artikel 77 van de Grondwet sluiten betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij als
artikel 77 van de Grondwet maatregelen kan nemen tot beperking van het vrije verkeer van een dienst van de informatiemaatschappij geleverd door een in een andere lidstaat van de Europese Unie gevestigde dienstverlener. Het aanduiden van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie als een dergelijke overheid laat de Ethische Commissie toe om haar volle bevoegdheid op te nemen ten aanzien van aanbieders van betalende SMS'en, MMS'en, internetdiensten, enzovoort, die gevestigd zijn in andere lidstaten van de EU. Zonder deze aanduiding kan de Ethische Commissie voor de telecommunicatie haar handhavings- en sanctioneringbevoegdheden in het kader van artikel 134, § 3 van de wet betreffende de elektronische communicatie niet uitoefenen ten aanzien van de hierboven vermelde dienstenaanbieders. Artikel 40 voorziet enkele maatregelen die ervoor zorgen dat buitenlandse dienstenaanbieder eveneens een redelijke periode krijgen om hun verdediging voor te bereiden. De overige artikelen behoeven geen commentaar. We hebben de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, De zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting en Consumentenzaken Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, M. VERWILGHEN ADVIES 42.279/4 VAN 5 MAART 2007 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE De RAAD VAN STATE, afdeling wetgeving, vierde kamer, op 7 februari 2007 door de Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting en Consumentenzaken verzocht haar binnen een termijn van dertig dagen verlengd tot 16 maart 2007 (*), van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "betreffende de procedure voor en de praktische regels in verband met de werking van de Ethische Commissie voor het aanbieden van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken", heeft het volgende advies gegeven : Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, l°, van de gecoordineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2003 pub. 14/05/2003 numac 2003000376 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State type wet prom. 02/04/2003 pub. 16/04/2003 numac 2003000298 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek type wet prom. 02/04/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003000309 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie sluiten, beperkt de afdeling wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoordineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten. Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen. Voorafgaande vormvereisten Artikel 134, § 1, tweede lid, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie luidt als volgt : « De Koning bepaalt, na advies van het Instituut, de samenstelling en de duur van het mandaat van de leden van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie; alsmede de procedure en de praktische regels in verband met de werking van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie. » De rechtsgrond van de ontworpen tekst is grotendeels in die bepaling te vinden. Krachtens die bepaling moet vooraf het advies van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie (hierna te noemen "BIPT") worden ingewonnen. In casu wordt in de aanhef van het ontworpen besluit verwezen naar "het advies van het Belgische Instituut voor postdiensten en telecommunicatie van 23 februari 2006". (*) Bij brief van 27 februari 2007. Niet alleen is dat "advies" vrij oud, maar het document dat gevoegd is bij het dossier dat aan de afdeling wetgeving van de Raad van State is overgezonden, van het BIPT uitgaat en de datum van 23 februari 2006 draagt, kan niet worden beschouwd als het advies dat vereist is krachtens het artikel 134, § 1, tweede lid, waaraan hiervoor is herinnerd. Met dat document immers wordt aan de Minister in kwestie een voorontwerp van besluit overgezonden dat door het BIPT is opgesteld. Uit de bewoordingen die het BIPT in zijn brief gebruikt, blijkt dat dat ontwerp niet definitief is en dat het de bedoeling is dat het onderzocht en besproken wordt in de Ethische Commissie zelf wanneer ze daadwerkelijk zal zijn samengesteld en dat het BIPT pas na afloop van die besprekingen, wanneer de ontworpen tekst een "stabiel" karakter zal hebben verkregen, daarover zijn advies zal geven. Naar aanleiding van vragen in dat verband heeft de gemachtigde van de minister het advies overgezonden dat het BIPT op 13 februari 2007 over de ontworpen tekst heeft uitgebracht. Het is naar dit advies dat in de aanhef van het ontwerp moet worden verwezen en niet naar het document d.d. 23 februari 2006. Voorts dient de steller van het ontwerp de ontworpen tekst opnieuw te onderzoeken in het licht van dat advies, dat gegeven is na de adviesaanvraag die op 8 februari 2007 aan de Raad van State is gericht. Algemene opmerking. De cadans van de procedure die bij de ontworpen tekst wordt ingevoerd, wordt aangegeven door vele termijnen waarbinnen documenten en verscheidene schriftelijke stukken moeten worden overgezonden aan de Ethische Commissie voor de telecommunicatie of aan personen die betrokken zijn in de procedure bij die Commissie. Zo wordt in artikel 7, § 5, tweede lid, van het ontwerp het volgende bepaald : « Vanaf de datum van de toezending van het dossier beschikt de dienstenaanbieder over een termijn van 20 dagen om een schriftelijk standpunt op te stellen en toe te zenden aan het secretariaat. » Met het oog op de rechtszekerheid dient zo een bepaling te worden geredigeerd op basis van de theorie van de ontvangst
artikel 77 van de Grondwet sluiten betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij als
artikel 77 van de Grondwet, die in de ontworpen tekst als rechtsgrond worden aangegeven, machtigen de Koning om zulks te doen. De gemachtigde van de Minister is het ermee eens dat het tweede lid dient te vervallen. Artikel 7 Artikel 7, § 4, eerste en tweede lid, van het ontwerp luidt als volgt : « De Ethische Commissie voor de telecommunicatie kan aan het secretariaat instructies geven over de manier waarop klachten gericht aan de Ethische Commissie voor de telecommunicatie behandeld moeten worden. Deze instructies kunnen onder meer inhouden dat het secretariaat de categorieën van klachten die de Ethische Commissie voor de telecommunicatie omschrijft overmaakt aan een contactpunt met het oog op het afhandelen van de klacht buiten iedere administratiefrechterlijke of gerechtelijke procedure op basis van een gedragscode erkend door de Ethische Commissie voor de telecommunicatie. [...] ». In verband met die bepalingen wordt in het verslag aan de Koning het volgende uiteengezet : « Artikel 7, § 4, geeft aan de Ethische Commissie voor de telecommunicatie de taak om schriftelijke instructies aan het secretariaat te geven aangaande het parcours dat klachten die aan haar gericht worden moeten volgen. Deze instructies kunnen onder meer inhouden dat, wanneer er een alternatieve manier van geschillenregeling bestaat die door de Ethische Commissie voor de telecommunicatie als voldoende beschermend erkend wordt, er aan het secretariaat gevraagd wordt om deze klachten over te maken aan een contactpunt met het oog op een buitengerechtelijke en administratiefrechtelijke geschillenregeling. Die instructies kunnen ook een onderscheid maken tussen het type van klachten dat bij de Ethische Commissie moet blijven en dat voor alternatieve geschillenregeling wordt overgemaakt, bijvoorbeeld op basis van het in betwisting zinde bedrag, de hoedanigheid van de klager (bv. een consument versus een dienstenaanbieder die een klacht indient tegen een concurrende dienstenaanbieder) of de onderliggende materie (bv. een consumentenklacht van "gemeen recht") ». In het licht van de eigen bewoordingen van de voorliggende bepaling en van de uitleg die in het verslag aan de Koning wordt verstrekt, geeft die bepaling aanleiding tot de volgende opmerking. In wezen draagt artikel 134 van de voornoemde wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten de Ethische Commissie op zich uit te spreken over de naleving van de Ethische Code door personen die betaaldiensten via elektronische communicatienetwerken aanbieden, zulks hetzij naar aanleiding van een klacht van een betrokkene, hetzij naar aanleiding van de constatering van een overtreding van de Ethische Code, en in dat kader, administratieve geldboetes op te leggen. In die bepaling wordt geen enkel onderscheid gemaakt naargelang van het "in betwisting zijnde" bedrag, de hoedanigheid van de klager of de onderliggende materie. Bovendien biedt die bepaling de Commissie niet de mogelijkheid om onderscheiden te maken op basis van een van die criteria of van andere criteria. Voor alle kwesties die krachtens het voormelde artikel 134 tot de bevoegdheid van de Commissie behoren, staat het bijgevolg niet aan de Koning om de Commissie te machtigen om, op basis van een van de criteria waaraan hiervoor is herinnerd of op basis van enig ander criterium, het dossier aan welke andere instantie ook over te zenden. De ontworpen bepaling dient te vervallen. Artikel 8 De woorden "in artikel 10, § 5, tweede lid" moeten vervangen worden door de woorden "in artikel 7, § 5, tweede lid". Artikel 12 Artikel 12, tweede lid, van het ontwerp bepaalt dat indien de klager niet ter zitting verschijnt, de Commissie "uitspraak" doet op basis van de geschreven klacht en van andere stukken. Aangezien artikel 134, § 2, vijfde lid, van de voornoemde wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten uitdrukkelijk bepaalt dat de Ethische Commissie voor de telecommunicatie beslissingen neemt die gemotiveerd moeten zijn en openbaar moeten worden gemaakt, is het dat begrip dat gebezigd moet worden in de ontworpen bepaling. Dezelfde opmerking geldt voor het opschrift van hoofdstuk IV van het ontworpen besluit. Artikelen 19 tot 25 Bij de voorliggende bepalingen wordt een procedure ingevoerd die volgt op het optreden van de ombudsdienst voor telecommunicatie. Uit de ontworpen bepalingen blijkt dat wanneer het dossier betreffende de klacht die door de belanghebbende bij de voornoemde ombudsdienst is ingediend zonder gunstig gevolg voor de klager is afgesloten, de ombudsdienst zelf de Ethische Commissie kan adiëren met een akte die onder meer "de omschrijving van de vermeende inbreuk op de Ethische Code" bevat. In het verdere verloop van de procedure zijn de ombudsdienst en de betrokken dienstenaanbieder de enige "partijen" die kunnen optreden. Dat heeft tot gevolg dat de ombudsdienst eigenlijk in zekere zin handelt als klager à charge, en aldus een specifieke bevoegdheid om de Ethische Commissie voor de telecommunicatie te adiëren toegewezen krijgt. Zulk een werkwijze komt erop neer dat de ombudsdienst een nieuwe taak krijgt, die valt buiten de taken die de wetgever hieraan bij artikel 43bis van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven heeft toevertrouwd. De ontworpen regeling moet dienovereenkomstig worden herzien. Artikel 26 De nadere regels volgens welke de Ethische Commissie voor telecommunicatie kan besluiten op eigen initiatief een spoedprocedure op te starten, vormen een hoofdbestanddeel van de procedure vóór de genoemde Commissie. Ze kunnen niet aangemerkt worden als detailkwesties. Ze mogen dus niet vastgesteld worden in het huishoudelijk reglement van de Commissie, genoemd in artikel 38 van het ontworpen besluit, maar moeten bepaald worden door de Koning. Artikel 27 De vraag rijst of in artikel 27, § 5, van het ontwerp niet ook voorzien moet worden in oproeping voor de zitting bij fax. Artikel 28 Gezien het afwijkende spoedeisende karakter van de procedure die bij de ontworpen regeling wordt ingevoerd, waarbij in uiterst korte termijnen wordt voorzien, zou het voorliggende artikel 28, § 2, in overeenstemming met wat bepaald wordt in artikel 27, § 1, eerste lid, 4°, van het ontwerp en ter wille van de eerbiediging van het beginsel van gelijkheid van de verschillende aanbidders van betaaldiensten waarop de Ethische Code van toepassing is, aangevuld moeten worden zodat de "vaststelling volgens de spoedprocedure" "een uiteenzetting (bevat) van de redenen waarom het beroep op de spoedprocedure gerechtvaardigd is". Artikel 34 Het tweede lid van artikel 34 van het ontwerp bepaalt het volgende : « Indien de dienstenaanbieder niet uit eigen beweging overgaat tot uitvoering van de beslissing van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie, kan het secretariaat het Instituut vragen de uitgesproken boetes en opgelegde procedurekosten in te vorderen of de overige door de Ethische Commissie voor de telecommunicatie opgelegde maatregelen ten uitvoer te leggen. » In deze bepaling wordt niet gepreciseerd hoe het Instituut de boetes en de procedurekosten moet invorderen, of hoe het de overige maatregelen die door de Commissie opgelegd zijn ten uitvoer moet leggen, en in het verslag aan de Koning wordt daarover nergens uitleg gegeven. Zelfs los van die vragen moet erop worden gewezen dat zulk een bepaling, die inhoudt dat gebruik wordt gemaakt van middelen tot gedwongen tenuitvoerlegging, een uitdrukkelijke en nauwkeurige rechtsgrond behoeven. In casu levert geen enkele van de bepalingen die het ontworpen besluit als rechtsgrond opgeeft, net zomin als een van de wetsbepalingen genoemd in de uitleg die daarover door de gemachtigde van de minister is bezorgd, zulk een rechtsgrond op voor de voorliggende bepaling. Het tweede lid van de voorliggende bepaling moet vervallen. Artikel 37 De bevoegdheden toegekend aan de Ethische Commissie voor de telecommunicatie, die bepaald zijn in artikel 134 van de voornoemde wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten, omvatten niet de bevoegdheid om zich bij wege van advies op abstracte wijze uit te spreken over de vraag of een gedraging al of niet in overeenstemming is met de Ethische Code voor de telecommunicatie, noch de bevoegdheid om zulke adviezen te publiceren, laat staan op kosten van het BIPT. Er is dus geen rechtsgrond voorhanden voor het voorliggende artikel. Het moet bijgevolg vervallen. Artikel 39 In artikel 39 van het ontwerp staat dat de Ethische Commissie voor de telecommunicatie een overheid is die maatregelen kan nemen tot beperking van het vrije verkeer van een dienst van de informatiemaatschappij geleverd door een in een andere lidstaat van de Europese Unie gevestigde dienstverlener, in de zin van artikel 2, § 1, van de voornoemde wet van 11 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/03/2003 pub. 17/03/2003 numac 2003011125 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij type wet prom. 11/03/2003 pub. 17/03/2003 numac 2003011126 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij als
artikel 77 van de Grondwet sluiten als
artikel 77 van de Grondwet. Zodoende wil deze bepaling de machtiging die bij artikel 2, § 1, van de voornoemde wet van 11 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/03/2003 pub. 17/03/2003 numac 2003011125 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij type wet prom. 11/03/2003 pub. 17/03/2003 numac 2003011126 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij als
artikel 77 van de Grondwet sluiten aan de Koning is verleend, ten uitvoer leggen. Die machtiging wordt evenwel niet volledig ten uitvoer gelegd. Het voornoemde artikel 2, § 1, machtigt de Koning immers niet alleen om de overheden aan te wijzen die specifieke maatregelen mogen nemen tot beperking van het vrije verkeer van bepaalde diensten, maar ook om de nadere regels vast te stellen volgens welke de overheden die door de Koning worden aangewezen die maatregelen mogen nemen. In de ontworpen bepaling worden zulke nadere regels niet gegeven. Ze moet dienovereenkomstig worden herzien en, vermits ze een andere strekking heeft, in een afzonderlijk besluit worden opgenomen. Artikel 41 Verwezen wordt naar de opmerking betreffende artikel 1 van de ontworpen regeling. De kamer was samengesteld uit : de heren : Ph. Hanse, kamervoorzitter; P. Liénardy, J. Jaumotte, staatsraden; C. Gigot, griffier. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer P. Liénardy. Het verslag werd uitgebracht door Mevr. A. Vagman, auditeur. De griffier, C. Gigot. De voorzitter, Ph. Hanse. 1 APRIL 2007. - Koninklijk besluit betreffende de procedure voor en de praktische regels in verband met de werking van de Ethische Commissie voor het aanbieden van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie, inzonderheid op artikel 134, § 1; Gelet op de wet van 11 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/03/2003 pub. 17/03/2003 numac 2003011125 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij type wet prom. 11/03/2003 pub. 17/03/2003 numac 2003011126 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij als
artikel 77 van de Grondwet sluiten betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij als
artikel 77 van de Grondwet, inzonderheid op artikel 2, § 1; Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 7 februari 2007; Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 7 februari 2007; Gelet op het advies van het Belgische Instituut voor postdiensten en telecommunicatie van 13 februari 2007; Gelet op het advies 42.279/4 van de Raad van State, gegeven op 5 maart 2007 met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting en Consumentenzaken en van onze Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Definities Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° « betalende dienst via een elektronisch-communicatienetwerk » : de dienst die via apparatuur aangesloten op een elektronisch-communicatienetwerk de oproeper de mogelijkheid biedt informatie te verkrijgen, informatie terug te sturen, in contact te treden met andere gebruikers van de informatiedienst, toegang te krijgen tot spelletjes of andere voordelen of betalingen uit te voeren voor producten of diensten die worden geleverd tijdens de oproep of als direct gevolg hiervan, tegen betaling van een vergoeding die hoger is dan de prijs die de oproeper gewoonlijk betaalt voor het transport van zijn oproep;2° « dienstenaanbieder » : persoon die een overeenkomst gesloten heeft met een operator met het oog op het aanbieden van een betalende dienst via een elektronisch communicatienetwerk;een operator die in eigen naam en voor eigen rekening een betalende dienst via een elektronisch-communicatienetwerk aanbiedt wordt voor toepassing van dit besluit gelijkgesteld met een dienstenaanbieder; HOOFDSTUK II. - Zetel en functioneringskosten van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie - Organisatie van het secretariaat van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie Art. 2.De Ethische Commissie voor het aanbieden van betalende diensten via elektronische communicatienetwerken, hierna « de Ethische Commissie voor de telecommunicatie » genoemd, heeft haar zetel op het Instituut. Art. 3.De Raad van het Instituut duidt een secretaris aan die het secretariaat waarneemt van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie en een plaatsvervangende secretaris. De secretaris en de plaatsvervangende secretaris zijn personeelsleden van het Instituut. De beslissing tot aanduiding van de secretaris en de plaatsvervangende secretaris wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Art. 4.Aan de voorzitter, leden en plaatsvervangende leden van de Commissie, die geen lid zijn van het Rijkspersoneel in de zin bepaald door het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende statuut van het Rijkspersoneel, wordt, per vergadering die minstens twee en een half uur duurt, een presentiegeld toegekend waarvan het bedrag vastgesteld is als volgt : - 125 EUR aan de voorzitter, - 12,5 EUR aan de leden en plaatsvervangende leden. Art. 5.§
, tweede lid, en het dossier volledig is, zendt het secretariaat per aangetekend schrijven een kopie van het dossier aan de betrokken dienstenaanbieder. Vanaf de datum van de ontvangst van het dossier beschikt de dienstenaanbieder over een termijn van 20 dagen om een schriftelijk verweer op te stellen en toe te zenden aan het secretariaat. De dienstenaanbieder voegt bij zijn schriftelijk verweer alle bewijsstukken waarop hij zich beroept en een inventaris van de neergelegde stukken. Art. 8.Na het verstrijken van de termijn,
artikel 7, § 5, tweede lid, zendt het secretariaat een kopie van het dossier van de dienstenaanbieder aan de klager. Art. 9.Na de toezending van het dossier van de dienstenaanbieder aan de klager maakt het secretariaat de zaak aanhangig op de eerstvolgende vrije zitting van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie. De zaak kan evenwel niet aanhangig gemaakt worden op een zitting die plaatsvindt binnen de tien dagen volgend op het verstrijken van de termijn,
artikel 7, § 5, tweede lid. Art. 10.De klager en de betrokken dienstenaanbieder worden minstens tien dagen voor de datum van de zitting per aangetekend schrijven uitgenodigd om te verschijnen op de zitting van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie. De oproeping vermeldt de datum, het uur en de plaats van de zitting en het onderwerp van de zaak. Art. 11.Op de zitting brengt een door de voorzitter van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie aangeduide verslaggever mondeling verslag uit over de zaak. De klager en de dienstenaanbieder kunnen desgewenst hun standpunt mondeling toelichten. Zowel de klager als de dienstenaanbieder kunnen zich laten vertegenwoordigen door een raadsman of door een ander persoon, die daartoe op geldige wijze is gevolmachtigd. Art. 12.Indien de dienstenaanbieder niet ter zitting verschijnt hoewel hij geldig werd opgeroepen en hij geen geldige reden voor zijn afwezigheid kan laten gelden, oordeelt de Ethische Commissie voor de telecommunicatie over de zaak alsof de dienstenaanbieder ter zitting aanwezig is. Indien de klager niet ter zitting verschijnt, doet de Commissie uitspraak op basis van de geschreven klacht, de ingediende stukken en, in voorkomend geval, de inlichtingen die het secretariaat heeft ingewonnen en/of het onderzoeksrapport van de instanties vermeld in artikel 7, § 3, derde lid. Afdeling 2. - Procedure op eigen initiatief Art. 13.§ 1. De Ethische Commissie voor de telecommunicatie kan, volgens de nadere regels vastgelegd in het huishoudelijk reglement
artikel 38, op eigen initiatief een procedure tegen een dienstenaanbieder opstarten. Deze procedure wordt aangevat door het versturen per aangetekend schrijven van een vaststelling van een prima facie inbreuk op de Ethische Code, hierna "de vaststelling" genoemd, aan de dienstenaanbieder. § 2. De vaststelling bevat : 1° de dag, de maand en het jaar;2° de naam en het adres van de geviseerde dienstenaanbieder;3° de omschrijving van de feiten die een prima facie inbreuk op de Ethische Code vormen;4° de omschrijving van de vermeende inbreuk op de Ethische Code;5° de handtekening van de voorzitter van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie;6° de stukken die de vaststelling staven;7° een inventaris van de stavingsstukken. Art. 14.Vanaf de datum van de ontvangst van de vaststelling beschikt de dienstenaanbieder over een termijn van 20 dagen om een schriftelijk verweer op de vaststelling op te stellen en toe te zenden aan het secretariaat. De dienstenaanbieder voegt bij zijn schriftelijk verweer alle bewijsstukken waarop hij zich beroept en een inventaris van de neergelegde stukken. Art. 15.Na het verstrijken van de termijn,
artikel 14, eerste lid, maakt het secretariaat de zaak aanhangig op de eerstvolgende vrije zitting van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie. De zaak kan evenwel niet aanhangig gemaakt worden op een zitting die plaatsvindt binnen de tien dagen volgend op het verstrijken van de termijn,
artikel 14, eerste lid. Art. 16.De betrokken dienstenaanbieder wordt minstens tien dagen voor de datum van de zitting per aangetekend schrijven uitgenodigd om te verschijnen op de zitting van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie. De oproeping vermeldt de datum, het uur en de plaats van de zitting en het onderwerp van de zaak. Art. 17.Op de zitting brengt een door de voorzitter van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie aangeduide verslaggever mondeling verslag uit over de zaak. De dienstenaanbieder krijgt de gelegenheid om zijn standpunt mondeling toe te lichten. De dienstenaanbieder kan zich laten vertegenwoordigen door een raadsman of door een ander persoon, die daartoe op geldige wijze is gevolmachtigd. Art. 18.Indien de dienstenaanbieder niet ter zitting verschijnt hoewel hij geldig werd opgeroepen en hij geen geldige reden voor zijn afwezigheid kan laten gelden, oordeelt de Ethische Commissie voor de telecommunicatie over de zaak alsof de dienstenaanbieder ter zitting aanwezig is. Afdeling
artikel 20, tweede lid, zendt het secretariaat een kopie van het dossier van de dienstenaanbieder aan de ombudsdienst voor telecommunicatie. Art. 22.Na de toezending van het dossier van de dienstenaanbieder aan de ombudsdienst voor Telecommunicatie maakt het secretariaat de zaak aanhangig op de eerstvolgende vrije zitting van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie. De zaak kan evenwel niet aanhangig gemaakt worden op een zitting die plaatsvindt binnen de tien dagen volgend op het verstrijken van de termijn,
artikel 20, tweede lid. Art. 23.De betrokken dienstenaanbieder en de ombudsdienst voor telecommunicatie worden minstens tien dagen voor de datum van de zitting uitgenodigd op de zitting van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie. De oproeping van de dienstenaanbieder wordt verstuurd per aangetekend schrijven. De oproeping vermeldt de datum, het uur en de plaats van de zitting, en het onderwerp van de zaak. Art. 24.Op de zitting brengt de ombudsdienst voor telecommunicatie mondeling verslag uit over de zaak. De dienstenaanbieder krijgt de gelegenheid zijn standpunt mondeling toe te lichten. De dienstenaanbieder kan zich laten vertegenwoordigen door een raadsman of door een ander persoon, die daartoe op geldige wijze is gevolmachtigd. Art. 25.Indien de dienstenaanbieder niet ter zitting verschijnt hoewel hij geldig werd opgeroepen en hij geen geldige reden voor zijn afwezigheid kan laten gelden, oordeelt de Ethische Commissie voor de telecommunicatie over de zaak alsof de dienstenaanbieder ter zitting aanwezig is. Indien de ombudsdienst voor telecommunicatie niet aanwezig kan zijn ter zitting, doet de Commissie uitspraak op basis van de aanhangigmaking. Afdeling
het tweede lid, zendt het secretariaat een kopie van het dossier van de dienstenaanbieder aan de klager. § 4. Samen met de toezending van het dossier van de dienstenaanbieder aan de klager maakt het secretariaat de zaak, naargelang de omstandigheden, aanhangig op de eerstvolgende zitting van de Ethische Commissie of op een buitengewone zitting. De zaak kan evenwel niet aanhangig gemaakt worden op een zitting die plaatsvindt binnen de drie werkdagen volgend op het verstrijken van de termijn,
§
, eerste lid, maakt het secretariaat, naargelang de omstandigheden, de zaak aanhangig op de eerstvolgende zitting van de Ethische Commissie voor telecommunicatie of een buitengewone zitting. De zaak kan evenwel niet aanhangig gemaakt worden op een zitting die plaatsvindt binnen de drie werkdagen volgend op het verstrijken van de termijn,
§
het vorige lid, niet gehaald wordt, wordt de beraadslaging uitgesteld tot de volgende zitting van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie. Op die zitting kan beraadslaagd worden over de zaken waarvoor de beraadslaging uitgesteld werd, zelfs indien de meerderheid van de leden van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie niet aanwezig zijn. De beraadslagingen van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie zijn geheim. Art. 32.§
artikel 77 van de Grondwet sluiten betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij als
artikel 77 van de Grondwet. In overeenstemming met artikel 2, § 3, van de wet van 11 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/03/2003 pub. 17/03/2003 numac 2003011125 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij type wet prom. 11/03/2003 pub. 17/03/2003 numac 2003011126 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij als
artikel 77 van de Grondwet sluiten betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij als
artikel 77 van de Grondwet, verzoekt de Voorzitter van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie, per aangetekende brief, de in artikel 2, § 3, van de wet van 11 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/03/2003 pub. 17/03/2003 numac 2003011125 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij type wet prom. 11/03/2003 pub. 17/03/2003 numac 2003011126 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij als
artikel 77 van de Grondwet sluiten bedoelde lidstaat de nodige maatregelen te nemen om de in artikel 2, § 2, 1°, van de wet van 11 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/03/2003 pub. 17/03/2003 numac 2003011125 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij type wet prom. 11/03/2003 pub. 17/03/2003 numac 2003011126 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij als
artikel 77 van de Grondwet sluiten bedoelde doelstellingen te waarborgen. In overeenstemming met artikel 2, §§ 4 of 5, van de wet van 11 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/03/2003 pub. 17/03/2003 numac 2003011125 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij type wet prom. 11/03/2003 pub. 17/03/2003 numac 2003011126 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij als
artikel 77 van de Grondwet sluiten betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij als
artikel 77 van de Grondwet, brengt de Voorzitter van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie, per aangetekende brief, de onderzoeksrechter op de hoogte. Hij informeert, per aangetekende brieven, en op de ogenblikken bepaald in artikel 2, § 4 of 5, van de wet van 11 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/03/2003 pub. 17/03/2003 numac 2003011125 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij type wet prom. 11/03/2003 pub. 17/03/2003 numac 2003011126 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij als
artikel 77 van de Grondwet sluiten, de Europese Commissie alsook de betrokken lid-Staat. Art. 40.De termijnen waarvan sprake in dit besluit worden ten aanzien van dienstenaanbieders die gevestigd zijn in het buitenland verlengd met 10 dagen, behalve in het kader van de artikelen 27 en 29 waar de termijnen verlengd worden met 5 werkdagen. Art. 41.Indien de laatste dag van één van de termijnen waarvan sprake is in dit besluit een zaterdag, een zondag of feestdag is, wordt die termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag. Art. 42.Onze Minister bevoegd voor Begroting en Consumentenzaken is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 1 april 2007. ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting en Consumentenzaken, Mevr. Fr. VAN DEN BOSSCHE De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, M. VERWILGHEN
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.