de eerste paragraaf bedoelde havens worden afgebakend door de Koning, in voorkomende gevallen rekening houdend met
formatie van de veiligheidsbeoordeling. Voor zover de grenzen van een haven precies overeenstemmen met die van een havenfaciliteit in de zin van verordening (EG) nr. 725/2004, hebben de bepalingen van verordening (EG) nr. 725/2004 voorrang. Art. 4.Deze wet is niet van toepassing op militaire installaties in havens. HOOFDSTUK II. - Definities Art. 5.Voor de toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder : 1° « maritieme beveiliging » : de combinatie van preventieve maatregelen en personele en materiële middelen die schepen, havenfaciliteiten en havens moeten beschermen tegen dreigingen van veiligheidsincidenten en opzettelijke ongeoorloofde acties;2° « ISPS-Code » :
ternationale code voor de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten;3° « verordening (EG) nr.725/2004 » : verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten; 4° « richtlijn 2005/65/EG » : richtlijn 2005/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende het verhogen van de veiligheid van havens;5° « schip/haven raakvlak » : interacties die plaatsvinden wanneer een schip rechtstreeks en onmiddellijk betrokken is bij acties die gepaard gaan met de verplaatsing van personen of goederen, dan wel verlening van havendiensten aan of vanuit het schip;6° « havenfaciliteit » : een locatie waar het schip/haven raakvlak plaatsvindt;daartoe behoren in voorkomende gevallen ankergebieden, ligplaatsen en aanvaarroutes vanuit zee; 7° « haven » : elk uit land en water bestaand gespecificeerd gebied, waarvan de grenzen overeenkomstig artikel 4, § 2 zijn afgebakend door de Koning, met werken en voorzieningen ten behoeve van het commercieel vervoer over zee, die een ruimtelijk, economisch of functioneel geheel vormt;8° « havenbeveiligingszone » : elk voor specifieke maritieme beveiliging, op basis van een veiligheidsbeoordeling, relevant gebied binnen een haven;9° « havenbeheerder » : elke instantie die, al dan niet in combinatie met andere activiteiten, als taakstelling heeft de administratie en het beheer van de haveninfrastructuur alsmede het coördineren en het controleren van de activiteiten van in de betrokken haven of het betrokken havensysteem opererende exploitanten.Een havenbeheerder kan meerdere afzonderlijke lichamen omvatten of verantwoordelijk zijn voor meer dan één haven; 10° « veiligheidsbeambte van de havenfaciliteit » : de veiligheidsbeambte zoals bedoeld in bijlage II, deel A, punt 17 van verordening (EG) nr.725/2004; 11° « veiligheidsincident » : iedere verdachte handeling of omstandigheid die bedreigend is voor de veiligheid van een schip, een havenfaciliteit of een haven;12° « opzettelijke ongeoorloofde actie » : een opzettelijke actie die gezien de aard of de context ervan schade kan toebrengen aan schepen in het internationale en nationale maritieme verkeer, aan passagiers en lading, en aan havenfaciliteiten of havens;13° « Ministerieel Comité voor inlichting en veiligheid » : het Ministerieel Comité voor inlichting en veiligheid zoals opgericht door het koninklijk besluit van 21 juni 1996 houdende oprichting van een Ministerieel Comité voor inlichting en veiligheid;14° « ADCC » : de Algemene Directie Crisiscentrum van de FOD Binnenlandse Zaken;15° « OCAD » : het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse zoals opgericht door de wet van 10 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/07/2006 pub. 20/07/2006 numac 2006009570 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de analyse van de dreiging sluiten betreffende de analyse van de dreiging. TITEL II. - Autoriteiten HOOFDSTUK I. - Nationale autoriteit voor maritieme beveiliging Art. 6.§. 1. Er wordt een nationale autoriteit voor maritieme beveiliging opgericht. §. 2. De nationale autoriteit voor maritieme beveiliging fungeert als de « instantie voor maritieme beveiliging » zoals bedoeld in artikel 2, 6° van verordening (EG) nr. 725/2004; als de « bevoegde autoriteit voor maritieme beveiliging » zoals bedoeld in artikel 2, 7° van verordening (EG) 725/2004 en als de « instantie voor havenbeveiliging » zoals bedoeld in artikel 3, 4° van richtlijn 2005/65/EG. §. 3. De nationaal bevoegde autoriteit voor maritieme beveiliging is inzonderheid belast met : 1° het voorstellen van een algemeen beleid inzake maritieme beveiliging;2° het ontwikkelen van standaarden inzake maritieme beveiliging in de zin van artikel 8 alsook de controle op de naleving ervan;3° de algemene coördinatie van de maatregelen tot implementatie van de nationale, Europese en internationale regelgeving met betrekking tot maritieme beveiliging;4° het verstrekken van adviezen, onderrichtingen en aanbevelingen aan de lokale comités voor maritieme beveiliging en aan bevoegde overheden over de te nemen maritieme beveiligingsmaatregelen;5° de coördinatie van studies betreffende de problemen op het vlak van maritieme beveiliging met inbegrip van de Belgische bijdrage tot de op het Europees en internationaal vlak gedane inspanningen;6° het fungeren als aanspreekpunt voor de verstrekking van inlichtingen over de beveiligingsplannen van havenfaciliteiten en havens;en als nationaal, Europees en internationaal contactpunt voor alle aangelegenheden die verband houden met de maritieme beveiliging; 7° het verlenen of intrekken van het certificaat « Erkende beveiligingsorganisatie »;8° het overmaken aan
ternationale Maritieme Organisatie van een lijst van havenfaciliteiten die in overeenstemming zijn met de ISPS-code, alsook eventuele wijzigingen in deze lijst;9° het overmaken aan de Europese Commissie van een lijst van havens waarop deze wet van toepassing is, alsook eventuele wijzigingen in deze lijst;10° de evaluatie en goedkeuring van de veiligheidsbeoordelingen van havenfaciliteiten en havens;11° het beoordelen en evalueren, op basis van een risicoanalyse, van de beveiligingsplannen van havenfaciliteiten en havens, alsook het opstellen van een gemotiveerd advies voor de uiteindelijke goedkeuring door het Ministerieel Comité voor inlichting en veiligheid van de beveiligingsplannen van havenfaciliteiten en havens en de substantiële wijzigingen hiervan;12° het verlenen van havenbeveiligingscertificaten als gevolg en bewijs van de goedkeuring door het Ministerieel Comité voor inlichting en veiligheid. Art. 7.§ 1. De samenstelling en de werking van de nationale autoriteit voor maritieme beveiliging worden door de Koning bepaald. § 2. De nationale autoriteit voor maritieme beveiliging wordt ondersteund door : 1° een permanent secretariaat waarvan de werking door de Koning wordt bepaald;2° een permanente commissie van experts waarvan de samenstelling en de werking door de Koning worden bepaald. § 3.
formatie binnen de nationale autoriteit voor maritieme beveiliging dient behandeld te worden in overeenstemming met de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 28/12/2023 numac 2023047806 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten - betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen. Art. 8.De Koning keurt, op voorstel van de nationale autoriteit voor maritieme beveiliging, dwingende standaarden inzake maritieme beveiliging goed. HOOFDSTUK II. - Lokale comités voor maritieme beveiliging Art. 9.§.
formatie binnen het lokaal comité dient behandeld te worden in overeenstemming met de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 28/12/2023 numac 2023047806 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen. HOOFDSTUK III. - Maritieme beveiligingsfunctionarissen Art. 11.Voor elke haven wordt een maritieme beveiligingfunctionaris aangewezen door de Koning. Daar waar de maritieme beveiligingsfunctionaris niet dezelfde is als de beveiligingsbeambte(
tegratie van de uit hoofde van verordening (EG) nr.725/2004 opgestelde beveiligingsplannen van havenfaciliteiten; 2°
voorkomende geval onderscheiden havenbeveiligingszones;3° een geheel van gedetailleerde maatregelen, procedures en acties op het gebied van maritieme beveiliging per beveiligingsniveau in de haven of in voorkomende geval in de onderscheiden havenbeveiligingszones. In voorkomend geval kunnen de maatregelen, procedures en acties verschillen per havenbeveiligingszone naargelang van de bevindingen van de uitgevoerde veiligheidsbeoordelingen; 4° een coördinatiestructuur tussen de verschillende in 3° bedoelde maatregelen, procedures en acties;5° een organisatorische structuur ter ondersteuning van de verbetering van de maritieme beveiliging;6° een overlegstructuur tussen de verschillende belanghebbende partijen op het gebied van maritieme beveiliging. Art. 18.Elk havenbeveiligingsplan en elke substantiële wijziging ervan dient op gemotiveerd advies van de nationale autoriteit voor maritieme beveiliging ter goedkeuring voorgelegd te worden aan het Ministerieel Comité voor inlichting en veiligheid. Art. 19.De nationale autoriteit voor maritieme beveiliging verleent als gevolg en bewijs van de goedkeuring bedoeld in artikel 18 een havenbeveilingscertificaat aan de havenbeheerder. Art. 20.Elk havenbeveiligingsplan wordt minstens eenmaal in de vijf jaar geëvalueerd door de nationale autoriteit van maritieme beveiliging. De nationale autoriteit voor maritieme beveiliging legt
vorig lid bedoelde evaluatie voor aan het Ministerieel Comité voor inlichting en veiligheid. Het Ministerieel Comité voor inlichting en veiligheid kan op basis van de voorgelegde evaluatie : - de door haar overeenkomstig artikel 18 verleende goedkeuring bevestigen; - binnen de door haar opgelegde termijnen aanpassingen aan de bestaande havenbeveiligingsplannen opleggen; - bestaande havenbeveiligingsplannen schorsen en binnen de door haar opgelegde termijnen aanpassingen aan de bestaande havenbeveiligingsplannen opleggen; - overeenkomstig artikel 19 verleende havenbeveiligingscertificaten intrekken. Art. 21.Het toezicht op de uitvoering van een havenbeveiligingsplan wordt uitgeoefend door het betrokken lokaal comité voor maritieme beveiliging en door
artikel 25, § 1, 2° bedoelde ambtenaren van de FOD Mobiliteit en Vervoer. Art. 22.Elk havenbeveiligingsplan wordt minstens éénmaal per kalenderjaar getest door middel van een havenbeveiligingsplan-oefening met inachtneming van de door de Koning bepaalde eisen. TITEL IV. - Erkende beveiligingorganisaties Art. 23.§
bedoelde ambtenaren stellen bij processen-verbaal die gelden tot het bewijs van het tegendeel,
breuken op verordening (EG) nr. 725/2004 vast, alsook
breuken op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten. Deze processen-verbaal worden onverwijld aan de procureur des Konings overgezonden alsook aan de overtreder of zijn wettelijke vertegenwoordiger in België.
, 2° bedoelde ambtenaren zenden onverwijld een kopie van de processen-verbaal aan de nationale autoriteit voor maritieme beveiliging en aan de maritieme beveiligingsfunctionaris van de betrokken haven. §. 3. Indien
, 2° bedoelde ambtenaren naar aanleiding van de uitoefening van hun bevoegdheden kennis krijgen van andere misdrijven lichten zij de bevoegde politiediensten hierover onmiddellijk in. §. 4.
, 2° bedoelde ambtenaren kunnen, uitsluitend bij de uitoefening van hun opdracht bedoeld in § 1 : 1° op elk ogenblik van de dag of van de nacht, zonder voorafgaande verwittiging, vrij binnengaan in alle plaatsen waar deze wet en haar uitvoeringsbesluiten van toepassing zijn, met uitsluiting van plaatsen die tot woning dienen; Plaatsen die tot woning dienen, mogen slechts te allen tijde betreden worden met toelating van de bewoner of met verlof van de bevoegde politierechter; 2° ieder persoon wiens verhoor zij nodig achten ondervragen over alle feiten waarvan de kennisname nuttig is voor de uitoefening van het toezicht;3° de identiteit controleren van de personen, in de gevallen en overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 34, § 1, en § 4, eerste en derde lid, van de wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt;4° zonder verplaatsing, alle boeken, registers, documenten, schijven, diskettes, banden of gelijk welke andere informatiedragers die zij nodig achten voor het volbrengen van hun opdracht ter inzage doen overleggen en uittreksels, afschriften, afdrukken, uitdraaien, kopieën of fotokopieën ervan nemen of kosteloos doen verstrekken of zelfs gelijk welke van
dit punt bedoelde informatiedragers tegen ontvangstbewijs doen afgeven;5° vaststellingen doen door middel van het maken van foto's, film- en video-opnamen. Art. 26.De ambtenaren bedoeld in artikel 25, § 1, kunnen, met het oog op de uitoefening van hun bevoegdheden de medewerking vragen van de politiediensten. De politiediensten kunnen, met het oog op de uitoefening van hun bevoegdheden, de medewerking vragen van
de artikelen 25, § 1, bedoelde ambtenaren. HOOFDSTUK II. - Sancties Afdeling I. - Administratieve sancties Art. 27.Het Ministerieel Comité voor inlichting en veiligheid kan op gemotiveerd advies van de nationale autoriteit voor maritieme beveiliging het overeenkomstig artikel 18 verleende havenbeveiligingscertificaat intrekken, indien de havenbeheerder heeft gehandeld in strijd met het havenbeveiligingsplan, deze wet of haar uitvoeringsbesluiten; of heeft nagelaten te handelen volgens
structies van het Ministerieel Comité voor inlichting en veiligheid overeenkomstig artikel 20, volgens het havenbeveiligingsplan of volgens deze wet of haar uitvoeringsbesluiten. Afdeling II. - Strafrechterlijke sancties Art. 28.§
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.