artikel 13, om gegevens met betrekking tot bepaalde groenestroomcertificaten te consulteren en deze gegevens aan te passen; 14° garantie van oorsprong : bewijsstuk om aan te tonen dat een aan eindafnemers geleverde hoeveelheid elektriciteit afkomstig is uit hernieuwbare energiebronnen.» Art. 2.Artikel 13 wordt vervangen door wat volgt : « Art. 13.§
artikel 15;7° indien het groenestroomcertificaat aanvaardbaar is, of het groenestroomcertificaat al of niet werd voorgelegd in het kader van de certificatenverplichting, of dat het niet meer kan worden voorgelegd, zoals
de gevallen opgenomen in artikel 23, § 2bis van het Elektriciteitsdecreet;8° of het groenestroomcertificaat kan worden gebruikt als garantie van oorsprong. § 3. De vermelding,
, 6°, is : 1° « aanvaardbaar », in geval het groenestroomcertificaat voldoet aan de voorwaarden van artikel 15, § 1, en niet is uitgevoerd, zoals
artikel 15, § 2;2° « niet-aanvaardbaar », in geval het groenestroomcertificaat niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 15, § 1, en in de gevallen,
artikel 15, §
, 7°, is : 1° « ingeleverd », wanneer het groenestroomcertificaat reeds werd voorgelegd om te voldoen aan de certificatenverplichting, overeenkomstig de procedure
artikel 14, eerste lid;2° « nog niet ingeleverd », wanneer het groenestroomcertificaat nog niet werd voorgelegd om te voldoen aan de certificatenverplichting, overeenkomstig de procedure
artikel 14, eerste lid;3° « niet van toepassing », in geval de vermelding,
§ 5. De vermelding,
, 8°, is : 1° « nog niet gebruikt », in de gevallen
en artikel 15quater, § 2;2° « ter plaatse gebruikt », in de gevallen
;3° « gebruikt », in de gevallen
artikel 15bis ;4° « uitgevoerd », in de gevallen
artikel 15ter ;5° « vervallen », in de gevallen
artikel 15quinquies. § 6. Bij de creatie van een groenestroomcertificaat is de vermelding,
§ 7. In afwijking van § 6, wordt, bij een aantal groenestroomcertificaten dat overeenstemt met de hoeveelheid elektriciteit die op de site van de productie-installatie in kwestie wordt verbruikt of op een directe lijn wordt geïnjecteerd, de vermelding « ter plaatse gebruikt »,
, 8°, onmiddellijk aangebracht door de VREG op basis van het verschil tussen de geproduceerde elektriciteit en de gegevens die haar worden bezorgd met betrekking tot de hoeveelheid elektriciteit die door de productie-installatie in kwestie wordt opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen,
artikel 5, en op het distributie- of transmissienet wordt geïnjecteerd. De gegevens, met betrekking tot de hoeveelheid elektriciteit die door de productie-installatie in kwestie wordt opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen,
artikel 5, en op het distributie- of transmissienet wordt geïnjecteerd, worden gemeten en bezorgd aan de VREG door de distributienetbeheerder of transmissienetbeheerder van het net waarop de installatie is aangesloten. Wanneer het gaat om een productie-installatie, die per jaar meer dan 10 000 kWh elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen,
artikel 5, opwekt, worden de gegevens,
het tweede lid, maandelijks bezorgd. Wanneer het gaat om een productie-installatie, die per jaar 10 000 kWh of minder elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen,
artikel 5, opwekt en wanneer deze gegevens op de site via een aparte meter worden opgemeten, worden de gegevens,
het tweede lid, jaarlijks bezorgd. Wanneer op de site geen aparte meter is geplaatst voor de meteropname van deze gegevens, wordt er geacht geen geïnjecteerde netto hoeveelheid elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen te zijn. De VREG kan nadere regels vastleggen betreffende de manier waarop de metingen,
het tweede lid dienen te gebeuren en dienen te worden bezorgd aan de VREG. §
artikel 13, § 2, 6°, « aanvaardbaar » is, en de vermelding,
artikel 13, § 2, 7°, « nog niet ingeleverd » is. Onderafdeling III. - Het gebruik van groenestroomcertificaten als garantie van oorsprong Art. 15bis.§ 1. Groenestroomcertificaten worden gebruikt als garantie van oorsprong wanneer ze worden voorgelegd in het kader van de verkoop van elektriciteit aan eindafnemers als elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen of enige andere benaming die erop zou kunnen wijzen dat de elektriciteit werd opgewekt door middel van hernieuwbare energiebronnen, zoals
artikel 23bis van het Elektriciteitsdecreet. Enkel groenestroomcertificaten die nog niet werden gebruikt als garantie van oorsprong, en waarvan bijgevolg de vermelding,
artikel 13, § 2, 8°, « nog niet gebruikt « is, kunnen worden gebruikt in de zin van het vorig lid. § 2. Een leverancier wijzigt maandelijks de vermelding,
artikel 13, § 2, 8°, van « nog niet gebruikt » in « gebruikt », bij het aantal groenestroomcertificaten dat overeenkomt met de hoeveelheid elektriciteit, opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen,
artikel 5, die hij in de voorgaande maand heeft verkocht aan eindafnemers in het Vlaamse Gewest. Hierbij wordt ook de maand en het jaar geregistreerd waarin deze overeenstemmende hoeveelheid elektriciteit werd verkocht. De VREG kan de nadere procedure vastleggen met betrekking tot de wijze waarop een leverancier bij groenestroomcertificaten waarvan hij eigenaar is de vermelding « nog niet gebruikt », zoals
artikel 13, § 2, 8°, kan wijzigen in « gebruikt ». Art. 15ter.Enkel groenestroomcertificaten waarvan de vermelding,
artikel 13, § 2, 8°, « nog niet gebruikt » is, kunnen worden uitgevoerd buiten het Vlaamse Gewest. Wanneer een dergelijk groenestroomcertificaat buiten het Vlaamse Gewest wordt uitgevoerd als garantie van oorsprong, draagt de VREG op vraag van de eigenaar van het betrokken groenestroomcertificaat de nodige gegevens van het groenestroomcertificaat over aan de bevoegde instantie in het gewest of het land waarnaar het groenestroomcertificaat werd uitgevoerd. Na de overdracht wordt de vermelding, zoals
artikel 13, § 2, 8°, van het betrokken groenestroomcertificaat, in de databank gewijzigd van « nog niet gebruikt » in « uitgevoerd ». Art. 15quater.§ 1. Een garantie van oorsprong die afkomstig is uit een ander gewest of een ander land, kan in het Vlaamse Gewest worden ingevoerd om hier te worden aangewend als garantie van oorsprong, op voorwaarde dat de eigenaar ervan aan de VREG aantoont dat voldaan wordt aan de volgende voorwaarden : 1° de garantie van oorsprong vermeldt minstens volgende gegevens :
artikel 5;3° de garantie van oorsprong is het enige bewijs dat voor de betreffende hoeveelheid elektriciteit werd uitgereikt en dat aantoont dat een producent in een daarin aangegeven jaar een daarin aangegeven hoeveelheid elektriciteit, uitgedrukt in kWh, heeft opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, zoals
artikel 5;4° de hoeveelheid elektriciteit waarop de garantie van oorsprong betrekking heeft, is nog niet verkocht onder de benaming elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen of een gelijkwaardige benaming. § 2. Wanneer de garantie van oorsprong uit een ander gewest of een ander land wordt ingevoerd, worden de gegevens ervan geregistreerd in de centrale databank in de vorm van een groenestroomcertificaat met de volgende vermeldingen : 1° « niet-aanvaardbaar », zoals
artikel 13, § 2, 6°;2° « niet van toepassing », zoals
artikel 13, § 2, 7°;3° « nog niet gebruikt », zoals
artikel 13, § 2, 8°. Groenestroomcertificaten uit een ander gewest of een ander land kunnen worden geregistreerd met de vermelding « aanvaardbaar » in het geval de Vlaamse Regering met toepassing van artikel 25 van het Elektriciteitsdecreet beslist de betreffende certificaten te aanvaarden. Deze registratie gebeurt na de overdracht van de nodige gegevens van de garantie van oorsprong aan de VREG door de bevoegde instantie van het ander gewest of een ander land, en nadat in het ander land of gewest de garantie van oorsprong definitief onbruikbaar is gemaakt. De VREG bepaalt via welk formaat, welk medium en welke procedure deze garanties van oorsprong kunnen worden ingevoerd uit een ander gewest of een ander land. Art. 15quinquies.Groenestroomcertificaten kunnen enkel worden gebruikt als garantie van oorsprong tot vijf jaar na de toekenning ervan. Indien een groenestroomcertificaat na afloop van deze termijn nog niet werd gebruikt als garantie van oorsprong wordt de vermelding,
artikel 13, § 2, 8°, van dit groenestroomcertificaat door de VREG gewijzigd van « nog niet gebruikt » in « vervallen ». Art. 15sexies.§ 1. Een leverancier van elektriciteit maakt maandelijks aan iedere distributienetbeheerder en de transmissienetbeheerder een lijst over met de eindafnemers, die op diens net zijn aangesloten en die door de leverancier worden voorzien van elektriciteit, opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen,
artikel 5, met per eindafnemer aanduiding van het aandeel elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen,
artikel 5, in de totale elektriciteitslevering aan deze eindafnemer. De VREG kan nadere regels vastleggen met betrekking tot de wijze waarop de leverancier de gegevens,
het vorig lid, dient over te maken. § 2. De distributienetbeheerders en de transmissienetbeheerder melden maandelijks aan de VREG en aan de betrokken leverancier de geaggregeerde afnamegegevens van de eindafnemers,
, opgesplitst naargelang het aandeel elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen in de totale elektriciteitslevering aan deze eindafnemers. De VREG kan nadere regels vastleggen betreffende de manier waarop deze metingen dienen te gebeuren en de meetgegevens ervan dienen te worden bezorgd aan de VREG. § 3. De VREG controleert maandelijks, op basis van de gegevens,
, of een leverancier bij het correcte aantal groenestroomcertificaten de vermelding heeft aangebracht dat deze werden gebruikt als garantie van oorsprong, zoals
artikel 15bis. Indien de leverancier bij te veel groenestroomcertificaten de vermelding « nog niet gebruikt » heeft gewijzigd in « gebruikt », zoals
artikel 13, § 2, 8°, wordt het overschot overgedragen naar de volgende maand. Indien de leverancier bij onvoldoende groenestroomcertificaten de vermelding zoals
artikel 13, § 2, 8°, heeft gewijzigd in « gebruikt », brengt de VREG de betrokken leverancier hiervan op de hoogte. De leverancier wijzigt binnen 10 werkdagen na deze melding bij het ontbrekende aantal groenestroomcertificaten de vermelding zoals
artikel 13, § 2, 8°, in « gebruikt ». § 4. De VREG biedt op haar website aan eindafnemers van elektriciteit de mogelijkheid aan om te controleren of, en in welke mate, hun leverancier hun elektriciteit heeft geleverd die werd opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. Hierbij wordt uitgegaan van de gegevens van de controle,
4.Aan het eerste lid van artikel 17 van hetzelfde besluit worden de volgende woorden toegevoegd : « en naargelang die al dan niet nog kunnen worden gebruikt als garantie van oorsprong, overeenkomstig de bepalingen van onderafdeling III van afdeling IV. ». Art. 5.Artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 maart 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 29/03/2002 pub. 04/05/2002 numac 2002035589 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering inzake de openbaredienstverplichtingen ter bevordering van het rationeel energiegebruik sluiten inzake de openbaredienstverplichtingen ter bevordering van het rationeel energiegebruik, gewijzigd door het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 2003, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 11.§
, 1°, wordt ten laatste vanaf 1 maart van het lopende jaar bepaald op basis van de verhouding van het aantal groenestroomcertificaten, uitgedrukt in MWh, dat door de leverancier voor leveringen in het voorgaande kalenderjaar werd gebruikt als garantie van oorsprong, zoals
artikel 15bis van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2004Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 05/03/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004035460 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering inzake de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen type besluit van de vlaamse regering prom. 05/03/2004 pub. 15/04/2004 numac 2004035553 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende de openbare dienstverplichting ter bevordering van de elektriciteitsopwekking in kwalitatieve warmtekrachtinstallaties sluiten inzake de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen, ten opzichte van de hoeveelheid, uitgedrukt in MWh, in het vorig kalenderjaar geleverde elektriciteit aan eindafnemers in het Vlaamse Gewest door de betrokken leverancier. Deze verhouding wordt bepaald zowel voor het totaal van zijn leveringen als voor zijn leveringen van het aangeboden product aan de betrokken eindafnemers. Het aandeel elektriciteit uit de andere energiebronnen, zoals
, 2° tot en met 5°, wordt door de leverancier vanaf 1 maart van het lopende jaar als volgt bepaald : (1 - het aandeel elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen zoals
het vorig lid). Dit aandeel wordt vervolgens verdeeld over de energiebronnen, zoals
, 2° tot en met 5°, op basis van het aandeel van de andere energiebronnen dan de hernieuwbare energiebronnen in de totale brandstofmix van het productiepark in het voorgaande kalenderjaar van de leverancier en/of van de elektriciteitsproducenten waarmee de leverancier rechtstreekse en/of onrechtstreekse overeenkomsten had afgesloten om zijn leveringen van het voorgaande kalenderjaar te dekken. Deze verhouding wordt bepaald zowel voor het totaal van zijn leveringen als voor zijn leveringen van het aangeboden product aan de betrokken eindafnemers. Voor elektriciteit die is verkregen via invoer of via elektriciteitsuitwisseling op een elektriciteitsbeurs, kunnen de door de betrokken invoerder of elektriciteitsbeurs verstrekte geaggregeerde cijfers worden gebruikt voor de bepaling van het aandeel elektriciteit uit de energiebronnen, zoals
§ 4. De leverancier dient vanaf 2006 jaarlijks vóór 1 maart een rapport in bij de VREG over de oorsprong van de geleverde elektriciteit tijdens het voorgaande kalenderjaar. De VREG stelt dat rapport ter beschikking van ANRE. Het syntheseverslag wordt gepubliceerd op de website van de VREG, samen met de door de leveranciers gehanteerde percentages inzake de oorsprong van de door hen geleverde elektriciteit,
§
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.