artikel 78 van de Grondwet HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven Art. 2.
artikel 43, § 1, eerste lid, van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, gewijzigd bij de wet van 19 december 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014278 bron ministerie van verkeer en
frastructuur Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven teneinde het reglementaire kader aan te passen aan de verplichtingen die
zake vrije mededinging en harmonisatie op de markt voor telecommunicatie, voortvloeien uit de van kracht zijnde beslissingen van de Europese Unie sluiten, worden de woorden « en DE POST »
gevoegd tussen de woorden « met uitzondering van Belgacom » en de woorden « of,
voorkomend geval ». Art. 3.Artikel 43bis van dezelfde wet wordt als volgt gewijzigd : 1° § 2 wordt aangevuld met een derde lid als volgt : « De leden van de ombudsdienst voor telecommunicatie sluiten met de Raad van het Belgisch
stituut voor postdiensten en telecommunicatie een overeenkomst af waarin de praktische en organisatorische regels van het functioneren van de ombudsdienst binnen het
stituut en van de uitoefening van de door de wet aan de ombudsdienst opgedragen taken en bevoegdheden, worden opgenomen.
deze overeenkomst worden minstens de nadere regels opgenomen
zake : - de oprichting en de werking van een contactcomité tussen de leden van de ombudsdienst en de Raad van het Belgisch
stituut voor postdiensten en telecommunicatie; - de beslechting van bevoegdheidsgeschillen; - de logistieke aspecten; - het beleid ten aanzien van het ter beschikking gestelde personeel; - financiële controle en begroting. » 2° § 3, 1°, tweede lid, wordt aangevuld met de woorden : « of wanneer de klacht duidelijk vexatoir is ».3° § 3, 4° wordt opgeheven.4°
, 6°, worden de woorden « , van de minister bevoegd voor consumentenzaken »
gevoegd tussen de woorden « van de minister die bevoegd is voor de telecommunicatie » en de woorden « of van het Belgisch
stituut ». Art. 4.
dezelfde wet wordt een artikel 43ter
gevoegd, luidende : « Art. 43ter.- § 1. Bij het Belgisch
stituut voor postdiensten en telecommunicatie wordt een ombudsdienst voor de postsector opgericht die bevoegd is voor gebruikersaangelegenheden
zake volgende ondernemingen : 1° DE POST;2° de ondernemingen die postdiensten aanbieden
de zin van artikel 131, 1° van deze wet en waarvan de aanbieding krachtens artikel 148sexies van deze wet een vergunning vereist;3° de ondernemingen die postdiensten aanbieden
de zin van artikel 131, 1° van deze wet en waarvan de aanbieding krachtens artikel 148bis van deze wet een aangifte vereist. Gebruikersaangelegenheden zijn aangelegenheden die de belangen van gebruikers betreffen die zelf geen postdiensten aanbieden. § 2. De ombudsdienst voor de postsector bestaat uit twee leden die behoren tot een verschillende taalrol. De ombudsdienst treedt op als college. Niettemin mogen de ombudsmannen elkaar onderling delegaties verlenen via een collegiale beslissing goedgekeurd door de minister die bevoegd is voor aangelegenheden die de postdiensten betreffen. De leden van de ombudsdienst voor de postsector sluiten met de Raad van het Belgisch
stituut voor postdiensten en telecommunicatie een overeenkomst af waarin de praktische en organisatorische regels van het functioneren van de ombudsdienst binnen het
stituut en van de uitoefening van de door de wet aan de ombudsdienst opgedragen taken en bevoegdheden, worden opgenomen.
deze overeenkomst worden minstens de regels opgenomen
zake : - de oprichting en de werking van een contactcomité tussen de leden van de ombudsdienst en de Raad van het Belgisch
stituut voor postdiensten en telecommunicatie; - de beslechting van bevoegdheidsgeschillen; - de logistieke aspecten; - het beleid ten aanzien van het ter beschikking gestelde personeel; - financiële controle en begroting. § 3. De ombudsdienst voor de postsector heeft volgende opdrachten : 1° alle klachten van de gebruikers onderzoeken die verband houden met : a) de activiteiten van DE POST, met uitzondering van : - klachten waarvoor een andere onafhankelijke sectoriële geschillencommissie of onafhankelijke bemiddelaar bevoegd is; - klachten die producten en diensten betreffen die door De Post aangeboden worden
onderaanneming van derden. b) de postale activiteiten van de
, 2° en 3°, van dit artikel bedoelde ondernemingen.2° Onder postale activiteiten wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaan : a) de activiteiten die bestaan uit het leveren van postdiensten
de zin van artikel 131, 1° van deze wet, met
begrip van postdiensten die gekenmerkt worden door één of meer bijkomende prestaties;b) de diensten die bijkomend geleverd worden door de ondernemingen waarnaar verwezen wordt
, 2° en 3°, van dit artikel daar zij noodzakelijk zijn voor hun postdiensten
de zin van artikel 131, 1°, van deze wet en die betrekking hebben op de
frastructuur van de desbetreffende onderneming of de mogelijke betaalwijzen voor hun postdiensten
de zin van artikel 131, 1°, van deze wet.3° bemiddelen om een minnelijke schikking te vergemakkelijken voor geschillen tussen de
van dit artikel bedoelde ondernemingen en de gebruikers;4° een aanbeveling richten tot de
van dit artikel bedoelde ondernemingen
dien geen minnelijke schikking kan worden bereikt.Een afschrift van aanbeveling wordt aan de klager toegezonden; 5° de gebruikers die zich schriftelijk of mondeling tot de dienst richten zo goed mogelijk voorlichten over hun rechten en belangen;6° op verzoek van de minister die bevoegd is voor de postsector, of van de minister bevoegd voor consumentenzaken, of van het Belgisch
stituut voor postdiensten en telecommunicatie, of van het raadgevend comité voor de postdiensten adviezen uitbrengen
het kader van zijn opdrachten;7° samenwerken met :
stanties die opereren als beroepsinstantie voor de behandeling van klachten waarvoor de ombudsdienst voor de postsector bevoegd is.
voorkomend geval kunnen hiervoor door de minister bevoegd voor consumentenzaken samenwerkingsprotocollen afgesloten worden. § 4. De klachten van de eindgebruikers zijn slechts ontvankelijk wanneer de klager voorafgaandelijk bij de betrokken onderneming een klacht heeft
gediend volgens de
terne procedure van de betrokken onderneming. De klachten van de eindgebruikers zijn onontvankelijk wanneer deze anoniem of niet schriftelijk werden
gediend bij de ombudsdienst voor de postsector. De ombudsdienst voor de postsector mag op gemotiveerde wijze weigeren een klacht te behandelen wanneer die klacht meer dan een jaar geleden werd
gediend bij de betrokken onderneming of wanneer de klacht duidelijk vexatoir is. Verschillende klachten
gediend door eenzelfde gebruiker tegen eenzelfde operator met eenzelfde voorwerp kunnen door de ombudsdienst als één klacht behandeld worden. § 5. De ombudsdienst voor de postsector mag
het kader van een klacht die bij hem is
gediend ter plaatse kennis nemen van boeken, briefwisseling, processen-verbaal en
het algemeen van alle documenten en alle geschriften van de betrokken onderneming of ondernemingen die rechtstreeks betrekking hebben op het voorwerp van de klacht met uitzondering van de stukken die onder het briefgeheim vallen. Hij mag van de beheersorganen en van het personeel van de betrokken ondernemingen alle uitleg of
formatie vragen en alle verificaties uitvoeren die nodig zijn voor het onderzoek. De aldus verkregen
formatie wordt vertrouwelijk behandeld wanneer de verspreiding de onderneming op algemeen vlak kan schaden. Binnen de grenzen van zijn bevoegdheden krijgt de ombudsdienst van geen enkele overheid
structies. Het onderzoek van een klacht wordt beëindigd wanneer daartegen jurisdictioneel beroep is aangetekend. § 6. De betrokken onderneming beschikt over een termijn van twintig werkdagen om haar beslissing te motiveren
dien zij de
De met reden omklede beslissing wordt naar de klager en naar de ombudsdienst gestuurd. Na het verstrijken van de
het vorige lid bedoelde termijn, verstuurt de ombudsdienst een herinnering aan de betrokken onderneming. Deze beschikt over een nieuwe termijn van twintig werkdagen om haar beslissing alsnog te motiveren
dien zij de
, 4° van dit artikel bedoelde aanbeveling niet volgt.De met redenen omklede beslissing wordt naar de klager en naar de ombudsdienst gestuurd. Door de niet naleving van de bedoelde termijn verbindt de betrokken onderneming er zich toe het advies uit te voeren voor wat betreft de specifieke en persoonlijke tegemoetkoming aan de betrokken klager. § 7.
dien de klacht van een gebruiker door de ombudsdienst voor de postsector ontvankelijk wordt verklaard, wordt de
ningsprocedure door de operator opgeschort tot een maximale periode van 4 maanden vanaf de
diening van de klacht bij de ombudsdienst of totdat de ombudsdienst voor de postsector een aanbeveling heeft geformuleerd of totdat een minnelijke schikking kan worden bereikt. Art. 5.
artikel 44 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 19 december 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014278 bron ministerie van verkeer en
frastructuur Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven teneinde het reglementaire kader aan te passen aan de verplichtingen die
zake vrije mededinging en harmonisatie op de markt voor telecommunicatie, voortvloeien uit de van kracht zijnde beslissingen van de Europese Unie sluiten worden volgende wijzigingen aangebracht : a) § 2, 4°, wordt aangevuld als volgt : « c) een onderneming, bedoeld
van artikel 43ter van deze wet of een ermee verbonden onderneming voor wat betreft de leden van de ombudsdienst voor de postsector »;b) § 3, 5°, wordt aangevuld als volgt : « c) een onderneming, bedoeld
van artikel 43ter van deze wet of een ermee verbonden onderneming voor wat betreft de leden van de ombudsdienst voor de postsector ». Art. 6.
artikel 44bis van dezelfde wet,
gevoegd bij de wet van 6 augustus 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten en gewijzigd bij de wet van 19 december 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014278 bron ministerie van verkeer en
frastructuur Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven teneinde het reglementaire kader aan te passen aan de verplichtingen die
zake vrije mededinging en harmonisatie op de markt voor telecommunicatie, voortvloeien uit de van kracht zijnde beslissingen van de Europese Unie sluiten worden volgende wijzigingen aangebracht : a)
, eerste lid, worden de woorden « en op de leden van de ombudsdienst voor telecommunicatie » vervangen door de woorden « alsook op de leden van de ombudsdienst voor telecommunicatie en de ombudsdienst voor de postsector »;b)
, tweede lid, worden de woorden « de ombudsdienst voor telecommunicatie » vervangen door de woorden « de ombudsdiensten voor telecommunicatie en de postsector »;c)
worden de woorden « de ombudsdienst voor telecommunicatie » vervangen door de woorden « de ombudsdiensten voor telecommunicatie en de postsector ». Art. 7.Artikel 44ter, § 1, tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 19 december 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014278 bron ministerie van verkeer en
frastructuur Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven teneinde het reglementaire kader aan te passen aan de verplichtingen die
zake vrije mededinging en harmonisatie op de markt voor telecommunicatie, voortvloeien uit de van kracht zijnde beslissingen van de Europese Unie sluiten wordt vervangen als volgt : « Het Belgisch
stituut voor postdiensten en telecommunicatie draagt de lasten van de pensioenen die zijn toegekend aan de leden van de ombudsdienst voor telecommunicatie en de ombudsdienst voor de postsector enkel voor de jaren die bij deze ombudsdiensten zijn gepresteerd. » Art. 8.
dezelfde wet wordt een artikel 45ter
gevoegd, luidende : « Art. 45ter - § 1. De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, na advies van het
stituut, de menselijke en materiële middelen die het Belgisch
stituut voor postdiensten en telecommunicatie ter beschikking van de ombudsdienst voor de postsector moet stellen. § 2. Om de dienstverlening van de Ombudsdienst voor de postsector te financieren, betalen de
artikel 43ter, § 1, van deze wet bedoelde ondernemingen jaarlijks aan het Belgisch
stituut voor postdiensten en telecommunicatie een bijdrage die vastgesteld is op grond van de kosten voor de financiering van de ombudsdienst voor de postsector, « ombudsbijdrage » genoemd. § 3. Jaarlijks bepaalt het Belgisch
stituut voor postdiensten en telecommunicatie het bedrag van de ombudsbijdrage verschuldigd door elke
artikel 43ter van deze wet bedoelde onderneming. § 4. De
artikel 43ter, § 1 van deze wet bedoelde ondernemingen delen elk jaar uiterlijk op 30 juni aan het Belgisch
stituut voor postdiensten en telecommunicatie de omzet mee die het voorgaande jaar behaald is voor de activiteiten die onder de bevoegdheid van de ombudsdienst vallen. § 5. Het bedrag van de ombudsbijdrage komt overeen met het bedrag van de financiële middelen die nodig zijn voor de werking van de ombudsdienst dat
geschreven is op de begroting van het Belgisch
stituut voor postdiensten en telecommunicatie voor het lopende jaar, na advies van de
spectie van Financiën en van het raadgevend comité voor de postdiensten. Het voormelde bedrag, X genaamd, bestaat uit 2 componenten, nl. Y en Z. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de toepassing van deze formules worden bovenstaande elementen als volgt gedefinieerd : - A = het aantal telefonische vragen om
lichtingen (onmiddellijke dienstverlening) van het voorgaande jaar, met andere woorden
terventies van de ombudsdienst die geen aanleiding hebben gegeven tot het openen van een klachtendossier; - B = het aantal op basis van artikel 43ter, § 4 onontvankelijke of geweigerde klachten van het voorgaande jaar; - C = het aantal behandelde klachten van het voorgaande jaar; - X = het bedrag van de financiële middelen die nodig zijn voor de werking van de ombudsdienst dat
geschreven is op de begroting van het
stituut voor het lopende jaar; - Y = het bedrag ter financiering van de algemene werkingskosten; - Z = het bedrag ter financiering van de werkingskosten verbonden aan de totaliteit van de behandelde klachten. De
dividuele ombudsbijdrage,
genaamd, wordt berekend als volgt : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de toepassing van bovenstaande formule worden bovenstaande elementen als volgt gedefinieerd : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Ondernemingen met een omzet voor de activiteiten die onder de bevoegdheid van de ombudsdienst vallen die lager dan of gelijk is aan 500.000 EUR is, dragen niet bij tot de fianciering van de ombudsdienst. § 6. De ombudsbijdragen moeten uiterlijk op 30 september van het jaar waarop zij verschuldigd zijn, worden betaald op het rekeningnummer dat door het Belgisch
stituut voor postdiensten en telecommunicatie is opgegeven. Bijdragen die niet zijn betaald op de vastgestelde vervaldatum geven van rechtswege en zonder
gebrekestelling aanleiding tot een
trest tegen het wettelijk tarief verhoogd met 2 procent. Die
trest wordt berekend naar rato van het aantal kalenderdagen achterstand. Ten laatste één maand voor de vervaldatum deelt het
stituut aan de
artikel 43ter van de wet bedoelde ondernemingen het bedrag mee van de verschuldigde bijdragen. § 7.
dien de ombudsdienst minder of meer heeft uitgegeven dan geraamd en / of
dien een
diviudele ombudsbijdrager geheel of ten dele
gebreke is gebleven de verschuldigde ombudsbijdrage te betalen, zal het jaar volgend op het werkingsjaar van de ombudsdienst een verrekening gebeuren van de
dividuele ombudsbijdragen. Geeft deze berekening aanleiding tot een bijkomende bijdrage of een gedeeltelijke terugbetaling dan wordt dit verschil verrekend met de nieuw te betalen
dividuele ombudsbijdragen. § 8. De ombudsmannen leggen elk jaar het ontwerp van begroting van de ombudsdienst voor de postsector ter advies voor aan het raadgevend comité voor de postdiensten. De begroting van de ombudsdienst voor de postsector maakt afzonderlijk deel uit van de begroting van het Belgisch
stituut voor postdiensten en telecommunicatie. » Art. 9.Artikel 46 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 19 december 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014278 bron ministerie van verkeer en
frastructuur Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven teneinde het reglementaire kader aan te passen aan de verplichtingen die
zake vrije mededinging en harmonisatie op de markt voor telecommunicatie, voortvloeien uit de van kracht zijnde beslissingen van de Europese Unie sluiten wordt vervangen als volgt : « Art. 46 - § 1. De ombudsdienst stelt jaarlijks een verslag op betreffende zijn activiteiten. Het verslag bespreekt
zonderheid de verschillende klachten of soorten van klachten en het aan deze klachten gegeven gevolg, zonder evenwel de identiteit van de klager rechtstreeks of onrechtstreeks prijs te geven. § 2 Het verslag van de ombudsdienst voor telecommunicatie wordt toegestuurd aan het Belgisch
stituut voor postdiensten en telecommunicatie, aan de ondernemingen bedoeld
artikel 43bis, § 1, van deze wet, aan de minister die belast is met telecommunicatie en aan de minister bevoegd voor consumentenzaken. Het verslag van de Ombudsdienst voor de postsector wordt toegestuurd aan het Belgisch
stituut voor postdiensten en telecommunicatie, aan de ondernemingen bedoeld
artikel 43ter, § 1, van deze wet, aan de minister die belast is met de postsector en aan de minister bevoegd voor consumentenzaken. Het verslag van ombudsdiensten die niet
deze paragraaf vermeld zijn, wordt overgezonden aan het overheidsbedrijf, aan de minister onder wie het overheidsbedrijf ressorteert en aan de minister bevoegd voor consumentenzaken. § 3. De hierboven vermeldde ombudsdiensten zenden het verslag over aan de wetgevende Kamers en stellen het ter beschikking van het publiek. » Art. 10.Artikel 46bis van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 19 december 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014278 bron ministerie van verkeer en
frastructuur Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven teneinde het reglementaire kader aan te passen aan de verplichtingen die
zake vrije mededinging en harmonisatie op de markt voor telecommunicatie, voortvloeien uit de van kracht zijnde beslissingen van de Europese Unie sluiten wordt aangevuld met een § 5 en § 6 als volgt : « §
zake beloning
clusief hun beheerstoelage, anciënniteit, bevordering en pensioen die zij bij het Belgisch
stituut voor postdiensten en telecommunicatie bezitten. » Art. 11.
dezelfde wet wordt een artikel 46ter
gevoegd, luidende : « Art. 46ter.§ 1. De personen die ter beschikking zijn gesteld van de dienst ombudsman bij DE POST en waarvan de lijst door de minister die bevoegd is voor de postdiensten wordt vastgesteld, worden behoudens verzet van hunnentwege, overgedragen aan het Belgisch
stituut voor postdiensten en telecommunicatie volgens de door de Koning bepaalde nadere regels, na overleg met de representatieve vakorganisaties van het personeel. De
het vorige lid bedoelde overdracht geschiedt uiterlijk op 1 januari
stituut voor postdiensten en telecommunicatie, hetzij met behoud van graad, hetzij
een gelijkwaardige graad volgens een door de koning vastgestelde tabel. Zij behouden ten minste de bezoldiging en de anciënniteit die zij hadden bij DE POST op het ogenblik van de overdracht. De contractuele personeelsleden die over een arbeidscontract van onbepaalde duur beschikten en die aan het Belgisch
stituut voor postdiensten en telecommunicatie worden overgedragen, worden
afwijking van artikel 73, § 2, van deze wet, aangeworven met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur. §
stituut voor postdiensten en telecommunicatie, vastgesteld bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 maart 1993 tot vaststelling van de personeelsformatie van dat
stituut. §
zake beloning
clusief hun beheerstoelage, anciënniteit, bevordering en pensioen die zij bij het Belgisch
stituut voor postdiensten en telecommunicatie bezitten. » Art. 12.Artikel 148bis, § 1, van deze wet wordt aangevuld als volgt : « 3° het op de hoogte brengen van de gebruikers van de beroepsmiddelen bij de ombudsdienst voor postsector en het afsluiten met de ombudsdienst van een protocol dat de nadere regels vastlegt voor de behandeling van de klachten. De
formatie wordt
overeenstemming met de ombudsdienst voor de postsector verstrekt. Tevens wordt een persoon aangewezen die naar behoren bevoegd wordt verklaard om de operator te vertegenwoordigen
zijn betrekkingen met de ombudsdienst voor de postsector ». Art. 13.Artikel 148sexies, § 1, van deze wet wordt aangevuld als volgt : « 3° het op de hoogte brengen van de gebruikers van de beroepsmiddelen bij de ombudsdienst voor postsector en het afsluiten met de ombudsdienst van een protocol dat de nadere regels vastlegt voor de behandeling van de klachten. De
formatie wordt
overeenstemming met de ombudsdienst voor de postsector verstrekt. Tevens wordt een persoon aangewezen die naar behoren bevoegd wordt verklaard om de operator te vertegenwoordigen
zijn betrekkingen met de ombudsdienst voor de postsector ». HOOFDSTUK III. - Wijziging van de wet van 17 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/01/2003 pub. 24/01/2003 numac 2003014009 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector type wet prom. 17/01/2003 pub. 24/01/2003 numac 2003014010 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector sluiten met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post - en telecommunicatiesector Art. 14.
artikel 8, § 3, tweede lid, van de wet van 17 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/01/2003 pub. 24/01/2003 numac 2003014009 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector type wet prom. 17/01/2003 pub. 24/01/2003 numac 2003014010 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector sluiten met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post - en telecommunicatiesector worden de woorden « Ombudsdienst bij DE POST » vervangen door de woorden « ombudsdienst voor de postsector ». HOOFDSTUK IV. - Wijziging van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie Art. 15.
art. 136, § 3, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie worden de woorden « en bevat met name de arbitrageovereenkomst waarvan sprake
artikel 43bis, § 3, 4°, van dezelfde wet » weggelaten. Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 21 december 2006. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Begroting en Consumentenzaken, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, M. VERWILGHEN De Staatssecretaris voor de Overheidsbedrijven, B. TUYBENS Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota
plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, nr. 51-2679/6.
tegraal verslag : 23 november 2006, nr. 244, pag. 76-77. Senaat : Parlementaire stukken. - Ontwerp niet-geëvoceerd door de Senaat, nr. 3-1941/1.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.