stellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 26/09/2002 pub. 26/11/2002 numac 2002031559 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vijfde wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 2002 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de
stellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sluiten houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de
stellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op de
stellingen van openbaar nut,
zonderheid op artikel 11; Gelet op de wet van 21 augustus 1987 tot wijziging van de wet houdende organisatie van de agglomeraties en de federaties van gemeenten en houdende bepalingen betreffende het Brusselse Gewest,
zonderheid op artikel 27, § 3; Gelet op het koninklijk besluit van 8 maart 1989Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/03/1989 pub. 07/11/2014 numac 2014031896 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Koninklijk besluit tot oprichting van het Brussels
stituut voor Milieubeheer sluiten tot oprichting van het Brussels
stituut voor Milieubeheer, bekrachtigd door de wet van 16 juni 1989,
zonderheid op artikel 1, § 2; Gelet op de ordonnantie van 19 juli 1990 houdende oprichting van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp,
zonderheid op artikel 8, tweede lid; Gelet op het koninklijk besluit van 13 maart
stellingen van openbaar nut en andere overheidsdiensten,
zonderheid op artikelen 9 en 16; Gelet op de ordonnantie van 3 december 1992. betreffende de exploitatie en de ontwikkeling van het kanaal, de haven, de voorhaven en de aanhorigheden ervan
het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest,
zonderheid op artikel 17, gewijzigd bij de ordonnantie van 6 november 2003; Gelet op de ordonnantie van 18 januari 2001. houdende organisatie en werking van de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling,
zonderheid de artikelen 23 en 34; Gelet op de ordonnantie van 26 juni 2003. houdende oprichting van het
stituut ter Bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de
novatie van Brussel,
zonderheid artikel 3; Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering 26 september 2002. houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de
stellingen van openbaar nut van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, gewijzigd door de besluiten van 26 september 2002 en de besluiten van 3 oktober 2002, 30 april 2003, 3 juli 2003, 24 maart 2005 en 23 februari 2006; Gelet op het advies van de
specteur van Financiën, gegeven op 28 maart 2006; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 17 mei 2006; Gelet op het protocol nr. 2006/11 van Sector XV van 17 augustus 2006; Gelet op het advies van het beheerscomité van de Gewestelijke Vennootschap van de Haven van Brussel van 19 juni 2006; Gelet op het advies van de raad van bestuur van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij van 18 juli 2006; Gelet op het advies van het beheerscomité van de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling van 23 augustus 2006; Gelet op het advies nr. 41.793/4 van de Raad van State, gegeven op 21 februari 2007; Op voorstel van de minister van Ambtenarenzaken; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.Hoofdstuk VII van Titel II van Boek I van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 26/09/2002 pub. 26/11/2002 numac 2002031554 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de
stellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 26/09/2002 pub. 26/11/2002 numac 2002031559 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vijfde wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 2002 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de
stellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sluiten houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de
stellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, bestaande uit artikel 24, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Hoofdstuk VII. De selectiecommissies en de evaluatiecommissieMet het oog op de toekenning van de mandaatbetrekkingen bedoeld
artikel 81 worden er hiertoe bevoegde selectiecommissies opgericht. Art. 24.De selectiecommissies worden samengesteld
functie van de te begeven mandaatbetrekkingen en bestaan elk uit ten minste vijf en ten hoogste zeven leden. De Regering wijst op voordracht van de minister de leden van een selectiecommissie aan telkens als een mandaatbetrekking bedoeld
artikel 81 vacant wordt verklaard en duidt één onder hen aan als voorzitter. De leden van de selectiecommissies beschikken over expertise met betrekking tot de materies die ressorteren onder de te begeven mandaatbetrekking en/of met betrekking tot overheidsmanagement. De aanstelling van de leden van een selectiecommissie is beperkt tot de selectieprocedure waarvoor zij zijn aangesteld. Ten hoogste twee derden van de leden van een selectiecommissie behoort tot hetzelfde geslacht. De minister, voor het geheel van de selectiecommissies : 1° duidt twee effectieve en twee plaatsvervangende secretarissen aan die tot een verschillende taalrol behoren;2° bepaalt de vergoeding toegekend aan de voorzitter en de leden van de selectiecommissies; De Regering, op voorstel van de minister, stelt het huishoudelijk reglement van de selectiecommissies op. De selectiecommissies vervullen de opdrachten die hen worden toegewezen door dit besluit. De Regering kan, op voordracht van minister, een extern selectie- en assessmentbureau aanstellen dat de selectiecommissie ondersteunt
zijn werkzaamheden. Art. 24bis.Niemand kan worden aangeduid tot lid van een selectiecommissie die
welke hoedanigheid dan ook belang heeft bij de desbetreffende selectieprocedure. De leden van de selectiecommissies zijn gebonden tot geheimhouding omtrent de beraadslagingen en besluiten alsmede aangaande elke
lichting waarvan zij kennis zouden hebben gekregen bij het uitvoeren van hun opdracht. Art. 24ter.Met het oog op de evaluatie van de mandaathouders bedoeld
artikel 132 wordt er een evaluatiecommissie opgericht. De evaluatiecommissie bestaat uit zeven leden die beschikken over expertise met betrekking tot overheidsmanagement en die niet behoren tot diensten die ressorteren onder het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De Regering wijst op voordracht van de minister de leden van de evaluatiecommissie aan alsook de voorzitter onder hen. De Regering wijst eveneens op voordracht van de minister vier plaatsvervangende leden aan die beantwoorden aan dezelfde criteria als de effectieve leden. Wanneer één van de leden afwezig of verhinderd is, wijst de voorzitter het plaatsvervangend lid aan dat hem zal vervangen. Wanneer de voorzitter afwezig is, komt het voorzitterschap toe aan het oudste effectieve lid. De leden worden aangesteld voor een periode van vijf jaar. Hun aanstelling is hernieuwbaar. Ten hoogste twee derden van de leden van de evaluatiecommissie behoort tot hetzelfde geslacht. De minister duidt twee effectieve en twee plaatsvervangende secretarissen aan van verschillende taalrol om de evaluatiecommissie bij te staan. De minister bepaalt de vergoeding toegekend aan de voorzitter en de leden van de evaluatiecommissie. De Regering, op voorstel van de minister, stelt het huishoudelijk reglement van de evaluatiecommissies op. De evaluatiecommissie vervult de opdrachten die haar worden toegewezen door dit besluit. De Regering kan haar bijkomende bevoegdheden toewijzen. Leden van de evaluatiecommissie die
welke hoedanigheid dan ook bij een door de commissie onderzocht dossier betrokken zijn, onthouden zich van zitting. Art. 2.
hoofdstuk I van titel III van boek I van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° de opschriften "Afdeling 1.Algemene bepalingen" en "Afdeling
terne en externe kandidaten meedingen. Onder externe kandidaten dient te worden verstaan, alle andere kandidaten dan de statutaire personeelsleden van het ministerie en de
stellingen van openbaar nut bedoeld
artikel 2, § 1 van het besluit van de Brussels Hoofdstedelijke Regering van 26 september 2002 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de
stellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Onverminderd de toepassing van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten op de arbeidsovereenkomsten bepaalt de Regering de modaliteiten volgens dewelke de externe kandidaten een mandaat kunnen opnemen bij het de
stellingen van openbaar nut. » Art. 3.Artikel 82 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 4.Artikel 83, tweede lid, 2°, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « 2° voor een mandaat van rang A4+ en A5 : de Regering op voorstel van de functioneel bevoegde minister(s); bovendien wordt
de
stellingen van categorie B voorafgaand het advies van de Raad van bestuur of van het Beheerscomité gevraagd. » Art. 5.Artikel 86, tweede lid van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « De ambtenaar die zijn mandaat beëindigt kan dit verlengen volgens de voorwaarden voorzien
artikel 134, § 2. » Art. 6.Artikel 88, eerste lid van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « De mandaten van rang A4, A4+ en A5 staan open voor ambtenaren van niveau A die ten minste twaalf jaar anciënniteit van niveau A hebben of ten minste zes jaar leidinggevende ervaring hebben. » Onder leidinggevende ervaring wordt verstaan ervaring
zake het beheer
een overheidsdienst of
een organisatie uit de privésector. Art. 7.
artikel 90 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°
en § 2, worden de woorden "hoge raad" vervangen door het woord "selectiecommissie";2°
, tweede lid worden de woorden "twintig werkdagen" vervangen door de woorden "dertig dagen";3°
Art. 8.Artikel 91 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Art. 91.§
het verzoek om advies bedoeld
artikel 88ter, § 3. » Na een vergelijking van de diploma's en de verdiensten van de kandidaten, deelt de selectiecommissie de kandidaten
hetzij
groep A « geschikt », hetzij
groep B « niet geschikt ».
de groep A worden de kandidaten gerangschikt. Als geoordeeld wordt dat ze gelijkwaardig zijn, worden ze ex aequo gerangschikt. » Art. 9.De artikelen 92 tot en met 95van hetzelfde besluit worden geschrapt. Art. 10.Artikel 96 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Art. 96.De Regering duidt de mandaathouders aan onder de kandidaten van groep A. Ze motiveert haar beslissing. » Art. 11.Artikel 133 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Art. 133.De evaluatiecommissie evalueert de mandaathouder over de wijze waarop hij het mandaat heeft uitgeoefend. Ze neemt kennis van het verslag opgesteld door de mandaathouder en nodigt deze uit voor een evaluatiegesprek. De vermelding "gunstig" wordt toegekend aan de mandaathouder wanneer deze de doelstellingen die hem bij het begin van zijn mandaat werden opgedragen heeft bereikt. De vermelding "voldoende" wordt toegekend aan de mandaathouder wanneer hij de doelstellingen gedeeltelijk heeft bereikt. De vermelding "ongunstig" wordt toegekend aan de mandaathouder wanneer de doelstellingen niet of
zeer geringe mate zijn gerealiseerd.
zijn evaluatie moet de evaluatiecommissie rekening houden met onvoorziene omstandigheden of omstandigheden, die het geheel of gedeeltelijk realiseren van de vastgestelde objectieven onmogelijk hebben gemaakt. De evaluatie wordt aan de geëvalueerde meegedeeld bij aangetekend schrijven. » Art. 12.Artikel 134 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Art. 134.§ 1. Een eerste evaluatie heeft plaats twee jaar na het begin van het mandaat.
dien bij deze evaluatie de vermelding "ongunstig" wordt weerhouden heeft een bijkomende evaluatie plaats zes maanden na deze eerste evaluatie. Als de bijkomende evaluatie van de mandaathouder eveneens ongunstig is wordt zijn mandaat definitief beëindigd en kan hij niet deelnemen aan een nieuwe toekenningsprocedure voor het mandaat dat hij bekleedt. § 2. Een tweede evaluatie heeft plaats zes maanden voor het einde van het mandaat.
dien op het einde van deze tweede evaluatie de mandataris de vermelding "gunstig" bekomt, dan kan de Regering zijn mandaat verlengen zonder dat er wordt overgegaan tot een nieuwe toekenningsprocedure voor het mandaat dat hij bekleedt. De mandaathouder stelt, bij de hernieuwing van zijn mandaat, een beheersplan op zoals bedoeld
artikel 83, eerste lid, dat rekening houdt met de te bereiken doelstelling vastgelegd door de overheid.
dien de mandaathouder de vermelding "voldoende" bekomt, dan wordt zijn mandaat niet verlengd maar kan hij deelnemen aan een nieuwe toekenningsprocedure voor het mandaat dat hij bekleedt.
dien de mandaathouder de vermelding "ongunstig" bekomt, dan wordt zijn mandaat definitief beëindigd en kan hij niet deelnemen aan de nieuwe toekenningsprocedure voor het mandaat dat hij bekleedt. » Art. 13.
artikel 135 van hetzelfde besluit worden het tweede en derde lid vervangen door één lid, luidende : « De Regering spreekt zich uit over het beroep van een mandaathouder. » Art. 14.
artikel 426 van hetzelfde besluit worden de woorden "Hoge Raad" vervangen door het woord "evaluatiecommissie". Art. 15.De artikelen 427 en 428 van hetzelfde besluit worden geschrapt. Art. 16.Een artikel 464octies wordt
gevoegd
hetzelfde besluit, luidende als volgt : « Art. 464octies.
afwijking van artikel 31 stelt de Regering de mandaten van rang A4, A4+ en A5. gelijktijdig open voor de statutaire ambtenaren en de contractuele personeelsleden van de openbare sector, voor personeelsleden van een parlementaire vergadering en voor personeelsleden van de raden van de gemeenschapscommissies. De bepaling bedoeld
het eerste lid is slechts één maal van toepassing bij wijze van overgangsmaatregel bij de eerste vacantverklaring van deze betrekkingen.
dien er bij de eerste vacantverklaring van een mandaatbetrekking onvoldoende geschikt bevonden kandidaten zijn, wordt de betrokken mandaatbetrekking vacant verklaard via een open procedure, zoals bedoeld
artikel 30bis. » Art. 17.De Minister bevoegd voor Openbaar Ambt wordt belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 26 april 2007. Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : De Minister-Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing, Huisvesting, Openbare Netheid en Ontwikkelingssamenwerking, Ch. PICQUE De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Openbaar Ambt en Externe Betrekkingen, G. VAN HENGEL
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.