(1), de goedkeuring behoeven van de ministers, bevoegd voor, respectievelijk, de binnenlandse zaken en de volksgezondheid, is er strijdigheid met het reeds genoemde artikel 3, § 2, eerste lid, van de wet van 16 maart 1954, dat ook de goedkeuring van het ontwerp van begroting vereist door de minister tot wiens bevoegdheid de financiën behoren. Artikel 7, § 4, dient derhalve ook op dit punt te worden herwerkt. Zo men al wil herinneren aan hetgeen voortvloeit uit artikel 3, § 2, eerste lid, van de wet van 16 maart 1954, dient de wettelijke oorsprong van het betrokken voorschrift te worden aangegeven ("overeenkomstig...") en dient zulks te gebeuren zonder inhoudelijke wijziging van de betrokken wetsbepaling. Artikel 13
- Men schrijve in artikel 13, tweede lid, 1°, 2° en 4°, respectievelijk "ontwerp van operationeel plan, "ontwerp van kwaliteitsplan" en "ontwerp van personeelsplan" in plaats van "operationeel plan", "kwaliteitsplan" en "personeelsplan". Artikel 14
- Met betrekking tot de vraag of de centra die krachtens artikel 14 worden opgericht in elke provincie en in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad al dan niet ressorteren onder het Agentschap en al dan niet over eigen rechtspersoonlijkheid beschikken, verklaarde de gemachtigde : « Voor alle duidelijkheid : in elke provincie komt er een gemeenschappelijke meldkamer, waar op termijn een scheiding komt tussen de calltaking en de dispatching.Het Agentschap overkoepelt alle neutrale call takers die de calltaking zullen doen in deze meldkamers. Deze call takers zullen de calltaking doen voor de brandweer, de politie en de medische discipline. Deze call takers worden nu gestuurd vanuit de FOD IBZ in afwachting van de oprichting van een Agentschap. De dispatching en de daartoe behorende personeelsleden vallen niet onder het Agentschap. De organisatievorm en de juridische structuur van de daarnaast bestaande structuren doet hier niets ter zake, want de personeelsleden die daar gaan werken, zijn meestal personeelsleden van de brandweer van de Stad waarin het hulpcentrum zich bevindt of van de lokale of federale politie. Het Agentschap [staat in] voor het beheer van de personen die instaan voor de calltaking, dus niet voor het personeel van de dispatching of de ontwikkeling of het gebruik van technologieën. » Om niet de indruk te wekken dat bij artikel 14 afzonderlijke instellingen worden gecreëerd, wat blijkens de verklaring van de gemachtigde niet de bedoeling is en waarvoor overigens geen rechtsgrond bestaat in de programmawet van 9 juli 2004Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 09/07/2004 pub. 15/07/2004 numac 2004021091 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten, is het af te raden te schrijven dat centra voor de telefoonnummers 112, 100 en 101 worden "opgericht". Daarenboven dient duidelijk te worden gemaakt dat een aspect van de werking van het Agentschap wordt geregeld. Artikel 15
- Volgens de gemachtigde is het de bedoeling dat het Operationeel Beheerscomité wordt georganiseerd binnen het Agentschap.Dit dient met zoveel woorden te worden gezegd, om geen twijfel te doen ontstaan omtrent de conformiteit van artikel 15 met de rechtsgrond van het ontworpen besluit.
- Nog volgens de gemachtigde zal het in artikel 15 bedoelde toezicht door het Operationeel Beheerscomité enkel betrekking hebben op het beheer van de oproepen aan de hulpdiensten, en niet op het beheer van de hulpdiensten als dusdanig.Wat dit laatste betreft is de formulering van het ontwerp "de operationele doeleinden van de hulpdiensten" te ruim; zij moet worden gepreciseerd. Overigens moet worden verduidelijkt wat wordt bedoeld met het begrip "de operationele doeleinden". Artikel 16
- Volgens de gemachtigde bedoelt men in artikel 16, § 1, 2° en 4°, te verwijzen naar respectievelijk, een vertegenwoordiger van de Algemene Directie van de Civiele Veiligheid van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken en een vertegenwoordiger van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.Zulks dient te worden verduidelijkt. Artikel 17
- De in artikel 17 vervatte opsomming van opdrachten van het Operationeel Beheerscomité is volgens de gemachtigde limitatief.Men schrappe derhalve de woorden "met name" in de inleidende zin van dat artikel.
- Het in artikel 17, 1° en 2°, bedoelde operationele plan heeft volgens de gemachtigde enkel betrekking op het beheer van de noodoproepen, en niet op de operationele behoeften verbonden aan de opdrachten van de geïntegreerde politie, de civiele veiligheid en de volksgezondheid in het algemeen. Zulks dient in de genoemde bepalingen te worden gepreciseerd. Artikel 18
- Op de vraag welke in artikel 18, tweede lid, bedoelde "directeurs-generaal die respectievelijk bevoegd zijn voor de civiele veiligheid en de politie" worden beoogd, antwoordde de gemachtigde dat het de directeurs-generaal voor de civiele veiligheid van de FOD Binnenlandse Zaken betreft, met dien verstande dat de federale politie geen deel uitmaakt van die FOD, maar ressorteert als afzonderlijk departement onder de minister bevoegd voor de binnenlandse zaken. Ook dit dient te worden gepreciseerd. Artikel 21
- Dat het toezicht op het Agentschap wordt uitgeoefend door bemiddeling van een regeringscommissaris, vloeit reeds voort uit artikel 9, §§ 1 en 2, van de wet van 16 maart 1954, waar ook de wijze van benoeming is geregeld (door de Koning op voordracht van de bevoegde minister) en wordt bepaald dat hij de vergaderingen van de beheersorganen bijwoont. Het tweede lid van artikel 21 is bijgevolg overbodig, en voor zover het aan de benoemingsprocedure het vereiste van een overleg in de Ministerraad toevoegt, niet conform de genoemde wetsbepaling. Zo men omwille van de duidelijkheid de genoemde wetsbepaling toch in herinnering wil brengen, dient zulks te gebeuren zonder die bepaling inhoudelijk te wijzigen en mits het aangeven van de wettelijke oorsprong van de betrokken bepaling ("overeenkomstig..."). Artikel 22
- Luidens artikel 22 treedt het besluit dat thans in ontwerpvorm voorligt, in werking op de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk VII (lees : hoofdstuk VII van titel VIII) van de programmawet van 9 juli 2004Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 09/07/2004 pub. 15/07/2004 numac 2004021091 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten. Bij artikel 210 van de genoemde programmawet wordt aan de Koning de bevoegdheid verleend om de datum van inwerkingtreding te bepalen van "elk artikel van dit hoofdstuk". Het is bijgevolg niet zeker dat het hele hoofdstuk op één en dezelfde datum in werking zal treden, temeer daar er niet alleen bepalingen in voorkomen aangaande het Agentschap (zie afdeling II, diverse bepalingen). Afgezien daarvan is er de in het genoemde artikel 210 bepaalde uiterste datum van inwerkingtreding, namelijk 1 januari
- De gemachtigde verklaarde betreffende de inwerkingtreding het volgende : « Volgens mij halen we voor de oprichting van het Agentschap 1/1/2007 onmogelijk en had men in de programmawet terug deze datum moeten aanpassen en tevens zal er eerst de oprichting zijn van het Agentschap met zijn managementfuncties en pas daarna (dus niet synchroon) zal er naar een splitsing gegaan worden van de calltaking en de dispatching en dit verspreid in de tijd voor de verschillende provincies. De bedoeling is in principe dat het koninklijk besluit in werking treedt op de dag dat de programmawet van 9 juli 2004Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 09/07/2004 pub. 15/07/2004 numac 2004021091 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten in werking treedt, maar dit onder de opschortende voorwaarden van de vaststelling van een andere datum van inwerkingtreding. » Hoe dan ook dient artikel 22 van het ontwerp zo te worden geredigeerd dat geen twijfel kan ontstaan over de juiste datum van inwerkingtreding van het besluit dat thans in ontwerpvorm voorligt. De kamer was samengesteld uit : de heren : D. ALBRECHT, kamervoorzitter; J. SMETS, B. SEUTIN, staatsraden; J. VELAERS, assessor van de afdeling wetgeving; Mevrouw A.-M. GOOSSENS, griffier. Het verslag werd uitgebracht door Mevr. R. THIELEMANS, eerste auditeur. De Griffier, De Voorzitter, A.-M. GOOSSENS. D. ALBRECHT. _______ Nota's
(1)Lees ontwerp van begroting (zie opmerking 21). 26 MAART 2007. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de vestigingsplaats, de werking en de organisatie van het Agentschap 112 voor de oproepen tot de hulpdiensten ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de programmawet van 9 juli 2004Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 09/07/2004 pub. 15/07/2004 numac 2004021091 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten, inzonderheid op de artikelen 198, § 2, eerste lid, en 199, tweede lid; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 24, 27 en 28 maart 2006; Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 31 maart 2006; Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Ambtenarenzaken gegeven op 6 april 2006; Gelet op het Protocol nr. 136/1 van, het Sectorcomité I - Algemeen bestuur; Gelet op advies 41.615/3 van de Raad van State, gegeven op 28 november 2006, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder « Agentschap 112 », het Agentschap voor de oproepen tot de hulpdiensten bedoeld in artikel 197 van de programmawet van 9 juli 2004Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 09/07/2004 pub. 15/07/2004 numac 2004021091 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten. Art. 2.De zetel van het Agentschap 112 is gevestigd in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad. HOOFDSTUK II. - Beheersorganen Afdeling I. - Raad van Bestuur Art. 3.Het Agentschap 112 wordt bestuurd door een Raad van Bestuur. Art. 4.§ 1. De Raad van Bestuur is samengesteld uit de volgende leden : 1° een voorzitter;2° een vertegenwoordiger van de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken;3° een vertegenwoordiger van de Minister bevoegd voor Volksgezondheid;4° leden vertegenwoordigend :
- a)de Algemene directie van de civiele veiligheid van de Federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken;
- b)het Commissariaat-generaal van de federale politie;
- c)de Federale overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Elke discipline beschikt over twee vertegenwoordigers. Voor de leden bedoeld in het eerste lid, 4°, zijn er een gelijk aantal Franstalige leden en Nederlandstalige leden. § 2. De leden van de Raad van Bestuur worden door Ons aangewezen, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad : 1° op de gezamenlijke voordracht van de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, voor wat de voorzitter en de in § 1, 4°, bedoelde leden betreft;2° op de voordracht van de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, voor wat het in § 1, 2°, bedoelde lid betreft;3° op de voordracht van de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, voor wat het in § 1, 3°, bedoelde lid betreft. § 3. De voorzitter en de leden van de Raad van Bestuur bedoeld in § 1, 4° van dit artikel worden aangewezen op basis van hun beroepsbekwaamheden inzake hulpdiensten. Die bekwaamheden worden gedetailleerd in het aanwijzingsbesluit. § 4. De voorzitter en de leden van de Raad van Bestuur worden aangewezen voor een hernieuwbare periode van zes jaar. Het mandaat wordt van rechtswege beëindigd wanneer de mandaathouder de leeftijd van 65 jaar bereikt. § 5. De voorzitter en de leden van de Raad van Bestuur kunnen door Ons afgezet worden, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de Raad van Bestuur. Over het voorstel tot afzetting kan de Raad van Bestuur enkel geldig vergaderen als twee derde van zijn leden aanwezig is. Het voorstel tot afzetting wordt goedgekeurd met een meerderheid van twee derde van de aanwezige leden. Het voorstel tot afzetting wordt gemotiveerd. Art. 5.Onverminderd andere beperkingen voorzien door of krachtens een wet, mogen de volgende personen geen deel uitmaken van de Raad van Bestuur van het Agentschap 112 : 1° de leden van het Europees Parlement;2° de leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers of van de Senaat;3° de leden van de federale regering;4° de leden van het Parlement of de Regering van een Gemeenschap of een Gewest;5° de provinciegouverneurs, de arrondissementscommissarissen, de adjunct-arrondissementscommissarissen, de gouverneur, de vice-gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad en de adjunct-gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant;6° de leden van de bestendige deputatie van de provincieraad en de leden van het college opgericht door artikel 83quinquies, § 2, van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen;7° de leden van een College van burgemeester en schepenen en van de uitvoerende colleges van de binnengemeentelijke territoriale organen;8° de voorzitters van de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn;9° de personeelsleden van het Agentschap 112. Elk lid van de Raad van Bestuur dat functies aanneemt die onverenigbaar zijn met zijn mandaat, houdt van rechtswege op deel uit te maken van de Raad van Bestuur. Art. 6.§ 1. De Raad van Bestuur beschikt over alle nodige bevoegdheden voor de werking en het bestuur van het Agentschap 112. § 2. Hij is onder meer belast met : 1° het goedkeuren van het voorstel van personeelsplan binnen de toegestane personeelskredieten;2° de goedkeuring van het door de directie voorgestelde ontwerp van begroting en controle van de uitvoering ervan;3° het vertegenwoordigen van het Agentschap 112 in gerechtelijke procedures.De Raad van Bestuur kan, op zijn verantwoordelijkheid, een deel van zijn bevoegdheden overdragen aan de directeur-generaal. De delegatie van bevoegdheden mag slechts gegeven worden krachtens een beslissing, genomen met een meerderheid van twee derde van de aanwezige leden van de Raad van Bestuur, die het voorwerp en de omvang van de delegatie bepaalt; 4° het goedkeuren van het operationele plan en het kwaliteitsplan, zoals vermeld in artikel 13. Art. 7.De Raad van Bestuur stelt zijn huishoudelijk reglement op en vergadert minstens éénmaal per trimester. Afdeling II. - Directeur-generaal en adjunct directeur-generaal Art. 8.Het Agentschap 112 wordt geleid door een directeur-generaal. Hij wordt bijgestaan door een adjunct directeur-generaal. De directeur-generaal en de adjunct directeur-generaal behoren tot verschillende taalrollen. Art. 9.De directeur-generaal en de adjunct directeur-generaal worden aangewezen overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 16 november 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/11/2006 pub. 30/11/2006 numac 2006000701 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende hervorming van de loopbaan van bepaalde personeelsleden die houder zijn van operationele graden van de Algemene Directie van de Civiele Veiligheid type koninklijk besluit prom. 16/11/2006 pub. 30/11/2006 numac 2006011524 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststellen van de regelen aangaande de controle op APETRA type koninklijk besluit prom. 16/11/2006 pub. 30/11/2006 numac 2006011523 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot bepaling van de depotvereisten voor de voorraden van APETRA type koninklijk besluit prom. 16/11/2006 pub. 29/11/2006 numac 2006014262 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende goedkeuring van het eerste bijvoegsel bij het beheerscontract gesloten tussen de Staat en de naamloze vennootschap van publiek recht Infrabel sluiten betreffende de aanduiding en de uitoefening van de management- en staffuncties in sommige instellingen van openbaar nut. Art. 10.Onverminderd de onverenigbaarheden bepaald in het voornoemd koninklijk besluit van 16 november 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/11/2006 pub. 30/11/2006 numac 2006000701 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende hervorming van de loopbaan van bepaalde personeelsleden die houder zijn van operationele graden van de Algemene Directie van de Civiele Veiligheid type koninklijk besluit prom. 16/11/2006 pub. 30/11/2006 numac 2006011524 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststellen van de regelen aangaande de controle op APETRA type koninklijk besluit prom. 16/11/2006 pub. 30/11/2006 numac 2006011523 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot bepaling van de depotvereisten voor de voorraden van APETRA type koninklijk besluit prom. 16/11/2006 pub. 29/11/2006 numac 2006014262 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende goedkeuring van het eerste bijvoegsel bij het beheerscontract gesloten tussen de Staat en de naamloze vennootschap van publiek recht Infrabel sluiten, is het hebben van belangen in enige inrichting, onderneming, vennootschap of vereniging waarvan de activiteiten aanleiding kunnen geven tot een controle door het Agentschap 112, onverenigbaar met de uitoefening van de functie van directeur-generaal of adjunct directeur-generaal. Art. 11.De directeur-generaal voert de beslissingen van de Raad van Bestuur uit. Art. 12.De directeur-generaal is verantwoordelijk voor het dagelijkse beheer van het Agentschap 112. Hij is onder meer belast met de volgende taken : 1° het opstellen van een ontwerp van operationeel plan;2° het opstellen van een ontwerp van kwaliteitsplan;3° het opstellen van een ontwerp van begroting en de voorbereiding van de begroting;4° het opstellen van een ontwerp van personeelsplan binnen de toegestane personeelskredieten;5° het leiden van het personeel;6° het vertegenwoordigen van het Agentschap 112, samen met de voorzitter van de Raad van Bestuur, bij de ondertekening van authentieke aktes en onderhandse aktes. HOOFDSTUK III. - Werking van het Agentschap 112 Art. 13.Om de opdrachten bedoeld in artikel 198, § 1, tweede lid, 1°, van de programmawet van 9 juli 2004Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 09/07/2004 pub. 15/07/2004 numac 2004021091 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten, te verzekeren is er, in elke provincie en in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, een centrum voor behandeling van de noodoproepen tot de telefoonnummers 100, 101 en 112. Het Agentschap 112 staat in voor het beheer van de neutrale calltakers die de noodoproepen tot de telefoonnummers 100, 101 en 112 behandelen. Art. 14.Er wordt een Operationeel Beheerscomité opgericht binnen het Agentschap 112 belast met het toezicht op de naleving van de operationele doeleinden van de noodoproepen tot de telefoonnummers 100, 101 en 112. Art. 15.§ 1. Het Operationele Beheerscomité is samengesteld uit : 1° de directeur-generaal van het Agentschap 112 of zijn gemachtigde;2° een vertegenwoordiger van de Algemene directie van de civiele veiligheid van de Federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken;3° een vertegenwoordiger van het Commissariaat-generaal van de federale politie;4° een vertegenwoordiger van de Federale overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. § 2. Worden aangewezen door de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken : 1° op de voordracht van de voorzitter van het Directiecomité van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, het lid bedoeld in § 1, 2°;2° op de voordracht van de commissaris-generaal van de federale politie, het lid bedoeld in § 1, 3°. Het in § 1, 4° bedoelde lid wordt aangewezen door de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, op de voordracht van de voorzitter van het Directiecomité van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Art. 16.Het Operationeel Beheerscomité is belast met de volgende opdrachten : 1° het deelnemen aan de jaarlijkse opstelling van het operationele plan met betrekking tot het beheer van de noodoproepen;het ziet er meer in het bijzonder op toe dat er daadwerkelijk voldaan wordt aan de operationele behoeften verbonden aan de respectieve opdrachten van de geïntegreerde politie, de civiele veiligheid en volksgezondheid voor wat betreft het beheer van de noodoproepen; 2° het controleren van de uitvoering van het operationele plan met betrekking tot het beheer van de noodoproepen voor wat de in 1° bedoelde behoeften betreft;3° het opsporen van de operationele behoeften ter aanvulling van de overeenkomstig punt 1° bepaalde behoeften en het toezicht erop;4° het garanderen van de continuïteit van de operationele werking van alle bij de noodoproepen betrokken disciplines. Art. 17.Het Operationeel Beheerscomité vergadert minstens éénmaalper trimester. De directeur-generaal kan, ofwel op eigen initiatief ofwel op verzoek van een lid van het Operationeel Beheerscomité, deskundigen uitnodigen op de vergaderingen van het Operationeel Beheerscomité. Die deskundigen zijn niet stemgerechtigd. Art. 18.De directeur-generaal ziet erop toe de nodige maatregelen te nemen teneinde het vertrouwelijke karakter van de gegevens waarvan het personeel van het Agentschap 112 kennis neemt, te garanderen. Art. 19.Elk jaar stellen de auditdirecteurs van de Federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken en van de Federale overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu een auditplan op. Dat auditplan wordt goedgekeurd door de Raad van Bestuur en aangevuld, indien nodig, door de bevoegde Inspecteurs van Financiën. Art. 20.Het Agentschap 112 ressorteert onder de Ministers respectievelijk bevoegd voor Binnenlandse Zaken en Volksgezondheid. HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen Art. 21.Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en Onze Minister bevoegd voor Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 26 maart 2007. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE