25 JUNI 2007. - Programmadecreet 2007
(1)sluiten betreffende de bevordering van creatieve ateliers wordt aangevuld met volgende bepaling : « De Regering mag niet meer dan één creatieve atelier per gemeente subsidiëren. Het creatief atelier moet zijn zetel in de betrokken gemeente hebben ». Art. 34.Vermijding van dubbele aanbiedingen Artikel 3 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : - in 1° wordt de passus « in het Duitse taalgebied » vervangen door de passus « in de betrokken gemeente »; - in 4° wordt het woord « infrastructuur » vervangen door de woorden « vaste infrastructuur in de betrokken gemeente »; - een punt 10° wordt ingevoegd, luidend als volgt : « 10° zich van andere door de Duitstalige Gemeenschap ondersteunde culturele en recreatieve aanbiedingen onderscheiden. » Art. 35.Artikel 2, lid 2, van het decreet van 23 maart 1992 houdende toekenning van toelagen voor de personeelskosten van de erkende creatieve ateliers, gewestelijke organisaties voor volksopleiding en vormingswerk voor volwassenen alsook van de erkende jeugdorganisaties, jeugdcentra en jeugddiensten, ingevoegd bij het decreet van 7 januari 2002, wordt vervangen door volgend lid : « Bovendien kunnen de vakbondspremies ten belope van 54,54 EUR en de terugbetaling van de vervoerskosten ten belope van 50% van het sociaal abonnement als subsidieerbare personeelskosten beschouwd worden. » HOOFDSTUK VI. - Toerisme Art. 36.Vergoedingen voor hotelinrichtingen Artikel 30, 4°, van het decreet van 9 mei 1994 over de logiesverstrekkende inrichtingen en hotelinrichtingen wordt opgeheven. Art. 37.Toezicht op de hotelinrichtingen Artikel 32, § 1, lid 1, van hetzelfde decreet wordt met een tweede zin aangevuld, luidend als volgt : « In de zin van dit decreet verstaat men onder « beambte » de ambtenaren en de contractuelen van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap. ». Art. 38.Informatiebureaus Artikel 9, lid 3, van het decreet van 17 februari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/02/2003 pub. 30/10/2003 numac 2003033080 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de erkenning en bevordering van de verfraaiingscomités, verenigingen voor het vreemdelingenverkeer en van de koepelverenigingen ervan, alsmede van de informatiebureaus en informatiepunten sluiten betreffende de erkenning en bevordering van de verfraaiingscomités, verenigingen voor het vreemdelingenverkeer en van de koepelverenigingen ervan, alsmede van de informatiebureaus en informatiepunten wordt met het volgende lid aangevuld : « Bovendien mag de Regering niet meer dan twee informatiebureaus subsidiëren voor de gemeenten Eupen, Raeren, Kelmis en Lontzen en twee voor de gemeenten Sankt Vith, Amel, Burg-Reuland, Bütgenbach en Büllingen. » Art. 39.Toelagen voor maatregelen inzake voortgezette opleiding In hetzelfde decreet wordt een nieuw artikel 13bis ingevoegd, luidend als volgt : « Artikel 13bis Toelagen voor maatregelen inzake voortgezette opleiding Jaarlijks wordt aan de inrichtende machten van een informatiebureau een toelage toegekend voor maatregelen inzake voortgezette opleiding van het daar tewerkgesteld personeel. De toelage beloopt ten hoogste 50% van de werkelijk verrichte en bewezen uitgaven terzake met een maximumbedrag van 2.000 EUR. Jaarlijks wordt aan de inrichtende machten van een informatiepunt een toelage toegekend voor maatregelen inzake voortgezette opleiding van het daar tewerkgesteld personeel. De toelage beloopt ten hoogste 50 % van de werkelijk verrichte en bewezen uitgaven terzake met een maximumbedrag van 500 EUR. ». Art. 40.Subsidiëringsmodaliteiten In artikel 14 van hetzelfde decreet wordt de passus « 12 en 13 » vervangen door « 12, 13 en 13bis ». Art. 41.Blusapparaten Artikel 8, § 2, lid 1, van het decreet van 9 mei 1994 over het kamperen en de kampeerterreinen wordt vervangen door de volgende bepaling : « De blusapparaten bedoeld in § 1, 1°, moeten aan elementaire vereisten inzake veiligheid voldoen. Het bewijs dat aan deze vereisten wordt voldaan, kan worden geleverd als volgt : 1 ° blusapparaten die vóór 29 mei 1997 op de markt werden gebracht moeten : - als ze in België zijn vervaardigd, van de BENOR-label voorzien zijn; - als ze in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap zijn vervaardigd, aan de in de betrokken staat vigerende voorschriften inzake controle- en classificatiemethoden en aan de voorwaarden m.b.t. de precieze kenmerken van het blusapparaat, zoals samenstelling en grootte, voldoen; 2° blusapparaten die na 29 november 1999 op de markt werden gebracht, moeten van de CE-markering en de verklaring van overeenstemming worden voorzien overeenkomstig de richtlijn 97/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 mei 1997 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende drukapparatuur en de norm EN3 conform zijn;3° voor blusapparaten die tussen 29 mei 1997 en 29 november 1999 op de markt zijn gebracht, moet het bewijs naar keuze overeenkomstig 1° of 2° worden geleverd. Bovendien moeten de blusapparaten jaarlijks door een deskundige worden gecontroleerd. » HOOFDSTUK VII. - Sport Art. 42.Statuut van de sportschutters Artikel 14, lid 1, van het decreet van 20 november 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/02/1998 pub. 20/02/1998 numac 1998027077 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende toezicht en controle op de naleving van de wetgeving betreffende het tewerkstellingsbeleid type decreet prom. 05/02/1998 pub. 20/02/1998 numac 1998027078 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende toezicht en controle op de naleving van de wetgeving betreffende de omscholing en de bijscholing sluiten0 over het statuut van de sportschutters wordt vervangen door de volgende bepaling : « Sportschutters die, bij de inwerkingtreding van dit decreet, sinds ten minste 5 jaar actief lid zijn van een schietclub, beschikken over een termijn van 12 maanden om de sportschutterslicentie aan te vragen. In dit geval reikt de federatie de licentie op voorlegging van de in artikel 7 vermelde documenten uit; het getuigschrift van welslagen voor de proeven kan daarbij worden vervangen door het bewijs van de vaardigheid om met een wapen in alle veiligheid om te gaan, welke door de federatie wordt getoetst. » HOOFDSTUK VIII. - Infrastructuur Art. 43.Installaties voor de zuivering van afvalwater Artikel 2, lid 1, van het decreet betreffende de Infrastructuur van 18 maart 202, gewijzigd bij de decreten van 21 maart 2005 en 20 februari 2006, wordt aangevuld met de volgende bepaling : « 10° installaties voor de zuivering van afvalwater. » Art. 44.Wijziging van artikel 10 van het decreet betreffende de infrastructuur Artikel 10, lid 1, van hetzelfde decreet wordt vervangen de volgende bepaling : « Om subsidieerbaar te zijn, moet een infrastructuurproject in het infrastructuurplan zijn opgenomen, met uitzondering van het in artikel 2, lid 1, 6°, bepaald infrastructuurproject en van de in de artikelen 36 à 38 vermelde infrastructuurprojecten m.b.t. kampeerterreinen, hotelinrichtingen en vakantiewoningen. » Art. 45.Wijziging van artikel 11 van het decreet betreffende de infrastructuur Artikel 11, lid 1, van hetzelfde decreet wordt gewijzigd als volgt : - onder punt 1° worden de woorden « en kampeerterreinen » geschrapt zonder vervangen te worden; - er wordt een punt 1bis ingevoegd, luidend als volgt : « 1bis de in artikel 2, lid 1, 1° en 3° tot 10°, vermelde infrastructuurprojecten m.b.t. kampeerterreinen. » Art. 46.Wijziging van artikel 17 van het decreet betreffende de infrastructuur Artikel 17 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 3 februari 2003, 21 maart 2005 en 20 februari 2006, wordt gewijzigd als volgt : - in § 1, lid 1, wordt de passus « 7° tot 9° » vervangen door « 7 tot 10° »; - § 3, lid 2, wordt aangevuld met het volgende zinsdeel : « alsmede op de in de artikelen 36, 37 en 38 vermelde premies voor kampeerterreinen, hotelinrichtingen en vakantiewoningen. » Art. 47.Wijziging van artikel 24 van het decreet betreffende de infrastructuur In artikel 24, § 2, lid 3, wordt de datum « 30 september » vervangen door de datum « 15 september ». Art. 48.Aanvraag om premies voor kampeerterreinen, hotelinrichtingen en vakantiewoningen Hoofdstuk I, afdeling 5, wordt aangevuld met een onderafdeling 3, die artikel 24bis omvat : « Onderafdeling
- - Procédure voor de aanvraag om premies voor kampeerterreinen, hotelinrichtingen en vakantiewoningen Artikel 24bis Premies voor kampeerterreinen, hotelinrichtingen en vakantiewoningen § 1 In afwijking van de artikelen 19 tot 23 zijn de volgende regels van toepassing op de aanvraag om de in de artikelen 36 to 38 vermelde premies : De aanvrager dient bij de Regering een premieaanvraag in die volgende documenten moet omvatten : 1° gegevens m.b.t. de identiteit van de aanvrager; 2° een eigendomsbewijs of een afschrift van het huurcontract, het erfpachtverdrag of het opstalverdrag met betrekking tot de bedoelde onroerende goederen;3° een nauwkeurige beschrijving van de geplande werken alsmede het bewijs dat het project nuttig is en dat er een behoefte aan bestaat;4° het bewijs dat de BTW eventueel aftrekbaar is;5° het bewijs dat gezorgd wordt voor de financiering van het gedeelte van de uitgaven dat niet door de premie van de Duitstalige Gemeenschap gedekt is, alsmede voor de terugbetaling van de premie;6° de kostenramingen of het bestek met een omstandige kostenraming. Na ontvangst van het ontvangstbewijs van de volledige aanvraag kan de aanvrager met de werken beginnen zonder het recht op een premie te verliezen. §
- De Regering beslist over de aanvraag en kent desgevallend haar belofte voor een maximale premie toe. Deze wordt desgevallend op grond van de eindrekening aangepast. » Art. 49.Kampeerterreinen Artikel 36 van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Artikel 36.In afwijking van de artikelen 1, 4, 14, 16 en 18, § 2, kent de Regering voor infrastructuurprojecten m.b.t. kampeerterreinen premies toe die binnen 10 jaar na de uitbetaling ervan overeenkomstig de in artikel 39 bepaalde voorwaarden moeten worden terugbetaald. Slechts de in artikel 2, lid 1, 1 °, en 3° tot 10°, vermelde infrastructuurprojecten komen in aanmerking voor de toekenning van een premie voor kampeerterreinen. Voor projecten waarvan de globale kosten tot 500.000 EUR bedragen, beloopt deze premie 30% van het totaal bedrag der aanneembare uitgaven met een maximum van 50.000 EUR. Voor projecten waarvan de globale kosten meer dan 500.000 EUR bedragen, beloopt deze premie 100.000 EUR. Voor éénzelfde kampeerterrein kan een andere premie slechts worden toegekend, als ten minste drie achtsten van de voorafgaande premie zijn terugbetaald. » Art. 50.Hotelinrichtingen Artikel 37 van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Artikel 37.In afwijking van de artikelen 1, 4, 14, 16 en 18, § 2, kent de Regering voor infrastructuurprojecten m.b.t. hotelinrichtingen premies toe die binnen 10 jaar na de uitbetaling ervan overeenkomstig de in artikel 39 bepaalde voorwaarden moeten worden terugbetaald. Slechts de in artikel 2, lid 1, 1°, en 3° tot 9°, vermelde infrastructuurprojecten komen in aanmerking voor de toekenning van een premie, en dit uitsluitend voor hotelinrichtingen en vakantiewoningen waarvan elke kamer over bad en WC beschikt. Voor projecten waarvan de globale kosten tot 500.000 EUR bedragen, beloopt de premie 30% van het totaal bedrag der aanneembare uitgaven met een maximum van 50.000 EUR. Voor projecten waarvan de globale kosten meer dan 500.000 EUR bedragen, beloopt deze premie 100.000 EUR. Voor éénzelfde hotelinrichting kan een andere premie slechts worden toegekend, als ten minste drie achtsten van de voorafgaande premie zijn terugbetaald. » Art. 51.Vakantiewoningen Artikel 38 van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Artikel 38.In afwijking van de artikelen 1, 4, 14, 16 en 18, § 2, kent de Regering voor infrastructuurprojecten m.b.t. vakantiewoningen premies toe die binnen 10 jaar na de uitbetaling ervan overeenkomstig de in artikel 39 bepaalde voorwaarden moeten worden terugbetaald. Slechts de in artikel 2, lid 1, 1 °, en 3 ° tot 9°, vermelde infrastructuurprojecten komen in aanmerking voor de toekenning van een premie. De premie voor vakantiewoningen wordt slechts toegekend als : - de aanvrager geen handelsvennootschap is: - de globale kosten van het project ten minste 25.000 EUR bedragen; - de vakantiewoning ten minste in de catégorie « 3 korenaren » is ingedeeld of, na de werken waarvoor de premie is aangevraagd, ten minste aan de voorwaarden voor de indeling in deze categorie zal voldoen. De premie voor vakantiewoningen bedraagt 7.500 EUR. Deze premie wordt slechts één keer per autonome vakantiewoning toegekend. Deze premies worden voor maximum vijf vakantiewoningen aan een aanvrager toegekend. Samenwonende personen gelden als één aanvrager. » Art. 52.Terugbetaling van de premies voor kampeerterreinen, hotelinrichtingen en vakantiewoningen In hetzelfde decreet wordt een artikel 38bis ingevoegd, luidend als volgt : « Artikel 38bis Terugbetaling van de premies voor kampeerterreinen, hotelinrichtingen en vakantiewoningen Elk jaar vóór 31 oktober, echter ten laatste vóór 31 oktober van het derde kalenderjaar na de uitbetaling van het totaal bedrag der in de artikelen 36 tot 38 vermelde premies, betaalt de begunstigde ten minste één achtste van de premie terug, verhoogd met 1,5 % van het effectief saldo van de schuld, vóór de uitbetaling van de overeenstemmende schijf. Verwijlinteresten berekend tegen de wettelijke rentevoet worden verschuldigd, zodra de betalingsachterstand m.b.t. de schijf 30 kalenderdagen overschrijdt. » Art. 53.Wijziging van het besluit van 4 februari 2003 De artikelen 22 en 23 van het besluit van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap van 4 februari 2003 houdende uitvoering van het decreet van 18 maart 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/03/2002 pub. 10/07/2002 numac 2002033050 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de Infrastructuur sluiten betreffende de infrastructuur worden opgeheven. HOOFDSTUK IX. - Plaatselijke overheden Art. 54.Gemeentelijke dotatie Artikel 30 van het programmadecreet van 21 maart 2005Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/02/1998 pub. 20/02/1998 numac 1998027077 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende toezicht en controle op de naleving van de wetgeving betreffende het tewerkstellingsbeleid type decreet prom. 05/02/1998 pub. 20/02/1998 numac 1998027078 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende toezicht en controle op de naleving van de wetgeving betreffende de omscholing en de bijscholing sluiten1 wordt vervangen als volgt : 1° in het eerste lid wordt het jaargetal « 2007 » vervangen door « 2008 »;2° het eerste lid wordt aangevuld met volgende leden : « Als de in het eerste lid bepaalde berekening tot gevolg heeft dat een gemeente meer dan 80 % van het gemiddeld bedrag per inwoner ontvangt, dan wordt de dotatie beperkt tot dit bedrag.Het inwonertal wordt berekend op 1 januari
- Het overschot wordt onder de gemeenten met het laagste bedrag per inwoner verdeeld. Ten eerste ontvangt de gemeente met het laagste bedrag per inwoner het verschil t.o.v. de gemeente met het onmiddellijk hoger bedrag per inwoner. Daarna ontvangt telkens de gemeente met het laagste bedrag per inwoner het verschil t.o.v. de gemeente met het onmiddellijk hoger bedrag. » HOOFDSTUK X. - Begrotingsfondsen Art. 55.Wijziging van het decreet van 17 januari 1994 houdende inrichting van bijkomende begrotingsfondsen van de Duitstalige Gemeenschap Artikel 1 van het decreet van 17 januari 1994 houdende inrichting van bijkomende begrotingsfondsen van de Duitstalige Gemeenschap, gewijzigd bij het decreet van 7 januari 2002, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Artikel 1.§
- Er wordt een Fonds voor de financiering van terugbetaalbare premies, kredieten en participaties ingericht. Dit fonds stemt overeen met een begrotingsfonds volgens artikel 45 van de wet op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd door het koninklijk besluit van 17 juli
- §
- Het Fonds voor de financiering van terugbetaalbare premies, kredieten en participaties kan over ontvangsten beschikken die voortvloeien uit de verwezenlijking van de opdrachten van het fonds, voor zover zij wegens hun specificiteit niet eerder onder een ander begrotingsfonds moeten worden ingeschreven, inzonderheid : 1° de terugbetaling van de participaties of kredieten toegekend aan « Ostbelgieninvest » of aan andere handelsvennootschappen;2° de terugbetaling door de gewestelijke huisvestingsmaatschappij van de aan de erkende maatschappijen toegekende leningen;3° de op grond van het decreet van 18 maart 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/03/2002 pub. 10/07/2002 numac 2002033050 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de Infrastructuur sluiten betreffende de infrastructuur terugbetaalde premies;4° het deel van de globale dotatie waarin de ontvangstenbegroting van de Duitstalige Gemeenschap in de vorm van toegewezen ontvangsten voorziet om de opdrachten van dit fonds te vervullen;5° de opbrengst in winsten en renten of toegevoegde waarden voortvloeiend uit het beheer van deze middelen. §
- Voor zover de eventuele uitgaven wegens hun specificiteit niet eerder onder een ander begrotingsfonds moeten worden ingeschreven, kunnen de financiële middelen van het Fonds voor de financiering van terugbetaalbare premies, kredieten en participaties gebruikt worden voor : 1° de betaling van de premies toegekend op grond van het decreet van 18 maart 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/03/2002 pub. 10/07/2002 numac 2002033050 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de Infrastructuur sluiten betreffende de infrastructuur;2° de betaling van participaties of kredieten aan handelsvennootschappen;3° de betaling van leningen of voorschotten aan inrichtingen, vzw's of overige inrichtende machten van prestaties verricht in opdracht van de Duitstalige Gemeenschap. §
- De Regering van de Duitstalige Gemeenschap wijst een rekenplichtige aan. §
- Jaarlijks geeft de Regering verslag van het beheer van het fonds aan het Parlement ter aanleiding van het voorleggen van de begroting. » Art. 56.Wijziging van het decreet van 17 januari 1994 houdende inrichting van bijkomende begrotingsfondsen van de Duitstalige Gemeenschap De artikelen 2 en 3 van het decreet van 17 januari 1994 houdende inrichting van bijkomende begrotingsfondsen van de Duitstalige Gemeenschap, gewijzigd bij het programmadecreet van 7 januari 2002, worden opgeheven. HOOFDSTUK XI. - Slotbepalingen Art. 57.Overgangsbepalingen Dit decreet is van toepassing op aanvragen m.b.t. de in de artikelen 36 tot 38 van het decreet van 18 maart 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/03/2002 pub. 10/07/2002 numac 2002033050 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de Infrastructuur sluiten betreffende de infrastructuur vermelde premies waarvoor nog geen vaste belofte is verleend op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit decreet; het recht op een premie blijft behouden. zelfs wanneer de werken reeds vóór de inwerkingtreding van dit decreet zijn begonnen. Art. 58.Inwerkingtreding Dit decreet treedt in werking de dag waarop het wordt aangenomen, met uitzondering van - de artikelen 1, 24, 33, 34, 35, 39 en 40, welke op l januari 2007 uitwerking hebben; - artikel 42, dat op 9 juni 2006 uitwerking heeft; - artikel 54, dat op 1 januari 2008 in werking treedt. Wij kondigen dit decreet af en bevelen dat het door het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt wordt. Eupen op 25 juni
- K.-H. LAMBERTZ, Minister-President van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap, Minister van Lokale Besturen. B. GENTGES, Vice-Minister-President van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap, Minister van Vorming en Werkgelegenheid, Sociale Aangelegenheden en Toerisme. O. PAASCH, Minister van Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek. I. WEYKMANS, Minister van Cultuur en Média, Monumentenzorg, Jeugd en Sport. _______ Nota