Iedere opdracht stemt overeen met een welbepaalde financieringswijze die toegepast wordt in het raam van de verschillende gewestelijke bevoegdheden. De opdrachten worden oplopend genummerd en ieder opdrachtnummer telt twee posities. Art. 10.Iedere opdracht is opgedeeld in één of meerdere programma's. Ieder programma stemt overeen met een welbepaalde doelstelling die voorop gesteld wordt teneinde de opdracht waaronder het programma ressorteert te realiseren. De programma's worden oplopend genummerd en ieder programmanummer telt drie posities. Ieder programma kan ontvangsten bevatten die nog niet verdeeld werden volgens de economische classificatie. Niettemin mag de aanrekening van de ontvangsten slechts gebeuren op basisallocaties die een economische code dragen die aangeeft dat het om een ontvangst gaat die verdeeld werd volgens de economische classificatie. Hiertoe mogen met het akkoord van de Minister van Begroting in de loop van het begrotingsjaar de nodige nieuwe basisallocaties gecreëerd worden binnen de middelenbegroting. Art. 11.Ieder programma is opgedeeld in één of meerdere activiteiten. Iedere activiteit stemt overeen met een welbepaalde concrete actie die gevoerd wordt om de doelstelling van het programma te realiseren. De activiteiten worden oplopend genummerd en ieder activiteitnummer telt twee posities. Art. 12.Iedere activiteit is opgedeeld in één of meerdere basisallocaties op basis van de economische en functionele classificatie. Het basisallocatienummer telt de nummers van de opdracht, het programma en de activiteit, het volgnummer, de economische code en de functionele code. De basisallocaties worden op het niveau van iedere activiteit oplopend genummerd. Het volgnummer telt twee posities. De benaming van de basisallocaties dient steeds de oorsprong van de ontvangst te bevatten evenals de aard van de ontvangst. Indien een basisallocatie verbonden is met een organiek begrotingsfonds, dan wordt de code BFB en de benaming van het fonds in kwestie vermeld. De Inspectie van Financiën en de Directie Begroting van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waken over de formele toepassing van het 3e en 4e lid van dit artikel. Art. 13.De totalen van de ontvangstenkredieten worden berekend per activiteit, per programma en per opdracht, alsook globaal voor de begroting. Op het niveau van de opdrachten en de globale begroting, worden de totalen van de ontvangstenkredieten vermeld per hoofdgroep, qua ontvangstenaard, van de economische classificatie. Onderafdeling II. - Bepalingen betreffende de verticale
1° een kolom met de Nederlandse benaming van de opdrachten, programma's, activiteiten en basisallocaties en een kolom met de Franse benaming;2° een kolom die achtereenvolgens het nummer van de opdracht, het programma en de activiteit bevat;3° een kolom die achtereenvolgens het volgnummer en de economische code van de basisallocatie bevat;4° een kolom die de functionele code van de basisallocatie bevat. In het geval van een initiële begroting voor een beschouwd begrotingsjaar worden volgende kolommen toegevoegd : 1° een kolom die de ontvangstenkredieten van de initiële begroting bevat van het jaar dat aan het beschouwde begrotingsjaar voorafgaat;2° een kolom die de ontvangstenkredieten van de initiële begroting bevat van het beschouwde begrotingsjaar. In het geval van een aangepaste begroting voor een beschouwd begrotingsjaar worden volgende kolommen toegevoegd : 1° een kolom die de ontvangstenkredieten van de initiële begroting van het beschouwde begrotingsjaar bevat;2° een kolom die de aanpassingen van de ontvangstenkredieten van het beschouwde begrotingsjaar bevat.Bij iedere nieuwe begrotingsaanpassing wordt een extra kolom toegevoegd; 3° een kolom die de aangepaste ontvangstenkredieten van het beschouwde begrotingsjaar bevat.Deze aangepaste kredieten zijn de som van de initiële kredieten en de kredietaanpassingen. HOOFDSTUK III Bepalingen betreffende de algemene uitgavenbegroting Afdeling I. - Bepalingen betreffende het beschikkende gedeelte van de algemene uitgavenbegroting Art. 15.Het beschikkende gedeelte is onderverdeeld in vijf secties : - de sectie I : algemene bepalingen; - de sectie II : bijzondere bepalingen in verband met de diensten van de Regering met inbegrip van de bepalingen in verband met de organieke begrotingsfondsen; - de sectie III : bijzondere bepalingen in verband met de autonome bestuursinstellingen; - de sectie IV : bijzondere bepalingen in verband met de instellingen van openbaar nut van categorie A en B, bepaald door wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, die niet zijn ondergebracht onder de sectoriële code 13.12, rubriek « Deelstaatoverheid », van het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen vervat in de Verordening (EG) nr. 2223/96 van de Raad van 25 juni 1996 betreffende het Europees systeem van de nationale en regionale rekeningen in de Gemeenschap; - de sectie V : bijzondere bepalingen in verband met de andere verbintenissen van de gewestelijke entiteit. Art. 16.De sectie I bevat minimaal een artikel dat, voor het begrotingsjaar, de kredieten opent ten bedrage waarvan de uitgaven per programma worden gemachtigd. Dit artikel bevat de algemene totalen van de op de programma's ingeschreven vastleggings- en vereffeningskredieten. Art. 17.De sectie II bevat minimaal een bijzondere bepaling die machtiging verleent aan de Regering om facultatieve subsidies toe te kennen ten laste van de kredieten van basisallocaties die hiertoe in de begrotingstabel werden opgenomen en waarvan de economische code overeenstemt met een overdracht van inkomsten of van kapitaal in de vorm van een subsidie en dit overeenkomstig artikel 15 van de ordonnantie. Zij bevat, in voorkomend geval, een bijzondere bepaling die de aan de uitgaven verbonden voorwaarden bepaalt en dit overeenkomstig artikel 15 van de ordonnantie. Art. 18.De sectie III bevat minimaal :
Iedere opdracht stemt overeen met een welbepaald overheidsbeleid dat gevoerd wordt in uitoefening van de verschillende gewestelijke bevoegdheden. De opdrachten worden oplopend genummerd en ieder opdrachtnummer telt twee posities. Art. 24.Iedere opdracht is opgedeeld in één of meerdere programma's. Ieder programma stemt overeen met een specifieke doelstelling die voorop gesteld wordt om de opdracht waaronder het programma valt te realiseren. De programma's worden oplopend genummerd en ieder programmanummer telt drie posities. Ieder programma kan uitgaven bevatten die nog niet verdeeld werden volgens de economische classificatie. Deze kredieten moeten eerst overgedragen worden naar basisallocaties die een economische code dragen die aangeeft dat het om een uitgave gaat die wel verdeeld werd volgens de economische classificatie, alvorens te kunnen worden benut. Iedere opdracht bevat een programma dat de ondersteuning van het algemeen beleid betreft verbonden met de beschouwde opdracht. Dit programma bevat de specifieke werkings- en vermogensuitgaven van de diensten van de Regering of van de instelling belast met de uitvoering van de beschouwde opdracht, waaronder in het bijzonder de overheidsopdrachten voor studies verbonden met de opdracht. Art. 25.Ieder programma is opgedeeld in één of meerdere activiteiten. Iedere activiteit stemt overeen met een welbepaalde concrete actie die gevoerd wordt om de doelstelling van het programma waaronder de activiteit valt te realiseren. De activiteiten worden oplopend genummerd en ieder activiteitnummer telt twee posities. Art. 26.Iedere activiteit is opgedeeld in één of meerdere basisallocaties op basis van de economische en functionele classificatie. Het basisallocatienummer telt de nummers van de opdracht, het programma en de activiteit, het volgnummer, de economische code en de functionele code. De basisallocaties worden op het niveau van iedere activiteit oplopend genummerd. Het volgnummer telt twee posities. De benaming van de basisallocaties dient steeds de bestemming, d.w.z. de begunstigde of de categorie van begunstigden, van de kredieten te bevatten evenals de aard van de uitgave. Indien een basisallocatie een economische code draagt die aangeeft dat deze basisallocatie de toekenning van subsidies betreft die bovendien van facultatieve aard zijn, dan wordt de code FSF vermeld. Indien een basisallocatie verbonden is met een organiek begrotingsfonds, dan wordt de code BFB en de benaming van het fonds in kwestie vermeld. De Inspectie van Financiën en de Directie Begroting van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waken over de formele toepassing van de leden 3 tot en met 5 van dit artikel. Art. 27.Zowel op het vlak van de vastleggingskredieten als op het vlak van de vereffeningskredieten, worden de totalen berekend per activiteit, programma en opdracht, evenals globaal voor de begroting. Op het niveau van de opdrachten en de globale begroting, worden de totalen van de vastleggings- en vereffeningskredieten vermeld, per hoofdgroep qua uitgavenaard, van de economische classificatie. Op het einde van de begrotingstabel worden de types van begrotingssaldi vermeld die de Minister van Begroting bepaalt. Onderafdeling III. - Bepalingen betreffende de verticale
.De begrotingstabel is samengesteld uit volgende kolommen : 1° een kolom met de Nederlandse benaming van de opdrachten, programma's, activiteiten en basisallocaties en een kolom met de Franse benaming;2° een kolom die achtereenvolgens het nummer van de opdracht, van het programma en van de activiteit bevat;3° een kolom die achtereenvolgens het volgnummer en de economische code van de basisallocatie bevat;4° een kolom die de functionele code van de basisallocatie bevat;5° een kolom die de aanduiding van het krediettype bevat : de vastleggingskredieten worden aangeduid door de letter « c » en de vereffeningskredieten worden aangeduid door de letter « b », de vastleggingskredieten en de vereffeningskredieten die verbonden zijn aan de organieke begrotingsfondsen worden respectievelijk aangeduid met de letters « f » en « e ». In het geval van een initiële begroting voor een beschouwd begrotingsjaar worden de volgende kolommen toegevoegd : 1° een kolom die de vastleggings- en vereffeningskredieten van de initiële begroting bevat van het jaar dat voorafgaat aan het beschouwde begrotingsjaar;2° een kolom die de vastleggings- en vereffeningskredieten van de initiële begroting bevat van het beschouwde begrotingsjaar. In het geval van een aangepaste begroting voor een beschouwd begrotingsjaar worden de volgende kolommen toegevoegd : 1° een kolom die de vastleggings- en vereffeningskredieten van de initiële begroting van het beschouwde begrotingsjaar bevat;2° een kolom die de door de Regering of door de bevoegde ministers goedgekeurde herverdelingen van kredieten tussen basisallocaties van het beschouwde begrotingsjaar bevat;3° een kolom die de aanpassingen van de vastleggings- en vereffeningskredieten van het beschouwde begrotingsjaar bevat.Bij iedere nieuwe begrotingsaanpassing wordt een extra kolom toegevoegd; 4° een kolom die de aangepaste vastleggings- en vereffeningskredieten van het beschouwde begrotingsjaar bevat.Deze aangepaste kredieten zijn de som van de initiële kredieten, de herverdelingen van kredieten tussen basisallocaties en de kredietaanpassingen. HOOFDSTUK III. - Bepalingen betreffende de algemene toelichting bij de begroting Art. 29.Overeenkomstig artikel 21 van de ordonnantie bevat de algemene toelichting inzonderheid : - de analyse en synthese van de begroting; - een economisch verslag; - een financieel verslag dat inzonderheid een verslag over de gewestelijke schuld en thesaurie inhoudt; - een verslag over het gebruik van de kredieten die het mogelijk hebben gemaakt om de politieke krijtlijnen te financieren die in artikel 22, 2°, van de ordonnantie worden gedefinieerd; - wat de ontvangsten betreft, de raming van de bedragen die tijdens het jaar geïnd zullen worden en die voortvloeien uit de op de begroting aangerekende vastgestelde rechten; - wat de uitgaven betreft, de raming, per programma, van de betalingen tijdens het jaar, die voortvloeien uit de op de vereffeningskredieten aangerekende vastgestelde rechten. Art. 30.De algemene toelichting bij de begroting bevat tevens de geconsolideerde begroting van de gewestelijke entiteit. De Minister van Begroting bepaalt het model en de modaliteiten van de consolidatie. HOOFDSTUK IV. - Bepalingen betreffende de verantwoordingen bij de begroting Art. 31.Voor de opdrachten, programma's en activiteiten wordt per individuele basisallocatie een verantwoordingsfiche opgesteld. Inzake uitgaven bevat iedere verantwoordingsfiche een luik « vastleggingskredieten » en een luik « vereffeningskredieten ». Iedere verantwoordingsfiche bij de initiële begroting bevat minstens : - de benaming en het nummer van de basisallocatie; - de begrotingsuitvoering van de twee jaren die aan het beschouwde begrotingsjaar vooraf gaan; - de initiële administratieve kredieten van het jaar dat aan het beschouwde begrotingsjaar voorafgaat; - de initiële administratieve kredieten van het beschouwde begrotingsjaar; - de raming van de administratieve kredieten van de vijf jaar die volgen op het beschouwde begrotingsjaar; - een gedetailleerde toelichting bij de begrotingsuitvoering van het jaar dat aan het beschouwde begrotingsjaar vooraf gaat; - een gedetailleerde toelichting en berekeningshypotheses bij de raming van de initiële administratieve kredieten van het beschouwde begrotingsjaar; - een gedetailleerde toelichting en de berekeningshypotheses bij de raming van de administratieve kredieten van de vijf jaar die volgen op het beschouwde begrotingsjaar. Iedere verantwoordingsfiche bij een aangepaste begroting bevat minstens : - de benaming en het nummer van de basisallocatie; - de initiële administratieve kredieten van het beschouwde begrotingsjaar; - de aanpassing van de administratieve kredieten van het beschouwde begrotingsjaar; - de aangepaste administratieve kredieten van het beschouwde begrotingsjaar; - een gedetailleerde toelichting en de berekeningshypotheses bij de raming van de aangepaste administratieve kredieten van het beschouwde begrotingsjaar. De verantwoordingsfiches van de uitgaven in vastleggingstermen die behoren tot de hoofdgroep 7 van de economische classificatie, bevatten de meerjarige fysische programma's in toepassing van artikel 11 van de ordonnantie. De verantwoordingsfiches van de uitgaven in vereffeningstermen, bevatten de meerjarige vereffeningsplannen in toepassing van artikel 11 van de ordonnantie. De verantwoordingsfiches worden gegroepeerd per activiteit. Iedere activiteit gaat gepaard met een gedetailleerde toelichting over de aanwending van de actie in het kader van de door het programma bepaalde doelstelling. De activiteiten worden gegroepeerd per programma. Iedere programma gaat gepaard met een gedetailleerde toelichting over de realisatie van de door het programma bepaalde doelstelling. De programma's worden gegroepeerd per opdracht. Iedere opdracht gaat gepaard met een gedetailleerde toelichting over haar realisatie. De autonome bestuursinstellingen stellen eveneens per individuele basisallocatie een verantwoordingsfiche op. Het geheel van de verantwoordingsfiches vormt naargelang het geval de verantwoording van de middelenbegroting of van de algemene uitgavenbegroting bedoeld in artikel 11 van de ordonnantie. De Minister van Begroting legt, in overleg met de functioneel bevoegde ministers, het standaardmodel en de modaliteiten vast van de verantwoordingsfiches, de meerjarige vereffeningsplannen en de meerjarige fysische programma's. Art. 32.Overeenkomstig artikel 3, § 2, 2e lid, van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, worden de begrotingen van de instellingen van openbaar nut van categorie B, bepaald door wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, die niet zijn ondergebracht onder de sectoriële code 13.12, rubriek « Deelstaatoverheid », van het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen vervat in de Verordening (EG) nr. 2223/96 van de Raad van 25 juni 1996 betreffende het Europees systeem van de nationale en regionale rekeningen in de Gemeenschap, in bijlage gevoegd van de verantwoording van de algemene uitgavenbegroting. TITEL IV. - Slotbepalingen Art. 33.De leden van de Regering zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 13 juli 2006. Voor de Regering : De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing, Huisvesting, Openbare Netheid en Ontwikkelingssamenwerking, Ch. PICQUE De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast met Financiën, Begroting, Openbaar Ambt en Externe Betrekkingen, G. VANHENGEL
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.