← België

Koninklijk besluit tot invoering van een speciale patronale sociale zekerheidsbijdrage op sommige aanvullende vergoedingen in het kader van het genera

act en tot vaststelling van de uitvoeringsregelen van artikel 50 van de wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/03/1994 pub. 27/01/2015 numac 2015000029 bron federale over

§ 4

worden de in artikel 2 tot 4 bedoelde vergoedingen niet meer aan de in de artikelen 2 en 4 bedoelde bijzondere werkgeversbijdrage en de in artikel 3 bedoelde inhouding onderworpen indien deze vergoedingen worden doorbetaald aan de werknemer die ervan geniet en die het werk hervat, en dit gedurende de periode van werkhervatting : 1° als loontrekkende bij een andere werkgever dan de werkgever die de aanvullende vergoeding rechtstreeks of onrechtstreeks betaalt of dan bij een werkgever behorend tot dezelfde groep als de werkgever die de aanvullende vergoeding rechtstreeks of onrechtstreeks betaalt;2° als zelfstandige in een hoofdberoep voorzover de activiteit niet wordt uitgeoefend bij de werkgever die de aanvullende vergoeding rechtstreeks of onrechtstreeks betaalt of bij een werkgever behorend tot dezelfde groep als de werkgever die de aanvullende vergoeding rechtstreeks of onrechtstreeks betaalt. Het vorige lid is echter slechts van toepassing in zoverre : - voor de periode tussen de datum van inwerkingtreding van dit besluit en 31 december 2007 de overeenkomst krachtens dewelke de aanvullende vergoeding toegekend wordt, afgesloten vóór 1 januari 2008, niet expliciet vermeldt dat in geval van werkhervatting de uitbetaling van de vergoeding onderbroken wordt; - vanaf 1 januari 2008, de overeenkomst krachtens dewelke de aanvullende vergoeding toegekend wordt, expliciet vermeldt dat de aanvullende vergoeding verder doorbetaald wordt in geval van werkhervatting of het aanvatten van een zelfstandige activiteit. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder doorbetaling verstaan, het verder betalen van de aanvullende vergoeding waarvan het bedrag minstens gelijk is aan dat waarop de werknemer gerechtigd zou geweest zijn indien hij de uitkering van sociale zekerheid bedoeld in artikel 1, eerste lid verder had genoten. §

  1. Indien de voorwaarden van § 1, tweede lid niet vervuld zijn, worden de bijdragen en inhoudingen gedurende de periode dat de werknemer de uitkering van sociale zekerheid bedoeld in artikel 1, eerste of tweede lid geniet als volgt vastgesteld : - in toepassing van artikel 141 van de programma wet van 29 december 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/12/1990 pub. 02/12/2011 numac 2011000753 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale bepalingen Officieuze coördinatie in het Duits van uittreksels sluiten is een bijzondere maandelijkse werkgeversbijdrage van 64,50 pct van het brutobedrag van de maandelijkse vergoeding verschuldigd; - op de aanvullende vergoeding wordt de inhouding verricht bedoeld in artikel 1, eerste lid, 4° van het voornoemde koninklijk besluit nr. 33 van 30 maart
  2. Deze inhouding bedraagt 7 pct.; - op de uitkering van sociale zekerheid bedoeld in artikel 1, eerste lid, wordt de de inhouding verricht bedoeld in artikel 50, § 1, eerste lid, 3° van de voornoemde wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/03/1994 pub. 27/01/2015 numac 2015000029 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 30/03/1994 pub. 07/02/2012 numac 2012000056 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale bepalingen sluiten. Deze inhouding bedraagt 6 pct. Indien de voorwaarden van § 1, tweede lid niet vervuld zijn, worden gedurende de periode van werkhervatting de bijdrage geheven en de inhouding verricht bedoeld in het vorige lid, eerste en tweede streepje. Voor de toepassing van het vorige lid wordt de inhouding bedoeld in artikel 1, eerste lid, 4° van het voornoemde koninklijk besluit nr. 33 berekend op basis van het bedrag van de uitkering van sociale zekerheid bedoeld in artikel 1, eerste lid, dat de werknemer zou ontvangen hebben indien hij het werk niet had hervat. Gedurende een periode van werkhervatting die niet voldoet aan de voorwaarden van § 1, eerste lid, wordt de aanvullende vergoeding die de werkgever rechtstreeks of onrechtstreeks betaalt, beschouwd als een loon in de zin van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten betreffende de bescherming van het loon der werknemers. § 3.

§§ 2

en 4 is de bijdrage bedoeld in artikel 4, § 3 niet verschuldigd indien de collectieve arbeidsovereenkomst bedoeld in artikel 4, § 3 krachtens dewelke de aanvullende vergoeding toegekend wordt, expliciet voorziet dat deze vergoeding eveneens wordt toegekend aan alle werknemers van minstens 55 jaar die hun prestaties in het kader van hun arbeidsovereenkomst verderzetten. § 4. De bepalingen van deze paragraaf zijn van toepassing op de aanvullende vergoedingen bedoeld in artikel 1, eerste lid, 2° die worden toegekend aan een werknemer van 50 jaar of meer bij vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking in toepassing van artikel 103quater van de voornoemde herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten.

§ 2

worden de in de artikelen 2 en 4 bedoelde bijzondere werkgeversbijdrage en de in artikel 3 bedoelde inhouding verdubbeld indien de werkgever de werknemer vrijgesteld heeft van de normaal voorziene uitoefening van de halftijdse arbeidsprestaties.

§ 2

wordt de in artikel 3 bedoelde inhouding verminderd met 95 pct indien de werknemer wel verder de normaal voorziene halftijdse arbeidsprestaties blijft uitoefenen, in zoverre de aanvullende vergoeding is toegekend in toepassing van afdeling 3.

§ 2

wordt de in de artikelen 2 en 4 bedoelde bijzondere werkgeversbijdrage verminderd met 95 pct indien de volgende voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn : - de aanvullende vergoeding is toegekend in toepassing van afdeling 3; - de werknemer blijft wel verder de normaal voorziene halftijdse arbeidsprestaties uitoefenen; - de werknemer wordt effectief vervangen; - deze vervanging wordt voorzien bij collectieve arbeidsovereenkomst. Voor de toepassing van het vorige lid, vierde streepje, wordt slechts rekening gehouden met : 1° een collectieve arbeidsovereenkomst, afgesloten in een paritair comité of een paritair subcomité vóór 1 april 2006;2° een collectieve arbeidsovereenkomst, afgesloten in de Nationale Arbeidsraad die niet van toepassing kan zijn vóór de eerste dag van de maand volgend op het afsluiten van die collectieve arbeidsovereenkomst. Afdeling

  1. - Uitvoeringsmodaliteiten van artikel 50 van de wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/03/1994 pub. 27/01/2015 numac 2015000029 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 30/03/1994 pub. 07/02/2012 numac 2012000056 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale bepalingen sluiten houdende sociale bepalingen Art. 6.Als debiteur van de inhouding op de in artikel 50, § 1, 3° van de wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/03/1994 pub. 27/01/2015 numac 2015000029 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 30/03/1994 pub. 07/02/2012 numac 2012000056 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale bepalingen sluiten houdende sociale bepalingen vermelde sociale uitkeringen, worden beschouwd : 1° indien het een inhouding betreft op de uitkering bedoeld in artikel 1, eerste lid, 1°, de instellingen erkend door de Koning krachtens artikel 17 van het voornoemd koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/04/2003 pub. 16/05/2003 numac 2003012163 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2003-2004 sluiten2, alsmede de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen, hierna uitbetalingsinstellingen genoemd;2° indien het een inhouding betreft op de uitkering bedoeld in artikel 1, eerste lid, 2°, de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, hierna Rijksdienst genoemd. Art. 7.De werkgever moet de volgende gegevens meedelen : 1° de identiteit van de debiteur van de aanvullende vergoeding;2° het brutomaandbedrag van deze vergoeding;3° of deze vergoeding wordt geïndexeerd en geherwaardeerd volgens dezelfde modaliteiten als deze voorzien in artikel 8 van de voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst nr.17 van 19 december 1974 afgesloten in de Nationale Arbeidsraad, en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 16 januari 1975; 4° in het geval voorzien in 3°, de refertemaand die als basis werd genomen voor de berekening van deze vergoeding. Deze mededeling moet gebeuren : 1° op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst in het geval bedoeld in artikel 1, eerste lid, 1°;2° op het ogenblik van de vermindering of de schorsing van de arbeidsprestaties in het geval bedoeld in artikel 1, eerste lid, 2°. De werkgever moet bovendien elke wijziging van het bedrag van de aanvullende vergoeding meedelen die niet het gevolg is van de toepassing van het eerste lid, 3°. De mededeling gebeurt op door de Rijksdienst uitgereikte formulieren, waarvan het Beheerscomité het model en de inhoud bepaalt. De Minister van Werk kan, na advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst, een andere wijze van mededeling aanvaarden en aanvaarden dat de mededeling door een derde wordt verricht. De werkgever maakt de formulieren waarop de mededeling wordt gedaan, over aan de werknemer. Art. 8.Het brutomaandbedrag bedoeld in artikel 7, eerste lid, 2° wordt voor de toepassing van dit besluit als volgt vastgesteld : 1° indien de aanvullende vergoeding wordt betaald in een aantal schijven hoger dan 12 : het brutomaandbedrag is gelijk aan het brutobedrag van de eerste schijf;2° indien de aanvullende vergoeding wordt betaald in één keer of in een aantal schijven dat niet hoger is dan 12 : het brutomaandbedrag is gelijk aan het totale bedrag verschuldigd voor de ganse periode waarop het betrekking heeft, gedeeld door het aantal kalendermaanden, geteld vanaf de eerste maand waarvoor de aanvullende vergoeding wordt toegekend tot de maand voorafgaand aan die bedoeld in artikel 64 van het voornoemd koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/04/2003 pub. 16/05/2003 numac 2003012163 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2003-2004 sluiten
  2. Voor de toepassing van het vorige lid, 2° wordt rekening gehouden met het maximale theoretische bedrag waarop de gerechtigde aanspraak kan maken. Er wordt geen rekening gehouden met de aanpassing van dit bedrag ingevolge de toepassing van herwaarderings- of indexeringsmechanismen. Art. 9.§
  3. In het geval bedoeld in artikel 1, eerste lid, 1° moet de gerechtigde op de in artikel 50, § 1, 3° van de voornoemde wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/03/1994 pub. 27/01/2015 numac 2015000029 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 30/03/1994 pub. 07/02/2012 numac 2012000056 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale bepalingen sluiten bedoelde sociale uitkeringen, op de wijze voorzien in de werkloosheidsreglementering, via zijn uitbetalingsinstelling zijn gezinstoestand meedelen aan het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst bevoegd voor zijn hoofdverblijfplaats. In het geval bedoeld in artikel 1, eerste lid, 2° moet de gerechtigde op de in artikel 50, § 1, 3° van de voornoemde wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/03/1994 pub. 27/01/2015 numac 2015000029 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 30/03/1994 pub. 07/02/2012 numac 2012000056 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale bepalingen sluiten bedoelde sociale uitkeringen, op de wijze voorzien in de reglementering betreffende tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, zijn gezinstoestand meedelen aan het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst bevoegd voor zijn hoofdverblijfplaats. De gerechtigde bedoeld in de vorige leden moet onverwijld iedere wijziging in zijn gezinstoestand meedelen. In het geval bedoeld in artikel 1, eerste lid, 1° moet hij deze wijziging meedelen via zijn uitbetalingsinstelling. De wijzigingsaangifte moet op het werkloosheidsbureau toekomen uiterlijk de laatste dag van de kalendermaand volgend op deze tijdens dewelke de wijzigende gebeurtenis zich heeft voorgedaan. De laattijdige wijzigende aangifte waaruit gezinslast blijkt, heeft slechts uitwerking de eerste dag van de maand die volgt op deze waarin de aangifte werd ontvangen. De directeur van het werkloosheidsbureau beslist op basis van de criteria voorzien in artikel 110 van het voornoemd koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/04/2003 pub. 16/05/2003 numac 2003012163 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2003-2004 sluiten2 of er al dan niet gezinslast is in de zin van de werkloosheidsreglementering. §
  4. Wanneer een gerechtigde een dossier indient in toepassing van artikel 133, § 1 van het voornoemd koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/04/2003 pub. 16/05/2003 numac 2003012163 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2003-2004 sluiten2, moet hij meedelen of hij een aanvullende vergoeding geniet in de zin van artikel 1, eerste lid, 1°. Indien zijn werkgever hem de gegevens bedoeld in artikel 7, eerste lid heeft meegedeeld, voegt hij het formulier met die mededeling bij zijn dossier. Wanneer een gerechtigde een dossier indient in toepassing van artikel 13 van het voornoemd koninklijk besluit van 12 december 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/04/2003 pub. 16/05/2003 numac 2003012163 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2003-2004 sluiten0, moet hij meedelen of hij een aanvullende vergoeding geniet in de zin van artikel 1, eerste lid, 2°. Indien zijn werkgever hem de gegevens bedoeld in artikel 7, eerste lid, heeft meegedeeld, voegt hij het formulier met die mededeling bij zijn dossier. De gerechtigde moet eveneens iedere wijziging meedelen van het bedrag van de aanvullende vergoeding in de zin van artikel 7, derde lid. De mededeling bedoeld in het vorige lid wordt beschouwd als de mededeling van een wijzigende gebeurtenis en moet worden ingediend uiterlijk op het einde van de maand volgend op die waarin de wijziging zich heeft voorgedaan. Art. 10.§
  5. Het werkloosheidsbureau berekent op het tijdstip van de toekenning van de sociale uitkering het bedrag van de in toepassing van artikel 50, § 1, 3° van de voornoemde wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/03/1994 pub. 27/01/2015 numac 2015000029 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 30/03/1994 pub. 07/02/2012 numac 2012000056 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale bepalingen sluiten verschuldigde inhouding. Het houdt daarbij rekening met het gemiddelde maandbedrag van de sociale uitkeringen dat als volgt wordt vastgesteld : 1° in het geval bedoeld in artikel 1, eerste lid, 1° indien het een volledig werkloze betreft bedoeld in artikel 100 van het voornoemd koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/04/2003 pub. 16/05/2003 numac 2003012163 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2003-2004 sluiten2 : het gemiddeld maandbedrag van de werkloosheidsuitkering dat overeenstemt met 26 vergoedbare dagen;2° in het geval bedoeld in artikel 1, eerste lid, 1° indien het een volledig werkloze betreft bedoeld in artikel 103 van het voornoemd koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/04/2003 pub. 16/05/2003 numac 2003012163 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2003-2004 sluiten2 : het gemiddeld maandbedrag van de werkloosheidsuitkering dat overeenstemt met een aantal halve uitkeringen dat men verkrijgt door vermenigvuldiging van het aantal halve uitkeringen per week vastgesteld in toepassing van dit artikel 103 met 4,33.De decimale breuk van het verkregen resultaat wordt hetzij naar de hogere, hetzij naar de lagere eenheid afgerond, naargelang zij al dan niet 0,50 bereikt. 3° in het geval bedoeld in artikel 1, eerste lid, 2°, het maandbedrag van de onderbrekingsuitkeringen. De inhouding wordt vastgesteld na berekening van de inhouding van 3,5 % bedoeld in het koninklijk besluit nr. 33 van 30 maart 1982 betreffende een inhouding op invaliditeitsuitkeringen en brugpensioenen. De inhouding wordt berekend op de totaliteit van de sociale uitkering, vóór aftrek van enig bedrag ten gevolge van beslag, afstand of toepassing van om het even welke regeling inzake sociale bijdragen of voorheffing. §
  6. Het resultaat van de berekening wordt omgezet naar een inhoudingspercentage dat in het geval bedoeld in artikel 1, eerste lid, 1° meegedeeld wordt aan de uitbetalingsinstelling. Dit inhoudingspercentage wordt in mindering gebracht : 1° in het geval bedoeld in artikel 1, eerste lid, 1° door de uitbetalingsinstelling op het dagbedrag van de werkloosheidsuitkering;2° in het geval bedoeld in artikel 1, eerste lid, 2° door de Rijksdienst op het maandbedrag van de onderbrekingsuitkeringen. Art. 11.In het geval bedoeld in artikel 1, eerste lid, 1° deelt het werkloosheidsbureau elke wijziging van het inhoudingspercentage aan de uitbetalingsinstelling mee. Art. 12.§
  7. In het geval bedoeld in artikel 1, eerste lid, 1° wordt het gemiddeld maandbedrag van de inhouding door de uitbetalingsinstelling aan de debiteur van de aanvullende vergoeding meegedeeld : 1° op het tijdstip dat zij door het werkloosheidsbureau in kennis wordt gesteld van het inhoudingspercentage;2° in geval van indexering van de sociale uitkeringen;3° telkens haar een gewijzigd inhoudingspercentage wordt meegedeeld. §
  8. In het geval bedoeld in artikel 1, eerste lid, 2° deelt het werkloosheidsbureau het gemiddeld maandbedrag van de inhouding mee aan de debiteur van de aanvullende vergoeding : 1° op het tijdstip dat het werkloosheidsbureau het inhoudingspercentage voor het eerst vaststelt;2° in geval van indexering van de sociale uitkeringen;3° telkens het werkloosheidsbureau het inhoudingspercentage wijzigt. Art. 13.§
  9. Indien de uitbetalingsinstelling in het geval bedoeld in artikel 1, eerste lid, 1° op het tijdstip van de uitbetaling van de werkloosheidsuiktering nog niet in het bezit is van het inhoudingspercentage, haar medegedeeld in toepassing van artikel 10, § 2 of van artikel 11, moet zij ten voorlopige titel een forfaitair percentage van 5 % inhouden op de werkloosheidsuitkering. Na ontvangst van het inhoudingspercentage wordt de situatie geregulariseerd en ontvangt de werkloze zonodig achterstallen. Overstijgt het meegedeelde inhoudingspercentage het forfaitaire percentage, dan blijft dit laatste behouden voor de maanden voorafgaand aan deze tijdens dewelke het inhoudingspercentage werd medegedeeld. §
  10. Indien de Rijksdienst in het geval bedoeld in artikel 1, eerste lid, 2° op het tijdstip van de uitbetaling van de onderbrekingsuitkeringen op de hoogte is van het feit dat een aanvullende vergoeding bedoeld in artikel 1 wordt betaald, maar nog niet in het bezit is van het bedrag ervan, zal hij ten voorlopige titel een forfaitair percentage van 5 % inhouden op de uitkeringen bij onderbreking of vermindering van de beroepsloopbaan. Na kennisneming van het bedrag van de aanvullende vergoeding wordt de situatie geregulariseerd en ontvangt de werknemer zonodig achterstallen. Overstijgt het berekende inhoudingspercentage het forfaitair percentage, dan blijft dit laatste behouden voor de maanden voorafgaand aan deze tijdens dewelke het bedrag van de aanvullende vergoeding werd medegedeeld. Art. 14.§
  11. De directeur van het werkloosheidsbureau, in wiens ambtsgebied de onderneming gelegen is, legt een forfaitaire vergoeding van 247,89 EUR op aan de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber die geweigerd of nagelaten heeft de krachtens dit besluit mede te delen gegevens te vermelden op een voorgeschreven formulier of die onjuiste of onvolledige verklaringen heeft afgelegd die aanleiding hebben gegeven tot de betaling van uitkeringen waarop de werknemer geen recht heeft. De directeur maakt zijn met redenen omklede beslissing aan de werkgever bekend met een ter post aangetekend schrijven dat geacht wordt te zijn ontvangen de derde werkdag na de afgifte ter post. §
  12. Tegen de beslissing bedoeld in § 1 kan, binnen een maand na de kennisgeving van de beslissing, beroep worden ingediend bij de arbeidsrechtbank. §
  13. De in § 1 bedoelde forfaitaire vergoeding moet betaald worden binnen een termijn van één maand die een aanvang neemt de dag van ontvangst van het in § 1 bedoeld aangetekend schrijven. De bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, inzonderheid die van deel IV, boeken II en III, zijn van toepassing. Art. 15.Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie worden de ambtenaren van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, aangewezen overeenkomstig artikel 22 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel, belast met het toezicht op de uitvoering van artikel 50 van de wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/03/1994 pub. 27/01/2015 numac 2015000029 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 30/03/1994 pub. 07/02/2012 numac 2012000056 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale bepalingen sluiten. Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig de bepalingen van de wet van 16 november 1972Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/11/1972 pub. 17/08/2007 numac 2007000738 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsinspectie sluiten betreffende de arbeidsinspectie. Art. 16.De Rijksdienst houdt per gerechtigde de gegevens noodzakelijk voor de toepassing van dit besluit, ter beschikking van de Rijksdienst voor Pensioenen en van de instelling belast met de inning en de invordering van de sociale zekerheidsbijdragen. Afdeling
  14. - Inwerkingtreding Art. 17.Treden in werking op de datum van inwerkingtreding van dit besluit : - de artikelen 146 tot 149 van de programmawet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 27/12/2004 pub. 31/12/2004 numac 2004021170 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten; - Titel IV, hoofdstuk 8 van de wet van 23 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005021175 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende het generatiepact sluiten betreffende het generatiepact. Art. 18.Dit besluit treedt in werking op 1 april
  15. In afwijking van het vorige lid, treden artikel 4, §§ 3 en 4 en artikel 5, §§ 2 en 3 in werking op 1 januari
  16. Gegeven te Brussel, 22 maart
  17. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN De Minister van Sociale Zaken, R. DEMOTTE De Minister van Pensioenen, B. TOBBACK

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.