(3)of the MiFID Implementing Directive, CESR/06-552c). De in het reglement opgenomen regels betreffende de functies van compliance, interne audit en risicobeheer gelden enkel voor de beleggingsdiensten en nevendiensten van kredietinstellingen. Het ligt in de bedoeling de afstemming van de regels die gelden voor andere bankactiviteiten verder te onderzoeken. Ik heb de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, De zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, D. REYNDERS 19 JUNI 2007. - Koninklijk besluit tot goedkeuring van het reglement van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen betreffende organisatorische voorschriften voor instellingen die beleggingsdiensten verstrekken ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, inzonderheid op artikel 20, gewijzigd bij de wetten van 9 maart 1999 en 19 november 2004, en op artikel 20bis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/04/2007 pub. 31/05/2007 numac 2007003240 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot omzetting van de Europese richtlijn betreffende de markten voor financiële instrumenten sluiten; Gelet op de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/1995 pub. 29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, inzonderheid op artikel 62, gewijzigd bij de wet van 9 maart 1999, en op artikel 62bis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/04/2007 pub. 31/05/2007 numac 2007003240 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot omzetting van de Europese richtlijn betreffende de markten voor financiële instrumenten sluiten; Gelet op de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 25/12/2002 numac 2002015152 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval, gedaan te Wenen op 5 september 1997 type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, inzonderheid op artikel 64, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 maart 2003; Gelet op de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, inzonderheid op artikel 153, vervangen bij het koninklijk besluit van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/04/2007 pub. 31/05/2007 numac 2007003240 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot omzetting van de Europese richtlijn betreffende de markten voor financiële instrumenten sluiten, en op artikel 154, § 5, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/04/2007 pub. 31/05/2007 numac 2007003240 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot omzetting van de Europese richtlijn betreffende de markten voor financiële instrumenten sluiten; Gelet op het koninklijk besluit van 20 december 1995 over de buitenlandse beleggingsondernemingen, inzonderheid op artikel 5, 1°, gewijzigd bij koninklijk besluit van 3 juni 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/06/2007 pub. 18/06/2007 numac 2007003294 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten sluiten; Op de voordracht van Onze Minister van Financiën, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Het bij als bijlage dit besluit gevoegde reglement van 5 juni 2007 van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen betreffende organisatorische voorschriften voor instellingen die beleggingsdiensten verstrekken wordt goedgekeurd. Art. 2.Dit besluit treedt in werking op 1 november 2007. Art. 3.Onze Minister, bevoegd voor Financiën, is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 19 juni 2007. ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, D. REYNDERS Bijlage bij het koninklijk besluit tot goedkeuring van het reglement van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen van 5 juni 2007 betreffende organisatorische voorschriften voor instellingen die beleggingsdiensten verstrekken Reglement van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen van 5 juni 2007 betreffende organisatorische voorschriften voor instellingen die beleggingsdiensten verstrekken DE COMMISSIE VOOR HET BANK-, FINANCIE- EN ASSURANTIEWEZEN, Gelet op de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, inzonderheid op artikel 20, gewijzigd bij de wetten van 9 maart 1999 en 19 november 2004, en op artikel 20bis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/04/2007 pub. 31/05/2007 numac 2007003240 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot omzetting van de Europese richtlijn betreffende de markten voor financiële instrumenten sluiten; Gelet op de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/1995 pub. 29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, inzonderheid op artikel 62, gewijzigd bij de wet van 9 maart 1999, en op artikel 62bis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/04/2007 pub. 31/05/2007 numac 2007003240 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot omzetting van de Europese richtlijn betreffende de markten voor financiële instrumenten sluiten; Gelet op de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 25/12/2002 numac 2002015152 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval, gedaan te Wenen op 5 september 1997 type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, inzonderheid op artikel 64, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 maart 2003; Gelet op de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, inzonderheid op artikel 153, vervangen bij het koninklijk besluit van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/04/2007 pub. 31/05/2007 numac 2007003240 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot omzetting van de Europese richtlijn betreffende de markten voor financiële instrumenten sluiten, en op artikel 154, § 5, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/04/2007 pub. 31/05/2007 numac 2007003240 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot omzetting van de Europese richtlijn betreffende de markten voor financiële instrumenten sluiten; Gelet op het koninklijk besluit van 20 december 1995 over de buitenlandse beleggingsondernemingen, inzonderheid op artikel 5, 1°, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 juni 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/06/2007 pub. 18/06/2007 numac 2007003294 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten sluiten; Gelet op het advies van de Raad van Toezicht, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1.Dit reglement strekt inzonderheid tot omzetting van de richtlijn 2004/39/EG en richtlijn 2006/73/EG. Art. 2.Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder : 1° de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 25/12/2002 numac 2002015152 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval, gedaan te Wenen op 5 september 1997 type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten : de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 25/12/2002 numac 2002015152 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval, gedaan te Wenen op 5 september 1997 type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;2° de wet van 22 maart 1993: de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen;3° de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/1995 pub. 29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten: de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/1995 pub. 29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen;4° de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten: de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles;5° de wet van 11 januari 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/01/1993 pub. 29/07/2013 numac 2013000488 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 11/01/1993 pub. 27/06/2012 numac 2012000391 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten: de wet van 11 januari 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/01/1993 pub. 29/07/2013 numac 2013000488 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 11/01/1993 pub. 27/06/2012 numac 2012000391 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme;6° de wet van 8 december 1992: de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;7° de richtlijn 2004/39/EG : de richtlijn 2004/39/EG van 21 april 2004 van het Europees Parlement en de Raad betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad;8° de richtlijn 2006/73/EG: de richtlijn 2006/73/EG van de Commissie van 10 augustus 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door beleggingsondernemingen in acht te nemen organisatorische eisen en voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening en wat betreft de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn;9° de verordening : de verordening 1287/2006 van de Commissie van 10 augustus 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de voor beleggingsondernemingen geldende verplichtingen betreffende het bijhouden van gegevens, het melden van transacties, de markttransparantie, de toelating van financiële instrumenten tot de handel en de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn betreft;10° de CBFA: de Commissie voor het Bank, Financie- en Assurantiewezen;11° compliance: is een onafhankelijke functie binnen de organisatie, gericht op het onderzoek naar en het bevorderen van de naleving door de instelling van de regels die verband houden met: - de integriteit van de activiteiten van de instelling en - de beheersing van het reputatierisico van de instelling. Deze regels vloeien voort zowel uit het beleid van de instelling bedoeld in artikel 3 als uit het wettelijk en reglementair statuut van de instelling, alsmede uit de andere wettelijke en reglementaire bepalingen die van toepassing zijn op de sector waarvan de instelling deel uitmaakt; 12° interne audit: is een onafhankelijke beoordelingsfunctie binnen de organisatie, gericht op: - het onderzoek en de beoordeling van de goede werking, de doeltreffendheid en de efficiëntie van de interne controle; - de bijstand van de relevante personen bedoeld in het 18° in de effectieve uitoefening van hun verantwoordelijkheden aan de hand van analyses, evaluaties, aanbevelingen, advies en informatie omtrent de onderzochte activiteiten; 13° uitbesteding: een overeenkomst van om het even welke vorm tussen een instelling en een dienstverlener op grond waarvan deze dienstverlener een proces, een dienst of een activiteit verricht die anders door de instelling zelf zou worden verricht;14° kritieke of belangrijke operationele taak: een taak die bij een gebrekkige of tekortschietende uitvoering ervan wezenlijke nadelige gevolgen zou hebben voor de voortdurende inachtneming door de instelling van de vergunningsvoorwaarden en -verplichtingen of andere verplichtingen waaraan zij uit hoofde van haar wettelijk kader onderworpen is, dan wel voor haar financiële resultaten of de soliditeit of continuïteit van haar beleggingsdiensten en -activiteiten. Worden hierbij niet als kritiek of belangrijk beschouwd:
- a)verlening aan de instelling van : - advies en andere diensten die geen onderdeel vormen van het beleggingsbedrijf van de instelling, met inbegrip van de verlening van juridisch advies aan de instelling; - diensten inzake de opleiding van personeel van de instelling; - factureringsdiensten; - diensten inzake de beveiliging van de gebouwen en het personeel van de instelling;
- b)de verwerving of terbeschikkingstelling van gestandaardiseerde diensten, met inbegrip van markt- en koersinformatiediensten;15° wettelijk kader : - voor de beleggingsondernemingen: de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/1995 pub. 29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten en Hoofdstuk II van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 25/12/2002 numac 2002015152 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval, gedaan te Wenen op 5 september 1997 type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten alsmede de uitvoeringsbepalingen van beide wetten; - voor de kredietinstellingen: de wet van 22 maart 1993 en Hoofdstuk II van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 25/12/2002 numac 2002015152 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval, gedaan te Wenen op 5 september 1997 type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten alsmede de uitvoeringsbepalingen van beide wetten; - voor de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging : deel III van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten en Hoofdstuk II van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 25/12/2002 numac 2002015152 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval, gedaan te Wenen op 5 september 1997 type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten alsmede de uitvoeringsbepalingen van beide wetten; 16° niet-professionele cliënt: een cliënt die niet als een professionele cliënt wordt behandeld in de zin van artikel 2 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 25/12/2002 numac 2002015152 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval, gedaan te Wenen op 5 september 1997 type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten;17° derde land : een land dat geen deel uitmaakt van de Europese Economische Ruimte;18° "relevante persoon", in samenhang met een in artikel 3 bedoelde instelling : een van de volgende personen :
- a)een bestuurder, een vennoot of daarmee gelijk te stellen persoon, een manager of een verbonden agent van de instelling;
- b)een bestuurder, een vennoot of daarmee gelijk te stellen persoon, of een manager van een verbonden agent van de instelling;
- c)een werknemer van de instelling of van een verbonden agent van de instelling, alsook enigerlei andere natuurlijke persoon wiens diensten ter beschikking en onder de zeggenschap staan van de instelling of een verbonden agent en die betrokken is bij het verrichten door de instelling van beleggingsdiensten en -activiteiten;
- d)een natuurlijke persoon die uit hoofde van een uitbestedingsovereenkomst met het oog op het verrichten door de instelling van beleggingsdiensten en -activiteiten rechtstreeks betrokken is bij het verrichten van diensten ten behoeve van de instelling of haar verbonden agent. Art. 3.Dit reglement is van toepassing op : - de Belgische beleggingsondernemingen; - de Belgische kredietinstellingen die beleggingsdiensten verrichten; - de in België gevestigde bijkantoren van de beleggingsondernemingen en de kredietinstellingen die beleggings-diensten verrichten voor zover deze ressorteren onder het recht van een land dat geen lid is van de Europese Economische Ruimte; - de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, met uitzondering van de artikelen 17 tot 22 wat betreft de uitbesteding van beheertaken bedoeld in artikel 3, 9°, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten. Deze vennootschappen worden voor de toepassing van dit reglement gezamenlijk aangeduid als "de instellingen". HOOFDSTUK II. - Organisatorische vereisten Afdeling 1. - Algemene organisatorische vereisten Art. 4.De instellingen dienen :
- a)een organisatiestructuur vast te stellen, te implementeren en in stand te houden die op duidelijke en gedocumenteerde wijze de rapportagelijnen specificeert en de functies en verantwoordelijkheden verdeelt;
- b)ervoor te zorgen dat hun relevante personen op de hoogte zijn van de procedures die moeten worden gevolgd voor een goede uitoefening van hun verantwoordelijkheden;
- c)adequate interne controleprocedures vast te stellen, te implementeren en in stand te houden om te waarborgen dat beslissingen en procedures op alle niveaus van de instelling in acht worden genomen;
- d)medewerkers in dienst te hebben die over de nodige vakbekwaamheid, kennis en deskundigheid beschikken om de hun toevertrouwde verantwoordelijkheden uit te oefenen;
- e)op alle relevante niveaus van de instelling een effectieve interne rapportage en communicatie van informatie op te zetten, te implementeren en in stand te houden;
- f)passende en overzichtelijke gegevens over hun bedrijf en interne organisatie bij te houden;
- g)ervoor te zorgen dat relevante personen die meerdere functies uitoefenen, daardoor niet worden of kunnen worden belet één van deze functies op degelijke, eerlijke en professionele wijze uit te oefenen. De instellingen houden daarbij rekening met de aard, schaal en complexiteit van hun bedrijf en met de aard en het gamma van de beleggingsdiensten en -activiteiten of beheertaken die in het kader van hun bedrijf worden verricht. Art. 5.De instellingen dienen afdoende systemen en procedures op te zetten, te implementeren en in stand te houden om de veiligheid, integriteit en vertrouwelijkheid van informatie te waarborgen, rekening houdend met de aard van de informatie in kwestie. Art. 6.De instellingen dienen een adequaat bedrijfscontinuïteitsbeleid vast te stellen, te implementeren en in stand te houden teneinde te waarborgen dat bij een onderbreking van hun systemen en procedures kritieke gegevens en bedrijfsfuncties beschermd zijn en hun beleggingsdiensten en -activiteiten of beheertaken worden voortgezet, of - wanneer dat niet mogelijk is - dat deze gegevens en bedrijfsfuncties zo spoedig mogelijk worden hersteld en hun beleggingsdiensten en -activiteiten zo spoedig mogelijk worden hervat. Art. 7.De instellingen dienen toezicht te houden op en op gezette tijden over te gaan tot een evaluatie van de deugdelijkheid en effectiviteit van de door hen ingevoerde systemen, interne controleprocedures en regelingen, alsook passende maatregelen te nemen om eventuele onvolkomenheden te verhelpen. Afdeling 2. - Compliance Art. 8.De instellingen dienen adequate beleidslijnen en afdoende procedures op te stellen, te implementeren en in stand te houden tot onderkenning van de risico's van aantasting van de integriteit of de reputatie van de instelling of van niet-naleving van haar verplichtingen wat de volgende domeinen betreft : 1° hoofdstuk II, afdeling 7 en 9 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 25/12/2002 numac 2002015152 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval, gedaan te Wenen op 5 september 1997 type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten evenals de uitvoeringsbesluiten van deze wetgeving;2° de regels inzake het beheer van belangenconflicten bij het verstrekken van beleggingsdiensten inzake financiële instrumenten met inbegrip van deze die gelden bij beleggingsadviesdiensten en bij de productie en verspreiding van onderzoek op beleggingsgebied;3° de regels inzake de persoonlijke verrichtingen in financiële instrumenten bedoeld in artikel 78 van het koninklijk besluit van 3 juni 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/06/2007 pub. 18/06/2007 numac 2007003294 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten sluiten tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten;4° de onverenigbaarheidsregels van toepassing op de bestuurders en de effectieve leiders van de instellingen;5° de wet van 11 januari 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/01/1993 pub. 29/07/2013 numac 2013000488 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 11/01/1993 pub. 27/06/2012 numac 2012000391 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme;6° de wetgeving op de privacy als bepaald in de wet van 8 december 1992;7° het fiskaal voorkomingsbeleid;8° de domeinen aangeduid door het bestuursorgaan of de effectieve leiding van de instelling. Het integriteitsbeleid voorziet in passende maatregelen en procedures die de risico's op de niet-naleving van de bovenvermelde verplichtingen evenals de aanverwante risico's tot een minimum beperken en die de CBFA in staat stellen haar toezichtbevoegdheden effectief uit te oefenen. De instellingen kunnen daarbij rekening houden met de aard, schaal en complexiteit van hun bedrijf en met de aard en het gamma van de beleggingsdiensten en -activiteiten of beheertaken die in het kader van dit bedrijf worden verricht. Art. 9.De instellingen dienen een permanente en effectieve compliancefunctie in te stellen en in stand te houden die onafhankelijk is en die volgende verantwoordelijkheden heeft : 1° toezicht houden op en op gezette tijden beoordelen van het passend karakter en de effectiviteit van de overeenkomstig artikel 8 ingevoerde maatregelen en procedures, alsook van de maatregelen die zijn genomen om eventuele onvolkomenheden bij het nakomen van deze verplichtingen door de instelling te verhelpen;2° de relevante personen die verantwoordelijk zijn voor het verrichten van beleggingsdiensten en -activiteiten of beheertaken, adviseren en bijstaan om de verplichtingen uit hoofde van de in artikel 8 geviseerde reglementering na te komen. Art. 10.§ 1. Om de compliancefunctie in staat te stellen haar verantwoordelijkheden naar behoren en onafhankelijk uit te oefenen dienen de instellingen ervoor te zorgen dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan :
- a)de compliancefunctie moet over de nodige autoriteit, middelen, deskundigheid en toegang tot alle dienstige informatie beschikken;
- b)er moet een compliance officer worden aangesteld die verantwoordelijk is voor de compliancefunctie en voor de verslaggeving inzake compliance aan de effectieve leiding.De compliance officer staat in voorkomend geval aan het hoofd van de compliance cel;
- c)de relevante personen die betrokken zijn bij de compliancefunctie mogen niet betrokken zijn bij de verrichting van diensten of activiteiten waarop zij toezien;
- d)de wijze waarop de beloning wordt vastgesteld van de relevante personen die bij de compliancefunctie zijn betrokken, brengt hun objectiviteit niet daadwerkelijk of potentieel in gevaar. § 2. Een instelling hoeft evenwel niet aan alle van de onder
- c)en
- d)van §1 gestelde eisen te voldoen indien zij kan aantonen dat deze gezien de aard, schaal en complexiteit van haar bedrijf en de aard en het gamma van haar beleggingsdiensten en - activiteiten of beheertaken niet evenredig zijn en dat de effectiviteit van haar compliancefunctie gegarandeerd blijft. Afdeling 3. - Risicobeheer Art. 11.De instellingen dienen : 1° adequate beleidslijnen en afdoende procedures voor het risicobeheer vast te stellen, te implementeren en te handhaven die de risico's onderkennen die aan de activiteiten, processen en systemen van de instelling verbonden zijn en die zo nodig de risico-omvang bepalen die door de instellingen wordt getolereerd;2° effectieve regelingen, procedures en mechanismen vast te stellen om de aan de activiteiten, processen en systemen van de instelling verbonden risico's te beheren in het licht van deze risicotolerantie;3° toezicht uit te oefenen op :
- a)de deugdelijkheid en effectiviteit van de door de instelling vastgestelde beleidslijnen en procedures voor het risicobeheer;
- b)de mate waarin de instelling en haar relevante personen de overeenkomstig 2° vastgestelde regelingen, procedures en mechanismen in acht nemen;
- c)het passend karakter en de effectiviteit van de maatregelen die genomen zijn tegen eventuele onvolkomenheden in deze beleidslijnen, procedures, regelingen, processen en mechanismen, zoals verzuim van de relevante personen om deze regelingen, processen en mechanismen in acht te nemen of deze gedragsregels en procedures te volgen. Art. 12.Onder de risico's bedoeld in artikel 11, 1°, moeten tevens de risico's worden gerekend die verbonden zijn aan de uitbesteding van kritieke of belangrijke taken of van beleggingsdiensten of -activiteiten. Daaronder moeten ook de risico's vallen die verbonden zijn aan de relatie van de instelling met de dienstverlener, alsook de mogelijke risico's die zich voordoen wanneer de uitbestede activiteiten van meerdere instellingen of andere gereglementeerde entiteiten zijn ondergebracht bij een beperkt aantal dienstverleners. Art. 13.De instellingen dienen indien zulks passend en evenredig is gezien de aard, schaal en complexiteit van hun bedrijf en de aard en het gamma van de beleggingsdiensten en -activiteiten of beheertaken die in het kader van dit bedrijf worden verricht, een onafhankelijk werkende risicobeheerfunctie in te stellen en in stand te houden die zorgt voor : 1° uitvoering van de in artikel 11 bedoelde beleidslijnen en procedures, met inbegrip van de identificatie, de opvolging, de evaluatie en de controle;2° verslaggeving en adviesverlening aan de effectieve leiding. Wanneer een instelling overeenkomstig het eerste lid niet verplicht is om een onafhankelijk werkende risicobeheerfunctie in te stellen en in stand te houden, moet zij niettemin kunnen aantonen dat de beleidslijnen en procedures die zij overeenkomstig artikel 11 heeft vastgesteld, voldoen aan de in dat artikel beschreven eisen en steeds effectief zijn. Afdeling 4. - Interne audit Art. 14.De instellingen dienen, indien zulks passend en evenredig is gezien de aard, schaal en complexiteit van hun bedrijf en de aard en het gamma van de beleggingsdiensten en -activiteiten die in het kader van dit bedrijf worden verricht, onder de verantwoordelijkheid van de effectieve leiding een interne auditfunctie in te stellen en in stand te houden die te onderscheiden en onafhankelijk is van de andere functies en activiteiten van de instelling en die de volgende verantwoordelijkheden heeft : 1° vaststellen, implementeren en handhaven van een auditplan dat gesteund is op een methodische risicoanalyse en dat alle activiteiten en geledingen van de instellingen dekt, om de deugdelijkheid en effectiviteit van de systemen, interne controleprocedures en regelingen van de instelling te onderzoeken en te beoordelen;2° doen van aanbevelingen op basis van de resultaten van de overeenkomstig punt 1° uitgevoerde werkzaamheden;3° nagaan of aan deze aanbevelingen gevolg wordt gegeven;4° verslaggeving aan de effectieve leiding. De in het eerste lid bepaalde verplichting over de interne auditfunctie wordt vermoed passend en evenredig te zijn voor de niet in het derde lid bedoelde instellingen in de zin van artikel 3. De in het eerste lid bepaalde verplichting over de interne auditfunctie wordt vermoed niet van toepassing te zijn voor de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die enkel beleggingsdiensten van beleggingsadvies en/of diensten van ontvangen en overmaken van orders verrichten, tenzij de CBFA ervan overtuigd is dat dergelijke verplichting passend en evenredig is gezien de aard, schaal en complexiteit van hun bedrijf en de aard en het gamma van de beleggingsdiensten en -activiteiten die in het kader van dit bedrijf worden verricht. Art. 15.Afhankelijk van de aard, schaal en complexiteit van hun bedrijf en de aard en het gamma van beleggingsdiensten en -activiteiten of beheertaken die in het kader van dit bedrijf worden verricht kan de instelling beslissen de in artikel 14 bedoelde functie uit te besteden. Het eerste lid doet geen afbreuk aan de mogelijkheid tot uitbesteding in groepsverband. Onverminderd de bepalingen van artikel 17 tot 22 van dit reglement bepaalt de overeenkomst tot uitbesteding dat : - de effectieve leiding voorafgaand zal instemmen met de door de deskundige uitgevoerde risicoanalyse en de opgemaakte planning; - de effectieve leiding of de aangestelde(n), de commissaris(sen) of zijn (hun) medewerkers en de CBFA op elk ogenblik elk document van de deskundige in verband met zijn opdracht kunnen inzien, inzonderheid zijn werkprogramma en werkstukken. De effectieve leiding van de instelling volgt de auditactiviteit van de deskundige blijvend op en legt vast wie verantwoordelijk is binnen de organisatie voor de opvolging van zijn aanbevelingen. De aangestelde deskundige dient in alle opzichten volledig onafhankelijk te zijn van de commissaris of van zijn kantoor en van de groep waartoe de commissaris behoort. Afdeling 5. - Klachtenbehandeling Art. 16.De instellingen dienen effectieve en transparante procedures op te stellen, te implementeren en in stand te houden met betrekking tot de behandeling van klachten van niet-professionele cliënten of van potentiële niet-professionele cliënten. Deze procedures dienen een redelijke en snelle behandeling van deze klachten te verzekeren. De instellingen dienen de gegevens over deze klachten en de maatregelen die werden genomen om deze te regelen, bij te houden. Afdeling 6. - Uitbesteding Art. 17.Bij de uitbesteding van kritieke of belangrijke operationele taken, dan wel beleggingsdiensten of -activiteiten blijven de instellingen volledig verantwoordelijk voor het nakomen van al hun verplichtingen uit hoofde van hun wettelijk kader en dienen zij met name aan de volgende voorwaarden te voldoen :
- a)de uitbesteding mag niet resulteren in het delegeren door de effectieve leiding van haar verantwoordelijkheid;
- b)de relatie en verplichtingen van de instelling ten aanzien van haar cliënten uit hoofde van de bepalingen van de artikelen 27 en 28 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 25/12/2002 numac 2002015152 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval, gedaan te Wenen op 5 september 1997 type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten mogen niet worden gewijzigd;
- c)de voorwaarden waaraan de instelling moet voldoen om een vergunning te verkrijgen, en om deze behouden, mogen niet worden ondermijnd;
- d)geen van de andere voorwaarden waaronder de vergunning aan de instelling is verleend, mag worden opgeheven of gewijzigd. Art. 18.De instellingen dienen de nodige bekwaamheid, zorgvuldigheid en waakzaamheid aan de dag te leggen bij het aangaan, beheren of beëindigen van een overeenkomst voor de uitbesteding van kritieke of belangrijke operationele taken, dan wel van beleggingsdiensten of -activiteiten aan een dienstverlener. De instellingen nemen met name de nodige maatregelen om te garanderen dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan :
- a)de dienstverlener moet over de bekwaamheid, de capaciteit en elke bij wet vereiste vergunning beschikken om de uitbestede taken, diensten of activiteiten op betrouwbare en professionele wijze uit te voeren;
- b)de dienstverlener moet de uitbestede diensten efficiënt verrichten en daartoe moet de instelling methoden vaststellen om het prestatieniveau van de dienstverlener te beoordelen;
- c)de dienstverlener moet afdoende toezicht houden op de uitvoering van de uitbestede taken en de aan de uitbesteding verbonden risico's op adequate wijze beheren;
- d)er moet passende actie worden ondernomen mocht blijken dat de dienstverlener de taken niet efficiënt en met inachtneming van de toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften uitvoert;
- e)de instelling moet de nodige deskundigheid behouden om een doeltreffend toezicht op de uitbestede taken uit te oefenen en de aan de uitbesteding verbonden risico's te beheren, en moet toezicht houden op deze functies en deze risico's beheren;
- f)de dienstverlener moet de instelling in kennis stellen van elke ontwikkeling die van wezenlijke invloed kan zijn op zijn of haar vermogen om de uitbestede taken efficiënt en met inachtneming van de toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften uit te voeren;
- g)de instelling moet de uitbestedingsovereenkomst indien nodig kunnen beëindigen zonder dat dit nadelige gevolgen heeft voor de continuïteit en de kwaliteit van haar dienstverlening aan cliënten;
- h)de dienstverlener moet met betrekking tot de uitbestede activiteiten alle nodige medewerking aan de CBFA verlenen;
- i)de instelling, haar commissaris, de CBFA of desgevallend andere relevante bevoegde autoriteiten, moeten effectief toegang hebben tot de gegevens over de uitbestede activiteiten en tot de bedrijfsruimten van de dienstverlener.De CBFA moet deze toegangsrechten kunnen uitoefenen;
- j)de dienstverlener moet alle vertrouwelijke informatie over de instelling en haar cliënten beschermen;
- k)de instelling en de dienstverlener moeten een noodplan vaststellen, implementeren en handhaven dat voorziet in de beheersing van de discontinuïteitsrisico's en in een periodieke controle van de back-upvoorzieningen wanneer dit noodzakelijk is gelet op de uitbestede functie, dienst of activiteit. Art. 19.Bij de uitbesteding van kritieke of belangrijke operationele taken, dan wel van beleggingsdiensten of -activiteiten aan een dienstverlener dienen de respectieve rechten en plichten van de instellingen en de dienstverlener duidelijk te worden afgebakend en vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst. Art. 20.Wanneer de instelling en de dienstverlener tot dezelfde groep behoren, mag de instelling voor de naleving van deze afdeling rekening houden met de mate waarin de instelling controle heeft over de dienstverlener of invloed kan uitoefenen op diens handelingen. Art. 21.Op verzoek van de CBFA dienen de instellingen alle informatie te verstrekken die deze nodig heeft om er te kunnen op toezien dat de uitbestede activiteiten volgens de voorschriften van dit reglement worden verricht. Art. 22.§ 1. Wanneer een instelling het beheer van vermogen van niet-professionele cliënten uitbesteedt aan een dienstverlener in een derde land, dient deze instelling er bijkomend voor te zorgen dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan : 1° de dienstverlener moet in zijn lidstaat van herkomst voor de verlening van deze dienst een vergunning hebben of in een register ingeschreven zijn en onder prudentieel toezicht staan;2° er moet een passende samenwerkingsovereenkomst bestaan tussen de CBFA en de toezichthoudende autoriteit van de dienstverlener. § 2. Wanneer niet aan een van beide of beide in § 1 genoemde voorwaarden wordt voldaan, mag een instelling alleen dan aan een dienstverlener in een derde land vermogensbeheerdiensten uitbesteden als de betrokken instelling de CBFA vooraf kennis geeft van de uitbestedingsovereenkomst en -regeling alsook van alle andere nuttige informatie en de CBFA binnen één maand na ontvangst van deze kennisgeving geen bezwaar aantekent tegen deze overeenkomst en regeling. § 3. Overeenkomstig artikelen 20bis van de wet van 22 maart 1993 en 62bis van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/1995 pub. 29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten wordt op de website van de CBFA een beleidsverklaring inzake uitbestedingen van diensten van vermogensbeheer die onder § 2 vallen bekend gemaakt. In deze verklaring zijn voorbeelden opgenomen van gevallen waarin door de CBFA overeenkomstig § 2 geen of waarschijnlijk geen bezwaar zal worden aangetekend tegen een uitbesteding hoewel niet aan één van beide of beide in § 1, 1° en 2°, genoemde voorwaarden wordt voldaan. De verklaring preciseert waarom de CBFA van oordeel is dat uitbesteding in dergelijke gevallen geen afbreuk zal doen aan het vermogen van de instellingen om te voldoen aan hun verplichtingen uit hoofde van artikelen 17 tot 21. § 4. De CBFA publiceert een lijst van toezichthoudende autoriteiten in derde landen met wie zij een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in § 1, 2°, heeft gesloten. Afdeling 7. - Bijhouden van gegevens Art. 23.De instellingen dienen alle gegevens opgenomen in bijlage van dit reglement gedurende een periode van ten minste vijf jaar te bewaren. De gegevens over de rechten en plichten van de instelling en de cliënt in het kader van een dienstverleningscontract of over de voorwaarden waaronder de onderneming voor de cliënt diensten verricht, dienen voor ten minste de duur van de relatie met de cliënt bewaard te worden. De CBFA kan evenwel in uitzonderingsgevallen de instellingen verplichten sommige of alle gegevens zoveel langer te bewaren als in het licht van het instrument of de transactie gerechtvaardigd is, indien zulks noodzakelijk is om haar in staat te stellen haar toezichthoudende taken uit te oefenen. Na de herroeping van de vergunning van een instelling mag de CBFA de instelling verplichten de gegevens gedurende het resterende gedeelte van de in de eerste lid voorgeschreven termijn van vijf jaar te bewaren. Art. 24.De gegevens worden bewaard op een drager waarop informatie zo kan worden opgeslagen zodat de CBFA deze later kan raadplegen, en in zodanige vorm en op zodanige wijze dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan : 1° de CBFA moet vlot toegang kunnen krijgen tot de gegevens.Ze moet elk belangrijk stadium van de verwerking van elke transactie kunnen reconstrueren; 2° alle correcties of andere wijzigingen, alsmede de inhoud van de gegevens voordat dergelijke correcties of andere wijzigingen zijn aangebracht, moeten gemakkelijk kunnen worden achterhaald;3° de gegevens mogen niet anderszins gemanipuleerd of gewijzigd kunnen worden. Art. 25.De artikelen 23 en 24 van dit reglement zijn eveneens van toepassing op : 1° de in België gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen die onder het recht van een lidstaat van de EER ressorteren, voor hun transacties op het Belgisch grondgebied;2° de in België gevestigde bijkantoren van beheersvennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, voor hun beleggingsdiensten. HOOFDSTUK III. - Slotbepaling Art. 26.Dit reglement treedt in werking op 1 november 2007. Brussel, 5 juni 2007. De Voorzitter, J.-P. SERVAIS Bijlage bij het reglement van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen betreffende organisatorische voorschriften voor instellingen die beleggingsdiensten verstrekken Lijst van de door de instellingen te bewaren gegevens 1. De identiteit van iedere cliënt evenals de noodzakelijke informatie voor de cliëntenclassificatie (professionele cliënt, niet-professionele cliënt of in aanmerking komende tegenpartij).2. Dossier met de cliëntenovereenkomsten, de documenten waarnaar in deze overeenkomsten wordt verwezen, alsook de geldende algemene voorwaarden.3. In het kader van artikel 27, §§ 4 en 5, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 25/12/2002 numac 2002015152 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval, gedaan te Wenen op 5 september 1997 type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten, de volgende informatie met betrekking tot de cliënt of de potentiële cliënt: zijn kennis en ervaring, en voor vermogensbeheer en beleggingsadvies bijkomend zijn financiële draagkracht en zijn doelstellingen.4. De gegevens over alle transacties in financiële instrumenten, ongeacht of deze transacties voor eigen rekening dan wel voor rekening van een cliënt zijn verricht.In het geval van transacties voor rekening van cliënten omvatten de bijgehouden gegevens alle informatie en bijzonderheden over de identiteit van de cliënt en alle informatie die moet worden verstrekt op grond van de wet van 11 januari 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/01/1993 pub. 29/07/2013 numac 2013000488 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 11/01/1993 pub. 27/06/2012 numac 2012000391 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten. 5. Voor de aanvaarde orders van de cliënten : de identiteit van de cliënt waarbij onderscheid kan worden gemaakt worden tussen de orders in vermogensbeheer en de orders buiten vermogensbeheer.6. De basis waarop de orders van de cliënten worden toegewezen en verwerkt zodanig dat reconciliatie van de verrichtingen steeds mogelijk is.7. Voor de uitgevoerde orders: de identiteit van de cliënt, de datum en het tijdstip van toewijzing van de transactie, het betrokken financiële instrument, en het bedrag.8. De basis en de reden wanneer een transactie opnieuw moet worden toegewezen.9. Overeenkomstig de verordening : de gegevens bedoeld in artikelen 7 en 8 van de verordening.10. De periodieke rapportering aan de cliënten.11. De door en krachtens de artikelen 77 tot 77ter van de wet voorgeschreven gegevens en rekeningen over de cliëntengelden en cliënteneffecten.12. Bijzonderheden over de cliënt op wiens instructies financiële instrumenten zijn gebruikt, alsook het aantal gebruikte financiële instrumenten dat toebehoort aan elke cliënt die zijn of haar toestemming heeft verleend, teneinde eventuele verliezen op correcte wijze te kunnen toewijzen.13. De publicitaire communicaties (behalve mondelinge) die aan niet-professionele cliënten of potentiële cliënten werden meegedeeld.14. Het onderzoek op beleggingsgebied dat door de instelling werd gemaakt en op duurzame drager beschikbaar is. 15. De gegevens m.b.t. het bedrijf en de interne organisatie (organigrammen). 16. De essentiële compliance beleidslijnen en procedures.17. De lijst met gedetecteerde of potentiële belangenconflicten die de instelling dient bij te houden conform artikel 84 van het koninklijk besluit van 3 juni 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/06/2007 pub. 18/06/2007 numac 2007003294 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten sluiten tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten.18. De complianceverslagen.19. De verslagen inzake risicobeheer.20. De verslagen van de interne audit.21. De geregistreerde klachten van niet-professionele cliënten.22. De maatregelen genomen ter behandeling van de klachten van niet-professionele cliënten.23. Overeenkomstig de verordening en gedurende de termijn bepaald in de verordening: bij systematische internalisatie: de gegevens met betrekking tot de afgegeven prijzen als bedoeld in artikel 24, eerste lid,
- b)van de verordening.24. De gegevens van de persoonlijke transacties van de relevante personen.25. Het beleid inzake belangenconflicten.26. Het orderuitvoeringsbeleid.27. De waarschuwingen bedoeld in artikel 27, §§ 5 en 6, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 25/12/2002 numac 2002015152 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval, gedaan te Wenen op 5 september 1997 type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten.28. De aan de cliënt meegedeelde voordelen in de zin van artikel 7 van het koninklijk besluit van 3 juni 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/06/2007 pub. 18/06/2007 numac 2007003294 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten sluiten tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten.29. Het feit dat een niet-professionele cliënt beleggingsadvies heeft ontvangen samen met het financiële instrument dat werd geadviseerd.30. De gegevens betreffende de gevallen waarin conform de richtlijnen 2004/39/EG en 2006/73/EG de onderneming het uitdrukkelijk akkoord van de cliënt moet bekomen. Gezien om te worden gevoegd bij het reglement van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen van 5 juni 2007 betreffende organisatorische voorschriften voor instellingen die beleggingsdiensten verstrekken. De Voorzitter, J.-P. SERVAIS. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 19 juni 2007. ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, D. REYNDERS