← België

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 maart 2006, gesloten in het Paritair Subcomité

14 DECEMBER 2006. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 maart 2006, gesloten in het Paritair Subcomité voor de socio-culturele secto

§ 4

. Het bedrag voor het jaar 2006, vastgelegd in toepassing van § 2 van dit artikel, alsook de bedragen vermeld in § 3 van dit artikel, worden met ingang van 2007 jaarlijks aangepast met toepassing van het volgende indexeringsmechanisme. Het bedrag van een vast geïndexeerde gedeelte van het in aanmerking genomen jaar wordt bekomen door het te verhogen met een percentage dat afhangt van de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen. Dit percentage wordt bekomen door het indexcijfer dat van kracht is in de maand oktober van het in aanmerking genomen jaar te delen door het indexcijfer dat van kracht was in de maand oktober van jaar

  1. Het percentage wordt berekend tot op vier decimalen. §
  2. Het bedrag van het totale vast geïndexeerd gedeelte van deze eindejaarspremie wordt jaarlijks vastgelegd en in de bijlage bij deze overeenkomst opgenomen. Art. 3.Het vast niet-geïndexeerd gedeelte van de eindejaarspremie wordt vanaf 2006 als volgt opgebouwd, overeenkomstig de inzet van de middelen vanuit het Vlaams Akkoord voor de non profit-social profit van 6 juni 2005 : Voor de raadpleging van de tabel,

Art. 4.§ 1.

Het procentueel gedeelte bedraagt 1,02 pct. Van het geïndexeerd brutojaarloon van de werknemer. §

  1. Het procentueel gedeelte wordt vanaf 2006 verhoogd overeenkomstig punt 2.
  2. van het Vlaams Akkoord voor de non profit/social profit van 6 juni 2005, en opgebouwd tot en met 2010 volgens de fasering voorzien in dat akkoord : Voor de raadpleging van de tabel,

§ 3

. Onder "geïndexeerd brutojaarloon" wordt verstaan : de vermenigvuldiging met twaalf van het geïndexeerd baremieke brutomaandloon van de maand oktober van het kalenderjaar, met inbegrip van de haard- of standplaatstoelage, maar met uitsluiting van de toeslagen. HOOFDSTUK III. - Toekenning van de eindejaarspremie Art. 5.Aan de werknemer wordt een eindejaarspremie uitbetaald overeenkomstig de gewerkte en gelijkgestelde periodes in de referentieperiode van 1 januari tot en met 30 september van het betrokken kalenderjaar. Een volledig gewerkte of gelijkgestelde referentieperiode komt dus overeen met een volledige eindejaarspremie, een onvolledige referentieperiode met een onvolledige eindejaarspremie, in verhouding tot de gewerkte en gelijkgestelde dagen in de referentieperiode. Worden gelijkgesteld met gewerkte of als dusdanig beschouwde dagen, de inactiviteitsperiodes, vastgelegd bij koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsbesluiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie der loonarbeiders. Onbetaald verlof, alle wettelijke vormen van tijdskrediet en thematische verloven wordt niet gelijkgesteld met gewerkte periodes voor de toekenning van een eindejaarspremie, behoudens palliatief verlof en verlof voor verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid, die gelijkgesteld worden met gewerkte periodes voor een maximumperiode van drie kalendermaanden. Art. 6.Voor deeltijdse werknemers wordt het bedrag van de eindejaarspremie berekend in verhouding tot de contractuele arbeidstijd in de referentieperiode. Art. 7.De eindejaarspremie is niet verschuldigd aan om dringende reden ontslagen werknemers. Art. 8.Wanneer een werknemer tijdens de referentieperiode in of uit dienst is getreden bij de organisatie, wordt de eindejaarspremie berekend en uitbetaald volgens de gewerkte en gelijkgestelde dagen in de referentieperiode. Art. 9.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is niet van toepassing op werknemers die reeds een eindejaarspremie genieten die hiermee tenminste gelijkwaardig is. HOOFDSTUK IV. - Berekeningswijze Art. 10.Iedere gewerkte of daarmee gelijkgestelde maand, tijdens de referentieperiode, geeft recht op 1/9 van het bedrag van de eindejaarspremie, berekend overeenkomstig deze collectieve arbeidsovereenkomst. Elke arbeidsovereenkomst, ingegaan voor de dertiende dag van de maand, wordt, mits de werknemer in dienst blijft tot het einde van die maand, beschouwd als een tewerkstellingsperiode voor een volledige maand. Art. 11.Wanneer een werknemer niet het normale loon heeft genoten voor de maand oktober van het betrokken jaar, neemt men voor de berekening van het veranderlijk gedeelte van de eindejaarspremie het geïndexeerd brutojaarloon op basis van het fictieve loon van die maand. HOOFDSTUK V. - Betalingsmodaliteit Art. 12.De eindejaarspremie is betaalbaar in de maand december van het jaar waarvoor hij wordt toegekend. In geval van uitdiensttreding is de verschuldigde eindejaarspremie betaalbaar bij de eindafrekening. HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen Art. 13.Als bijlage bij deze overeenkomst worden voor elk jaar de toepasselijke bedragen opgenomen van het vast geïndexeerde gedeelte, het vast niet-geïndexeerde gedeelte en het percentage voor het procentuele gedeelte van de eindejaarspremie. Art. 14.Deze overeenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2006 en is gesloten voor onbepaalde tijd. Ze vervangt de collectieve arbeids overeenkomst van 20 december 2001Relevante gevonden documenten type overeenkomst prom. 20/12/2001 pub. 18/05/2002 numac 2002031235 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Verordening houdende de algemene uitgavenbegroting van de agglomeratie Brussel voor het begrotingsjaar 2002 type overeenkomst prom. 20/12/2001 pub. 18/05/2002 numac 2002031234 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Verordening houdende Middelenbegroting van de agglomeratie Brussel voor het begrotingsjaar 2002 sluiten (Belgisch Staatsblad van 19 januari 2005), gewijzigd bij collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juni 2004, inzake toekenning van een eindejaarspremie ter uitvoering van het Vlaams intersectoraal akkoord voor de social-profitsector van 19 maart 2000. Ze wordt uitgevoerd op voorwaarde van een effectieve terbeschikkingstelling van de financiële middelen waarin krachtens het Vlaams akkoord voor de non-profit/social profit van 6 juni 2005 is voorzien. Zij kan worden opgezegd door elk van de partijen met een opzeggingstermijn van zes maanden, gericht bij een ter post aangetekend schrijven aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de socio-culturele sector van de Vlaamse Gemeenschap. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 14 december 2006. De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN Bijlage bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 maart 2006 betreffende de toekenning van een eindejaarspremie in het sociaal-cultureel werk Voor de raadpleging van de tabel,

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 14 december 2006. De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.