(1)Voor een definitie van deze termen, zie Van Dale, Groot woordenboek der Nederlandse taal, Veertiende, herziene uitgave, Van Dale Lexicologie, Utrecht/Antwerpen, 2005. 13 MAART 2007. - Koninklijk besluit tot regeling van de examens waarbij de kandidaten voor het ambt van hoofdgriffier, griffier, adjunct-griffier en van deskundige, administratief deskundige en assistent bij een griffie in de gelegenheid worden gesteld te bewijzen dat zij in staat zijn de bepalingen na te komen van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 15 juni 1935Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/1935 pub. 11/10/2011 numac 2011000619 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het gebruik der talen in gerechtszaken Officieuze coördinatie in het Duits sluiten op het gebruik der talen in gerechtszaken, inzonderheid op artikel 53, § 6, vijfde lid, ingevoegd bij de wet van 26 april 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/04/2005 pub. 19/05/2005 numac 2005009380 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de artikelen 53, § 6, en 54bis van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en tot invoeging in die wet van een artikel 54ter en een artikel 66bis sluiten, op artikel 54ter, § 4, tweede lid, ingevoegd bij de wet van 26 april 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/04/2005 pub. 19/05/2005 numac 2005009380 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de artikelen 53, § 6, en 54bis van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en tot invoeging in die wet van een artikel 54ter en een artikel 66bis sluiten en artikel 66bis, tweede lid, ingevoegd bij de wet van 26 april 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/04/2005 pub. 19/05/2005 numac 2005009380 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de artikelen 53, § 6, en 54bis van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en tot invoeging in die wet van een artikel 54ter en een artikel 66bis sluiten; Gelet op de wet van 26 april 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/04/2005 pub. 19/05/2005 numac 2005009380 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de artikelen 53, § 6, en 54bis van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en tot invoeging in die wet van een artikel 54ter en een artikel 66bis sluiten tot wijziging van de artikelen 53, § 6, en 54bis van de wet van 15 juni 1935Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/1935 pub. 11/10/2011 numac 2011000619 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het gebruik der talen in gerechtszaken Officieuze coördinatie in het Duits sluiten op het gebruik der talen in gerechtszaken en tot invoeging in die wet van een artikel 54ter en een artikel 66bis, inzonderheid op artikel 6; Gelet op het koninklijk besluit van 29 september 1987 tot regeling van de examens waarbij de kandidaten voor het ambt van griffier, klerk-griffier, opsteller en beambte bij een griffie in de gelegenheid worden gesteld te bewijzen dat zij in staat zijn de bepalingen na te komen van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000; Gelet op het koninklijk besluit van 19 december 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002010161 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie en federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot regeling van de examens waarbij de doctors en licentiaten in de rechten in de gelegenheid worden gesteld te voldoen aan het voorschrift van artikel 43quinquies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de talen in gerechtszaken sluiten tot regeling van de examens waarbij de doctors en licentiaten in de rechten in de gelegenheid worden gesteld te voldoen aan het voorschrift van artikel 43quinquies van de wet van 15 juni 1935Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/1935 pub. 11/10/2011 numac 2011000619 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het gebruik der talen in gerechtszaken Officieuze coördinatie in het Duits sluiten op het gebruik van de talen in gerechtszaken, inzonderheid op artikel 12, tweede lid; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën gegeven op 7 februari 2006; Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 19 juni 2006; Gelet op het protocol nr. 315 houdende de besluiten van de onderhandelingen van Sectorcomité III - Justitie, op datum van 18 januari 2007; Gelet op het advies nr. 42.120/2 van de Raad van State, gegeven op 12 februari 2007, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en van Onze Minister van Ambtenarenzaken en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1.Alleen de Afgevaardigd bestuurder van het Selectiebureau van de Federale Overheid is bevoegd voor de organisatie van de taalexamens bedoeld in artikel 53, § 6, tweede en derde lid en in artikel 54ter, §§ 2 en 3 van de wet van 15 juni 1935Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/1935 pub. 11/10/2011 numac 2011000619 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het gebruik der talen in gerechtszaken Officieuze coördinatie in het Duits sluiten op het gebruik der talen in gerechtszaken. De examens over de kennis van de andere taal omvatten, in die volgorde, een proef over de schriftelijke kennis en een mondelinge proef. Kandidaten die geslaagd zijn in de proef over de schriftelijke kennis, zullen worden toegelaten tot de mondelinge proef. De Afgevaardigd bestuurder van het Selectiebureau van de Federale Overheid bepaalt de nadere regels die gelden voor de examens voor zover dit niet door de wet of door dit besluit is gebeurd. Hij stelt het reglement van orde voor de organisatie van de taalexamens op. HOOFDSTUK Il. - De examencommissies Art. 2.De examencommissies zetelen onder het voorzitterschap van de Afgevaardigd bestuurder van het Selectiebureau van de Federale Overheid of van zijn afgevaardigde. De voorzitter is stemgerechtigd. Bij staking van stemmen is zijn stem doorslaggevend. De examencommissies zetelen in Brussel. Art. 3.§ 1. De examencommissies voor het examen bedoeld in artikel 4. zijn als volgt samengesteld : 1° de voorzitter, zoals in artikel 2 is bepaald;2° ten minste drie assessoren. Als assessoren worden aangesteld : 1° een magistraat wiens taal van het diploma overeenkomt met deze van het examen;in het geval van het examen over de kennis van de Duitse taal, bewijst de magistraat de kennis van de Duitse taal, overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, vierde lid, van de wet van 15 juni 1935Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/1935 pub. 11/10/2011 numac 2011000619 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het gebruik der talen in gerechtszaken Officieuze coördinatie in het Duits sluiten op het gebruik der talen in gerechtszaken; 2° een griffier wiens taal van het diploma of studiegetuigschrift overeenkomt met deze van het examen;in het geval van het examen over de kennis van de Duitse taal, kan de griffier de kennis van de Duitse taal bewijzen, overeenkomstig artikel 53, § 6, tweede en derde lid, van de wet van 15 juni 1935Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/1935 pub. 11/10/2011 numac 2011000619 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het gebruik der talen in gerechtszaken Officieuze coördinatie in het Duits sluiten op het gebruik der talen in gerechtszaken; 3° personen die wegens hun bevoegdheid of hun specialisatie bijzonder geschikt zijn. Voor elke assessor wordt ten minste één plaatsvervanger aangeduid. § 2. De examencommissies voor de taalexamens bedoeld in de artikelen 5 en 6 zijn als volgt samengesteld : 1° de voorzitter, zoals in artikel 2 is bepaald;2° ten minste twee assessoren. Als assessoren worden aangesteld : 1° een griffier wiens taal van het diploma of van het studiegetuigschrift overeenkomt met deze van het examen;in het geval van het examen over de kennis van de Duitse taal, kan de griffier de kennis van de Duitse taal bewijzen, overeenkomstig artikel 53, § 6, tweede en derde lid, van de wet van 15 juni 1935Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/1935 pub. 11/10/2011 numac 2011000619 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het gebruik der talen in gerechtszaken Officieuze coördinatie in het Duits sluiten op het gebruik der talen in gerechtszaken; 2° personen die wegens hun bevoegdheid of hun specialisatie bijzonder geschikt zijn. Voor elke assessor wordt ten minste één plaatsvervanger aangeduid. § 3. De Afgevaardigd bestuurder van het Selectiebureau van de Federale Overheid stelt de lijst samen van de leden die door hem als assessor in de examencommissies kunnen worden aangewezen. Hij bepaalt voor elk lid de taal van het examen voor welke hij mag zetelen. HOOFDSTUK III. - Aard van het taalexamen Art. 4.§ 1. De taalproef over de schriftelijke kennis van één van de drie landstalen, van het taalexamen bedoeld in artikel 53, § 6, tweede lid van de wet van 15 juni 1935Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/1935 pub. 11/10/2011 numac 2011000619 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het gebruik der talen in gerechtszaken Officieuze coördinatie in het Duits sluiten op het gebruik der talen in gerechtszaken, omvat twee gedeelten : 1° het eerste gedeelte verloopt computergestuurd.Indien de Afgevaardigd bestuurder van het Selectiebureau van de Federale Overheid nog niet over de gepaste software beschikt, wordt dit examen schriftelijk afgenomen. Dit gedeelte peilt naar de passieve en actieve kennis van de juridische woordenschat zoals vastgelegd in de syllabus van SELOR; 2° het tweede gedeelte bestaat uit een samenvatting in de taal van het examen van een tekst geschreven in de taal van de kandidaat. § 2. De mondelinge proef bestaat uit : 1° het lezen van een tekst en de mondelinge synthese van die tekst;2° een gesprek over een onderwerp in verband met het dagelijks leven. Art. 5.§ 1. De taalproef over de schriftelijke kennis van de Franse taal of de Duitse taal van het taalexamen bedoeld in artikel 54ter, § 3 van de wet van 15 juni 1935Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/1935 pub. 11/10/2011 numac 2011000619 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het gebruik der talen in gerechtszaken Officieuze coördinatie in het Duits sluiten op het gebruik der talen in gerechtszaken, verloopt computergestuurd. Indien de Afgevaardigd bestuurder van het Selectiebureau van de Federale Overheid nog niet over de gepaste software beschikt, wordt dit examen schriftelijk afgenomen. Zij heeft betrekking op de volgende taalkundige componenten : lexicale elementen, grammatica en situationeel-pragmatisch taalbegrip. Indien de proef over de geschreven kennis schriftelijk wordt afgenomen, is het programma als volgt :
- a)een verhandeling, in de taal van het examen;
- b)de synthese, in de taal van het examen, van één of meerdere teksten die in diezelfde taal zijn gesteld. § 2. De mondelinge proef bestaat uit een gesprek over een onderwerp in verband met het dagelijks leven. Art. 6.§ 1. De taalproef over de schriftelijke kennis van de Nederlandse taal, van de Franse taal of van de Duitse taal van het taalexamen bedoeld in artikel 54ter, § 2 van de wet van 15 juni 1935Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/1935 pub. 11/10/2011 numac 2011000619 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het gebruik der talen in gerechtszaken Officieuze coördinatie in het Duits sluiten op het gebruik der talen in gerechtszaken, verloopt computergestuurd. Indien de Afgevaardigd bestuurder van het Selectiebureau van de Federale Overheid nog niet over de gepaste software beschikt, wordt dit examen schriftelijk afgenomen. Zij heeft betrekking op de volgende taalkundige componenten : situationeel-pragmatische taalbegrip en communicatieve vaardigheden. Indien deze proef schriftelijk wordt afgenomen bestaat deze uit een synthese in de taal van de kandidaat, van een tekst opgesteld in de taal van het examen. § 2. De mondelinge proef bestaat uit een gesprek over een onderwerp in verband met het dagelijks leven. HOOFDSTUK IV. - Algemene organisatie-regelen Art. 7.Er worden, voor elke landstaal, minstens twee examens per jaar georganiseerd. In spoedgevallen kan de Minister van Justitie, te allen tijde, een gemotiveerd verzoek om organisatie van taalexamens indienen. Art. 8.De Afgevaardigd bestuurder van het Selectiebureau van de Federale Overheid bepaalt onder welke vorm en op welke datum de aanvragen tot deelneming aan de examenzittijden moeten worden ingediend. De kandidaten worden hiervan in kennis gesteld door een bericht in het Belgisch Staatsblad en, indien nodig, door enig ander middel dat door de Afgevaardigd bestuurder van het Selectiebureau van de Federale Overheid, dienstig wordt geacht. Het bericht in het Belgisch Staatsblad wordt minstens één maand voor het begin van de zittijd bekendgemaakt. De Afgevaardigd bestuurder van het Selectiebureau van de Federale Overheid brengt in datzelfde bericht de nadere regels betreffende de taalexamens ter kennis van de betrokkenen. Art. 9.Elke aanvraag tot deelneming aan een examen vermeldt de taal waarvan de kandidaat het bewijs van kennis wil leveren evenals de aard van het examen waaraan hij wenst deel te nemen. Art. 10.De examencommissie kan slechts tot toelating of verdaging besluiten. Geen graad van verdienste mag aan de toelating toegevoegd worden, noch in het proces-verbaal noch in het certificaat dat wordt uitgereikt. Een kandidaat die niet aan het examen heeft deelgenomen, wordt beschouwd als uitgesteld. Art. 11.De processen-verbaal waarin de uitslagen van de taalexamens zijn vastgelegd, worden door de Afgevaardigd bestuurder van het Selectiebureau van de Federale Overheid ter bekrachtiging ondertekend. Een kopie van deze processen-verbaal wordt overgemaakt aan de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Rechterlijke Organisatie van de Federale Overheidsdienst Justitie. Art. 12.Overeenkomstig artikel 17, 3°, van de wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1974 pub. 05/10/2012 numac 2012000586 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, mag elke van de representatieve vakbonden één vertegenwoordiger aanwijzen om de taalexamens bedoeld in de artikelen 5 en 6 bij te wonen. HOOFDSTUK V. - Bekendmaking van de uitslagen en uitreiking van de bewijzen der taalkennis Art. 13.De Afgevaardigd bestuurder van het Selectiebureau van de Federale Overheid deelt de kandidaten schriftelijk het resultaat van het door hen afgelegde taalexamen mee. De voor het taalexamen geslaagde kandidaat ontvangt vanwege de Afgevaardigd bestuurder van het Selectiebureau van de Federale Overheid een bewijsschrift waarin de taal en de aard van het afgelegde examen is vermeld. HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen Art. 14.Voor de toepassing van artikel 66bis, tweede lid van de wet van 15 juni 1935Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/1935 pub. 11/10/2011 numac 2011000619 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het gebruik der talen in gerechtszaken Officieuze coördinatie in het Duits sluiten op het gebruik der talen in gerechtszaken, worden geacht geslaagd te zijn voor het taalexamen bedoeld : 1° in artikel 53, § 6, tweede lid, van dezelfde wet, de personen die houder zijn van een bewijs van taalkennis uitgereikt na het slagen van een examen voor functies of betrekkingen van niveaus A/1 en B/2+ van het rijkspersoneel, georganiseerd op basis :
- a)van artikel 7 van het koninklijk besluit van 30 november 1966 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966;
- b)van artikel 7 van het koninklijk besluit van 8 mars 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966;2° in artikel 54ter, § 2, van dezelfde wet, de personen die houder zijn van een bewijs van taalkennis uitgereikt na het slagen van een examen voor functies of betrekkingen van niveaus A/1, B/2+ of C/2 van het rijkspersoneel, georganiseerd op basis :
- a)van artikel 7, van de artikelen 8 en 9, § 1 gecombineerd, van artikel 9, § 2, van artikel 9, § 3, van de artikelen 11 en 9, § 1 gecombineerd, van artikel 12, van artikel 13 of het artikel 14 van het koninklijk besluit van 30 november 1966 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966;
- b)van artikel 7, van de artikelen 8 en 9, § 1 gecombineerd, van artikel 9, § 2, van artikel 9, § 3, van de artikelen 11 en 9, § 1 gecombineerd, van artikel 12, van artikel 13 of artikel 14 van het koninklijk besluit van 8 mars 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966;3° in artikel 54ter, § 3, van dezelfde wet, de personen die houder zijn van een bewijs van taalkennis uitgereikt na het slagen van een examen voor functies of betrekkingen van niveaus A, B/2+ of C/2 van het rijkspersoneel, georganiseerd op basis :
- a)van artikel 7 van het koninklijk besluit van 30 november 1966 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966;
- b)van artikel 7 van het koninklijk besluit van 8 mars 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966; Art. 15.In artikel 12, tweede lid, van het koninklijk besluit van 19 december 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002010161 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie en federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot regeling van de examens waarbij de doctors en licentiaten in de rechten in de gelegenheid worden gesteld te voldoen aan het voorschrift van artikel 43quinquies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de talen in gerechtszaken sluiten tot regeling van de examens waarbij de doctors en licentiaten in de rechten in de gelegenheid worden gesteld te voldoen aan het voorschrift van artikel 43quinquies van de wet van 15 juni 1935Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/1935 pub. 11/10/2011 numac 2011000619 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het gebruik der talen in gerechtszaken Officieuze coördinatie in het Duits sluiten op het gebruik van de talen in gerechtszaken, worden de woorden "Minister van Justitie" vervangen door de woorden "directeur-generaal van het Directoraat-generaal Rechterlijke Organisatie van de Federale Overheidsdienst Justitie". Art. 16.Het koninklijk besluit van 29 september 1987 tot regeling van de examens waarbij de kandidaten voor het ambt van griffier, klerk-griffier, opsteller en beambte bij een griffie in de gelegenheid worden gesteld te bewijzen dat zij in staat zijn de bepalingen na te komen van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, wordt opgeheven. Art. 17.Treden in werking de dag waarop dit besluit in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt : 1° de wet van 26 april 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/04/2005 pub. 19/05/2005 numac 2005009380 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de artikelen 53, § 6, en 54bis van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en tot invoeging in die wet van een artikel 54ter en een artikel 66bis sluiten tot wijziging van de artikelen 53, § 6, en 54bis van de wet van 15 juni 1935Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/1935 pub. 11/10/2011 numac 2011000619 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het gebruik der talen in gerechtszaken Officieuze coördinatie in het Duits sluiten op het gebruik der talen in gerechtszaken en tot invoeging in die wet van een artikel 54ter en een artikel 66bis;2° dit besluit. Art. 18.Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Ambtenarenzaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 13 maart 2007. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Ambtenarenzaken, Chr. DUPONT