22 DECEMBER 2005. - Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 04/07/2002 pub. 21/09/2002 numac 2002027818 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten type besluit van de waalse regering prom. 04/07/2002 pub. 31/07/2002 numac 2002027669 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 3 december 1998 tot uitvoering van het decreet van 5 juni 1997 betreffende de rustoorden, de serviceflats en de dagcentra voor bejaarden en houdende oprichting van de "Conseil wallon du troisième âge" type besluit van de waalse regering prom. 04/07/2002 pub. 21/09/2002 numac 2002027817 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning type besluit van de waalse regering prom. 04/07/2002 pub. 21/09/2002 numac 2002027815 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de algemene voorwaarden voor de exploitatie van de inrichtingen bedoeld in het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning type besluit van de waalse regering prom. 04/07/2002 pub. 21/09/2002 numac 2002027816 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering houdende organisatie van de milieueffectbeoordeling in het Waalse Gewest sluiten tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, wat de rubrieken 01.20 tot 01.49.03 betreft De Waalse Regering, Gelet op het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning, inzonderheid op de artikelen 3, 21 en 87; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 04/07/2002 pub. 21/09/2002 numac 2002027818 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten type besluit van de waalse regering prom. 04/07/2002 pub. 31/07/2002 numac 2002027669 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 3 december 1998 tot uitvoering van het decreet van 5 juni 1997 betreffende de rustoorden, de serviceflats en de dagcentra voor bejaarden en houdende oprichting van de "Conseil wallon du troisième âge" type besluit van de waalse regering prom. 04/07/2002 pub. 21/09/2002 numac 2002027817 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning type besluit van de waalse regering prom. 04/07/2002 pub. 21/09/2002 numac 2002027815 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de algemene voorwaarden voor de exploitatie van de inrichtingen bedoeld in het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning type besluit van de waalse regering prom. 04/07/2002 pub. 21/09/2002 numac 2002027816 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering houdende organisatie van de milieueffectbeoordeling in het Waalse Gewest sluiten2 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten; Gelet op het advies van de Adviescommissie voor de bescherming van het water tegen verontreiniging, gegeven op 22 juni 2005; Gelet op het advies van de Gewestelijke commissie voor afvalstoffen, gegeven op 30 juni 2005; Gelet op het advies van de "Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable" (Waalse Milieuraad voor Duurzame Ontwikkeling), gegeven op 7 juli 2005; Gelet op het advies van de Hoge Raad van de Steden, Gemeenten en Provincies van het Waalse Gewest, gegeven op 12 juli 2005; Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 26 september 2005, overeenkomstig artikel 84, § 1, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat de verschillende partijen bij de onderzoeksprocedure van een aanvraag tot milieuvergunning sinds de inwerkingtreding van bovenbedoeld besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 04/07/2002 pub. 21/09/2002 numac 2002027818 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten type besluit van de waalse regering prom. 04/07/2002 pub. 31/07/2002 numac 2002027669 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 3 december 1998 tot uitvoering van het decreet van 5 juni 1997 betreffende de rustoorden, de serviceflats en de dagcentra voor bejaarden en houdende oprichting van de "Conseil wallon du troisième âge" type besluit van de waalse regering prom. 04/07/2002 pub. 21/09/2002 numac 2002027817 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning type besluit van de waalse regering prom. 04/07/2002 pub. 21/09/2002 numac 2002027815 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de algemene voorwaarden voor de exploitatie van de inrichtingen bedoeld in het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning type besluit van de waalse regering prom. 04/07/2002 pub. 21/09/2002 numac 2002027816 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering houdende organisatie van de milieueffectbeoordeling in het Waalse Gewest sluiten de aandacht gevestigd hebben op ettelijke problemen betreffende o.a. de interpretatie van de rubrieken, de ongeschikte indeling, de ongelijkheid tussen soortgelijke activiteiten die op verschillende wijzen ingedeeld zijn, de gebrekkige leesbaarheid en een onvoldoende of slecht aangepaste begeleiding; dat deze problemen zich voor alle landbouwactiviteiten voordoen; Overwegende dat bovenbedoeld besluit van 4 juli 2002 een eerste keer gewijzigd werd om sommige van deze problemen trachten op te lossen; dat de wijzigingen zich evenwel voornamelijk beperkt hebben tot het invoegen van voetnoten, waardoor sommige rubrieken of subrubrieken van hun zin ontdaan werden en in de praktijk moeilijk uit te voeren bleken; dat een fundamentele herziening van de rubrieken zich bijgevolg opdringt ten einde een nieuwe coherentere, beter gerichte en gebruiksvriendelijkere indeling voor te stellen, waarbij een gelijkwaardig niveau van bescherming van het leefmilieu en het publiek wordt gewaarborgd, zoals voorgeschreven bij artikel 23 van de Grondwet; Overwegende dat deze wijziging volgens vijf hoofdlijnen gemoduleerd is, meer bepaald : 1° de gescheiden indeling van de inrichtingen waarvan de exploitant, met name de "landbouwer", in de landbouwsector werkt en zich dus hoofdzakelijk, gedeeltelijk of aanvullenderwijs aan de landbouw-, tuinbouw- of teeltproductie wijdt en van de veefokkerijen gehouden door een natuurlijke of een rechtspersoon die niet onder de landbouwsector ressorteert;2° de indelingsdrempels van alle rubrieken op dezelfde wijze uitdrukken; 3° de herindeling van de landbouwactiviteiten van rubriek 01.2 "Veeteelt" voor een betere bescherming van het leefmilieu en de bevolking, meer bepaald wat de "niet grondgebonden" veeteelten betreft, rekening houdende met o.a. geurhindereffecten; 4° de toevoeging van nieuwe rubrieken om er de teelt van laboratoriumdieren en dierenasielen in op te nemen en de indeling van opslagen van dierlijke mest gelegen in de buurt van een woongebied en van aanliggende woningen; 5° een onderscheid maken tussen de diensten i.v.m. de landbouwactiviteiten (rubrieken 01.20 tot 01.28) en die i.v.m. dierenteelten door niet-landbouwers (rubrieken 01.30 tot 01.38 en 01.39.03.); Overwegende dat, wat de eerste hoofdlijn betreft, de bestaande rubriek 01, met het opschrift "Landbouw, jacht, aanverwante diensten", zonder nadere bepalingen betrekking heeft op teeltactiviteiten voor de productie van dieren of voedingsmiddelen rechtstreeks of onrechtstreeks bestemd voor de voedingsdistributie (land- en tuinbouwsector), op dierenteelt voor niet landbouwdoeleinden, op asielen en kennels, wormenkwekerijen en bijenstallen; dat, bijvoorbeeld, in het geval van een fokkerij - runderen, varkens, struisvogels, enz. - gehouden door een landbouwer en van een fokkerij gehouden door een "niet-landbouwer" - asielen en kennels, runderenteelt gehouden door een farmaceutisch bedrijf, onderzoekscentrum, dieren gehouden door particulieren, enz. - deze twee types van activiteiten in dezelfde rubriek vermeld worden en dezelfde exploitatievoorwaarden gelden terwijl ze in de praktijk niet als gelijksoortig gekenmerkt kunnen worden; dat ze derhalve bij de onderzoeksprocedure van een vergunningaanvraag een verschillende analyse vereisen en in meer dan één opzicht onderworpen zijn aan een verschillende begeleiding; dat de tegenstrijdige toestanden die zich voorgedaan hebben bij het onderzoek van een vergunningaanvraag voor activiteiten waarvan de finaliteiten fundamenteel verschillen en desalniettemin op dezelfde wijze ingedeeld zijn, de volgende zijn (niet limitatief) : - wat het aanvraagformulier betreft : beide aanvragers moeten hetzelfde algemeen aanvraagformulier invullen, alsook het formulier bestemd voor landbouwactiviteiten (bijlage 2 bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 04/07/2002 pub. 21/09/2002 numac 2002027818 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten type besluit van de waalse regering prom. 04/07/2002 pub. 31/07/2002 numac 2002027669 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 3 december 1998 tot uitvoering van het decreet van 5 juni 1997 betreffende de rustoorden, de serviceflats en de dagcentra voor bejaarden en houdende oprichting van de "Conseil wallon du troisième âge" type besluit van de waalse regering prom. 04/07/2002 pub. 21/09/2002 numac 2002027817 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning type besluit van de waalse regering prom. 04/07/2002 pub. 21/09/2002 numac 2002027815 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de algemene voorwaarden voor de exploitatie van de inrichtingen bedoeld in het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning type besluit van de waalse regering prom. 04/07/2002 pub. 21/09/2002 numac 2002027816 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering houdende organisatie van de milieueffectbeoordeling in het Waalse Gewest sluiten betreffende de procedure en diverse maatregelen tot uitvoering van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning) maar moeten niet dezelfde vragen beantwoorden; - wat de reglementaire begeleiding en het onderzoek van de aanvraag betreft : onderstaande tabel geeft een niet beperkend overzicht van de gegevens waarmee rekening moet worden gehouden bij het onderzoek van een vergunningaanvraag voor beide activiteitentypes die als voorbeeld worden genomen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Overwegende dat het derhalve geboden is de volgende wijzigingen voor te stellen : - in de rubriek 01.2 "Veeteelt" de inrichtingen opsporen die onder de landbouwsector vallen; - de rubriek 01.3 "Inbezithouding van dieren die niet onder de landbouwsector vallen" invoegen; Deze rubriek zou ook betrekking hebben op hondenfokkerijen (asielen en kennels), bijenstallen en wormenkwekerijen; - in de rubriek 01.30, de volgende thans niet ingedeelde activiteiten opsporen : de asielen voor alle soorten dieren; de dierenpensions; de fokkerijen van laboratoriumdieren; - indeling van de opslagplaatsen voor dierlijke mest op het veld, al dan niet op infrastructuur, wanneer ze in de onmiddellijke nabijheid van een woongebied of een woning gelegen zijn; - indeling van de opslagplaatsen voor dierlijke mest geproduceerd buiten de activiteitensector van de landbouw met als doel de reglementering van de opslag ervan krachtens dezelfde bepalingen als die welke het Waterwetboek aan de landbouwexploitanten oplegt; Overwegende dat, wat de tweede hoofdlijn betreft, bij het opstellen van bovenbedoeld besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 04/07/2002 pub. 21/09/2002 numac 2002027818 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten type besluit van de waalse regering prom. 04/07/2002 pub. 31/07/2002 numac 2002027669 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 3 december 1998 tot uitvoering van het decreet van 5 juni 1997 betreffende de rustoorden, de serviceflats en de dagcentra voor bejaarden en houdende oprichting van de "Conseil wallon du troisième âge" type besluit van de waalse regering prom. 04/07/2002 pub. 21/09/2002 numac 2002027817 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning type besluit van de waalse regering prom. 04/07/2002 pub. 21/09/2002 numac 2002027815 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de algemene voorwaarden voor de exploitatie van de inrichtingen bedoeld in het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning type besluit van de waalse regering prom. 04/07/2002 pub. 21/09/2002 numac 2002027816 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering houdende organisatie van de milieueffectbeoordeling in het Waalse Gewest sluiten de voorgestelde indeling is uitgegaan van het begrip 'geproduceerde organische stikstoffen'; dat het gevaar voor verontreiniging van de ondergrondse en oppervlaktewateren inherent aan het beheer van dierlijke mest (opslag en verspreiding) immers beschouwd werd als één van de voornaamste overlasten van de fokkerijen, behalve het vervoer, de geluids- en geurhinder; dat de wettelijke en reglementaire bepalingen ter voorkoming van dat type verontreiniging destijds niet volstonden om de toename van de hoeveelheid stikstoffen in het water af te remmen; dat deze benaderingswijze berekeningen vereiste om in een dossier betreffende een aanvraag tot milieuvergunning de jaarlijkse productie organische stikstoffen vast te leggen op grond van de tabel die in bijlage I bij bovenbedoeld besluit van 4 juli 2002 opgenomen is onder het opschrift "Jaarlijkse stikstofproductie per dierencategorie"; dat het begrip 'organische stikstoffenproductie sinds 2002 om verschillende redenen evenwel niet meer het hoofdcriterium is voor de indeling van landbouwinrichtingen; dat het Waalse gewest immers het programma voor duurzaam beheer van stikstoffen in de landbouw heeft aangenomen om te voldoen aan de Europese Richtlijn 91/676/EEG inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen door het definiëren van kwetsbare gebieden en het aannemen van geschikte landbouwpraktijken; dat deze beginselen vastliggen in het besluit van de Waalse Regering van 10 oktober 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 10/10/2002 pub. 29/11/2002 numac 2002028133 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering betreffende het duurzame beheer van stikstof in de landbouw sluiten betreffende het duurzame beheer van stikstoffen in de landbouw, doorgaans "stikstoffenbesluit" genoemd, en nu opgenomen zijn in de artikelen R.188 tot R.232 en R.460 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt; dat deze bepalingen, die slechts op landbouwactiviteiten van toepassing zijn, nieuwe regels definiëren i.v.m. de hoeveelheden te verspreiden bemestingsmiddelen, de verspreidingsperiodes en -voorwaarden, de modaliteiten voor de opslag van boerderijmeststoffen, waarbij een minimale capaciteit van zes maanden opslag nodig is om de verspreidingsperiodes in acht te nemen en de verplichtingen inzake dichtheid van de opslaginfrastructuren na te komen; dat het in conformiteit brengen van de opslaginfrastructuren, opgelegd volgens een tijdschema bepaald in artikel R.460 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, aanzet tot een globalere herziening van de teeltgebouwen en de productie van boerderijmeststoffen; dat de voornaamste administraties die zich met deze materie bezighouden, behalve de milieupolitie voor de controle, het Directoraat-generaal 'Landbouw' en de Directie 'Grondbescherming' van het Directoraat-generaal 'Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu' (Strooikadaster) zijn; dat een begeleidingsstructuur tot stand is gebracht om de landbouwers te helpen bij het nakomen van hun verplichtingen (Nitrawal); dat, bovendien, de onafhankelijkheid van de administratieve politie voor de controle op de naleving van de bepalingen betreffende het duurzame beheer van stikstoffen in de landbouw van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, en van de administratieve politie voor de naleving van de reglementaire bepalingen inzake milieuvergunning bekrachtigd werd bij het arrest nr. 139.888 van de Raad van State van 27 januari 2005; Overwegende dat de productie van organische stikstoffen door een teelt bijgevolg niet langer een sleutelelement is voor de indeling van een landbouwexploitatie daar de desbetreffende wettelijke en reglementaire bepalingen en de controle op de naleving ervan bestaan en los van de milieuvergunningsprocedure toegepast worden; dat het onderzoek van een dossier inzake vergunningsaanvraag voor een landbouwactiviteit niet langer zou moeten uitweiden over het aspect "beheer van dierlijke mest"; gelet op de nieuwe hervorming van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) waarbij het conditionaliteitsbeginsel ingevoerd wordt, met als gevolg een geweldige aanzetting voor de landbouwers om binnen de voorgeschreven termijnen de stappen te ondernemen ten einde het geheel van hun exploitaties en activiteiten te laten voldoen aan de verplichtingen bepaald bij de artikelen R.188 tot R.232 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, betreffende het duurzame beheer van stikstoffen in de landbouw; dat de rechtstreekse steunverlening sinds 1 januari 2005 immers onderworpen is aan de inachtneming door de landbouwer van uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen (bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 s eptember 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers), alsook aan de inachtneming van "goede landbouw- en milieucondities" (bijlage IV bij de verordening); dat onder de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen vijf Europese richtlijnen inzake het leefmilieu voorkomen, namelijk : - Richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen; - Richtlijn 86/278/EEG betreffende de bescherming van het milieu, in het bijzonder de bodem bij het gebruik van zuiveringsslib in de landbouw; - Richtlijn 80/68/EEG van de Raad betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging veroorzaakt door de lozing van bepaalde gevaarlijke stoffen; - Richtlijn 80/68/EEG inzake het behoud van de vogelstand; - Richtlijn 92/43/EEG inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en wilde fauna en flora; Overwegende, bovendien, dat uit de lezing van de voorbereidende werken blijkt dat het criterium van de organische stikstoffenproductie, dat destijds als belangrijk beschouwd werd, slechts voor enkele teeltsoorten in aanmerking is genomen; dat enkel sommige rubrieken (varkensachtigen, pluimvee, ratieten) immers indelingsdrempels vertonen die hetzij in aantal dieren, hetzij in jaarlijks geproduceerde hoeveelheid organische stikstoffen uitgedrukt zijn, terwijl de problematiek van het mestbeheer zich ook voordoet voor fokkerijen van kalveren, konijnen, duiven, wild, waarvan de hinder even schadelijk kan zijn als die veroorzaakt door kippen- of varkensmesterijen; overwegende bovendien dat bedoeld criterium ook een discriminatie teweegbrengt tussen de teeltinrichtingen binnen eenzelfde rubriek (bijv., voor legkippen wordt de drempel van het effectonderzoek bereikt bij 32255 dieren terwijl hij voor vleeskippen slechts gehaald wordt bij 40000 dieren); dat de berekening daarenboven verricht wordt op basis van de tabel opgenomen in bijlage I bij bovenbedoeld besluit van 4 juli 2002 onder het opschrift "Jaarlijkse stikstofproductie per dierencategorie"; Overwegende dat het beheer van stikstoffen in de landbouw niet mag neerkomen op een berekening gemaakt bij de vergunningsaanvraag of bij de vernieuwing van de vergunning; dat er ook opgemerkt moet worden dat dit indelingstype niet representatief is voor het project, voorwerp van de vergunningsaanvraag omdat het uitgaat van de bestaande toestand bij de opstelling van de aanvraag terwijl de leeftijd van de dieren en hun aantal (verkopen, dood, veranderlijk geboorteaantal) waarop de aanvraag betrekking heeft, evolueren alsook, als gevolg hiervan, de hoeveelheid geproduceerde stikstoffen; Overwegende dat het voor meer cohesie zou passen in het raam van bovenbedoeld besluit van 4 juli 2002 het principe tot afwijking van de normen inzake stikstoffenproductie aan te nemen dat ingevoerd werd bij de artikelen R.188 tot R.232 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, in het raam van de kwaliteitsstap en op grond waarvan de hoeveelheid organische stikstoffen geproduceerd in een inrichting berekend kan worden op basis van de productievolumes en stikstofgehaltes eigen aan de exploitatie; Overwegende, wat de derde hoofdlijn betreft, dat het onderzoek van een aanvraag tot milieuvergunning laat blijken dat de realiteit van het terrein verplicht tot een betere bescherming van het woongebied en van elke andere gevoelige ontvanger van hinder veroorzaakt door vervoer, van geluids- en geurhinder; dat thans enkel het woongebied zich beroept op een strengere indeling; dat een landbouwexploitatie in de onmiddellijke nabijheid van een woongebied of simpelweg van een woning van derden die niet opgenomen is in een woongebied of in een woongebied met een landelijk karakter, wordt ingedeeld alsof ze volkomen geïsoleerd was in een landbouwgebied; dat onder gevoelige ontvanger wordt verstaan de naburige woningen, met uitzondering van de woning van de exploitant, de scholen, ziekenhuizen, tehuizen, recreatiegebieden, enz., m.a.w. de gebieden waar personen leven, alsook de gebieden waar kwetsbaardere personen, zoals kinderen, zieken, bejaarden verblijven; dat grote teelten omvangrijke installaties vereisen kunnen (gebouw met dynamische ventilatie, automatische melkbereidingsinstallatie, voederopslag in silo's, mest- en/of gieropslag, vervoer i.v.m. de levering van voeder en dieren, enz., ) waardoor de geur- en geluidshinderrisico's toenemen, wanneer ze dichtbij een woongebied of een gevoelige ontvanger gevestigd zijn; dat de administratie, in deze denkbeeldige situatie, elk dossier al naar gelang het geval onderzoekt en dat vaak bijzondere voorwaarden voorgesteld worden; dat, daarentegen, de onbelangrijke weerslag van de geluids- en geurhinder van inrichtingen verwijderd van een woongebied of van een gevoelige ontvanger in de meeste gevallen geen klachten oplevert tijdens het openbaar onderzoek en het voorwerp is van een vereenvoudigd rapport inzake het effectenonderzoek, dat besluit tot het opleggen van exploitatievoorwaarden gemeen aan alle teeltinrichtingen; dat er, rekening houdende met deze realiteit, voorgesteld wordt de onder de landbouwsector vallende inrichtingen volgens twee criteria in te delen : enerzijds, het aantal dieren en, anderzijds, hun vestiging, hetzij in een woongebied, hetzij in de buurt van een gevoelige ontvanger, met inachtneming van o.a. het geurhindereffect; dat ook andere specifiekere parameters in aanmerking genomen worden, zoals, bijv., het gevaarlijke karakter van struisvogels of het intensieve karakter van sommige "industriële" of "niet grondgebonden teelten"; dat deze indeling dient om een onderscheid te kunnen maken tussen de inrichtingen waarvan de exploitatie zowel op het leefmilieu als op de mens een niet noemenswaardig effect heeft dat beperkt kan worden mits een strikte naleving van de integrale voorwaarden, en die welke een grondige analyse van het project vereisen vooraleer te kunnen vaststellen dat de exploitatie al dan niet verenigbaar is met het leefmilieu en waarvoor het opleggen van bijzondere exploitatievoorwaarden overwogen moet worden; dat de weerslag van "geuren" een belangrijk in overweging te nemen criterium is, daar geluidshinder in het Waalse gewest reeds gereglementeerd is; dat de emissie van mestgeur immers talrijke geschillen tussen exploitanten en aanwonenden heeft veroorzaakt, voornamelijk in het raam van "niet grondgebonden" teeltprojecten betreffende pluimvee, varkensachtigen of konijnen; dat het er, in de voorgestelde benaderingswijze en in het raam van het hernieuwde Toekomstcontract, om gaat een harmonisch samenleven te waarborgen tussen de landbouwexploitaties en de bevolking; dat er van uitgegaan wordt dat wat inwoners van stedelijke woongebieden als onaanvaardbaar beschouwen beter aanvaard wordt door inwoners van een gemengd gebied (woongebied + landbouwexploitatie) en, a fortiori, van een landbouwgebied; dat dus een onderscheid moet worden gemaakt tussen, enerzijds, het woongebied en bepaalde "gevoelige" gebieden of ontvangers en, anderzijds, het woongebied met een landelijk karakter en het landbouwgebied, waarbij de twee laatstgenoemde voor landbouw bestemd zijn overeenkomstig het Waalse wetboek van ruimtelijke ordening, stedenbouw en patrimonium; dat het vervolgens past dat de rubrieken uitgaan van een kritische afstand X ten opzichte van het woongebied en een gevoelige ontvanger, waarbij deze afstand vastgelegd wordt aan de hand van een empirische methode voor de berekening van de afstand van de geurverspreiding; dat de drempel van klasse 1 vastgelegd is overeenkomstig de bepalingen van Richtlijn 97/11/EG van de Raad van 3 maart 1997 betreffende de milieueffectbeoordeling, alsook overeenkomstig artikel 23 van de Grondwet; dat de klassen 2 en 3 gestructureerd zijn als volgt : - de huisvestingsgebouwen of -infrastructuren die ten opzichte van het woongebied of van een gevoelige ontvanger op een kleinere afstand dan de kritische afstand X gelegen zijn en waarvoor, zoals hierboven bedoeld, een grondige analyse vereist is, worden ingedeeld in klasse 2. Zodoende heeft de administratie de mogelijkheid om deze projecten al naar gelang het geval te analyseren en, desgevallend, bijzondere exploitatievoorwaarden op te leggen; - voor huisvestingsgebouwen of -infrastructuren die verder dan de kritische afstand X gelegen zijn, kan er daarentegen van uitgegaan worden dat de resteffecten op de buurt, zoals vervoer, geuren, geluid of trillingen, van weinig belang zijn, met, als gevolg, dat ze onder een klasse 3 vallen; Overwegende dat onder huisvestingsgebouw of -infrastructuur wordt verstaan elk gebouw of lokaal of gebouwgedeelte waarin de dieren verblijven, met uitzondering van de op weipercelen gelegen schuilplaatsen die de dieren tegen slecht weer beschutten; Overwegende dat de afstanden voor de indeling in de zin van de rubrieken 01.20 à 01.28, 01.30 à 01.38 en 01.49.01.02, de afstanden zijn tussen de dichtste gevelhoeken van betrokken huisvestingsgebouw of -infrastructuur en een bestaande woning van derden of tussen de gevelhoek van betrokken huisvestingsgebouw of -infrastructuur en de grens van de zone(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.