15 SEPTEMBER 2006. - Besluit van de Vlaamse Regering voor de financiering van toegepast biomedisch onderzoek met een primair maatschappelijke finaliteit De Vlaamse Regering, Gelet op het decreet van 23 januari 1991 betreffende de oprichting van een Instituut voor de aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen, vervangen bij het decreet van 18 mei 1999; Gelet op het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003, inzonderheid artikelen 3, 10 en 35; Gelet op de artikelen 8, 10 en 11 van het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/05/2004 pub. 04/06/2004 numac 2004035839 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid « Instituut voor Innovatie door Wetenschap en Technologie » sluiten tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid « Instituut voor Innovatie door Wetenschap en Technologie »; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 03/10/2003 pub. 04/03/2004 numac 2004035327 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende de instelling van een financieringskanaal voor het strategisch basisonderzoek in Vlaanderen sluiten houdende de instelling van een financieringskanaal voor het strategisch basisonderzoek in Vlaanderen; Gelet op het advies van de raad van bestuur van het Instituut voor de aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen, gegeven op 18 mei 2006; Gelet op het advies van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid, gegeven op 22 juni 2006; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 9 maart 2006; Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Begroting, gegeven op 7 april 2006; Gelet op het advies nr. 40.845/1/V van de Raad van State, gegeven op 25 juli 2006, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op voorstel van de Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel; Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° decreet van 23 januari 1991 : het decreet van 23 januari 1991 betreffende de oprichting van het Instituut voor de aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen;2° decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/05/2004 pub. 04/06/2004 numac 2004035839 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid « Instituut voor Innovatie door Wetenschap en Technologie » sluiten : het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/05/2004 pub. 04/06/2004 numac 2004035839 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid « Instituut voor Innovatie door Wetenschap en Technologie » sluiten tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid « Instituut voor Innovatie door Wetenschap en Technologie »;3° wet op de ziekenhuizen : de bij koninklijk besluit van 7 augustus 1987 gecoördineerde wet;4° IWT : het Instituut voor de aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen opgericht door het decreet van 23 januari 1991, of het Instituut voor Innovatie door Wetenschap en Technologie opgericht als rechtsopvolger door het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/05/2004 pub. 04/06/2004 numac 2004035839 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid « Instituut voor Innovatie door Wetenschap en Technologie » sluiten, vanaf zijn inwerkingstelling;5° raad van bestuur : de raad van bestuur van het IWT voorzien in hoofdstuk III, afdeling I van het decreet van 23 januari 1991 of het raadgevend comité van het IWT voorzien in hoofdstuk VI van het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/05/2004 pub. 04/06/2004 numac 2004035839 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid « Instituut voor Innovatie door Wetenschap en Technologie » sluiten, vanaf zijn inwerkingstelling;6° de minister : de Vlaamse minister bevoegd voor het wetenschaps- en innovatiebeleid;7° O&O actor : rechtspersoon met activiteiten in het domein van onderzoek en innovatie;8° non-profit actor : een rechtspersoon met een doelstelling van niet-industriële of niet-commerciële aard;9° Vlaamse universiteit : de instellingen vermeld in artikel 3 van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten van de Vlaamse Gemeenschap;10° Vlaamse hogeschool : de instellingen bedoeld in artikel 2,1° van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap;11° Vlaamse non-profit O&O actor : een in het Vlaamse Gewest gevestigde non-profit O&O actor evenals een in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gevestigde Vlaamse universiteit of Vlaamse hogeschool;12° Vlaams universitair ziekenhuis : de ziekenhuisinstellingen die in uitvoering van de wet op de ziekenhuizen aangewezen zijn als universitair ziekenhuis, en of in het Vlaamse Gewest, of als deel van een Vlaamse universiteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gevestigd zijn;13° Vlaams ziekenhuis : ziekenhuisinstellingen met de hoedanigheid van non-profit actor gevestigd in het Vlaamse Gewest, waarop de wet op de ziekenhuizen van toepassing is zonder tezelfdertijd een Vlaams universitair ziekenhuis te zijn;14° coördinator : lid van een consortium dat ten overstaan van het IWT instaat als vertegenwoordiger van de aanvragers en daarnaast ook instaat voor de coördinatie van de activiteiten van de toegekende projectsteun;15° medeaanvrager : aanvrager-lid van een consortium van aanvragers dat niet de coördinator is;16° onderaannemer : derde door de aanvragers voorzien om in hun opdracht specifieke uitvoerende projectactiviteiten te realiseren, en die niet de hoedanigheid heeft van aanvrager;17° begunstigde : aanvrager van een projectvoorstel aan wie het IWT als contractant de projectsteun toekent; HOOFDSTUK II. - Karakteristieken van het financieringskanaal voor het onderzoek Afdeling 1. - Definitie en doelstellingen Art. 2.Biomedisch onderzoek is onderzoek met een sterke focus op het verwerven van inzicht in de basis van ziekte en gezondheid bij de mens. Toegepast biomedisch onderzoek is toepassingsgedreven biomedisch onderzoek waarbij wetenschappelijke bevindingen uitgewerkt en vertaald worden naar klinische toepassingen. Onderzoek met een primair maatschappelijke finaliteit is onderzoek met een maatschappelijke toepasbaarheid waarvoor op het ogenblik van indiening de industriële interesse beperkt is. Art. 3.Voor het verlenen van steun aan op projectmatige basis uitgevoerd toegepast biomedisch onderzoek met een primair maatschappelijke finaliteit, wordt een financieringskanaal ingesteld. Binnen de perken van de begrotingskredieten worden hiervoor middelen voorzien. Afdeling 2. - Kenmerken van projectvoorstellen en projectaanvragers Art. 4.Een projectvoorstel kan worden ingediend door een Vlaams universitair ziekenhuis of door een Vlaams ziekenhuis. Daarnaast kan een projectvoorstel eveneens worden ingediend door een consortium van aanvragers dat minstens een Vlaams universitair ziekenhuis of een Vlaams ziekenhuis bevat. Diverse Vlaamse non-profit O&O actoren kunnen optreden als aanvrager in zo'n consortium. De Vlaamse universitaire ziekenhuizen en Vlaamse ziekenhuizen dienen een relevante bijdrage te leveren. Dit wordt gedefinieerd als een minimale participatie in het voorstel van begroting volgens de bepalingen van artikel 5 en een relevante inhoudelijke bijdrage, wat zal vastgesteld worden in de projectevaluatie, uitgevoerd zoals toegelicht in de artikelen 9 tot en met 18 van dit besluit. Niet Vlaamse non-profit O&O actoren kunnen optreden als medeaanvrager binnen de perken van artikel 5. Art. 5.Een projectvoorstel bevat een voorstel van begroting met een overzicht van de kosten verbonden aan de uitvoering van het project. In geval van een voorstel door een consortium van aanvragers omvat het voor elke projectaanvrager een voorstel van deelbegroting. Met betrekking tot de kosten die in aanmerking kunnen worden genomen gelden de bepalingen van bijlage 1 bij dit besluit. Het voorstel van begroting wordt opgesteld volgens de richtlijnen van het IWT. Bij een consortium van aanvragers dient de voorgestelde begroting voor Vlaamse universitaire ziekenhuizen en Vlaamse ziekenhuizen gecumuleerd minimaal 10 % van de totale voorgestelde begroting te bedragen. Bij steunverlening kunnen uitvoerende deeltaken uitbesteed worden aan een onderaannemer : de uitbesteding mag niet meer dan 30 % van de totale begroting bedragen. De voorgestelde begroting van de niet-Vlaamse actoren kan cumulatief niet meer dan 20 % van de voorgestelde totale begroting bedragen. HOOFDSTUK III. - Maximaal steunpercentage en cumulatie met andere steun Afdeling 1. - Maximaal steunpercentage Art. 6.De steun voor een projectvoorstel bedraagt maximaal 100 % van de kosten die overeenkomstig artikel 5 aanvaard worden. Afdeling 2. - Cumulatie met andere steun Art. 7.Projectkosten komen enkel in aanmerking voor de toekenning van steun wanneer ze geen andere vorm van steun van de Vlaamse Overheid of van een andere publiekrechtelijke persoon ontvangen. HOOFDSTUK IV. - Procedure voor het behandelen van projectvoorstellen Art. 8.De projectvoorstellen moeten worden geformuleerd overeenkomstig de handleiding voor aanvraagprocedure en -modaliteiten die het IWT vastlegt en bekendmaakt. Hierbij wordt tevens voorzien in een uiterste indiendatum in de loop van elk kalenderjaar. De raad van bestuur oordeelt over de ontvankelijkheid van een projectvoorstel met het oog op een grondige behandeling op basis van de formele indieningsvoorwaarden en instructies zoals bedoeld hierboven in dit artikel. Een projectvoorstel dat niet ontvankelijk verklaard wordt, wordt uitgesloten van verdere behandeling. Ten laatste 30 kalenderdagen na de uiterste indiendatum deelt het IWT aan de projectaanvrager, of in geval van een consortium van aanvragers aan de coördinator van het projectvoorstel, de gemotiveerde beslissing over de ontvankelijkheid van het projectvoorstel mee. Naast de ontvankelijkheidanalyse kan de raad van bestuur een preselectie doorvoeren op basis van de mate waarin de operationele doelstellingen tegemoet komen aan de doelstellingen van het programma. Art. 9.De raad van bestuur stelt een expertencollege samen. De raad van bestuur kan bovendien additionele materiedeskundigen aanstellen die voor specifieke aspecten van individuele dossiers schriftelijk een advies dienen uit te brengen. Het expertencollege stelt een gemotiveerd advies op naar de finale beslissing toe. Art. 10.De beslissing tot steun door het IWT wordt gebaseerd op het advies van het expertencollege. Het IWT beslist tevens over de omvang van de goedgekeurde begroting, de startdatum van de projectuitvoering en over eventuele specifieke voorwaarden. Art. 11.Ten laatste 75 werkdagen na ontvankelijkheid deelt het agentschap aan de projectaanvrager, of in geval van een consortium van aanvragers aan de coördinator, de beslissing vermeld in artikel 10 mee. Art. 12.Bij beslissing voor steunverlening wordt voorzien in een steunovereenkomst, opgesteld volgens een typeovereenkomst goedgekeurd door de raad van bestuur. Art. 13.In geval een project in consortiumverband wordt uitgevoerd sluiten de projectaanvragers een consortiumovereenkomst af die als bijlage bij de overeenkomst vermeld in artikel 12 wordt gevoegd. De coördinator maakt deze consortiumovereenkomst ter goedkeuring over aan het IWT ten laatste na 4 maanden na het uitsturen van de overeenkomst bedoeld in artikel 12. HOOFDSTUK V. - Beslissingsbepalingen en -criteria Art. 14.Het IWT kan een negatieve beslissing nemen of bijkomende voorwaarden stellen : 1° indien een projectaanvrager niet voldoet aan verplichtingen of vergunningen vanwege de overheid;2° indien een projectaanvrager blijk heeft gegeven van niet-correct gedrag naar aanleiding van vorige projectvoorstellen, onder meer inzake informatieverstrekking, inhoudelijke of financiële verplichtingen of verslaggeving. Art. 15.De raad van bestuur steunt bij zijn beslissingsvoorstel om aan een projectvoorstel dat ontvankelijk verklaard werd al dan niet steun te verlenen op twee beoordelingsassen : 1° de wetenschappelijke kwaliteit van het projectvoorstel;2° de maatschappelijke utilisatieperspectieven van het projectvoorstel. Art. 16.Voor de beoordeling van de wetenschappelijke kwaliteit worden volgende criteria gebruikt : (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.