van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/05/2006 pub. 15/06/2006 numac 2006009456 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten
van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/05/2006 pub. 15/06/2006 numac 2006009456 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten
van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/05/2006 pub. 15/06/2006 numac 2006009456 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten
van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/05/2006 pub. 15/06/2006 numac 2006009456 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten
van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/05/2006 pub. 15/06/2006 numac 2006009456 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten
van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/05/2006 pub. 15/06/2006 numac 2006009456 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten
zijn toebedeeld. Het vierde artikel betreft de erkenning van de verenigingen die in het kader
de slachtoffers kunnen bijstaan. Reeds in het kader van het huidige systeem van de voorwaardelijke invrijheidstelling kunnen de slachtoffers door deze verenigingen worden bijgestaan. Naar de toekomst toe wordt hetzelfde systeem behouden. Voor wat betreft de verenigingen die onder de bepalingen
van 5 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging
van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten al erkend waren, blijft de erkenning bestaan voor de toepassing van deze wet. De rol die hen in het kader van deze wet wordt toebedeeld is immers volledig gelijklopend met de rol die ze vandaag in het kader van de voorwaardelijke invrijheidstelling vervullen. De opmerking van de Raad van State om van § 2 van dit artikel een aparte overgangsbepaling te maken, is niet gevolgd. Aangezien deze paragraaf enkel betrekking heeft op dit artikel, is het om redenen van samenhang beter om de paragraaf te laten staan in dit artikel. Het derde hoofdstuk omschrijft de wijze waarop de slachtoffers kunnen vragen om te worden geïnformeerd en/of gehoord. De eerste afdeling, die het artikel 5 omvat, betreft de slachtoffers bedoeld in artikel 2, 6°, a),
, met name de slachtoffers die een burgerlijke vordering hebben ingesteld. De griffie van het vonnisgerecht, dat een beslissing heeft gewezen die in kracht van gewijsde is getreden en die bepaalt dat een burgerlijke vordering ontvankelijk is, zal een schrijven overmaken aan deze burgerlijke partij. Het doel van dit schrijven is het inlichten van het slachtoffer betreffende zijn verdere rechten in het kader van de strafuitvoering en de stappen die het moet ondernemen om deze rechten tot uitvoering te brengen. Hierbij wordt tevens het model van slachtofferverklaring gevoegd opdat zij onmiddellijk de stappen zouden kunnen ondernemen zoals beschreven in de derde afdeling van dit hoofdstuk. Terzijde wordt erop gewezen dat deze bepaling indirect ook zou kunnen worden beschouwd als een verdere concretisering van de nieuwe bepaling die door de wet wordt ingevoerd in het artikel 195 van het Wetboek van Strafvordering. De Raad van State vraagt zich af of het niet nodig is dat de Minister van Justitie het model van dit schrijven vaststelt bij ministerieel besluit. In antwoord daarop wordt gesteld dat in de praktijk weliswaar eenvormige brieven zullen worden uitgewerkt, maar dat is besloten om deze brieven niet bij ministerieel besluit vast te stellen om redenen van flexibiliteit gelet op de gefaseerde inwerkingtreding
, waardoor de in dit stadium aan het slachtoffer te geven informatie zal evolueren. Hetzelfde geldt voor artikel 6 van dit besluit. De tweede afdeling omvat een specifieke bepaling betreffende de slachtoffers bedoeld in artikel 2, 6°, b) en c),
, met name de slachtoffers die via de bepaling van artikel 3
een schriftelijk verzoek kunnen richten aan de strafuitvoeringsrechter omdat zij menen een direct en legitiem belang te hebben om te worden geïnformeerd en/of gehoord in het kader van de strafuitvoering. De griffie van de strafuitvoeringsrechtbank zal bij het overmaken van de beslissing van de strafuitvoeringsrechter een informatief schrijven voegen dat qua doelstellingen volledig gelijklopend is met wat is beschreven onder artikel 5. De derde afdeling omvat de artikelen 7 tot en met 9 en beschrijft de verdere administratieve stappen die het slachtoffer moet ondernemen. Zoals al werd aangehaald maakt het voorliggende besluit een onderscheid tussen de slachtofferverklaring enerzijds en de slachtofferfiche anderzijds. Voor het slachtoffer dat enkel wenst te worden geïnformeerd en/of gehoord in de gevallen die door de wet worden omschreven, volstaat het om het model van slachtofferverklaring in te vullen en over te maken ofwel rechtstreeks aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank ofwel aan het justitiehuis. In dit laatste geval zal de justitieassistent eerstelijn de slachtofferverklaring onverwijld overmaken aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank. Ingeval het slachtoffer in de slachtofferverklaring aangeeft dat het, door tussenkomst van een justitieassistent slachtofferonthaal, voorwaarden wenst te formuleren die in zijn belang zouden kunnen worden opgelegd, zal er een slachtofferfiche worden opgesteld door de justitieassistent slachtofferonthaal. In het ontwerp van koninklijk besluit was bepaald dat zo het slachtoffer voorwaarden wenste te formuleren, dit moest gebeuren door tussenkomst van een justitieassistent slachtofferonthaal die hiertoe een slachtofferfiche zou opstellen. Het formuleren van de voorwaarden is immers een belangrijk gegeven dat omzichtig, precies en consciëntieus moet gebeuren opdat de beslissende instanties zich een welomschreven beeld zouden kunnen vormen van hetgeen wordt gevraagd. De justitieassistenten slachtofferonthaal hebben in het kader van de huidige procedure voorwaardelijke invrijheidstelling reeds zeer belangrijke en nuttige ervaring op dit gebied kunnen opbouwen. Hun tussenkomst is dan ook volledig in het belang van het slachtoffer dat op deze wijze op de meest aangewezen manier zijn voorwaarden zal kunnen omschrijven. De Raad van State stelt echter dat de tussenkomst van de justitieassistent slachtofferonthaal met het oog op het formuleren van de voorwaarden, een facultatieve tussenkomst moet zijn. De tekst van het besluit is dan ook in die zin gewijzigd. Het slachtoffer kan voor het formuleren van de voorwaarden die in zijn belang zouden kunnen worden opgelegd, steeds een beroep doen op de tussenkomst van de justitieassistent slachtofferonthaal. Indien de justitieassistent slachtofferonthaal tussenkomt, zal hij een slachtofferfiche opstellen waarin deze voorwaarden schriftelijk worden opgenomen. De tussenkomst wordt aldus facultatief en het besluit voorziet in een dienstaanbod aan het slachtoffer dat vrij kan kiezen of het een dergelijke tussenkomst en bijstand wenst. Het slachtoffer dat geen tussenkomst van een justitieassistent slachtofferonthaal wenst, kan schriftelijk in het kader van zijn slachtofferverklaring of mondeling op de zitting voorwaarden formuleren. Dit geldt vanzelfsprekend ook voor het slachtoffer dat wel de tussenkomst wenst van de justitieassistent slachtofferonthaal. Om de reeds genoemde redenen spreekt het voor zich - maar wordt het nogmaals benadrukt - dat de tussenkomst van de justitieassistent slachtofferonthaal een echte meerwaarde betekent voor de slachtoffers. Ingeval het slachtoffer in zijn verklaring aangeeft dat het voorwaarden wenst te formuleren door tussenkomst van de justitieassistent slachtofferonthaal, maakt de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank onverwijld een kopie van de slachtofferverklaring, evenals een dossier waarvan de inhoud wordt bepaald door de Minister (o.a. afschrift van vonnissen of arresten, uittreksel van het strafregister, ...) over aan de justitieassistent slachtofferonthaal. Aangezien uit de vraag van de Raad van State blijkt dat het gebruik van het woord dossier' blijkbaar verwarring schept, wordt dit punt verduidelijkt. Het betreft een werkdossier en een inlichtingendossier dat wordt samengesteld enkel en alleen ten behoeve van de justitieassistent slachtofferonthaal die, teneinde het slachtoffer op een correcte wijze informatie te verschaffen en bij te staan, moet kunnen beschikken over een aantal basisgegevens betreffende de veroordeling en de veroordeelde. Dit komt volledig overeen met de huidige praktijk in het kader van de werkzaamheden van de justitieassistent slachtofferonthaal indien deze tussenkomt op grond van de opgeheven wettelijke bepalingen inzake de voorwaardelijke invrijheidstelling. De bewoordingen van de bepaling van dit besluit zijn dan ook in die zin gewijzigd. Na de ontvangst van de slachtofferverklaring waarin wordt aangegeven dat men een tussenkomst van de justitieassistent slachtofferonthaal wenst, contacteert deze onverwijld het slachtoffer teneinde de slachtofferfiche op te kunnen stellen en deze over te kunnen maken aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank. De vierde en laatste afdeling van dit hoofdstuk omschrijft de wijze waarop de slachtoffers, bedoeld in artikel 108, § 2,
in dit nieuwe kader worden ingeschreven. Onder de bepalingen van de opgeheven wet van 5 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging
van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten, waren er immers ook bepaalde categorieën van slachtoffers die in het kader van een procedure voorwaardelijke invrijheidstelling konden verzoeken om te worden geïnformeerd en/of gehoord. Zoals artikel 108, § 2,
bepaalt komen ook deze slachtoffers in aanmerking om verder te worden geïnformeerd en/of gehoord in het kader van deze wet. Het past aldus om voor deze slachtoffers de overgang zo vlot als mogelijk te laten verlopen. De gegevens betreffende de slachtoffers die aldus in het kader van de opgeheven wet van 5 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging
van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten reeds werden gecontacteerd door de justitieassistent slachtofferonthaal en die de wens hebben geuit betrokken te willen worden, worden door de justitieassistent slachtofferonthaal onverwijld meegedeeld aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank. Deze slachtoffers ontvangen via de justitieassistent slachtofferonthaal de nodige informatie over de nieuwe bepalingen ter zake. Op verzoek van de Raad van State wordt dit punt verduidelijkt. De woorden « in dit kader » in de Nederlandse versie van de tekst en het woord « y » in de Franse versie van de tekst verwijzen naar het kader van de opgeheven wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling, waarvan gewag wordt gemaakt in het begin van de zin. De Franse versie van de tekst is gewijzigd zodat ook daar, net als in de Nederlandse versie van de tekst, de woorden « in dit kader » voorkomen. Het vierde en laatste hoofdstuk tenslotte betreft de slotbepalingen. De Minister is belast met de uitvoering van dit besluit. Het besluit zal in werking treden op 1 februari 2007. Dit is de strekking van het koninklijk besluit dat ik u ter ondertekening voorleg. Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, De zeer eerbiedige en getrouwe dienaar De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX ADVIES 42.061/2 VAN 11 JANUARI 2007. VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE. De Raad van State, afdeling wetgeving, tweede kamer, op 5 januari 2007. door de Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie verzocht haar, binnen een termijn van vijf werkdagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "tot uitvoering van artikel 2, 6°,
van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/05/2006 pub. 15/06/2006 numac 2006009456 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten
van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie type wet prom. 02/04/2003 pub. 14/05/2003 numac 2003000376 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van sommige aspecten
geving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State type wet prom. 02/04/2003 pub. 16/04/2003 numac 2003000298 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging
van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek sluiten, moeten in de adviesaanvraag in het bijzonder de redenen worden aangegeven tot staving van het spoedeisende karakter ervan. In het onderhavige geval luidt de motivering in de brief met de adviesaanvraag als volgt : « Afin de pouvoir préparer la transition entre les Commissions de libération conditionnelle et les Tribunaux d'application de la peine, une date a été fixée de manière définitive pour la mise en place de ces Tribunaux. Il s'agit du 1er février 2007. Plusieurs arrêtés royaux nécessaires à l'application de cette nouvelle législation sont actuellement en cours d'examen au Conseil d'Etat. Le projet d'arrêté royal qui vous est ici soumis pour avis constitue un des éléments essentiels de la loi du 17 mai 2006 puisqu'il définit la manière dont les victimes pourront exercer les droits qui leur sont octroyés dans le cadre de cette loi. Il est donc indispensable qu'il puisse être signé et adopté avant l'entrée en vigueur des TAP". Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003000309 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging
van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie type wet prom. 02/04/2003 pub. 14/05/2003 numac 2003000376 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van sommige aspecten
geving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State type wet prom. 02/04/2003 pub. 16/04/2003 numac 2003000298 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging
van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek sluiten, beperkt de afdeling wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten. Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen. Bevoegdheid van de steller van de handeling Wat betreft de verdeling van de bevoegdheden tussen de Federale Staat en de Gemeenschappen, vallen de bepalingen betreffende het handelen van het slachtoffer in procedures waarvoor de federale overheid bevoegd is, namelijk de procedures bepaald bij de wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/05/2006 pub. 15/06/2006 numac 2006009456 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten
van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/05/2006 pub. 15/06/2006 numac 2006009456 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten
op die datum in werking treedt. 2. Bovendien moet uit het ontwerp duidelijk blijken dat het optreden van de justitieassistent en het opmaken van de slachtofferfiche, modaliteiten die alleen toepassing kunnen vinden wanneer het slachtoffer beslist zich tot een justitiehuis te richten, facultatief zijn. Het slachtoffer put immers uit de voormelde wet van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/05/2006 pub. 15/06/2006 numac 2006009456 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten
van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/05/2006 pub. 15/06/2006 numac 2006009456 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten
van 17 mei 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/05/2006 pub. 15/06/2006 numac 2006009456 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten
, wordt verleend onder dezelfde voorwaarden en volgens dezelfde procedure als voorzien in artikel 53bis van het koninklijk besluit van 18 december 1986Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 18/12/1986 pub. 13/01/2001 numac 2000001101 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit betreffende de Commissie voor hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden . - Duitse vertaling sluiten betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan occasionele redders. De erkenning bedoeld in het eerste lid kan door een overkoepelend organisme worden aangevraagd in naam van verenigingen die aan de gestelde voorwaarden voldoen en dit voorzover het organisme aantoont dat het gemachtigd is om deze verenigingen te vertegenwoordigen. § 2. De verenigingen die reeds erkend zijn in het kader van artikel 4, § 3, derde lid
van 5 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging
van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging
9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, blijven erkend in het kader
. HOOFDSTUK III. - Wijze waarop de slachtoffers kunnen vragen om te worden geïnformeerd en/of gehoord Afdeling 1. - Specifieke bepaling ten aanzien van de slachtoffers bedoeld in artikel 2, 6°, a),
.De griffie van het vonnisgerecht zendt onverwijld een informatief schrijven naar de burgerlijke partij bij het in kracht van gewijsde treden van een gerechtelijke beslissing die de burgerlijke vordering ontvankelijk verklaart. Dit schrijven legt het slachtoffer uit welke rechten het heeft in het kader
en welke administratieve formaliteiten het moet vervullen indien het wenst te worden geïnformeerd en/of gehoord in het kader
. Het omvat eveneens het model van de slachtofferverklaring. Afdeling 2. - Specifieke bepaling ten aanzien van de slachtoffers bedoeld in artikel 2, 6°, b) en c),
.De griffie van de strafuitvoeringsrechtbank voegt bij het overmaken van de beslissing van de strafuitvoeringsrechter betreffende het direct en legitiem belang een informatief schrijven. Dit schrijven legt het slachtoffer uit welke rechten het heeft in het kader
en welke administratieve formaliteiten het moet vervullen indien het wenst te worden geïnformeerd en/of gehoord in het kader
. Het omvat eveneens het model van de slachtofferverklaring. Afdeling
.De gegevens van de slachtoffers die in het kader van de bepalingen van de opgeheven wet van 5 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009265 bron ministerie van justitie Wet betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging
van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging
van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers reeds gecontacteerd werden door de justitieassistent slachtofferonthaal en die in dit kader betrokken wensten te worden, worden door de justitieassistent slachtofferonthaal onverwijld overgemaakt aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank. Deze slachtoffers zullen hierover door de justitieassistent slachtofferonthaal worden geïnformeerd. HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen Art. 11.Dit besluit treedt in werking op 1 februari 2007. Art. 12.Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 29 januari 2007. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.