageleefd, gewijzigd bij de koninklijke besluiten
16 september 1966, 12 januari 1970, 16 februari 1971, 15 februari 1974, 24 april 1974, 23 maart 1977, 12 april 1984, 25 juni 1985, 7 juli 1986, 14 augustus 1987, 15 augustus 1987, 7 november 1988, 4 maart 1991, 17 oktober 1991, 12 oktober 1993, 21 februari 1994, 20 april 1994, 12 augustus 1994, 16 december 1994, 13 november 1995, 20 augustus 1996, 15 juli 1997, 27 april 1998, 10 augustus 1998, 15 februari 1999, 25 maart 1999, 29 april 1999, 20 maart 2000, 19 februari 2002, 16 april 2002, 17 februari 2005 en 10 november 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° In artikel 3bis worden de volgende wijzigingen aangebracht :
de ziekenhuizen" worden in rubriek III "Organisatorische normen" de woorden "dat over een erkende dienst voor kindergeneeskunde beschikt (kenletter E)" vervangen door de woorden "dat over een erkend zorgprogramma voor kinderen beschikt, waarvan een erkende dienst voor kindergeneeskunde (kenletter E) deel uitmaakt"; 3° In de bijlage « II.Inrichting en werking
elk soort
diensten", worden in de rubriek "Bijzondere normen toepasselijk op de dienst voor kindergeneeskunde kenletter E" de drie subrubrieken "I. Architectonische normen", "II. Functionele normen" en "III. Organisatorische normen" vervangen door de woorden : "Een dienst voor kindergeneeskunde (kenletter E) mag slechts worden uitgebaat als behandelingsmogelijkheid binnen een erkend zorgprogramma voor kinderen, bedoeld in het koninklijk besluit
13 juli 2006 houdende vaststelling
de normen waaraan een zorgprogramma voor kinderen moet voldoen om erkend te worden en tot wijziging
het koninklijk besluit
25 november 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1997 pub. 05/12/1997 numac 1997022869 bron ministerie
sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende vaststelling
de normen waaraan de functie "chirurgische daghospitalisatie" moet voldoen om te worden erkend type koninklijk besluit prom. 25/11/1997 pub. 05/12/1997 numac 1997022868 bron ministerie
sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit waarbij sommige bepalingen
de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, toepasselijk worden verklaard op de functie "chirurgische daghospitalisatie" sluiten houdende vaststelling
de normen waaraan de functie "chirurgische daghospitalisatie" moet voldoen om te worden erkend. » Art. 35.In het koninklijk besluit
15 december 1978 tot bepaling
bijzondere normen voor universitaire ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt vervangen : "De universitaire ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten met kenletter C, D en M moeten beantwoorden aan de bijzondere normen die respectievelijk bepaald worden in de bijlagen 1, 2 en 3
dit besluit.»; 2° In bijlage 3, I, A, 7°, worden de woorden 'E of' vervangen door de woorden "zorgprogramma voor kinderen";3° Bijlage 4 "Bijzondere normen toepasselijk op de universitaire diensten voor kindergeneeskunde - kenletter E" wordt opgeheven. Art. 36.In het koninklijk besluit
25 november 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1997 pub. 05/12/1997 numac 1997022869 bron ministerie
sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende vaststelling
de normen waaraan de functie "chirurgische daghospitalisatie" moet voldoen om te worden erkend type koninklijk besluit prom. 25/11/1997 pub. 05/12/1997 numac 1997022868 bron ministerie
sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit waarbij sommige bepalingen
de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, toepasselijk worden verklaard op de functie "chirurgische daghospitalisatie" sluiten houdende vaststelling
de normen waaraan de functie "chirurgische daghospitalisatie" moet voldoen om te worden erkend, wordt een hoofdstuk IVbis ingevoegd, dat de artikelen 15bis tot 15decies omvat, luidende : « HOOFDSTUK IVbis. - Normen inzake kindvriendelijkheid Art. 15bis.Indien het algemeen ziekenhuis waarvan de functie "chirurgische daghospitalisatie" deel uitmaakt zoals bedoeld in artikel 1, § 3, of waarmee de functie "chirurgische daghospitalisatie" een functionele binding heeft zoals bedoeld in artikel 1, § 4, niet beschikt over een erkend zorgprogramma voor kinderen zoals bedoeld in het koninklijk besluit
13 juli 2006 houdende vaststelling
de normen waaraan het zorgprogramma voor kinderen moet voldoen om erkend te worden en tot wijziging
het koninklijk besluit
25 november 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1997 pub. 05/12/1997 numac 1997022869 bron ministerie
sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende vaststelling
de normen waaraan de functie "chirurgische daghospitalisatie" moet voldoen om te worden erkend type koninklijk besluit prom. 25/11/1997 pub. 05/12/1997 numac 1997022868 bron ministerie
sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit waarbij sommige bepalingen
de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, toepasselijk worden verklaard op de functie "chirurgische daghospitalisatie" sluiten houdende vaststelling
de normen waaraan de functie "chirurgische daghospitalisatie" moet voldoen om te worden erkend, dan moet de functie "chirurgische daghospitalisatie", om te worden erkend, bijkomend voldoen aan de erkenningsnormen vermeld in dit hoofdstuk. Art. 15ter.§ 1. De organisatie in de operatieafdeling is dusdanig dat : 1° de bewuste patiënten noch auditief, noch visueel geconfronteerd worden met het gebeuren in andere operatiezalen;2° één
de ouders bij het kind kan zijn wanneer het kind bewust is, behoudens in het geval de geneesheer-diensthoofd, of een geneesheer-specialist in de anesthesiologie-reanimatie of de geneesheer-specialist in de heelkunde die belast is met de behandeling
het kind, een tegenindicatie opwerpt;3° er een afzonderlijke ruimte voor kinderen in de ontwaakzaal voorzien is. § 2. De organisatie in de onderzoeks- en behandelruimte is dusdanig dat : 1° de bewuste patiënten noch auditief, noch visueel geconfronteerd worden met het gebeuren in andere onderzoeks- en behandelruimten, behoudens in de kamers
de verpleegafdeling voor kindergeneeskunde (kenletter E);2° één
de ouders bij het kind kan blijven tijdens het onderzoek of de behandeling. Art. 15quater.De functie "chirurgische daghospitalisatie" moet beschikken over een wachtkamer voor kinderen die
de wachtkamer voor volwassenen is gescheiden. Art. 15quinquies.De functie moet beschikken over een aangepaste omgeving, gescheiden
de volwassen patiënten, en over aangepast materiaal voor de opname
kinderen. Art. 15sexies.Het verblijf binnen de afdeling moet voor alle personen, en in het bijzonder voor de kinderen, veilig zijn. De nodige maatregelen moeten genomen worden om te voorkomen dat de patiënten de functie verlaten zonder dat dit verantwoord is. Art. 15septies.De geneesheer die voor de functie verantwoordelijk is, moet met een pediater
het ziekenhuis overleg plegen voor het vastleggen
de schriftelijke procedure en de selectiecriteria bedoeld in artikelen 7 en 8. Daarnaast staan ze in voor de opmaak en de opvolging
procedures betreffende de organisatorische bepalingen die ook na het ziekenhuisverblijf de kwaliteit en de voortduring
de medische zorgen kunnen verzekeren. In dit kader zullen er richtlijnen en procedures inzake preventie en pijnbehandeling worden opgesteld. Art. 15octies.De functie "chirurgische daghospitalisatie" moet beschikken over een gegradueerd verpleegkundige in de pediatrie, een bachelor in de verpleegkunde met een specialisatie in de pediatrie of personen die kunnen bewijzen dat zij op de datum
bekendmaking
het koninklijk besluit
13 juli 2006 houdende vaststelling
de normen waaraan het zorgprogramma voor kinderen moet voldoen om erkend te worden en tot wijziging
het koninklijk besluit
25 november 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1997 pub. 05/12/1997 numac 1997022869 bron ministerie
sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit houdende vaststelling
de normen waaraan de functie "chirurgische daghospitalisatie" moet voldoen om te worden erkend type koninklijk besluit prom. 25/11/1997 pub. 05/12/1997 numac 1997022868 bron ministerie
sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit waarbij sommige bepalingen
de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, toepasselijk worden verklaard op de functie "chirurgische daghospitalisatie" sluiten houdende vaststelling
de normen waaraan de functie "chirurgische daghospitalisatie" moet voldoen om te worden erkend in het Belgisch Staatsblad, minstens gedurende 5 jaar in een erkende dienst kindergeneeskunde (index E) werken of hebben gewerkt. Art. 15nonies.Indien er kinderen worden opgenomen, mag de functie slechts worden uitgevoerd indien er een geneesheer-specialist in de kindergeneeskunde werkelijk aanwezig op de vestigingsplaats is. Art. 15decies.De functie "chirurgische daghospitalisatie" moet een formeel samenwerkingsakkoord sluiten met het meest nabij gelegen ziekenhuis dat een verzorgingsprogramma voor kinderen aanbiedt. » Art. 37.In hetzelfde besluit wordt een artikel 18bis ingevoegd, luidende : « De artikelen 15bis tot 15decies treden in werking op 1 januari 2007 met uitzondering
artikel 15quater dat slechts in werking treedt op 1 januari 2008. » HOOFDSTUK VII. - Overgangsbepaling Art. 38.Om voor het eerst erkend te worden als zorgprogramma voor kinderen wordt voor de toepassing
artikel 5
dit besluit rekening gehouden met de opnames
kinderen behorend tot de doelgroep zoals omschreven in art. 3, § 1, 1° en 2°, gedurende het laatste jaar
deze drie jaren
toepassing is. In het geval
uitbating op meerdere vestigingsplaatsen
een zelfde ziekenhuis, worden het aantal opnames en geboorten voor 2004
de onderscheiden vestigingsplaatsen bepaald op basis
het aantal op het niveau
het gehele ziekenhuis, overeenkomstig een verdeelsleutel op basis
het gemiddelde
de verhoudingen
het aantal opnames en geboorten
elke vestigingsplaats ten aanzien
het aantal in het gehele ziekenhuis in 2005 en 2006. HOOFDSTUK VIII. - Slotbepalingen Art. 39.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2007 met uitzondering
de artikelen 5, 11, 5°, en 16 en 25, § 1, die slechts in werking treden op 1 januari 2008, datum die voor wat betreft de artikelen 11, 5°, en 16 kan uitgesteld worden door de overheid
de betrokken gemeenschap die bevoegd is voor de erkenning
de zorgprogramma's in functie
een door de instelling voor te leggen verbouwingsplan. Art. 40.Onze Minister
Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering
dit besluit. Gegeven te Brussel, 13 juli 2006. ALBERT
Koningswege : De Minister
Sociale Zaken en
Volksgezondheid, R. DEMOTTE
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.