punt
punt
punt a) ;3° veebeslag : het geheel van runderen zoals gedefinieerd in artikel 1, 7°, van het koninklijk besluit van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/08/1997 pub. 19/09/1997 numac 1997016229 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende de identificatie, de registratie en de toepassingsmodaliteiten voor de epidemiologische bewaking van de runderen sluiten betreffende de identificatie, de registratie en de toepassingsmodaliteiten voor de epidemiologische bewaking van de runderen;4° paspoort : het document,
artikel 16 van het koninklijk besluit van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/08/1997 pub. 19/09/1997 numac 1997016229 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende de identificatie, de registratie en de toepassingsmodaliteiten voor de epidemiologische bewaking van de runderen sluiten betreffende de identificatie, de registratie en de toepassingsmodaliteiten voor de epidemiologische bewaking van de runderen;5° bevoegde instantie : de instantie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap die belast is met de uitvoering van de steunmaatregelen inzake het landbouwproductiebeheer;6° Sanitel : geautomatiseerd systeem voor de gegevensverwerking in verband met de identificatie en de registratie van runderen. Art. 2.§ 1. Met toepassing van artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering wordt de premie alleen toegekend voor zoogkoeien en vaarzen die voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° in Sanitel zijn geregistreerd als een vleesrastype of een gemengd rastype en als zodanig niet behoren tot een van de runderrassen,
bijlage XV van Verordening nr.1973/2004 of niet verkregen zijn door kruising onderling van die runderrassen; 2° behoren tot een zoogkoeienbeslag dat wordt gebruikt voor het opfokken van kalveren voor de vleesproductie;3° nog niet eerder premiegerechtigd werd bevonden in een premieaanvraag van een andere landbouwer voor dezelfde campagne;4° een zoogkoe moet minstens één keer hebben gekalfd vóór de indiening van de premieaanvraag en als de moeder van dat kalf gemeld zijn aan Sanitel;5° als zij door de premieaanvrager werden aangekocht moeten zij, behoudens uitzonderlijke gevallen, minstens één keer op zijn rundveebedrijf kalven en als moeder van dat kalf worden gemeld aan Sanitel. Indien een aangekochte zoogkoe of vaars waarvoor de premie werd aangevraagd het rundveebedrijf verlaat, om welke reden dan ook, zonder minstens één keer op dit rundveebedrijf te hebben gekalfd, moet dat door de premieaanvrager, behoudens uitzonderlijke gemotiveerde gevallen, binnen tien werkdagen die volgen op het vertrek aan de bevoegde dienst worden gemeld. In voorkomend geval wordt geen premie toegekend voor het rund in kwestie, maar wordt ook geen sanctie toegepast in de zin van artikel 59 van Verordening (EG) nr. 796/2004. § 2. De premie wordt alleen toegekend als de zoogkoeien, vaarzen en kalveren
en de melkkoeien
artikel 9, § 1, geïdentificeerd en geregistreerd zijn in overeenstemming met de bepalingen van het koninklijk besluit van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/08/1997 pub. 19/09/1997 numac 1997016229 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende de identificatie, de registratie en de toepassingsmodaliteiten voor de epidemiologische bewaking van de runderen sluiten betreffende de identificatie, de registratie en de toepassingsmodaliteiten voor de epidemiologische bewaking van runderen. § 3. De runderen die tijdens de aanhoudingsperiode worden gebruikt als vervanger van de zoogkoeien of vaarzen die in de premieaanvraag werden aangegeven, moeten voldoen aan dezelfde voorwaarden als de aangegeven runderen. § 4. Een beslag wordt, behoudens uitzonderlijke gevallen, enkel beschouwd als een zoogkoeienbeslag dat wordt gebruikt voor het opfokken van kalveren voor de vleesproductie als tijdens het kalenderjaar waarin de steunaanvraag wordt ingediend : 1° een aantal kalveren van het vleesrastype of het gemengd rastype wordt geboren en gemeld aan Sanitel dat ten minste :
artikel 4, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering wordt vastgesteld op 90 %. Enkel de premierechten waarvoor de premie wordt uitbetaald, worden als gebruikte premierechten aangezien, behoudens in uitzonderlijke, naar behoren gemotiveerde gevallen. Art. 5.§ 1. De beschikbare premierechten in de reserve worden toegekend aan de jonge landbouwers in hoofdberoep die daartoe een aanvraag indienen en die voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° op 31 december voorafgaand aan de campagne in kwestie jonger zijn dan 40 jaar;2° zich in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de campagne in kwestie voor de eerste maal hebben gevestigd als landbouwer in hoofdberoep;3° in de campagne voorafgaand aan de campagne in kwestie over minstens één premierecht hebben beschikt en er tevens een aanvraag voor de zoogkoeienpremie voor hebben ingediend;4° beschikken over minstens één premierecht voor de campagne in kwestie;5° een aantal zoogkoeien en vaarzen houden dat minstens de som bedraagt van het aantal premierechten waarover zij beschikken aan het begin van de campagne en het aantal waarvoor zij premierechten uit de reserve aanvragen, en voor deze runderen alle voorwaarden respecteren;6° geen premierechten hebben overgedragen tijdens de campagne in kwestie noch tijdens de twee daaraan voorafgaande campagnes. Als de betreffende landbouwer een rechtspersoon is, moeten de voorwaarden,
punt 1° en 2°, ten minste door een van de bestuurders, zaakvoerders of beherende vennoten zijn voldaan. § 2. De premierechten worden aan de landbouwers toegekend binnen de beperking van het aantal zoogkoeien en vaarzen
Als het totale aantal van aangevraagde premierechten het aantal beschikbare premierechten in de reserve overschrijdt, wordt prioriteit gegeven aan de genoemde jonge landbouwers die zich in het jaar voorafgaand aan de campagne in kwestie voor de eerste maal hebben gevestigd als landbouwer in hoofdberoep. Zo nodig wordt de toekenning verder beperkt in evenredigheid met de individuele aanvraag voor bijkomende premierechten. § 3. De aanvragen voor bijkomende premierechten moeten per aangetekende brief worden ingediend bij de buitendienst van de bevoegde instantie of er tegen ontvangstbewijs worden afgegeven in de maand februari van het betreffende jaar. De datum van de poststempel op de zending of de afgiftedatum gelden als indieningdatum. Het vereiste officiële aanvraagformulier wordt ambtshalve bezorgd aan de landbouwers die voldoen aan de voorwaarden,
. Voor wie het niet ontving, is het eveneens beschikbaar bij de genoemde buitendienst. § 4. De volgende documenten moeten bij het aanvraagformulier worden gevoegd : 1° een uittreksel uit de geboorteakte.Als de jonge landbouwer een groepering is van natuurlijke personen, moet de persoon die voldoet aan de leeftijdsvoorwaarde van § 1, 1°, dit uittreksel voorleggen. Als de jonge landbouwer een rechtspersoon is, moet de bestuurder, zaakvoerder of beherende vennoot die voldoet aan de leeftijdsvoorwaarde dat uittreksel voorleggen; 2° in voorkomend geval, een kopie van de overnameakte van een eerste landbouwbedrijf;3° een attest dat de betaling van de sociale bijdragen als landbouwer in hoofdberoep alsmede de startdatum van de betaling aantoont.Als de jonge landbouwer geen natuurlijke persoon is, moet een attest dat de betaling van de sociale bijdragen als landbouwer in hoofdberoep aantoont, worden voorgelegd door alle personen die overeenkomstig artikel 1, 2°, moeten voldoen aan de bepalingen in artikel 1, 2°, a). Bovendien moet het attest van de personen die gebonden zijn door de leeftijdsvoorwaarde,
punt 1° de startdatum van de betaling aantonen. Indien nodig kan de bevoegde instantie een kopie van het laatste aanslagbiljet opvragen, samen met de berekeningsnota en de landbouwbijlage van de belastingaangifte met betrekking tot het inkomen van de betrokken landbouwer. § 5. In afwijking van § 1 en § 2 worden voor de campagne 2005 de beschikbare premierechten in de reserve toegekend aan de volgende categorieën van landbouwers : 1° prioritair aan de genoemde jonge landbouwers die zich in het jaar 2004 voor de eerste maal hebben gevestigd als landbouwer in hoofdberoep.Hun aanvraag mag hoogstens acht bijkomende premierechten bedragen; 2° vervolgens worden de overige beschikbare premierechten toegekend aan landbouwers in hoofdberoep die een aanvraag indienen en die voldoen aan de voorwaarden
, 3° tot en met 6°, en zich bovendien ten minste één premierecht hebben aangeschaft in een van de twee campagnes voorafgaand aan de campagne in kwestie.De aanschaf via de overname van een volledig bedrijf komt hiervoor niet in aanmerking. Als in totaal tijdens de twee voorafgaande campagnes minder dan zes premierechten werden aangeschaft, kunnen hoogstens twee bijkomende premierechten worden aangevraagd. Als minstens zes premierechten werden aangeschaft, kunnen hoogstens voor een derde van het aantal aangeschafte premierechten bijkomende premierechten worden aangevraagd, met een maximum van tien. Bij het aanvraagformulier moet enkel het attest,
3° Als na de toepassing van voorgaande nog premierechten beschikbaar zijn, worden die toegekend aan de jonge landbouwers,
, die zich in de periode van 2000 tot en met 2003 voor de eerste maal hebben gevestigd als landbouwer in hoofdberoep;4° landbouwers die voor meerdere van de bovengenoemde categorieën in aanmerking komen, kunnen maar voor één categorie bijkomende premierechten aanvragen. Art. 6.Met toepassing van artikel 5, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering wordt het percentage van de over te dragen premierechten, dat afgenomen wordt voor de reserve, vastgesteld op 1 %. Art. 7.§
het eerste lid, die geen formulier heeft ontvangen, verschaft zich een duplicaat bij de buitendienst van de bevoegde instantie. Er is slechts één premieaanvraag per rundveebedrijf per jaar toegestaan. §
artikel 16 van Verordening (EG) nr. 796/2004, aan te geven verklaart de landbouwer voor ieder rund waarvoor hij de premie aanvraagt, op welke rundveeproductie-eenheid het zich gedurende de volledige aanhoudingsperiode zal bevinden. Als de aangegeven runderen zich tijdens de aanhoudingsperiode tevens op gronden zullen bevinden die niet zijn aangegeven in het kader van het ministerieel besluit van 25 november 2005Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 25/11/2005 pub. 21/02/2006 numac 2006035208 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Ministerieel besluit betreffende de vaststelling van de modaliteiten van het besluit van de Vlaamse Regering tot instelling van een bedrijfstoeslagregeling en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en tot toepassing van de randvoorwaarden sluiten betreffende de vaststelling van de modaliteiten van het besluit van de Vlaamse Regering tot instelling van een bedrijfstoeslagregeling en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en tot toepassing van de randvoorwaarden van dezelfde campagne, meldt hij dat voorafgaandelijk aan de bevoegde instantie. Als de landbouwer officieel de toestemming heeft gekregen om in afwijking van artikel 31, tweede lid, van het koninklijk besluit van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/08/1997 pub. 19/09/1997 numac 1997016229 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende de identificatie, de registratie en de toepassingsmodaliteiten voor de epidemiologische bewaking van de runderen sluiten betreffende de identificatie, de registratie en de toepassingsmodaliteiten voor de epidemiologische bewaking van runderen, de runderen waarvoor hij de premie aanvraagt te houden in een veebeslag waarbij de identificatiedocumenten van de runderen in kwestie de naam van de betrokken verantwoordelijke en het juiste adres van het veebeslag niet vermelden, voegt hij een kopie van de door de verantwoordelijke inspecteur-dierenarts gedateerde en ondertekende toestemming bij zijn aanvraag. Met die uitzondering kan echter enkel rekening worden gehouden als de beide rundveeproductie-eenheden waartussen de verplaatsing van runderen is toegestaan zonder de uitvoering van de aankooponderzoeken worden uitgebaat door dezelfde landbouwer. Art. 9.§ 1. Het aantal melkkoeien dat nodig is voor de productie van de referentiehoeveelheden melk, toegewezen aan de landbouwer op 31 maart van het jaar waarvoor de premie wordt gevraagd, wordt vastgesteld aan de hand van de gemiddelde theoretische melkopbrengst per koe zoals bepaald in Verordening (EG) nr. 1973/2004 of aan de hand van de gemiddelde werkelijke melkopbrengsten van het rundveebedrijf voor het jaar dat voorafgaat aan de premieaanvraag. De landbouwer voegt in voorkomend geval een jaarlijkse staat van de melkcontrole van de vereniging, erkend overeenkomstig het ministerieel besluit van 27 februari 1991 betreffende de verbetering van het rundveeras, bij zijn premieaanvraag zoogkoeien,
artikel 8, §
, van de landbouwer-overnemer en omgekeerd afgetrokken van de referentiehoeveelheid van de landbouwer-overlater. §
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.