artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit nr. 38 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen; 7° bestaande schulden : schulden die vaststaand en opeisbaar waren voor de datum waarop de Winwinlening gesloten werd;8° wettelijke rentevoet : de rentevoet, gedefinieerd in artikel 2 van de wet van 5 mei 1865Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1865 pub. 06/09/2011 numac 2011000565 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de lening tegen intrest sluiten betreffende de lening tegen intrest. HOOFDSTUK II. - Voorwaarden betreffende de partijen bij de Winwinlening Art. 3.§
artikel 4, § 1, tweede lid, kan de kredietgever geen kredietnemer zijn bij een andere Winwinlening. HOOFDSTUK III. - Vormvoorwaarden en voorschriften betreffende de Winwinlening Art. 4.§ 1. De Winwinlening is achtergesteld zowel ten aanzien van de bestaande als van de toekomstige schulden van de kredietnemer. De Winwinlening heeft een vaste looptijd van acht jaar. Het totale bedrag, in hoofdsom, dat in het kader van een of meer Winwinleningen aan een of meer kredietnemers uitgeleend of ter beschikking gesteld wordt, bedraagt ten hoogste 50.000 euro. De interesten die de kredietnemer verschuldigd is, worden jaarlijks betaald. Ze worden berekend aan de hand van een door de Vlaamse Regering vastgelegde formule en op basis van een vaste rentevoet, vastgelegd in de akte,
artikel 5, § 1, eerste lid. Die rentevoet mag niet hoger zijn dan de wettelijke rentevoet die van kracht is op de datum waarop de Winwinlening gesloten wordt, en mag niet lager zijn dan de helft van dezelfde wettelijke rentevoet. De hoofdsom van de Winwinlening moet in één keer terugbetaald worden. §
§ 2. Binnen een maand nadat de Winwinlening gesloten is, bezorgt de kredietgever een van de originele exemplaren van de akte aan een door de Vlaamse Regering aan te wijzen instantie. Binnen een maand na ontvangst van een origineel exemplaar van de akte van een Winwinlening gaat de instantie,
het eerste lid, op basis van de akte na of voldaan is aan de voorwaarden van dit decreet en zijn uitvoeringsmaatregelen. Als aan alle voorwaarden voldaan is, gaat de instantie over tot de registratie van de akte. De registratie,
het tweede lid, bestaat uit het toekennen van een nummer aan de Winwinlening en het opnemen van de Winwinlening in een register. De Vlaamse Regering kan de voorwaarden vastleggen waaraan dat register moet voldoen. Binnen een week na de registratie van de akte stelt de instantie, versmeld in het eerste lid, de kredietgever op de hoogte van de registratie aan de hand van een brief, waarin minstens het nummer vermeld wordt dat bij de registratie aan de Winwinlening werd toegekend. In geval de instantie,
het eerste lid, de akte niet kan registreren omdat niet aan alle voorwaarden van dit decreet en zijn uitvoeringsmaatregelen voldaan is, zal de instantie de kredietgever daarvan op de hoogte stellen aan de hand van een brief. De brief,
het vijfde lid, zal de redenen vermelden waarom er geen registratie kon plaatsvinden en zal verstuurd worden binnen een week nadat het vaststond dat er geen registratie mogelijk was. HOOFDSTUK IV. - Bestemming en herkomst van het kapitaal dat in het kader van de Winwinlening wordt geleend of ter beschikking wordt gesteld Art. 6.De kredietnemer gebruikt de in het kader van de Winwinlening geleende of ter beschikking gestelde middelen uitsluitend voor ondernemingsdoeleinden. De Vlaamse Regering kan bepalen welke doeleinden als ondernemingsdoeleinden in de zin van het eerste lid in aanmerking komen. HOOFDSTUK V. - Jaarlijkse bewijslevering Art. 7.Te rekenen vanaf het jaar dat volgt op het jaar waarin een Winwinlening is gesloten, levert de kredietgever bij zijn aangifte van de personenbelasting het bewijs dat hij in het belastbare tijdperk in kwestie een of meer Winwinleningen had uitstaan. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop het bewijs,
het eerste lid, geleverd moet worden. De bewijslevering,
het eerste en tweede lid, is een noodzakelijke voorwaarde om van het fiscale voordeel,
hoofdstuk VI, te kunnen genieten. HOOFDSTUK VI. - Fiscale bepalingen Afdeling I. - Jaarlijkse belastingvermindering Art. 8.§
De belastingvermindering wordt toegestaan voor de looptijd van de Winwinlening, te beginnen met het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin de Winwinlening werd gesloten. De belastingvermindering wordt alleen verleend als de kredietgever per aanslagjaar bij de aangifte van de inkomstenbelasting het bewijs levert,
artikel 7, eerste en tweede lid. Het fiscale voordeel wordt ontzegd voor het aanslagjaar waarvoor de bewijslevering ontbreekt, niet correct is, of onvolledig is. Er is geen mogelijkheid tot overdracht van het gederfde fiscale voordeel naar volgende aanslagjaren. Het fiscale voordeel vervalt vanaf het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk waarin de kredietgever de Winwinlening vervroegd opeisbaar heeft gesteld, overeenkomstig de bepalingen van artikel 4, § 2, of waarin de kredietgever overleden is. § 6. De belastingvermindering wordt niet toegekend voor de belastbare tijdperken waarin de belastingplichtige geen inwoner is van het Vlaamse Gewest. § 7. De belastingvermindering wordt met de personenbelasting verrekend na aftrek van de verrekenbare en niet-terugbetaalbare bestanddelen en inzonderheid na de onroerende voorheffing
artikel 277 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992, het forfaitaire gedeelte van buitenlandse belasting en de belastingkredieten
artikelen 285 tot en met 289ter van hetzelfde wetboek. Het eventuele overschot kan worden terugbetaald, maar is niet overdraagbaar. Afdeling II. - Eenmalige belastingvermindering Art. 9.§ 1. Als tijdens of binnen maximaal zes maanden na de looptijd van de lening zich een van de gevallen,
artikel 4, § 2, 1°, voordoet, en als de kredietnemer ten.gevolge daarvan een deel of het geheel van de Winwinlening niet kan terugbetalen, en als de kredietgever onderworpen is aan de personenbelasting, inwoner is van het Vlaamse Gewest en de Winwinlening opeisbaar heeft gesteld, wordt aan de kredietgever een eenmalige belastingvermindering toegekend. § 2. Het bedrag van de hoofdsom dat tijdens het belastbaar tijdperk definitief verloren is gegaan, wordt genomen als berekeningsgrondslag van de belastingvermindering. § 3. De grondslag,
§ 4. De eenmalige belastingvermindering bedraagt 30 percent van de grondslag,
De eenmalige belastingvermindering wordt toegekend voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk waarin vaststaat dat een gedeelte of het geheel van de hoofdsom van de Winwinlening definitief verloren is. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop bewezen moet worden dat wegens faillissement, kennelijk onvermogen of vrijwillige of gedwongen vereffening een gedeelte of het geheel van de hoofdsom van de Winwinlening definitief verloren is. Het recht op de eenmalige belastingvermindering wordt bij overlijden van de kredietgever overgedragen aan zijn rechtverkrijgenden. In dat geval zijn de bepalingen van dit artikel van toepassing op de rechtverkrijgenden in de verhouding dat zij de Winwinlening hebben verkregen. § 6. De eenmalige belastingvermindering wordt met de personenbelasting verrekend na aftrek van de verrekenbare en niet-terugbetaalbare bestanddelen en inzonderheid na de onroerende voorheffing
artikel 277 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992, het forfaitaire gedeelte van buitenlandse belasting en de belastingkredieten
artikelen 285 tot en met 289ter van hetzelfde Wetboek. Het eventuele overschot kan worden terugbetaald, maar is niet overdraagbaar. HOOFDSTUK VII. - Slotbepaling Art. 10.De Vlaamse Regering bepaalt de datum waarop dit decreet in werking treedt. Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Brussel, 19 mei 2006. De minister-president van de Vlaamse Regering, Y. LETERME De Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel, F. MOERMAN _______ Nota
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.