← België

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1996 houdende subsidieregeling van het loon en d

22 SEPTEMBER 2006. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1996 houdende subsidieregeling van het loon en de sociale lasten van de werkn

§ 1, wordt verhoogd met een toelage voor de eindejaarspremie.

Het bedrag van de toelage voor de eindejaarpremie wordt per gepresteerd uur of uur dat daarmee gelijkgesteld kan worden, voor de hierna vermelde jaren vastgesteld op : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Het bedrag van de toelage voor de eindejaarspremie,

het eerste lid, wordt gekoppeld aan de spilindex 102,

  1. Het wordt met ingang van 1 januari 2006 geïndexeerd overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 24 december 1993 tot uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. » Art. 2.Aan artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999, wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt : « §
  2. Aan elke erkende beschutte werkplaats wordt vanaf 1 april 2007 een subsidie in het loon en de sociale lasten verleend voor de tewerkstelling van de personeelsleden « economische uitdagingen ». Elke beschutte werkplaats krijgt een halve voltijdse equivalent aan personeelsleden « economische uitdagingen » gesubsidieerd. Aan elke beschutte werkplaats met meer dan 150 voltijds equivalenten aan werknemers die volgens het Fonds voorlopig of definitief in een beschutte werkplaats geplaatst moeten worden, wordt per begonnen schijf van 100 voltijds equivalenten aan werknemers die volgens het Fonds voorlopig of definitief in een beschutte werkplaats geplaatst moeten worden, boven de eerste 150 voltijdse equivalenten, telkens een halve voltijdse equivalent aan personeelsleden « economische uitdagingen » extra gesubsidieerd. De subsidie,

het eerste lid, bedraagt 100 % van het loon en de sociale lasten, maar mag per voltijdse equivalent het bedrag van 41.000 euro op jaarbasis niet overschrijden. Dit bedrag wordt gekoppeld aan de spilindex 102,10. Het wordt met ingang van 1 januari 2006 geïndexeerd overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 24 december 1993 tot uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. Aan een personeelslid « economische uitdagingen » wordt geen subsidie in het loon en de sociale lasten verleend in toepassing van de subsidiëring van leden van het kaderpersoneel,

§ 1

. De subsidie,

het eerste lid, wordt slechts verleend op voorwaarde dat de beschutte werkplaats de arbeidsovereenkomst en de functiebeschrijving van de betrokken personeelsleden overmaakt aan het Fonds, waaruit blijkt dat de betrokken personeelsleden in de functie van personeelsleden « economische uitdagingen » tewerkgesteld zijn. » Art. 3.In artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « bedoeld bij artikel 4 van dit besluit » vervangen door de woorden «

artikel 4, § 1 tot en met § 3 ».2° § 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.Met ingang van 1 januari 2006 mag de subsidie,

§ 1

, eerste lid, volgende jaarlijkse bedragen niet overschrijden : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Deze bedragen worden gekoppeld aan de spilindex 102,10. Ze worden met ingang van 1 januari 2006 geïndexeerd overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 24 december 1993 tot uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. » 3° er wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3.De jaarlijkse bedragen,

artikel 4, § 2, betreffende de personeelsleden voor de « dienst sociaal beleid »,

artikel 4, § 4, betreffende de personeelsleden « economische uitdagingen » en

§ 2

van dit artikel betreffende de leider, assistent van de leider, monitor, bediende en maatschappelijk assistent (of sociaal verpleger), worden verhoogd met een toelage voor de eindejaarspremie. Het bedrag van de toelage,

het eerste lid, wordt vastgesteld op de volgende jaarlijkse bedragen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Deze bedragen worden gekoppeld aan de spilindex 102,10. Ze worden met ingang van 1 januari 2006 geïndexeerd overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 24 december 1993 tot uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. » Art. 4.Artikel 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. 7.In geval van cumul in hoofde van eenzelfde persoon van de subsidie voorzien in hoofdstuk I en van deze voorzien in dit hoofdstuk wordt laatstgenoemde tot de helft herleid. Voor de personen met een handicap die krachtens hun individuele integratieprotocol in aanmerking komen voor een tegemoetkoming om hun tewerkstelling onder gewone arbeidsvoorwaarden te bevorderen, en die door de beschutte werkplaats in het raam van de bepalingen van dit hoofdstuk als kaderpersoneel worden tewerkgesteld, wordt aan de beschutte werkplaats een tegemoetkoming in het salaris en de sociale lasten toegekend die vastgesteld is als volgt : 1° de subsidie,

artikel 4, § 4 en in artikel 6, § 1;2° een tegemoetkoming voor rendementsvermindering die vastgesteld is op 30 % van het werkelijk betaalde salaris, met een maximum van 30 % van de refertesalarissen,

artikel 4, § 4 en artikel 6, § 2. Deze subsidie mag echter niet groter zijn dan de jaarbedragen,

artikel 4, § 4 en artikel 6, § 2. » Art. 5.In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk IVbis, bestaande uit artikel 13bis tot en met 13quater, ingevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK IVbis. - Subsidieregeling betreffende de organisatie Art. 13bis.Elke beschutte werkplaats ontvangt een toelage voor managementondersteuning. Deze toelage wordt vastgesteld op basis van het aantal voltijds equivalenten aan tewerkgestelde en gesubsidieerde werknemers. Art. 13ter.Het aantal werknemers in aanmerking te nemen voor de toepassing van het quotum,

§ 1

, wordt per kwartaal vastgesteld, rekening houdend enerzijds met de werknemers die volgens het Fonds voorlopig of definitief in een beschutte werkplaats geplaatst moeten worden, en anderzijds met het kaderpersoneel. Het in aanmerking te nemen aantal werknemers die volgens het Fonds voorlopig of definitief in een beschutte werkplaats geplaatst moeten worden, moeten gedurende één der maanden van het kwartaal tenminste één gepresteerd uur of een uur dat daarmee gelijkgesteld kan worden, hebben en hiervoor een loon ontvangen hebben. Het aantal werknemers die volgens het Fonds voorlopig of definitief in een beschutte werkplaats geplaatst moeten worden,

het tweede lid, mag in geen geval hoger zijn dan het aantal voltijdse equivalenten voorzien in de capaciteit van de beschutte werkplaats zoals vastgesteld door het Subsidieagentschap. Het in aanmerking te nemen aantal kaderpersoneelsleden, betreft : 1° de tewerkgestelde kaderpersoneelsleden die geen persoon met een handicap zijn, en die gesubsidieerd worden volgens de bepalingen van artikel 4, § 1 tot en met § 4;2° de tewerkgestelde personen met een handicap die krachtens hun individuele integratieprotocol in aanmerking komen voor tegemoetkoming om hun tewerkstelling onder gewone arbeidsvoorwaarden te bevorderen en die door de beschutte werkplaats in het raam van de bepalingen van hoofdstuk III als de leden van het kaderpersoneel gesubsidieerd worden. Art. 13quater.Het bedrag van de toelage,

§ 1

, wordt vastgesteld op de volgende jaarlijkse bedragen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Deze bedragen worden gekoppeld aan de spilindex 102,

  1. Ze worden met ingang van 1 januari 2006 geïndexeerd overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 24 december 1993 tot uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. » Art. 6.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari
  2. Art. 7.De Vlaamse minister, bevoegd voor de Sociale Economie, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 22 september
  3. De minister-president van de Vlaamse Regering, Y. LETERME De Vlaamse minister van Mobiliteit, Sociale Economie en Gelijke Kansen, K. VAN BREMPT

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.