13 OKTOBER 2006. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap betreffende de Kabinetten van de Ministers van de Regering van de Franse Gemeenschap De Regering van de Franse Gemeenschap, Gelet o
§ 3van dit besluit.
Art. 24.§
- De telefoon- en telekopiekosten van de Minister worden in de begroting van het Kabinet opgenomen, op grond van verantwoordingsstukken. §
- De kosten voor abonnement op het netwerk voor vaste en mobiele telefonie, telekopie en Internet alsmede de communicatiekosten van de personeelsleden van het kabinet kunnen door het kabinet worden betaald. §
- De modaliteiten voor de tegemoetkoming in de communicatie-, vaste en mobiele telefeoon-, telekopie- en Internetkosten worden geregeld door de omzendbrief van de Regering van de Franse
§ 3van dit besluit.
Afdeling
- - Einde van het ambt en vertrekvergoedingen Art. 25.§
- De Minister kan, volgens de hierna bepaalde voorwaarden, een vaste vertrektoelage toekennen aan de personen die een ambt in een Kabinet hebben bekleed en die geen beroepsinkomen, vervangingsinkomen of rustpensioen ontvangen. Een overlevingspensioen of het bestaansminimum die door een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn worden toegekend, worden niet als vervangingsinkomen beschouwd. Voor de Kabinetsdirecteurs kan de vertrekvergoeding door de Regering worden toegekend. §
- Die vaste toelage wordt toegekend ten belope van : - één maand toelage voor een ononderbroken activiteitsperiode van drie tot en met zes maanden; - twee maanden toelage voor een ononderbroken activiteitsperiode van meer dan zes tot en met twaalf maanden; - drie maanden toelage voor een ononderbroken activiteitsperiode van meer dan twaalf tot en met achttien maanden; - vier maanden toelage voor een ononderbroken activiteitsperiode van meer dan achttien tot en met vierentwintig maanden; - hoogstens vijf maanden toelage voor een ononderbroken activiteitsperiode van meer dan vierentwintig maanden. §
- Voor de bepaling van de ononderbroken activiteitsperiode bedoeld in § 2.1 van dit besluit, komt in aanmerking, de tijd doorgebracht in een ander ministerieel Kabinet dan het Kabinet waaronder het personeelslid ressorteert, voor zover er geen activiteitsonderbreking plaatsvond tussen het begin en het einde van de ambtsuitoefening binnen een ministerieel Kabinet. § 2.
- De oorspronkelijke ordonnateur of zijn afgevaardigde wordt ertoe gehouden, zonder verwijl, de Vaste Bijstandsdienst voor administratieve en geldelijke aangelegenheden van de Kabinetten alle gegevens mee te delen die noodzakelijk zijn voor de berekening van de vaste vertrektoelage voor elke begunstigde. §
- De vertrektoelage wordt per maand uitbetaald. Onverminderd § 1, om de vertrektoelage te bekomen, dient de betrokkene maandelijks een verklaring op erewoord af te leggen, waaruit blijkt dat hij voor de bedoelde periode geen beroepsactiviteit heeft uitgeoefend, of dat hij voldoet aan één van de in § 4 bedoelde voorwaarden. §
- In afwijking van § 1, kan de Minister een vaste vertrektoelage toekennen aan de personen die een ambt in een Kabinet hebben uitgeoefend waarvan de enige inkomsten bestaan in de bezoldiging verbonden aan de uitoefening, sedert ten minste drie maanden vóór het einde van de ambtsuitoefening op het Kabinet, van een mandaat van Burgemeester, Schepen of Voorzitter van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, of die, ofwel uitsluitend titularis zijn van één of meer deelambten in de privé-sector of in een dienst die onder de wetgevende macht ressorteert, in een overheidsdienst of in een inrichting voor gesubsidieerd onderwijs, of van één of meer pensioenen ten laste van de Schatkist, die betrekking hebben op één of meer onvolledige loopbanen, ofwel werkloosheidsuitkeringen of wettelijke vergoedingen voor ziekte of invaliditeit of voor moederschapsrust genieten. De vertrektoelage wordt dan overeenkomstig § 2.1 vastgesteld en wordt, na weging, verminderd met de totale som die aan de betrokkene verschuldigd is voor de overeenstemmende periode voor de bezoldiging van onvolledige ambten in de openbare sector of privé-sector of als pensioen naargelang het bedrag van de vaste vertrektoelage betrekking heeft op de uitoefening van een voltijdse of deeltijdse prestatie binnen een Kabinet en, in ieder geval, met de inkomsten voortvloeiend uit een werkloosheidsuitkering of wettelijke vergoeding voor ziekte-invaliditeit of voor moederschapsrust. §
- Het bruto maandbedrag van de vaste vertrektoelage is het geïndexeerd bruto maandbedrag van de Kabinetstoelage die als wedde geldt, met inbegrip van het bedrag van de vermeerdering die eventueel zou zijn toegepast, vermeerderd met het bijkomend bedrag van de toelage bedoeld in artikel 11 of met de vaste maandtoelagen bedoeld in artikel 15 en, in voorkomend geval, met de haard- of standplaatstoelage, betreffende de laatste activiteitswedde die de betrokken persoon heeft uitgeoefend gedurende ten minste drie maanden, gewogen op grond van de regeling voor de prestaties van de begunstigde die in aanmerking komen voor de berekening van die Kabinetstoelage. §
- Geen vertrektoelage is verschuldigd voor de personen die hun ambt vrijwillig neerleggen of die wegens dringende reden ontslagen worden. Art. 26.§
- Op het einde van hun aanstelling, genieten de personeelsleden van het Kabinet bedoeld in de artikelen 12 en 14 van dit besluit die het Kabinet verlaten, een verlof voor het einde van het Kabinet dat wordt vastgesteld ten belope van één werkdag per maand detachering, met een minimum van drie werkdagen en een maximum van vijftien werkdagen, toe te kennen door de functionele overheid waaronder deze ressorteren door toedoen van de Minister die hun ontslag uit hun ambt heeft toegekend. §
- Indien zij, als gevolg van de behoeften van de dienst, niet het geheel of een deel van hun jaarlijks vakantieverlof hebben kunnen nemen vóór de definitieve ambtsneerlegging, wordt aan de personeelsleden van de Kabinetten bedoeld in de artikelen 4 en 7 van dit besluit die de uitoefening van hun ambt niet cumuleren met een andere beroepsactiviteit, en aan de personeelsleden bedoeld in artikel 11 die de vaste vertrektoelage bedoeld in artikel 25 niet genieten, een compenserende toelage toegekend waarvan het bedrag gelijk is aan hun laatste wedde in verband met de niet genomen verlofdagen. Voor de toepassing van deze paragraaf is de wedde die in aanmerking te nemen is, deze die verschuldigd is voor volledige prestaties, eventueel met inbegrip van de haard- of standplaatstoelage alsook, in voorkomend geval, het bedrag van de vermeerdering van de Kabinetstoelage die als wedde geldt en de bijkomende bedragen van de toelage bedoeld in artikel 11 of de vaste maandtoelagen bedoeld in artikel 15 van dit besluit. §
- De individuele dossiers van de personeelsleden die de Kabinetten verlaten, worden overgezonden naar de Vaste Bijstandsdienst voor administratieve en geldelijke aangelegenheden van de Kabinetten bedoeld in artikel 7 van dit besluit, die belast wordt met het administratief en geldelijk beheer ervan. Onder individueel dossier wordt verstaan, alle documenten met betrekking tot de akten die worden genomen ter uitvoering van het administratief en geldelijk beheer van het personeelslid van het Kabinet. Afdeling
- - Globaal maximumbedrag van de bestaansmiddelen Art. 27.§
- Het globaal maximumbedrag van de bestaansmiddelen in verband met de bezoldigingen van het personeel van het Kabinet en andere kosten verbonden aan de werking en de investeringen van het Kabinet wordt vastgesteld op 53.000 euro per jaar (index 189.48) per personeelslid bedoeld bij dit besluit. Dat maximumbedrag is gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen en kan aangepast worden in functie van de evolutie van de barema's van het kabinetspersoneel, voor zover de betrokken kredieten dit toelaten. §
- De aankoop van meubelen alsmede de verwerving en de inventaris van de kunstwerken worden geregeld via de omzendbrief van de Regering van de Franse
§ 3van dit besluit.
§
- Voor elke aankoop boven 16.000 euro (BTW niet inbegrepen), wordt het advies van de Inspecteur van Financiën geaccrediteerd bij de Minister-Presidente voorafgaandelijk vereist. §
- Het advies van de Inspecteur van Financiën geaccrediteerd bij de Minister-Presidente wordt voorafgaandelijk vereist voor elke inschrijving op een leasing. Afdeling
- - Eretitels Art. 28.De Kabinetsdirecteur kan, bij besluit van de Regering, ertoe worden gemachtigd, de eretitel van zijn ambt te voeren, op voorwaarde dat hij dit gedurende ten minste twee jaar heeft uitgeoefend. Afdeling
- - Einde van het Kabinet Art. 29.§
- Naar aanleiding van een verandering van legislatuur of van de vervanging van één of meer Minister(s), met het oog op een harmonieuze machtsoverdracht, kan een cel samengesteld als volgt blijven werken in elk van de ministeriële Kabinetten totdat de inventaris wordt opgemaakt en de rekeningen worden afgelegd : - de Kabinetssecretaris of de afgevaardigde ordonnateur; - de buitengewoon Rekenplichtige; - de informatica-correspondent of een uitvoerend personeelslid; - een chauffeur. §
- De modaliteiten voor de declassering en de terugname-teruggave te bepalen onder de ministeriële Kabinetten op het einde van een legislatuur of bij vervanging van één of meer Minister(s), worden vastgesteld via een omzendbrief van de Regering van de Franse
§ 3van dit besluit.
§.
- De diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap worden belast met het opstellen van de plaatsbeschrijving en met de controle op de werken die uitgevoerd moeten worden in de lokalen bezet door de ministeriële Kabinetten. Afdeling
- - Toezicht Art. 30.De secretaris van de Regering wordt belast met het toezicht op de samenstelling van de ministeriële Kabinetten. De betrokken Kabinetten zenden een voor eensluidend verklaard afschrift van elk behoorlijk gedateerd besluit betreffende de leden van hun personeel aan de Vaste Bijstandsdienst voor administratieve en geldelijke aangelegenheden van de Kabinetten, die het visum van de secretaris van de Regering moet aanvragen. Deze zal de besluiten viseren en stempelen en zal die aan de Vaste Bijstandsdienst terugzenden, die, na de geviseerde besluiten te hebben ontvangen, de bezoldigingen zal kunnen uitbetalen. Afdeling
- - Personeel van de Diensten van de Regering die deel kunnen uitmaken van het Kabinet van een lid van de Regering van een andere macht Art. 31.De personeelsleden van de diensten van de Regering kunnen deel uitmaken van het Kabinet van een lid van de Regering van een andere macht, mits de voorafgaande toestemming van de Minister van ambtenarenzaken en na het advies van de functioneel bevoegde Minister te hebben ingewonnen. De toestemming kan worden verleend op voorwaarde dat de Koning een verordening heeft genomen tot bepaling van de nadere regels voor de terugbetaling van de bezoldiging van de personeelsleden bedoeld in het eerste lid die deel zullen uitmaken van het Kabinet van een lid van de federale Regering. Art. 32.De bezoldiging van de personeelsleden bedoeld in artikel 31, eerste lid, wordt door de Diensten van de Regering uitbetaald. De bezoldiging wordt aan de Schatkist terugbetaald op grond van een driemaandelijkse staat die aan het lid van de Regering van de betrokken macht door de Diensten van de Regering wordt overgezonden. De aanvraag om terugbetaling wordt ingediend in het begin van elk trimester voor het vorige trimester. De bezoldiging van de personeelsleden van de Diensten van de Regering die bij een Kabinet van een lid van de Waalse Regering gedetacheerd zijn, wordt niet terugbetaald. Art. 33.Artikel 5, § 1, is van toepassing op de personeelsleden van de Diensten van de Regering die bij het Kabinet van een lid van de Regering van een andere macht gedetacheerd zijn. Afdeling
- - Slotbepalingen Art. 34.Het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 10 juni 2005Relevante gevonden documenten type besluit van de regering van de franse gemeenschap prom. 10/06/2005 pub. 16/08/2005 numac 2005029199 bron ministerie van de franse gemeenschap Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap betreffende de Kabinetten van de Ministers van de Regering van de Franse Gemeenschap sluiten betreffende de Kabinetten van de Ministers van de Regering van de Franse Gemeenschap wordt opgeheven. Art. 35.Dit besluit treedt in werking op 1 januari
- Art. 36.De Ministers worden, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 13 oktober
- De Minister-Presidente, belast met het Leerplichtonderwijs en het Onderwijs voor Sociale Promotie, Mevr. M. ARENA De Minister van Hoger Onderwijs, Wetenschappelijk Onderzoek en Internationale Betrekkingen, Mevr. M.-D. SIMONET De Minister van Begroting en Financiën, M. DAERDEN De Minister van Ambtenarenzaken en Sport, C. EERDEKENS De Minister van Cultuur, de Audiovisuele Sector en Jeugd, Mevr. F. LAANAN De Minister van Kinderwelzijn, Hulpverlening aan de Jeugd en Gezondheid, Mevr. C. FONCK
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.