het koninklijk besluit van 14 november 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003023014 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de levensverzekeringsactiviteit sluiten betreffende de levensverzekeringsactiviteit (hierna « het besluit leven »)
het kader van de omzetting van richtlijn 2003/41/EG van het Parlement en de Raad van 3 juni 2003 betreffende de activiteiten van en het toezicht op te
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, welke
het Belgische recht werd omgezet door de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen sluiten betreffende het toezicht op de
stellingen voor bedefrijfspensioenvoorziening (hierna « de WIBP »). De WIBP vestigt een legistiek kader voor het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. Deze
stellingen werden vroeger, naargelang hun activiteiten, voorzorgsinstellingen (of ook pensioenfondsen) of pensioenkassen genoemd. Zoals aangegeven
de memorie van toeliching (Parl. St., Kamer, nr. 51-2534/001, p. 9) stelt de WIBP zich onder andere tot doel een onderscheid te maken tussen twee types regels. Het eerste type zijn de prudentiële bepalingen die van toepassing zijn op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (de huidige voorzorgsinstellingen en pensioenkassen) en welke zijn opgenomen
de WIBP en haar uitvoeringsbesluiten. Het tweede type omvat de bepalingen van sociale aard, welke zich voortaan
de WAP ( wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid),
de WAPZ (programmawet (I) van 24 december 2002) en
de uitvoeringsbesluiten van deze wetten bevinden. Om dit doel te bereiken heeft de WIBP een aantal wijzigingen doorgevoerd
de WAP. Om dezelfde reden zal ook het koninklijk besluit van 14 november 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003023014 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de levensverzekeringsactiviteit sluiten houdende uitvoering van de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid (hierna « het uitvoeringsbesluit van de WAP » worden gewijzigd. Vanuit ditzelfde perspectief werden een aantal bepalingen die vandaag zijn opgenomen
het koninklijl besluit van 7 mei 2000 betreffende de activiteiten van de voorzorgsinstellingen niet hernomen
het ontwerp van koninklijk besluit tot uitvoering van de WIBP, maar
het ontwerp van koninlijk besluit tot wijziging van het uitvoeringsbesluit van de WAP. Het betreft onder andere de regels met betrekking tot de transparantie, de minimale
houd van de pensioenreglementen en de bepaling van de verworven reserves. Naast de verhoogde transparantie, laat deze werkwijze toe om
een grensoverschrijdende context, de bepalingen die behoren tot de bevoegdheid van de lidstaat van oorsprong (prudentiële regels) en de regels die behoren tot de bevoegdheid van de lidstaat van ontvangst (sociale bepalingen) te onderscheiden. Aangezien de WAP en haar uitvoeringsbesluiten op grond van het principe van de gelijke behandeling (« level playing field ») zowel gelden voor
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening als voor verzekeringsondernemingen, was het aangewezen om ten aanzien van de verzekeringsondernemingen dezelfde opdeling te hanteren als degene die wordt voorzien voor de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. Dit ontwerp omvat twee reeksen bepalingen. De eerste beoogt het besluit leven
overeenstemming te brengen met het uitvoeringsbesluit van de WAP, zodanig dat overlappingen zo veel mogelijk worden vermeden. De tweede reeks omvat een aantal wijzigingen aan het besluit leven omwille van de WIBP zelf, met name aangaande het beheer van collectieve pensioenfondsen. Artikel 1 Deze bepaling wijzigt artikel 2 van het besluit leven voor wat het beheer van collectieve pensioenfondsen betreft. De toelichting bij deze bepaling is opgenomen
de toelichting bij artikel 12 van dit ontwerp. Artikel 2 De door dit artikel aangebrachte wijzigingen beogen de classificatie van de verrichtingen met betrekking tot het beheer van collectieve pensioenfondsen hetzij
tak 21,
dien de verzekeraar de technische grondslagen van deze tak toepast op de stortingen (levensverzekering niet verbonden met een beleggingsfonds), hetzij
tak 26,
dien de verzekeraar de technische grondslagen van tak 26 toepast op de stortingen (kapitalisatie). Artikel 3 Zoals aangegeven
de algemene toelichting werden de bepalingen
zake de transparantie en de minimale
houd van van groepsverzekeringsreglementen opgenomen
het uitvoeringsbesluit van de WAP. De bepalingen van artikel 45, § 2, 1° tot 5° en 9° tot 11° van het besluit leven, die worden hernomen
artikel 4/14 van het uitvoeringsbesluit van de WAP, kunnen bijgevolg worden opgeheven. De punten 6° tot 8° en 12° zijn daarentegen specifiek voor groepsverzekeringsovereenkomsten en kunnen
het besluit leven behouden blijven. Artikel 4 De bepalingen van artikel 46 van het besluit leven worden hernomen
de artikelen 4/1 en 4/10 van het uitvoeringsbesluit van de WAP. Het betreft enerzijds de verplichting om
het reglement het type toezegging (vaste bijdragen of vaste prestaties) te bepalen en anderzijds het verbod om bij het bepalen van de vaste prestaties rekening te houden met
dividuele contracten. Artikel 5 Dit artikel is het gevolg van het vorige artikel en van het feit dat de begrippen vaste bijdragen en vaste prestaties zich reeds bevinden
artikel 3, § 1, 14° en 15° van de WAP. Artikel 6 Het bestaande artikel 48 van het besluit leven stelt het bedrag vast van de minimale reserves die bij een verzekeringsonderneming moeten worden gevestigd. Voortaan dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de regels met betrekking tot de minimale verworven reserves, die deel uitmaken van de sociale wetgeving, en de regels met betrekking tot de minimale technische voorzieningen die de verzekeringsonderneming dient te vestigen, welke deel uitmaken van de prudentiële wetgeving. De sociale wetgeving is hetzij de WAP en haar uitvoeringsbesluiten, hetzij de buitenlandse sociale wetgeving die op de pensioenregeling van toepassing is. Vanuit van dit principe werden een aantal bepalingen uit het bestaande artikel 48 van het besluit leven opgeheven, aangezien deze zich
het uitvoeringsbesluit van de WAP zullen bevinden. De nieuwe § 1 verplicht om de reserves zodanig te stijven dat zij nooit lager zijn de verworven reserves, vastgesteld op grond van de toepasselijke sociale wetgeving en actuele waarde van de lopende rentes. De §§ 2 en 3 worden opgeheven, vermits deze de minimale verworven reserves vaststellen voor pensioentoezeggingen van het types vaste prestaties en « cash balance ». De regels daaromtrent bevinden zich voortaan
de artikelen 10 en 14/2 van het uitvoeringsbesluit van de WAP.
De eerste past een verwijzing
het eerste lid aan
het licht van de overige wijzigingen
artikel
houd van die bepalingen bevindt zich voortaan
artikel 10, § 4, van het uitvoeringsbesluit van de WAP. § 6 wordt eveneens opgeheven, met uitzondering van het eerste lid. Dit bepaalt dat de verzekeringsonderneming bij pensioentoezeggingen van het type vaste bijdagen voor elke aangeslotene
dividuele rekeningen dient bij te houden. Deze techniek laat toe om gemakkelijk de evolutie van de verworven reserves van elke aangeslotenen te volgen. De leden 2 tot 4 kunnen daarentegen worden opgeheven, vermits de
houd van die bepalingen zich voortaan
de artikelen 4/4 tot 4/6 van het uitvoeringsbesluit van de WAP bevindt. De wijzigingen die worden aangebracht
zijn vergelijkbaar met deze die worden aangebracht
. Artikel 7 De wijzigingen die worden aangebracht
artikel 50 zijn vergelijkbaar met deze die worden aangebracht
artikel 48, §§ 4 en 8. Artikel 8 Artikel 51, § 2, wordt geschrapt, aangezien de bestemming van de vrije reserves
de situaties die daarin werden bedoeld, voortaan wordt geregeld
het uitvoeringsbesluit van de WAP. Artikel 9 De wijziging van artikel 52, eerste lid, vloeit voort uit de opheffing van artikel 46, door artikel 3 van dit ontwerp. Artikel 10 De bepalingen van artikel 53 van het besluit leven overlappen met de bepalingen van artikel 19, § 4, tweede lid, van de WAP. Artikel 53 kan bijgevolg worden opgeheven. Artikel 11 De aanpassing
artikel 54, § 4, eerste lid, strekt ertoe rekening te houden met
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening naar buitenlands recht die
België een activiteit zullen kunnen uitoefenen. Artikel 12 Afdeling 8 van het Hoofdstuk X van het besluit leven
zake de groepsverzekeringen voor bedrijfsleiders wordt opheven. Dit gebeurt om de gelijke behandeling tussen verzekeringsondernemingen en
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening te vrijwaren. Hoofdstuk Vbis van het koninklijk besluit van 7 mei 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 01/07/2000 numac 2000011238 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit betreffende de activiteiten van de voorzorgsinstellingen sluiten dat voorzag
een gelijkaardige regeling voor voorzorgsinstellingen, wordt immers niet hernomen
het koninklijk besluit tot uitvoering van de WIBP. Artikel 13 Dit artikel verbetert een materiële fout
de Nederlandstalige versie van artikel 66 van het besluit leven. Artikel 14 Hoofdstuk XIII van het besluit leven betreft het beheer van collectieve pensioenfondsen. Artikel 2, § 2,
België worden deze verrichtingen « beheer voor eigen rekening van collectieve pensioenfondsen » en « beheer voor rekening van derden van collectieve pensioenfondsen » genoemd, naargelang zij al dan niet gepaard gaan met een verzekeringswaarborg. Het beheer van collectieve pensioenfondsen vertoont overeenkomsten met een groepsverzekeringsovereenkomst, vooral wanneer dat beheer gepaard gaat met een verzekeringswaarborg. Het voornaamste verschil bestaat erin dat een groepsverzekeringsovereenkomst, zoals artikel 44 van het besluit leven aangeeft, door een werkgever wordt onderschreven
het voordeel van zijn personeel of zijn bedrijfsleiders, die rechtstreekse rechten uit de verzekeringsovereenkomst putten. Een beheersovereenkomst daarentegen wordt door een
stelling voor bedrijfspensioenvoorziening (of een organisme die van het creëren van een IBP vrijgesteld is) onderschreven, die de enige begunstigde van de overeenkomst is. Daarnaast is er
het kader van een verzekeringsovereenkomst steeds sprake van een onzeker element (het pensioen of het overlijden), dat de prestatie (voor de betrokken aangeslotene) opeisbaar maakt. Een dergelijk onzeker element is niet noodzakelijk aanwezig
het kader van een een overeenkomst met betrekking tot het beheer van collectieve pensioenfondsen.
de huidige reglementering (artikel 74 besluit leven), kan een verzekeringsonderneming slechts fondsen beheren van een voorzorgsinstelling of van een publiekrechtelijke rechtspersoon die gemachtigd is om zelf zijn pensioenverplichtingen te beheren, zonder daartoe een voorzorgsinstelling te moeten oprichten, met andere woorden van een openbaar bestuur. De WIBP breidt de regeling voor de publiekrechtelijke rechtspersonen enigszins uit, doordat het ook voor andere
stellingen dan openbare besturen mogelijk wordt om pensioenregelingen te beheren zonder een
stelling voor bedrijfspensioenvoorzien te moeten oprichten. Bovendien hebben de WAP en de WAPZ solidariteitsstelsels mogelijk gemaakt die worden beheerd door
stellingen die geen verzekeringsondernemingen en evenmin
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening zijn. Het was noodzakelijk om het besluit leven aan te passen om met deze nieuwe wettelijke bepalingen rekening te houden. Hieronder wordt toelichting verstrekt bij de wijzigingen die worden aangebracht aan de artikelen 2, 74, 75 en 76 van het besluit leven. De wijzigingen die door artikel 1 van dit ontwerp worden doorgevoerd
artikel 2 van het besluit leven hebben als doel om het begrip « collectieve pensioenfondsen » te preciseren via een verwijzing naar de bepalingen van Hoofdstuk XIII van het besluit leven. Artikel 3 van het besluit leven wordt niet gewijzigigd. Bijgevolg blijft het beheer voor eigen rekening, afhankelijk van de door de verzekeringsonderneming gebruikte techniek, behoren tot tak 21 of tak 23. Precies omwille van deze techniek en om de prudentiële controle mogelijk te maken, houdt het beheer voor eigen rekening de vestiging van technische voorzieningen op het passief van de balans van de verzekeringsonderneming
. Het beheer voor rekening van derden blijft daarentegen behoren tot tak 27 en gaat niet gepaard met een verzekeringswaarborg. Dit beheer behelst bijgevolg geen vestiging van technische provisies door de verzekeringsonderneming. De artikelen 74 tot 76 worden
tegraal vervangen en de structuur van Hoofdstuk XIII wordt herzien. De eerste afdeling bevat de bepalingen die gemeenschappelijk zijn voor alle vormen van beheer van collectieve pensioenfondsen. Afdeling II betreft het beheer voor eigen rekening en Afdeling III het beheer voor rekening van derden. De eerste Afdeling bevat het artikel 74. Daarin wordt bepaald van welke
stellingen verzekeringsondernemingen de activa kunnen beheren,
het kader van het beheer van collectieve pensioenfondsen. 1° beoogt de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, dit is de nieuwe benaming voor de voorzorgsinstellingen die werden bedoeld
het vroegere artikel 2, § 3, 6°, van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen.Het kan daarbij gaan om
stellingen naar Belgisch recht of om een
stelling naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte. 2° beoogt de openbare besturen die worden bedoeld
artikel 134, 1° van de WIBP, met name de publiekrechtelijke rechtspersonen die niet onderworpen zijn aan de wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/1975 pub. 30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen.3° beoogt een aantal overheidsinstellingen, meer
het bijzonder de publiekrechtelijke rechtspersonen die onderworpen zijn aan de voornoemde wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/1975 pub. 30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten, maar die op grond van artikel 138, eerste lid, van de WIBP zelf het beheer van hun pensioenregelingen mogen waarnemen.Er weze aan herinnerd dat het beheer
het kader van dit artikel uitsluitend kan betrekking hebben op wettelijke pensioenen. 4° betreft de van de
2° en 3° bedoelde publiekrechtelijke rechtspersonen afgezonderde
stellingen, die zijn belast met het beheer van de pensioenregelingen van deze publiekrechtelijke rechtspersonen.Het kan daarbij gaan om externe diensten zonder rechtspersoonlijkheid, om VZW's of nog, om
tercommunales, maar het gaat
geen geval om
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening
de zin van de WIBP. 5° en 6° beogen het beheer, door een verzekeringsonderneming, van de activa van een
stelling (VZW, fonds voor bestaanzekerheid...) die een solidariteitsstelsel zoals bedoeld door de WAP (art. 47) of de WAPZ (art. 56) uitvoert. Deze stelsels zijn geen verzekeringsverrichtingen
de eigenlijke betekenis, maar kunnen worden beschouwd als « uitkeringen bij overlijden, bij leven of bij beëindiging of vermindering van de werkzaamheid »
de zin van artikel 2, § 2, c), van de voornoemde richtlijn 2002/83/EG. Het is dan ook logisch om de verzekeringsondernemingen toe te laten dergelijke stelsels te beheren, buiten het kader van een verzekeringsovereenkomst. Het beheer van collectieve pensioenfondsen lijkt
dit opzicht aangewezen. Afdeling 2, die het artikel 75 bevat legt
het kader van een overeenkomst met betekking tot het beheer voor eigen rekening aan de verzekeraar de verplichting op om de aard en de draagwijdte van de waarborg die hij biedt te preciseren. Deze waarborgen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit de betaling van een minimaal rendement, uit het
rekening brengen van het overlijdensrisico of de verbintenis om de fondsen op prudente wijze te beheren, overeenkomstig de regels voor levensverzekeringen die verbonden zijn met een beleggingsfonds. Deze verplichting is van belang aangezien het onderscheid tussen een beheersovereenkomst en een verzekeringsovereenkomst soms moeilijk te maken is, bijvoorbeeld
het geval van een publiekrechtelijke rechtspersoon die zelf het beheer mag waarnemen van zijn pensioenregeling, zonder een
stelling voor bedrijfspensioenvoorziening te creëren. Dit is des te meer het geval wanneer deze pensioenregeling betrekking heeft op wettelijke pensioenen, waarvoor geen pensioenreglement bestaat. De verzekeraar dient dus duidelijk de verbintenissen aan te duiden die hij aangaat ten aanzien van die van de werkgever. Zijn alle verbintenissen van de wergever afgedekt door de verzekeraar ? Waarborgt deze laatste een rendement ? Voor hoelang ? Afdeling 3, die het artikel 76 bevat, betreft het beheer voor rekening van derden. Hier worden de bepalingen van de bestaande artikelen 75, eerste lid en 76 van het besluit leven hernomen. Artikel 76 werd licht aangepast om beter artikel 2, § 2, d) te kunnen volgen van de richtlijn 2002/83/CE van het Parlement en de Raad van 5 november 2002
zake de levensverzekering. Artikel 15 De wijzigingen aan artikel 77 van het besluit leven vloeien voort uit andere door dit ontwerp doorgevoerde wijzigingen. Artikel 16 Bij de bekendmaking van het erratum van het besluit leven op 10 juni 2004, werden de bladzijden 55201 tot 55246 van het Belgisch Staatsblad vervangen door de tekst van het erratum. Hierbij werden de bijlagen 1 en 2 van de bladzijden 55241 tot 55246 echter niet hernomen. Het was niet de bedoeling deze bijlagen op te heffen. Voor meer rechtszekerheid wordt er voorgesteld deze bijlagen opnieuw formeel
te voeren door dit besluit. Ten opzichte van de oorspronkelijke tekst van bijlage 2 werden enkele wijzigingen aangebracht om rekening te houden met de recente wettelijke wijzigingen namelijk door de WIBP. Twee nieuwe definities worden toegevoegd : deze van « solidariteitstoezegging » (nr. 38bis ) en deze van « solidariteitsstelsel » (nr. 38ter ). Deze definities worden gebruikt
arikel 74 van het besluit leven, zoals gewijzigd door artikel 12 van dit ontwerp. Aangezien artikel 2, § 3, 6°, van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen werd opgeheven door artikel 176 van de WIBP, diende de definitie van bedrijfsleiders (nr. 41) te worden herschreven. Het betreft enkel een vormelijke wijziging. De definitie (nr. 44) van « uittreding » wordt gedeeltelijk vervangen om deze
overeenstemming te brengen met de definitie
artikel 3, § 1, 11°, b) van de WAP, zoals gewijzigd door artikel 201, 1° van de WIBP. Artikelen 17 en 18 Deze artikelen vereisen geen bijzondere toelichting. We hebben de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, De zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Economie, M. VERWILGHEN 25 JANUARI 2007. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 november 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003023014 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de levensverzekeringsactiviteit sluiten betreffende de levensverzekeringsactiviteit ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen,
zonderheid op de artikelen 16, § 1, derde lid, 19, 20, § 2, en 96, § 1, 2° en 3° Gelet op de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst,
zonderheid op artikel 104; Gelet op het koninklijk besluit van 22 februari 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/02/1991 pub. 08/09/2005 numac 2005000468 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling sluiten houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen; Gelet op het koninklijk besluit van 14 november 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003023014 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de levensverzekeringsactiviteit sluiten betreffende de levensverzekeringsactiviteit; Gelet op het advies van de Commissie voor Verzekeringen gegeven op 12 december 2006; Gelet op de advies van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen gegeven op 7 december 2006; Gelet op het advies van de
specteur van Financiën gegeven op 14 december 2006; Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting gegeven op 15 december 2006; Gelet op het besluit van de Ministerraad over het verzoek aan de Raad van State om advies te geven binnen een termijn van een maand; Gelet op de hoogdringenheid die wordt gemotiveerd op grond van de volgende overwegingen : Overwegende dat de Richtlijn 2003/41/EG van het Parlement en de Raad van 3 juni 2003 betreffende de activiteiten van en het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening ten laatste omgezet diende te zijn op 23 september 2005; Overwegende dat de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen sluiten betreffende het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening slechts een gedeeltelijke omzetting vormt en dat de volledige omzetting pas gerealiseerd zal zijn wanneer ook de uitvoeringsbesluiten, waaronder dit besluit, genomen zijn; Overwegende dat de omzetting eveneens van belang is
het kader van de ontwikkeling van de financiële positie van België als activiteitszetel van
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening die op het gehele grondgebied van de Europese Economische Ruimte werkzaam zijn; Overwegende dat het, omwille van fiscale en boekhoudkundige redenen, onder andere met betrekking tot het oprichten van de nieuwe rechtsvorm (het organisme voor de financiering van pensioenen)
gesteld door de artikelen 9 en volgende van de voornoemde wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen sluiten, nodig is om de nieuwe bepalingen
werking te doen treden bij de aanvang van het jaar, met name op 1 januari 2007; Gelet op het advies van de Raad van State nr. 41.955/1 gegeven op 20 december 2006, bij toepassing van artikel 84, § 1, 1e lid, 2° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Minister van Economie en van Onze Minister van Justitie en op het advies van Onze
Raad vergaderende Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.
artikel 2 van het koninklijk besluit van 14 november 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003023014 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de levensverzekeringsactiviteit sluiten betreffende de levensverzekeringsactiviteit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid, 4°, worden de woorden « die fondsen » vervangen door de woorden « fondsen zoals bedoeld
»;2°
het eerste lid, 5°, worden de woorden « zoals bedoeld
»
gevoegd tussen de woorden « van een derde » en de woorden « voor rekening van deze derde ». Art. 2.
artikel 3, § 1, van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°
punt 1°, worden de woorden « de
artikel 2, eerste lid, 1°, 3° en 4° bedoelde verrichtingen » vervangen door de woorden « de
artikel 2, eerste lid, 1° en 3° bedoelde verrichtingen »;2° § 1 wordt door een 4° aangevuld, luidend als volgt : « 4° tot de
bijlage I bij het algemeen reglement bedoelde tak 21 of tak 26 : de
artikel 2, eerste lid, 4°, bedoelde verrichtingen, naargelang de verzekeraar op de uitgevoerde stortingen de technische grondslagen toepast van de verrichtingen bedoeld bij artikel 2, eerste lid, 1°, of bij artikel 2, eerste lid, 6° ». Art. 3.
artikel 45, § 2, van hetzelfde besluit worden de punten 1° tot en met 5° en 9° tot en met 11° opgeheven. Art. 4.Artikel 46 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 5.
artikel 47, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « de
artikel 46 bedoelde » geschrapt. Art. 6.
artikel 48 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzingen doorgevoerd : 1° § 1 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 1.De bij de verzekeringsonderneming gevestigde reserves worden zo gestijfd, dat zij op elk moment ten minste gelijk zijn aan de som van volgende bedragen : 1° de verworven reserves zoals bepaald door de pensioenregeling met als minimum de verworven reserves zoals bepaald door de sociale of arbeidswetgeving, die op de pensioenregeling van toepassing is;2° de actuele waarde van de lopende rentes, eventuele overdraagbaarheid
begrepen. De
het eerste lid, 2°, gedefinieerde actuele waarde wordt berekend met behulp van de volgende actualisatieregels : 1° de technische rentevoet van 6 %;2° de sterftewetten die voortvloeien uit de tafels MR of FR, naargelang de aangeslotene van het mannelijke of vrouwelijke geslacht is.». 2° §§ 2 en 3 worden opgeheven;3°
, eerste lid, worden de woorden «
, 5 en 7 » vervangen door de woorden «
»;4°
, worden de woorden « uit §§ 2, 5 en 7 » telkens vervangen door de woorden « uit § 1 » en worden na de woorden « betreffende de aanvullende pensioenen » de woorden «, voor zover deze bepaling op de betrokken pensioenregeling van toepassing is » toegevoegd.5° § 5 wordt opgeheven;6°
worden het 2e, het 3e en het 4e lid opgeheven;7°
worden volgende wijzigingen doorgevoerd : a) onder punt 1°, a), worden tussen de woorden « betreffende de aanvullende pensioenen, » en het woord « enerzijds » de woorden « voor zover deze bepaling op de betrokken pensioenregeling van toepassing is, »
gevoegd;
gevoegd. Art. 7.
artikel 50, vierde lid, van hetzelfde besluit wordt tussen de woorden « betreffende de aanvullende pensioenen, » en de woorden « en de reserve », de woorden « voor zover deze bepaling op de betrokken pensioenregeling van toepassing is, »
gevoegd. Art. 8.
artikel 51 van hetzelfde besluit wordt § 2 opgeheven. Art. 9.
artikel 52, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « de bij artikel 46 bedoelde » geschrapt. Art. 10.Artikel 53 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 11.
artikel 54, § 4, eerste lid, van hetzelfde besluit, worden de woorden « een pensioenfonds, dat
België toegelaten is of gemachtigd is om
België zijn activiteit uit te oefenen » vervangen door de woorden « een
stelling voor bedrijfspensioenvoorziening zoals bedoeld
artikel 2, 1°, van de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen sluiten betreffende het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening ». Art. 12.Afdeling 8 van Hoofdstuk X van het hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 13.
artikel 66, § 2, van hetzelfde besluit,
het Nederlandse versie, wordt « d) » door « 4° » vervangen. Art. 14.Hoofdstuk XIII van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepalingen : « Hoofdstuk XIII. - Beheer van collectieve pensioenfondsen Afdeling 1. - Bepalingen gemeenschappelijk aan het beheer voor eigen rekening en het beheer voor derden Art. 74 De verrichtingen betreffende het beheer voor eigen rekening en het beheer voor derden van collectieve pensioenfondsen hebben slechts betrekking op : 1° de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening bedoeld
artikel 2, 1°, van de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen sluiten betreffende het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;2° de openbare besturen bedoeld
artikel 134, 1°, van de voornoemde wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen sluiten;3° de overheidsbedrijven bedoeld
artikel 138, eerste lid, van de voornoemde wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen sluiten;4° de
stellingen en externe diensten van de openbare besturen en de overheidsbedrijven opgericht overeenkomstig de artikelen 136, § 1, en 138, van de voornoemde wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen sluiten;5° een rechtspersoon belast met de uitvoering van een solidariteitstoezegging, zoals bedoeld
artikel 47 van de wet betreffende de aanvullende pensioenen;6° een rechtspersoon belast met de uitvoering van een solidariteitsstelsel, zoals bedoeld
artikel 56 van de programmawet (I) van 24 december
artikel 77 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen doorgevoerd : 1°
het eerste lid worden de woorden « 1°, », « 46, », « behalve § 7 » en « 49, » geschrapt;2° het tweede lid wordt opgeheven;3°
het derde lid worden de woorden « en tweede » geschrapt. Art. 16.De
bijlagen 1 en 2 van dit besluit opgenomen bepalingen worden als bijlagen gevoegd bij het voormeld koninklijk besluit van 14 november 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003023014 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de levensverzekeringsactiviteit sluiten. Art. 17.Dit besluit heeft uitwerking met
gang van 1 januari
dit besluit of
de uitvoeringsmaatregelen ervan worden gebruikt 1. Verzekering tot uitkering van een vast bedrag verzekering waarbij de prestatie bestaat
de uitkering van het
de overeenkomst overeengekomen bedrag, onafhankelijk van de geleden schade.
wiens voordeel de verzekeringsprestatie is bedongen.5. Actualisatie regel die op een bepaalde datum en
functie van financiële elementen en kanselementen, het equivalent van op verschillende data betaalbare sommen vastlegt;dit equivalent wordt actuele waarde genoemd. 6. Technische rentevoet jaarlijkse rentevoet van een beleggingswet tegen samengestelde
trest, gebruikt voor de bepaling van de actuele waarde van een uitgestelde premie of prestatie.
uitvoering van de overeenkomst.10. Toeslag elk ander tariferingselement dan de technische rentevoet en de voorvalswet van de verzekerde gebeurtenis dat tussenkomt
de verhouding tussen de verbintenissen van de verzekeringsonderneming en de premies die er de tegenwaarden van zijn.11. Technische grondslagen geheel van de toeslagen, de technische rentevoet en de voorvalswetten die tussenkomen
het opstellen van het tarief of het samenstellen van de reserves.12.
ventaristoeslag toeslag bestemd om de veiligheid en de beheerskosten verbonden aan de verbintenissen van de verzekeringsonderneming te dekken.13.
ventarisgrondslagen geheel van de
ventaristoeslagen, de technische rentevoet en de voorvalswetten die het tarief of het samenstellen van de reserves bepalen.14. Actuele
ventariswaarde (op een bepaald ogenblik) actuele waarde berekend op dat ogenblik en
functie van de
ventarisgrondslagen.15.
ventariskoopsom premie die gelijk is aan de actuele
ventariswaarde van de prestatie, berekend op het ogenblik van de storting van deze premie.
ningstoeslag elke toeslag, verschillend van de
ventaris- en acquisitietoeslagen, bestemd om de kosten van de verzekeringsonderneming die verbonden zijn met het
nen van de premies, te dekken.20. Reductiepremie premie berekend met behulp van de
ventarisgrondslagen en de acquisitietoeslag.21. Reductiewaarde (op een bepaald ogenblik) prestatie die
geval van stopzetting van de betaling van de premies op dat ogenblik verzekerd blijft.
geval van afkoop van de overeenkomst.
ventarisgrondslagen gekapitaliseerde waarde van het deel van de acquisitietoeslag dat slaat op de nog te vestigen prestaties op dat ogenblik.27. Zillmeringsvoet verhouding tussen de zillmeringswaarde en de actuele waarde van de nog te vestigen prestaties.28.
ventarisreserve (van een overeenkomst) som van de theoretische afkoopwaarde en de zillmeringswaarde van de overeenkomst.29. Voorziening voor verzekering leven (voor een overeenkomst) technische voorziening (voor een overeenkomst) bedoeld
artikel 11, § 1, B, 1° van het algemeen reglement.
gaat.32. Verrichting, verzekering(sverrichting) a) bij leven verrichting waarbij de prestaties slechts verschuldigd zijn
dien, op hun vervaldagen, de verzekerde
leven is;
dien op de vervaldagen ervan een tweede verzekerde
leven is;
ventarisgrondslagen, gelijk is aan of groter is dan de overeenkomstige verhouding verkregen met behulp van MK of FK;f) van het type overlijden (ten opzichte van een verzekerde) verrichting waarvoor de verhouding tussen de premie en de prestatie, berekend met behulp van MR of FR en de andere
ventarisgrondslagen, kleiner is dan de overeenkomstige verhouding verkregen met behulp van MK of FK;g) met vastgestelde premies verrichting waarvoor op ieder ogenblik het bedrag van de te vestigen prestaties en de modaliteiten van de vestiging ervan
de overeenkomst zijn bepaald;h) met flexibele premies verrichting waarvoor het bedrag van de te vestigen prestaties niet
de overeenkomst is bepaald;
leven is.34. Kapitaal-overlijden (op een bepaalde datum) (voor een bepaalde verzekerde) actuele waarde op die datum van de prestaties, betaalbaar bij het overlijden van de verzekerde op diezelfde datum.35. Risicokapitaal (van een overeenkomst), (op een bepaald ogenblik), (voor een bepaalde verzekerde) verschil tussen het kapitaal-overlijden en de theoretische afkoopwaarde.36. Winstverdeling afstand van een deel van de winst van de verzekeringsonderneming ten gunste van de overeenkomsten.37. Winsttoekenning
validiteit ten voordele van het personeel of van de bestuurders van privé-ondernemingen of van publiekrechtelijke rechtspersonen. 38bis. Solidariteitstoezegging : een solidariteitstoezegging zoals bedoeld
artikel 3, § 1, 17°, van de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid. 38ter. Solidariteitsstelsel : een solidariteitsstelsel zoals bedoeld
artikel 42, 9°, van de programmawet (I) van 24 december 2002. 39.
dividuele pensioentoezegging de pensioentoezegging zoals bedoeld
artikel 6 van de wet betreffende de aanvullende pensioenen.40.
richter (van een voorzorgstoezegging) a) de rechtspersoon, paritair samengesteld, aangeduid via een collectieve arbeidsovereenkomst door de representatieve organisaties van een paritair comité of subcomité, opgericht volgens hoofdstuk III van de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, dat een voorzorgstoezegging
voert; b) de werkgever die een voorzorgstoezegging doet;. 41. Bedrijfsleiders : de personen bedoeld
artikel 32, eerste lid, 1° en 2°, van het Wetboek van de
komstbelastingen 1992.42. Groepsverzekering overeenkomst of geheel van overeenkomsten gesloten bij een verzekeringsonderneming door één of meerdere ondernemingen of publiekrechtelijke rechtspersonen ten voordele van het geheel of een deel van zijn (hun) personeel en/of van zijn (hun) leiders.43.
dividuele pensioentoezeggingsverzekering overeenkomst gesloten bij een verzekeringsonderneming
uitvoering van een
dividuele pensioentoezegging.44. uittreding a) wanneer de
richter een rechtspersoon bedoeld
artikel 3, § 1, 5°,
richter een werkgever is : - hetzij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst anders dan door overlijden of pensionering, - hetzij de overgang van een werknemer
het kader van een overgang van een onderneming, van een vestiging of van een deel van een onderneming of een vestiging, naar een andere onderneming of naar een andere vestiging, als gevolg van een conventionele overdracht of een fusie, waarbij het pensioenstelsel van de werknemer niet wordt overgedragen.45. Financieringsfonds collectieve reserve gevestigd bij een verzekeringsonderneming
het kader van een bepaalde groepsverzekering.46. Reglement van groepsverzekering geheel van de contractuele bepalingen die de voorwaarden van de groepsverzekering vaststellen, alsook de rechten en verplichtingen van de personeelsleden
zake aansluiting, de rechten en verplichtingen van de aangeslotenen, de onderneming of de publiekrechtelijke rechtspersoon en de verzekeringsonderneming met betrekking tot deze verzekering.47. Pensioenovereenkomst geheel van de contractuele bepalingen die de voorwaarden vaststellen van de
dividuele pensioentoezeggingsverzekering alsook de rechten en verplichtingen van de werkgever, de aangeslotene en zijn rechthebbenden en de regels
zake de uitvoering van de
dividuele pensioentoezegging;
een groepsverzekering) contractuele bepalingen die voor een aangeslotene het deel van de groepsverzekering regelen dat door de toelagen wordt gestijfd die niet
het financieringsfonds zijn gestort.
een groepsverzekering) contractuele bepalingen die voor een aangeslotene het deel van de groepsverzekering regelen dat wordt gestijfd door zijn verplichte stortingen die niet
het financieringsfonds zijn gestort.52. Persoonlijke overeenkomst (bij een groepsverzekering)
dividuele verzekeringsovereenkomst tegen facultatieve premies gesloten door de aangeslotene overeenkomstig het groepsreglement, maar niet
de groepsverzekering
begrepen.53. Toezegging van het type vaste prestaties aan de aangeslotene of aan zijn rechthebbenden toe te kennen bedrag,
kapitaal of
rente, krachtens een groepsverzekeringsreglement of een pensioenovereenkomst.54. Vaste prestaties door de groepsverzekering of door de
dividuele pensioentoezeggingsverzekering gevestigde of te vestigen deel van de vaste prestaties.55. Toezegging van het type vaste bijdragen de verbintenis tot het betalen van vooraf bepaalde bijdragen
een groepsverzekering of
een
dividuele pensioentoezeggingsverzekering.56. Verworven prestatie (op een bepaald ogenblik) (door een aangeslotene) (
een groepsverzekering of een
dividuele pensioentoezeggingsverzekering) prestatie waarop de begunstigde recht heeft op de eindvervaldag van de overeenkomst wanneer de aangeslotene uit dienst treedt bij de werkgever of wanneer hij niet meer voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden.57. Verworven reserve (op een bepaald ogenblik) (door een aangeslotene) (
een groepsverzekering of een
dividuele pensioentoezeggingsverzekering) reserve waarvoor de rechten van de verzekeringsnemer worden overgedragen naar de aangeslotene op de datum waarop hij uit dienst treedt bij de werkgever of waarop hij niet meer voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden, waarbij die reserve op dat ogenblik wordt berekend.
het tegenovergestelde geval wordt ze een transformatie genoemd. 61.
terne overdracht (binnen een verzekeringsonderneming) omzetting binnen eenzelfde verzekeringsonderneming waarbij hetzij een verrichting uit de takken 21 en 22 naar de tak 23 overgaat en omgekeerd, hetzij een verrichting uit tak 23 met een ander beleggingsfonds wordt verbonden.
tern rendement van een vaste verrichting die de betaling van een prestatie op termijn als tegenwaarde van één premie bij de aanvang
houdt. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 25 januari 2007 tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 november 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003023014 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de levensverzekeringsactiviteit sluiten betreffende de levensverzekeringsactiviteit. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Economie, M. VERWILGHEN
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.