artikel 40, § 4, van het decreet van 27 juni 1990, die door het Fonds zijn erkend om een multidisciplinair verslag op te maken;4° voorziening : een organisatie, die door het Fonds is erkend voor het verlenen van opvang, behandeling en begeleiding aan personen met een handicap;5° personen met een handicap : de personen,
artikel 2 van het decreet van 27 juni 1990, die het Fonds om tenlasteneming vragen van de kosten van opvang, behandeling en begeleiding, verleend door een voorziening, of van een persoonlijke-assistentiebudget, of die een beslissing van het Fonds inzake de tenlasteneming van de kosten van opvang, behandeling en begeleiding willen omzetten in daadwerkelijke opvang, behandeling en begeleiding;6° Vlaams Platform : het Vlaams Platform van verenigingen van personen met een handicap,
titel III;7° verenigingen van personen met een handicap : de verenigingen van personen met een handicap, die deel uitmaken van het Vlaams Platform;8° provincies : de provincies die behoren tot het Vlaamse Gewest;9° ROG : het Regionaal Overlegnetwerk Gehandicaptenzorg,
titel II, hoofdstuk II;10° zorgvraag : de vraag van een persoon met een handicap inzake :
hoofdstuk VIIbis van het decreet van 27 juni 1990;11° centrale gegevensbank : de centrale gegevensbank,
titel II, hoofdstuk III;12° zorgvraagregistratie : het opnemen, het beheren en het verwerken van de basisgegevens over zorgvragen in één centrale gegevensbank als
titel II, hoofdstuk V;13° urgentiecode : de code die de verwijzende instantie toekent en die de termijn aangeeft waarbinnen een zorgvraag beantwoord moet worden;14° registratie- en coördinatiepunt : het registratie- en coördinatiepunt,
artikelen 7 en 8;15° permanente cel : het adviesorgaan,
titel II, hoofdstuk IV;16° zorgbemiddeling : het zoeken naar een begeleidings-, behandelings- of opvangaanbod, uitgaande van de zorgvraag, de urgentiecode en het beschikbare aanbod
titel II, hoofdstuk VI, afdeling II;17° zorgafstemming : het in de provincie bestaande aanbod inzake behandeling, begeleiding en opvang maximaal in overeenstemming brengen met de aldaar vastgestelde behoeften,
titel II, hoofdstuk VII;18° zorgplanning : het beschrijven van de noodzakelijke ontwikkeling, over meerdere jaren, van het aanbod inzake opvang, behandeling en begeleiding, om alle toekomstige zorgvragen te kunnen beantwoorden als
titel II, hoofdstuk VIII;19° basisgegevens : de gegevens over zorgvragen en over de opvang, behandeling en begeleiding, verleend door voorzieningen, die worden vastgesteld door het Fonds, op advies van de permanente cel, rekening houdend met hun nut en noodzaak in het kader van de zorgvraagregistratie, zorgbemiddeling, zorgafstemming en zorgplanning. TITEL II. - Zorgregie HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling Art. 2.§
, worden alle noodzakelijke gegevens verzameld en geïntegreerd in een centrale gegevensbank. Die gegevens worden verwerkt en ze worden samen met de informatie die eruit voortvloeit ter beschikking gesteld van de betrokken actoren. HOOFDSTUK II. - Regionaal Overlegnetwerk Gehandicaptenzorg Art. 3.§
artikel 3, § 1, gesloten tussen het Fonds, de provincie Vlaams-Brabant en de Vlaamse Gemeenschapscommissie, en worden de voorzieningen die in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest opvang, behandeling en begeleiding aanbieden, evenals de Vlaamse Gemeenschapscommissie als leden betrokken bij het ROG in de provincie Vlaams-Brabant. Art. 5.De leden van het ROG,
artikel 3, § 1, 1°, 2° en 3°, verkiezen een bestuursorgaan, waarin elk van die leden evenredig vertegenwoordigd is en elk lid minstens twee en maximaal vijf vertegenwoordigers heeft. Per ROG worden twee ambtenaren, aangewezen door de leidend ambtenaar van het Fonds, als leden toegevoegd aan het bestuursorgaan. Twee afgevaardigden, aangewezen door de provinciebesturen, worden als waarnemers uitgenodigd voor de vergaderingen van dat bestuursorgaan. In afwijking van het vorige lid worden twee afgevaardigden, aangewezen door het provinciebestuur, en één afgevaardigde, aangewezen door de Vlaamse Gemeenschapscommissie, als waarnemers uitgenodigd voor de vergaderingen van het bestuursorgaan van het ROG in de provincie Vlaams-Brabant. Het bestuursorgaan kiest een voorzitter en een ondervoorzitter. Een van beide is een vertegenwoordiger van de verenigingen van personen met een handicap. Het bestuursorgaan stelt zijn huishoudelijk reglement op. Art. 6.Het ROG kan subregionale of thematische werkgroepen oprichten. Art. 7.Het ROG heeft de volgende opdrachten : 1° de opvolging van de gegevens die in het kader van de zorgvraagregistratie worden geregistreerd;2° de organisatie en de procesbewaking van de zorgbemiddeling;3° de volgen van en het rapporteren over het opnamebeleid door de voorzieningen;4° de sturing, de evaluatie en de bijsturing van het proces van zorgafstemming;5° het uitbrengen van een advies over zorgplanning;6° de oprichting van een registratie- en coördinatiepunt;7° het informeren van personen met een handicap over het bestaan en de werking van het ROG en het registratie- en coördinatiepunt. Het ROG respecteert bij de uitvoering van zijn opdrachten de kwaliteitseisen betreffende de processen en de resultaten van zorgvraagregistratie, zorgbemiddeling en zorgafstemming, die door het Fonds worden vastgesteld. Art. 8.Het registratie- en coördinatiepunt heeft de volgende taken : 1° het vervolledigt de gegevens uit de centrale gegevensbank en verwerkt ze tot rapporten ter ondersteuning van het ROG bij de uitvoering van zijn opdrachten inzake zorgvraagregistratie, zorgbemiddeling, zorgafstemming en zorgplanning.Het registratie- en coördinatiepunt respecteert hierbij de kwaliteitseisen, vastgesteld door het Fonds; 2° het stelt rapporten op over de opnames in voorzieningen en over de resultaten van de zorgbemiddeling en de zorgafstemming;3° het treedt op als aanmeldingspunt voor zorgvragen in een noodsituatie, zoals gedefinieerd in het protocol Noodsituatie,
artikel 20. HOOFDSTUK III. - De centrale gegevensbank Art. 9.Het Fonds ontwikkelt een centrale gegevensbank waarin de basisgegevens over de zorgvragen en over het aanbod betreffende opvang, behandeling en begeleiding van de voorzieningen opgenomen worden. Het Fonds ontwikkelt en beheert de softwaretoepassingen voor het verzamelen, beheren, kruisen en synchroniseren van gegevens en het opstellen van rapporten op basis van de gegevens uit de centrale databank. Het Fonds verleent, met behoud van de toepassing van de bepalingen van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, toegang tot de centrale gegevensbank aan het ROG en het registratie- en coördinatiepunt, met het oog op de uitvoering van hun opdrachten, en aan de instanties, aangewezen door de Vlaamse minister, bevoegd voor de Bijstand aan Personen. Art. 10.De centrale gegevensbank is tegen 1 juli 2007 operationeel. Het Fonds stelt een stappenplan op betreffende de ontwikkeling van de centrale gegevensbank en de softwaretoepassingen,
artikel 9, eerste en tweede lid. HOOFDSTUK IV. - Permanente cel Art. 11.§
artikel 10;2° de organisatie en inhoud van de zorgvraagregistratie en de bijsturing ervan;3° de kwaliteitseisen betreffende de processen en de resultaten van zorgvraagregistratie, zorgbemiddeling en zorgafstemming en inzake de bijsturing ervan;4° de klachtenprocedure inzake zorgvraagregistratie en zorgbemiddeling;5° de opmaak van een protocol Urgentiecodering als
artikel 14, en de bijsturing ervan;6° de opmaak van een protocol Noodsituatie als
artikel 20, en de bijsturing ervan. HOOFDSTUK V. - Zorgvraagregistratie Art. 13.De zorgvraagregistratie heeft tot doel de door het Fonds vastgestelde basisgegevens over alle door de verwijzende instanties verduidelijkte, actuele zorgvragen te registreren in de centrale gegevensbank. Art. 14.§
. Het verslag van die controle wordt bezorgd aan het bestuursorgaan van het ROG,
artikel 5, eerste lid. Art. 15.De basisgegevens,
artikel 13, waarover het Fonds beschikt als gevolg van de behandeling van de aanvraag om inschrijving en het verkrijgen van bijstand tot sociale integratie, zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de inschrijving bij het Vlaams Fonds voor de Sociale integratie van Personen met een Handicap, worden automatisch door het Fonds ingebracht in de centrale gegevensbank. Art. 16.Het Fonds bepaalt, op advies van de permanente cel, door wie, hoe en wanneer de basisgegevens,
artikel 13, waarover het Fonds niet beschikt conform artikel 15, worden ingebracht in de centrale gegevensbank. Art. 17.Het ROG heeft inzake de zorgvraagregistratie de volgende opdrachten : 1° het opvolgen van de gegevens die in het kader van de zorgvraagregistratie worden geregistreerd;2° het toepassen van de klachtenprocedure zorgvraagregistratie;3° de evaluatie van de zorgvraagregistratie met het oog op van de eventuele bijsturing ervan;4° de evaluatie van de toepassing van het protocol Urgentiecodering met het oog op de eventuele bijsturing ervan. HOOFDSTUK VI. - Opnamebeleid van de voorzieningen en Zorgbemiddeling Afdeling I. - Opnamebeleid van de voorzieningen Art. 18.De voorzieningen geven bij opname voorrang aan de personen met een handicap met de hoogste urgentiecode, en binnen die urgentiecode aan de personen die al het langst aan het wachten zijn met die urgentiecode. Art. 19.Als een voorziening overgaat tot een opname, in afwijking van artikel 18, bezorgt de voorziening hierover een motivatieverslag aan het registratie- en coördinatiepunt. Het registratie- en coördinatiepunt inventariseert de motivatieverslagen en verwerkt ze in rapporten. Art. 20.In afwijking van artikel 18 en 19 moet een opname bij een noodsituatie verlopen overeenkomstig het protocol Noodsituatie, dat op advies van de permanente cel, wordt vastgesteld door het Fonds. Het protocol heeft tot doel om aan personen met een handicap in een noodsituatie een onmiddellijke, eventueel tijdelijke oplossing inzake opvang, behandeling en begeleiding te bezorgen. Het protocol definieert het begrip noodsituatie, bepaalt de inzet van het onmiddellijke of in de nabije toekomst beschikbare aanbod en stelt de procedure vast. Art. 21.De ambtenaren van het Fonds, gemachtigd om toezichtsopdrachten uit te voeren overeenkomstig hoofdstuk X van het decreet van 27 juni 1990, controleren de toepassing door de voorzieningen van de bepalingen van artikel 18 en artikel 19 en de toepassing van het protocol Noodsituatie,
artikel 20. Het verslag van die controle wordt bezorgd aan het bestuursorgaan van het ROG,
artikel 5, eerste lid. Art. 22.De voorzieningen melden elke opname of elk ontslag van een persoon met een handicap aan het Fonds. Die melding moet gebeuren op de dag van de opname of het ontslag op de wijze die door het Fonds bepaald is. Art. 23.Het ROG evalueert en brengt verslag uit over : 1° de toepassing door de voorzieningen van de bepalingen van artikel 18 en artikel 19;2° de toepassing van het protocol Noodsituatie,
artikel
artikel 3, § 1, 1° tot en met 3°, in het zorgbemiddelingsproces;3° het bewaken van de naleving van de bepalingen van artikel 18 en 19 in het kader van de zorgbemiddeling;4° het stimuleren van de collectieve verantwoordelijkheid van de voorzieningen bij het vinden, in het kader van de zorgbemiddeling, van een antwoord op individuele zorgvragen;5° het toepassen van de klachtenprocedure zorgbemiddeling;6° de evaluatie en de bijsturing van de zorgbemiddeling. Art. 26.Het registratie- en coördinatiepunt verwerkt de gegevens van de centrale gegevensbank ter ondersteuning van de zorgbemiddeling en stelt periodiek rapporten op aangaande de realisaties en de knelpunten van de zorgbemiddeling. Het Fonds bepaalt, op advies van de permanente cel, de inhoud van de rapporten,
het eerste lid. Het registratie- en coördinatiepunt stelt de rapporten ter beschikking van het bestuursorgaan van het ROG,
artikel 5, eerste lid. Art. 27.De ambtenaren van het Fonds, gemachtigd om toezichtsopdrachten uit te voeren overeenkomstig hoofdstuk X van het decreet van 27 juni 1990, controleren : 1° de naleving van de bepalingen van artikel 18 en artikel 19 in het kader van de zorgbemiddeling;2° de participatie van de voorzieningen in de zorgbemiddeling. Het verslag van die controle wordt bezorgd aan het bestuursorgaan van het ROG,
artikel 5, eerste lid. HOOFDSTUK VII. - Zorgafstemming Art. 28.Zorgafstemming heeft tot doel om het in de provincie bestaande aanbod op het gebied van opvang, behandeling en begeleiding zo veel mogelijk in overeenstemming te brengen met de aldaar vastgestelde behoeften inzake opvang, behandeling en begeleiding. Art. 29.Het ROG is verantwoordelijk voor de sturing, de evaluatie en de bijsturing van het proces van zorgafstemming. Zorgafstemming houdt in dat wordt onderzocht op welke wijze het beschikbare aanbod inzake opvang, behandeling en begeleiding beter in overeenstemming gebracht kan worden met de, na zorgbemiddeling, niet-beantwoorde zorgvragen. Hierbij worden voorstellen geformuleerd aan voorzieningen en aan het Fonds inzake flexibilisering, heroriëntatie en reconversie van het bestaande aanbod. Art. 30.Het registratie- en coördinatiepunt stelt rapporten op over de realisaties en knelpunten van zorgafstemming en stelt die rapporten ter beschikking van het bestuursorgaan van het ROG,
artikel 5, eerste lid. HOOFDSTUK VIII. - Zorgplanning Art. 31.Zorgplanning heeft tot doel de ontwikkeling van het zorgaanbod over meerdere jaren op kwalitatieve en kwantitatieve wijze te beschrijven, met inbegrip van de budgettaire implicaties, met het oog op de toekomstige zorgvragen. De zorgplanning dient als basis voor het vaststellen van de programmatie betreffende voorzieningen,
artikel 50 van het decreet van 27 juni 1990, evenals voor het vaststellen van de programmatie op het gebied van het persoonlijke-assistentiebudget,
artikel 58ter, zesde lid, van het decreet van 27 juni
, eerste lid, is gekoppeld aan het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van het concurrentievermogen. De basisindex is de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2005. De subsidiebedragen worden telkens op 1 januari van het kalenderjaar aangepast volgens de formule : subsidiebedrag x index 1 januari kanderjaar/basisindex 1 januari 2006 Art. 35.§ 1. Van het subsidiebedrag,
artikel 34, § 1, eerste lid, wordt 40 % in de loop van het eerste kwartaal van het kalenderjaar en 35 % in de loop van het derde kwartaal van het kalenderjaar uitbetaald. Het saldo van het subsidiebedrag wordt uitbetaald voor 31 maart van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarop het subsidiebedrag betrekking heeft, na voorlegging aan het Fonds van een verslag over de werking van het ROG en het registratie- en coördinatiepunt, evenals van een financieel verslag over het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft. Het Fonds bepaalt de inhoud en de vorm van die verslagen. § 2. Het provinciebestuur bouwt met het niet- uitgegeven deel van de verleende subsidies reserves op. De opgebouwde reserves worden besteed aan de realisatie van de doelstellingen waarvoor de subsidies werden verleend. Het Fonds kan het bedrag van de toegestane reserves beperken. TITEL III. - Het Vlaams Platform van verenigingen van personen met een handicap HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling Art. 36.Binnen de perken van de hiervoor op zijn begroting ingeschreven kredieten kan het Fonds, overeenkomstig de bepalingen van deze titel, een Vlaams Platform van verenigingen van personen met een handicap erkennen en subsidiëren. HOOFDSTUK II. - Taken van het Platform Art. 37.Het Platform heeft de volgende taken : 1° het versterken van de positie van personen met een handicap met het oog op de opdrachten van het ROG door vertegenwoordigers van de verenigingen van personen met een handicap in de werking van het ROG aan te wijzen en te ondersteunen;2° het informeren van de personen met een handicap over de zorgvraagregistratie en de zorgbemiddeling;3° het begeleiden van personen met een handicap bij : a) het inleiden van klachten over de zorgvraagregistratie;b) het inleiden van klachten over de zorgbemiddeling. HOOFDSTUK III. - Erkenning en werking Art. 38.Om erkend te worden als Platform moet een organisatie aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° ze is opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk, waarvan de raad van bestuur is samengesteld uit vertegenwoordigers van de verenigingen van personen met een handicap, die beantwoorden aan de volgende criteria : a) de kerndoelstellingen en kerntaken van de verenigingen zijn gericht op hun leden, namelijk personen met een handicap en hun wettelijke vertegenwoordigers;b) de verenigingen vertegenwoordigen een voldoende representatieve doelgroep ten aanzien van de doelpopulatie van het Fonds of overkoepelen een aantal kleinere verenigingen of regionaal georiënteerde organisaties die zich richten tot de doelpopulatie van het Fonds;c) de verenigingen hebben regionale werkingen in minstens drie provincies van het Vlaamse Gewest;2° haar raad van bestuur stelt een huishoudelijk reglement op;3° ze gaat de verbintenis aan om de taken,
artikel 37, uit te voeren. Het Fonds kan de criteria,
het eerste lid, 1°, aanvullen. Art. 39.§
, kan aangewend worden voor werkingskosten, uitrustingskosten en centrale beheerskosten in verband met de coördinatie van de werking van het Platform en de logistieke ondersteuning. Minstens 75 % wordt aangewend voor personeelskosten. De loonschalen alsmede de verplaatsings- en onkostenvergoedingen voor ambtenaren, die van toepassing zijn bij de Vlaamse Gemeenschap, gelden als maximum voor de uitgaven inzake personeelskosten van het Platform. § 3. Het maximumsubsidiebedrag,
, is gekoppeld aan het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van het concurrentievermogen. De basisindex is de spilindex die van toepassing is op 1 januari
artikel 42, § 1, wordt uitbetaald in drie schijven : 1° een eerste schijf van 45 % wordt uitbetaald in het eerste kwartaal van het kalenderjaar, waarop het subsidiebedrag betrekking heeft;2° een tweede schijf van 40 % wordt uitbetaald voor 30 september van het kalenderjaar waarop het subsidiebedrag betrekking heeft, na goedkeuring van het activiteitenverslag,
artikel 39, over het voorgaande kalenderjaar;3° het saldo van de subsidie wordt betaald na indiening van het activiteitenverslag,
artikel 39 over het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft. § 2. Het Platform bouwt met het niet-uitgegeven deel van de verleende subsidies reserves op. De opgebouwde reserves worden besteed aan de realisatie van de doelstellingen waarvoor de subsidies werden verleend. Het Fonds kan het bedrag van de toegestane reserves beperken. HOOFDSTUK V. - Toezicht Art. 44.De ambtenaren van het Fonds, gemachtigd om toezichtsopdrachten uit te voeren overeenkomstig hoofdstuk X van het decreet van 27 juni 1990, controleren ter plaatse of op stukken of de erkenningsvoorwaarden,
titel III, hoofdstuk III, en de subsidiëringsvoorwaarden,
titel III, hoofdstuk IV, worden nageleefd. Het Platform verleent zijn medewerking bij dat toezicht. Het bezorgt aan de ambtenaren van het Fonds, als ze erom verzoeken, al de stukken die met de erkenning of subsidiëring verband houden. Art. 45.Als het Platform één of meer van de in titel III, hoofdstuk III, vermelde erkenningsvoorwaarden niet naleeft, manifest in gebreke blijft bij de realisatie van zijn taken of in geval van fraude kan het Fonds beslissen tot de intrekking van de erkenning, de gehele of gedeeltelijke opschorting van de uitbetaling van de subsidies of tot gehele of gedeeltelijke terugvordering van de reeds verleende subsidies, na het Platform te hebben gehoord. Als het Platform de in titel III, hoofdstuk IV, vermelde subsidievoorwaarden niet naleeft of in geval van afwending van de verleende subsidies kan het Fonds beslissen tot gehele of gedeeltelijke opschorting van de uitbetaling van de subsidies of tot gehele of gedeeltelijke terugvordering van de reeds verleende subsidies. TITEL IV. - De vereniging van verwijzende instanties Art. 46.§
artikel 10, eerste lid, omschrijft het Fonds de opdrachten,
titel II, van de bij de zorgregie betrokken actoren op basis van het stappenplan,
artikel 10, tweede lid. Art. 55.Tot op de datum,
artikel 10, eerste lid, stelt het Fonds minstens geaggregeerde gegevens uit de gegevensbanken ter beschikking van de ROG's. Art. 56.Tot op de datum, vastgesteld door de Vlaamse minister, bevoegd voor de Bijstand aan Personen, registreren de ROG's de door de verwijzende instanties niet-verduidelijkte, actuele zorgvragen als die zorgvragen door de voorzieningen zijn verduidelijkt. Art. 57.In afwijking van artikel 34, § 1, eerste lid, wordt het subsidiebedrag voor het jaar 2006 aan de provinciebesturen toegekend pro rato van de resterende maanden van het jaar 2006 met ingang van de datum van de ondertekening van de overeenkomst
artikel 3, §
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.