3 MEI 2007. - Koninklijk besluit tot regeling van sommige kiesverrichtingen voor de verkiezing van de federale Wetgevende Kamers op 10 juni 2007 ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op het Kieswetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 13 februari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/2007 pub. 07/03/2007 numac 2007000207 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende verscheidene wijzigingen inzake verkiezingen sluiten; Gelet op de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, laatst gewijzigd bij de wet van 23 maart 2007; Gelet op de wet van 11 april 1994 tot organisatie van de geautomatiseerde stemming, laatst gewijzigd bij de wet van 13 februari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/2007 pub. 07/03/2007 numac 2007000207 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende verscheidene wijzigingen inzake verkiezingen sluiten; Gelet op het koninklijk besluit van 13 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/11/1991 pub. 12/04/2012 numac 2012000225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot bepaling van de regels van de verzekering waarin voorzien is in artikel 130 van het Kieswetboek. - Duitse vertaling sluiten tot bepaling van de regels van verzekering voorzien in artikel 130 van het Kieswetboek; Gelet op het koninklijk besluit van 30 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/03/1998 pub. 25/04/1998 numac 1998000267 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vervanging van het koninklijk besluit van 18 april 1994 houdende aanwijzing van de kieskantons voor het gebruik van een geautomatiseerd stemsysteem sluiten tot vervanging van het koninklijk besluit van 18 april 1994 houdende aanwijzing van de kieskantons voor het gebruik van een geautomatiseerd stemsysteem; Gelet op het koninklijk besluit van 1 mei 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/05/2007 pub. 02/05/2007 numac 2007000387 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister en federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende bijeenroeping van de kiescolleges voor de verkiezing van de Federale Wetgevende Kamers en bijeenroeping van de nieuwe Federale Wetgevende Kamers sluiten houdende bijeenroeping van de kiescolleges voor de verkiezing van de federale Wetgevende Kamers en bijeenroeping van de nieuwe federale Wetgevende Kamers; Overwegende het arrest van het Arbitragehof nr. 73/2003 van 26 mei 2003 dat sommige bepalingen van de wetten van 13 december 2003 tot wijziging van het Kieswetboek evenals zijn bijlage en houdende verschillende wijzigingen van de kieswetgeving vernietigt; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, eerste lid, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat de voormelde wettelijke bepalingen de kiesverrichtingen bepalen in geval van verkiezingen voor de federale Wetgevende Kamers; Overwegende dat de verkiezingen voor de vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat op 10 juni 2007 gehouden zullen worden; Overwegende dat het, gezien de korte termijnen die bepaald zijn door de kieswetgeving voor het uitvoeren van de verschillende kiesverrichtingen, aangewezen is om onverwijld de data te herhalen waarop zij uitgevoerd moeten worden, met het oog op de verkiezingen die gehouden zullen worden op 10 juni 2007 voor de federale Wetgevende Kamers; Overwegende dat het bovendien nodig blijkt te zijn om onverwijld bepaalde modaliteiten betreffende die verkiezingen vast te stellen; Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Kandidaatstellingen en stembiljetten Artikel 1.De kandidaatstellingen voor de verkiezingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat moeten uiterlijk op zondag 13 mei 2007 voorgedragen worden. Voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers moet de voordracht ondertekend worden hetzij door ten minste vijfhonderd kiezers in de kieskringen Brussel-Halle-Vilvoorde, Antwerpen, Oost-Vlaanderen, Henegouwen, West-Vlaanderen en Luik, ten minste vierhonderd kiezers in de kieskring Limburg, ten minste tweehonderd kiezers in de kieskringen Leuven, Namen, Luxemburg en Waals-Brabant, hetzij door ten minste drie aftredende leden. Voor de verkiezing van de Senaat moet de voordracht ondertekend worden hetzij door ten minste vijfduizend kiezers die ingeschreven zijn in de kiezerslijst van een gemeente van de Waalse kieskring of van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde wat de voordrachten betreft die bij het hoofdbureau van het Franse kiescollege ingediend zijn, hetzij door ten minste vijfduizend kiezers die ingeschreven zijn in de kiezerslijst van een gemeente van de Vlaamse kieskring of van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde wat de voordrachten betreft die bij het hoofdbureau van het Nederlandse kiescollege ingediend zijn, hetzij door ten minste twee aftredende senatoren behorend tot de taalgroep die overeenstemt met de taal die in de taalverklaring van de kandidaten vermeld is. Voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers wordt de akte van voordracht overhandigd aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring; voor de verkiezing van de Senaat wordt ze overhandigd aan de voorzitter van het collegehoofdbureau te Mechelen (Nederlands kiescollege) of te Namen (Frans kiescollege). Art. 2.De voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers en de voorzitter van het collegehoofdbureau voor de verkiezing van de Senaat laten via een bericht dat uiterlijk op dinsdag 8 mei 2007 wordt bekendgemaakt, weten waar zij op zaterdag 12 mei 2007, van 14 tot 16 uur, en op zondag 13 mei 2007, van 9 tot 12 uur, de voordrachten van kandidaten in ontvangst zullen nemen, overeenkomstig artikel 115 van het Kieswetboek. In het bericht moet worden herinnerd aan de bepalingen van artikel 117, artikel 117bis, artikel 118, eerste tot zesde lid en negende lid, artikel 119, eerste tot derde lid, en van de artikelen 121 en 124 van dat Wetboek. Het dient eraan te herinneren dat de voordrachten volledig gescheiden moeten zijn voor de twee Kamers. Er moet op gewezen worden : 1° dat zowel de kandidaat-titularissen als de kandidaat-opvolgers zich er in hun akte van bewilliging van hun kandidaatstellingen moeten toe verbinden de wettelijke bepalingen inzake de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven na te leven, hun verkiezingsuitgaven binnen vijfenveertig dagen na de datum van de verkiezingen aan te geven, binnen dezelfde termijn de herkomst van de geldmiddelen die zij gebruiken om die uitgaven te dekken aan te geven bij de voorzitter van het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers of bij de voorzitter van het collegehoofdbureau voor de verkiezing van de Senaat, en bovendien de identiteit te registreren van de natuurlijke personen die hen giften van 125 euro en meer gedaan hebben en die door hen gebruikt worden voor verkiezingspropaganda;2° dat als de kandidaten voor de Kamer van volksvertegenwoordigers vragen dat aan hun lijst hetzelfde letterwoord of logo en hetzelfde volgnummer worden toegekend als die welke verleend zijn aan een lijst die is voorgedragen voor de verkiezing van de Senaat, zij dit moeten verklaren in de akte van bewilliging van hun kandidaatstelling. Art. 3.De voorzitter van het kantonhoofdbureau maakt uiterlijk op zaterdag 26 mei 2007, overeenkomstig artikel 115 van het Kieswetboek, een bericht bekend waarin de plaats wordt bepaald waar hij op dinsdag 5 juni 2007, van 14 tot 16 uur, de aanwijzingen van getuigen in ontvangst zal nemen voor de stembureaus en voor de stemopnemingsbureaus A en B die respectievelijk ermee belast zijn de stembiljetten voor de verkiezing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat op te nemen. In de kieskringen Luxemburg, Namen en Waals-Brabant worden de stemopnemingsbureaus niet gesplitst, overeenkomstig artikel 149, tweede lid, van het Kieswetboek. Art. 4.Het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers en het collegehoofdbureau voor de verkiezing van de Senaat stellen de kandidatenlijst voorlopig vast op maandag 14 mei 2007, om 16 uur. De voorzitters van de in het vorige lid bedoelde bureaus nemen op dinsdag 15 mei 2007, tussen 13 en 15 uur, de met redenen omklede bezwaarschriften tegen de aanvaarding van bepaalde kandidaturen en de bezwaarschriften die gebaseerd zijn op het feit dat kandidaten voor de verkiezing van de Senaat niet de verklaring gedaan hebben die voorgeschreven wordt door artikel 116, § 4, zesde lid, tweede zin, van het Kieswetboek, in ontvangst en op donderdag 17 mei 2007, van 14 tot 16 uur, de memories en verbeterings- of aanvullingsakten bedoeld in artikel 123 van het Kieswetboek. Het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en het collegehoofdbureau voor de verkiezing van de Senaat komen bijeen op donderdag 17 mei 2007 om 16 uur, om de kandidatenlijsten definitief vast te stellen en het stembiljet op te maken. Indien er echter beroep aangetekend wordt tegen een beslissing van het bureau die ofwel betrekking heeft op de verkiesbaarheid van een kandidaat, ofwel een kandidatuur verwerpt op basis van artikel 119ter of artikel 125quinquies van hetzelfde Wetboek, wordt de definitieve beslissing betreffende het opmaken van het stembiljet voor de betrokken Kamer verdaagd tot maandag 21 mei 2007 om 18 uur, het tijdstip waarop het kieskringhoofdbureau voor de Kamer van volksvertegenwoordigers of het collegehoofdbureau voor de Senaat opnieuw bijeenkomt om kennis te nemen van de beslissingen van het Hof van Beroep of de Raad van State. Art. 5.Elk van de twee collegehoofdbureaus voor de verkiezing van de Senaat stelt eerst het stembiljet voor de verkiezing van die vergadering vast. De kandidatenlijsten die zich beroepen op een beschermd letterwoord of logo, en op een gemeenschappelijk volgnummer, dat door de in artikel 115bis, § 2, eerste lid, van het Algemeen Kieswetboek bedoelde loting aangeduid wordt, krijgen het genoemd volgnummer toegekend wanneer zij het attest voorleggen van de persoon, of van zijn plaatsvervanger, die door de politieke formatie aangewezen werd om de kandidatenlijsten voor echt te erkennen. De voorzitter van het hoofdbureau van elk van de twee kiescolleges kent vervolgens, bij loting, beginnende met de volledige lijsten, een volgnummer toe aan de lijsten die er op dat moment nog geen gekregen hebben, waarbij die bijkomende loting in het Franse college tussen de even nummers en in het Nederlandse college tussen de oneven nummers gebeurt die onmiddellijk volgen op het hoogste nummer dat toegekend is door de loting die bedoeld wordt in artikel 115bis, § 2, eerste lid, van het Kieswetboek. De voorzitters van de collegehoofdbureaus voor de verkiezing van de Senaat delen aan elkaar het resultaat van de in het vorige lid bedoelde bijkomende loting mee, en delen ditzelfde resultaat onverwijld, per fax of per drager, met aanduiding van het hoogste nummer dat voor alle colleges samen toegekend is tijdens deze loting, mee aan de voorzitters van de kieskringhoofdbureaus voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers die respectievelijk gelegen zijn in het Vlaamse of Waalse Gewest, evenals aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers. In deze mededeling geven zij tevens de letterwoorden of logo's aan die overeenstemmen met de verschillende nummers. De voorzitters van de collegehoofdbureaus voor de verkiezing van de Senaat sturen bovendien onmiddellijk, voor het drukken ervan, een afschrift van het model van het stembiljet zoals het vastgesteld is voor de verkiezing van die vergadering, naar de voorzitters van de provinciehoofdbureaus van hun ambtsgebied, evenals naar de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde voor de verkiezing van de Senaat. Art. 6.Vervolgens wordt er in elk kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers overgegaan tot de vaststelling van het stembiljet voor de verkiezing van die vergadering. Het bureau houdt hiervoor rekening met de volgorde van de nummers die toegekend zijn bij de loting vermeld in artikel 115bis, § 2, eerste lid, van het Kieswetboek. Aan de kandidatenlijsten die gevraagd hebben om hetzelfde volgnummer te mogen gebruiken als dat welk toegekend is aan een lijst die ingediend is voor de verkiezing van de Senaat, overeenkomstig artikel 115bis, § 4, eerste lid, van het Kieswetboek, wordt dat volgnummer toegekend. De voorzitter van het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers kent vervolgens, bij loting, beginnende met de volledige lijsten, een volgnummer toe aan de lijsten die er op dat moment nog geen gekregen hebben, waarbij die bijkomende loting gebeurt tussen de nummers die onmiddellijk volgen op het hoogste nummer dat voor alle colleges samen toegekend is door de voorzitters van de collegehoofdbureaus voor de verkiezing van de Senaat, overeenkomstig de bepalingen van artikel 5, derde lid. De voorzitter van het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers baseert zich hiervoor op de mededeling die hem gedaan is krachtens artikel 5, vierde lid. HOOFDSTUK II. - Procedure voor de afdeling administratie van de Raad van State in geval van beroep zoals bedoeld in artikel 125 quinquies van het Kieswetboek Art. 7.Zodra de kandidatenlijsten definitief zijn vastgesteld en uiterlijk op vrijdag 18 mei 2007, overhandigen de voorzitters van de collegehoofdbureaus, persoonlijk of per bode, aan de hoofdgriffier van de Raad van State een uitgifte van de processen-verbaal van de beslissingen van die bureaus, met alle documenten die van belang zijn voor het geschil, ingeval die beslissingen kandidaten voor de verkiezing van de Senaat afwijzen omdat zij niet voldaan hebben aan de bepalingen van artikel 116, § 4, zesde lid, tweede zin, van het Kieswetboek. Art. 8.De kandidaten, die zijn afgewezen om de reden die is vermeld in artikel 7, evenals eender welke andere kandidaat die beslist zou hebben om een beroep in te stellen tegen de beslissing van het collegehoofdbureau waarbij een kandidaat om die reden afgewezen wordt, moeten uiterlijk op zaterdag 19 mei 2007 tegen ontvangstbewijs aan de hoofdgriffier van de Raad van State een verzoekschrift in de gewone vormen ter hand stellen, indien zij geen schriftelijke verklaring van beroep hebben afgelegd voor het collegehoofdbureau, over het proces-verbaal van de zitting van definitieve vaststelling van de kandidatenlijst. Terzelfder tijd leggen zij de originele of door hen eensluidend verklaarde stukken neer die zij van plan zijn in het geding over te leggen. Art. 9.De stukken worden onverwijld bezorgd aan het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat. Art. 10.De voorzitter van de kamer die belast is met de zaak, bepaalt als rechtsdag uiterlijk maandag 21 mei 2007, om 10 uur 's morgens. De verzoeker en, in voorkomend geval, de kandidaat die afgewezen is door het collegehoofdbureau, en de personen die voor het hoofdbureau de in artikel 116, § 4, zesde lid, tweede zin, van het Kieswetboek bedoelde verklaring hebben betwist, worden met alle middelen opgeroepen voor de terechtzitting. De datum van terechtzitting wordt aan de auditeur-generaal meegedeeld. Art. 11.De verzoeker moet aanwezig of vertegenwoordigd zijn op de terechtzitting; zo niet wordt zijn beroep verworpen. Het lid van het auditoraat dat door de auditeur-generaal aangewezen is om de zaak te onderzoeken, leest de overgelegde stukken voor of vat ze samen; hij stelt de vragen die nodig zijn voor zijn advies. De verzoeker, en in voorkomend geval, de kandidaat die afgewezen is door het collegehoofdbureau, en de in artikel 10, tweede lid, bedoelde personen brengen hun opmerkingen mondeling naar voren. Aan het einde van de debatten geeft het in het tweede lid bedoelde lid van het auditoraat zijn advies. De voorzitter verklaart de debatten voor gesloten en neemt de zaak in beraad. Art. 12.Het arrest wordt dadelijk ter kennis gesteld aan de verzoeker, in voorkomend geval aan de kandidaat die afgewezen is door het collegehoofdbureau, en aan de personen bedoeld in artikel 10, tweede lid, evenals aan de griffier van de Senaat. Het beschikkende gedeelte van het arrest wordt per fax ter kennis gebracht aan de voorzitter van het collegehoofdbureau op maandag 21 mei 2007, vóór 18 uur. HOOFDSTUK III. - Gemeenschappelijke bepalingen Afdeling 1. - De prijs van de afschriften van de lijst met vermelding van de samenstelling van de stem- en stemopnemingsbureaus Art. 13.De voorzitter van het kantonhoofdbureau verstrekt afschriften van de lijst houdende samenstelling van de stem- en stemopnemingsbureaus van zijn kieskanton tegen betaling van : 1° euro 1,50 per exemplaar in de kieskantons met minder dan 25 000 ingeschreven kiezers;2° euro 2 per exemplaar in de kieskantons waar het aantal ingeschreven kiezers 25 001 tot 100 000 bedraagt;3° euro 2,50 per exemplaar in de kieskantons met meer dan 100 000 kiezers. Indien bij de aanvraag het aantal ingeschreven kiezers nog niet is gekend wordt het aantal kiezers, ingeschreven bij de vorige verkiezingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers en van de Senaat, als basis genomen. De afschriften van de in het eerste lid bedoelde lijst worden uitsluitend afgegeven na overlegging van een ontvangsbewijs van storting van het verschuldigde bedrag op P.C.R. nr. 679-2005791-25 van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, Algemene Directie Instellingen en Bevolking, Park Atrium, Koloniënstraat 11, 1000 Brussel, met de vermelding : « .... ex. lijst samenstelling kiesbureaus/kanton .... ». Afdeling 2. - Presentiegeld en reiskosten van de leden van de kiesbureaus Art. 14.§ 1. Het bedrag van het presentiegeld voor de leden van de kiesbureaus wordt vastgesteld als volgt :
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.