bijlage I en II;d) aardappelknollen waarvan bij een officieel onderzoek is gebleken dat ze aan de voorwaarden,
punt a),
bijlage I en II;d) aardappelknollen waarvan bij een officieel onderzoek is gebleken dat ze aan de voorwaarden,
punten a),
punt 3°,
bijlage I en II;3° ze behoren tot een ras dat voorkomt in de nationale rassencatalogi voor landbouwgewassen en groentegewassen, vastgesteld ter uitvoering van het koninklijk besluit van 8 juli 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/07/2001 pub. 11/10/2001 numac 2001016251 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende de nationale rassencatalogi voor landbouwgewassen en groentegewassen sluiten betreffende de nationale rassencatalogi voor landbouwgewassen en groentegewassen, of op de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen;4° ze gekalibreerd zijn overeenkomstig de volgende bepalingen :
bijlage II, mag wel gesorteerd worden onder toezicht van de bevoegde entiteit. De niet-verwijderde pootaardappelen worden vervolgens aan een nieuw officieel onderzoek onderworpen. § 3. Voor pootaardappelen die met microvermeerdering worden gekweekt en die op grond van dit besluit niet de vereiste afmetingen hebben, kan de minister, overeenkomstig de beslissingen van de instellingen van de Europese Gemeenschap, afwijkingen met betrekking tot specifieke bepalingen van dit besluit, welbepaalde eisen en aanduidingen opleggen. Art. 4.In afwijking van artikel 3, § 1, 1° en 2°, kan kweekmateriaal van generaties die aan het basispootgoed voorafgaan, onder de volgende voorwaarden in de handel worden gebracht : 1° het materiaal is geteeld in overeenstemming met de aanvaarde praktijken voor het behoud van het ras en van de gezondheid;2° het materiaal is hoofdzakelijk bestemd voor de teelt van basispootgoed;3° het materiaal voldoet aan de door de minister, overeenkomstig de beslissingen van de instellingen van de Europese Gemeenschap, vastgestelde minimumvoorwaarden voor prebasispootgoed;4° uit een officieel onderzoek blijkt dat het materiaal voldoet aan de minimumvoorwaarden,
3°. Art. 5.Bij het onderzoek van de knollen met het oog op de goedkeuring worden monsters officieel en volgens passende methoden genomen. Art. 6.Het is verboden pootaardappelen in de handel te brengen als ze zijn behandeld met kiemremmende middelen. Art. 7.De minister kan een verzoek tot machtiging richten aan de instellingen van de Europese Gemeenschap om, voor het in de handel brengen van pootaardappelen in het Vlaamse grondgebied of in gedeelten ervan, strengere maatregelen te treffen dan de maatregelen,
bijlage I en II, tegen schadelijke organismen die in de betrokken gebieden niet voorkomen of die voor de teelt in die gebieden bijzonder nadelig kunnen zijn. Bij onmiddellijk gevaar van binnendringen of uitbreiding van dergelijke schadelijke organismen kan de minister vanaf het ogenblik waarop het verzoek tot machtiging werd gedaan tot het ogenblik waarop de instellingen van de Europese Gemeenschap hierover definitief hun standpunt bepalen, maatregelen treffen. Art. 8.De minister kan de categorieën pootaardappelen,
artikel 1, indelen in klassen waarvoor verschillende eisen gelden. Art. 9.§
, kan maatregelen omvatten om : 1° de teelt van pootaardappelen en die van andere aardappelen gescheiden te houden;2° pootaardappelen en andere aardappelen apart te sorteren, op te slaan, te vervoeren, en te behandelen. Art. 10.In afwijking van artikel 3, § 1, kan de bevoegde entiteit aan de producenten toestemming verlenen om de volgende hoeveelheden pootgoed in de handel te brengen : 1° kleine hoeveelheden pootaardappelen voor wetenschappelijke of kweekdoeleinden;2° passende hoeveelheden pootaardappelen voor onderzoeks- of beproevingsdoeleinden, voor zover het gaat om pootaardappelen van een ras waarvoor een aanvraag tot opneming op de gemeenschappelijke rassenlijst in Vlaanderen is ingediend. De doeleinden waarvoor de toestemming wordt verleend, de voorschriften voor de etikettering van de verpakkingen evenals de hoeveelheden waarvoor en de voorwaarden waaronder deze toestemming wordt verleend, worden door de minister, overeenkomstig de beslissingen van de instellingen van de Europese Gemeenschap vastgesteld. In geval van genetisch gemodificeerd materiaal mag daarvoor alleen toestemming worden verleend als de bepalingen van het koninklijk besluit van 21 februari 2005 tot reglementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of van producten die er bevatten nageleefd worden. Voor de milieurisicobeoordeling die in dat verband uitgevoerd moet worden, is artikel 4, § 3, van het koninklijk besluit van 8 juli 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/07/2001 pub. 11/10/2001 numac 2001016251 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende de nationale rassencatalogi voor landbouwgewassen en groentegewassen sluiten betreffende de nationale rassencatalogi voor landbouwgewassen en groentegewassen van toepassing. Afdeling II. - Bepalingen over de verpakking en de aanduiding Art. 11.Basispootgoed en gecertificeerd pootgoed mogen alleen in de handel worden gebracht in voldoende homogene partijen en in verpakkingen of bakken die zijn gesloten met een sluitingssysteem, overeenkomstig artikel 12, en voorzien van een aanduiding, overeenkomstig artikel 13. De minister kan afwijkingen van de bepalingen van § 1 vaststellen voor het in de handel brengen van kleine hoeveelheden ten behoeve van de laatste gebruiker wat betreft verpakking, sluitingssysteem en aanduiding. Art. 12.§ 1. De verpakkingen en bakken van basispootgoed en gecertificeerd pootgoed zijn officieel of onder officieel toezicht zodanig gesloten dat ze niet kunnen worden geopend zonder dat het sluitingssysteem wordt beschadigd of zonder dat het officiële etiket, de verpakking of de bak,
artikel 13, § 1, sporen van manipulatie vertoont. Voor een goede sluiting moet ten minste het voormelde etiket in het sluitingssysteem zijn verwerkt, ofwel moet op de sluiting een officieel zegel zijn aangebracht. De maatregelen,
het tweede lid, zijn echter niet noodzakelijk voor een sluitingssysteem dat niet opnieuw kan worden gebruikt. De minister kan, overeenkomstig de beslissingen van de instellingen van de Europese Gemeenschap, vaststellen wanneer een bepaald sluitingssysteem hieraan voldoet. § 2. Een, eventueel herhaalde, nieuwe sluiting mag alleen officieel of onder officieel toezicht gebeuren. In dat geval wordt op het etiket,
artikel 13, § 1, ook melding gemaakt van de laatste sluiting, van de datum daarvan en van de dienst die de sluiting heeft verricht. §
bijlage III, artikel 1, 3°, 5° en 7°.Het certificaat moet een zodanige vorm hebben dat het niet kan worden verward met een officieel etiket als
punt 1°. Het certificaat is niet vereist wanneer de gegevens onuitwisbaar op de verpakking zijn aangebracht of wanneer overeenkomstig punt 1° een gometiket of een etiket van scheurvrij materiaal wordt gebruikt. § 2. De minister kan afwijkingen van § 1 vastleggen voor op het Vlaamse grondgebied gesloten kleine verpakkingen van gecertificeerd pootgoed,overeenkomstig de beslissingen van de instellingen van de Europese Gemeenschap. Art. 14.Kwekersmateriaal van generaties die aan het basispootgoed voorafgaan, mag op grond van artikel 4 in de handel worden gebracht als : 1° het materiaal wordt aangeboden in verpakkingen of bakken die voldoen aan de bepalingen van dit besluit;2° de verpakkingen of bakken voorzien zijn van een officieel etiket, waarop ten minste de volgende gegevens vermeld staan : a) certificeringsdienst en lidstaat of hun desbetreffend kenteken;b) telernummer of partijnummer;c) maand en jaar van de sluiting;d) de soort, aangegeven met ten minste, in Latijns schrift, de botanische benaming, eventueel in verkorte vorm en zonder de namen van de auteurs, of de gewone benaming, of beide;e) ras, ten minste
Latijns schrift;f) aanduiding 'prebasispootgoed';3° Het etiket wit van kleur is en er een diagonale paarse streep op staat. Art. 15.Overeenkomstig de beslissingen van de instellingen van de Europese Gemeenschap kan de minister bepalen in welke andere gevallen, buiten het toepassingsgebied van artikelen 11, 12 en 13, verpakkingen of bakken van basispootgoed of gecertificeerd pootgoed voorzien moeten zijn van een etiket van de leverancier en hij legt de vorm van dat etiket vast. Art. 16.Voor pootaardappelen van een ras dat genetisch is gemodificeerd, moet op elk officieel dan wel ander etiket of document dat krachtens het bepaalde in dit besluit op de partij aardappelen is aangebracht of bij die partij is gevoegd, duidelijk zijn vermeld dat het ras genetisch is gemodificeerd. Art. 17.§ 1. In geval van een chemische behandeling van het basispootgoed of van het gecertificeerde pootgoed moet hiervan op het officiële etiket of een etiket van de leverancier evenals op of in de verpakking melding zijn gemaakt. De leverancier vermeldt bovendien de naam van elke werkzame stof van het gebruikte product of de gebruikte producten op een door hem aangebracht aanvullend etiket als
artikel
bijlage I en II. Art. 22.In het keurings- en certificeringsreglement,
artikel 21, zijn de volgende elementen opgenomen : 1° de voorwaarden en bepalingen met betrekking tot de controle,
artikel 20;2° de voorwaarden waaraan de natuurlijke of rechtspersonen moeten voldoen om gerechtigd te zijn.Die personen worden door bevoegde entiteit erkend als uit een onderzoek blijkt dat die voorwaarden zijn vervuld; 3° de voorwaarden voor het indienen van een aanvraag tot keuring voor teelten die bestemd voor de productie van pootgoed. HOOFDSTUK IV. - Controle van de handel en de strafbepalingen Art. 23.Door officiële steekproeven wordt nagegaan of het in de handel gebrachte pootgoed beantwoordt aan de eisen en voorwaarden,
dit besluit. Art. 24.Onverminderd het vrije verkeer van pootgoed binnen de Europese Gemeenschap neemt de minister de nodige maatregelen opdat hij bij het in de handel brengen van uit derde landen ingevoerde hoeveelheden pootgoed van meer dan 2 kg van de volgende gegevens op de hoogte wordt gebracht : 1° soort;2° ras;3° categorie;4° producerend land en officiële keuringsdienst;5° land van verzending;6° invoerder;7° hoeveelheid pootgoed. Art. 25.§
, omvatten met name de volgende punten : 1° in het geval,
, 2°, is het pootgoed van deze soorten van een bekende herkomst die is erkend door de minister;2° in het geval,
Art. 26.De termijn, waarvoor de overheidspersonen,
artikel 6 van de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt, op grond van artikel 13 van die wet, de bij dit besluit gereglementeerde producten bij administratieve maatregel voorlopig in beslag mogen nemen, is vastgesteld op drie maanden. Art. 27.De facturen, contracten, catalogi, omzendbrieven, prospectussen, prijslijsten, offerten voor verkoop en andere soortgelijke documenten moeten de vermeldingen dragen die zijn voorgeschreven in bijlage III, artikel 1, 5°, 6°, 7° en 8°. Art. 28.De bereiders, invoerders en verkopers moeten de aankoopfactuur, een afschrift van de verkoopfactuur en de vervoersdocumenten gedurende drie jaar vanaf 1 januari van het jaar dat op de datum ervan volgt, bewaren om ze zonder verplaatsing aan de ambtenaren, belast met het toezicht op de toepassing van dit besluit, op hun verzoek voor te leggen. Art. 29.Overtredingen van de bepalingen van dit besluit wordt opgespoord, vastgesteld, vervolgd en bestraft overeenkomstig de bepalingen van de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt. HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen Art. 30.Dit besluit geldt met behoud van de toepassing van het koninklijk besluit van 10 augustus 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/08/2005 pub. 31/08/2005 numac 2005022636 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen sluiten betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen. Art. 31.Het koninklijk besluit van 2 mei 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 02/05/2001 pub. 19/09/2001 numac 2001016219 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit houdende reglementering van de handel in en van de keuring van pootaardappelen sluiten houdende reglementering van de handel in en de keuring van pootaardappelen, wordt opgeheven. Art. 32.Het ministerieel besluit van 21 december 2001Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 21/12/2001 pub. 06/03/2002 numac 2002016003 bron ministerie van middenstand en landbouw Ministerieel besluit tot vaststelling van een keurings- en certificeringsreglement voor de productie van pootaardappelen sluiten tot vaststelling van een keurings- en certificeringsreglement van pootaardappelen genomen ter uitvoering van het koninklijk besluit van 2 mei 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 02/05/2001 pub. 19/09/2001 numac 2001016219 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit houdende reglementering van de handel in en van de keuring van pootaardappelen sluiten houdende reglementering van de handel in en de keuring van pootaardappelen blijft van toepassing tot het uitdrukkelijk opgeheven wordt. Art. 33.De Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 19 januari 2007. De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid, Y. LETERME Bijlage I. - Minimumvoorwaarden voor pootaardappelen Artikel 1.Basispootgoed moet aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° Het aantal planten dat door zwartbenigheid is aangetast, mag bij een officiële veldkeuring niet meer bedragen dan 2 %.2° In de directe nateelt mag het aantal niet-rasechte planten niet meer dan 0,25 % bedragen.Niet meer dan 0,1 % daarvan mag van andere rassen zijn. 3° In de directe nateelt mag het aantal planten met symptomen van zware of lichte virusziekten niet meer bedragen dan 4 %. Art. 2.Gecertificeerd pootgoed moet aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° Het aantal planten dat door zwartbenigheid is aangetast, mag bij een officiële veldkeuring niet meer bedragen dan 4 %.2° In de directe nateelt mag het aantal niet-rasechte planten niet meer bedragen dan 0,5 %.Niet meer dan 0,2 % daarvan mag van andere rassen zijn. 3° In de directe nateelt mag het aantal planten met symptomen van zware virusziekten niet meer bedragen dan 10 %.Lichte mozaïek, als slechts lichte verkleuringen zonder misvormingen van de bladeren te constateren zijn, blijft buiten beschouwing. Art. 3.Bij de beoordeling van de nateelt van een ras dat chronisch door een virusziekte is aangetast, worden de door dat virus veroorzaakte lichte symptomen niet in aanmerking genomen. Art. 4.De toleranties,
artikel 1, c), artikel 2, c) en artikel 3 gelden alleen voor virusziekten die door virussen worden veroorzaakt die in Europa zijn verbreid. Art. 5.Het vermeerderingsperceel is vrij van alle schadelijke organismen,
het koninklijk besluit van 10 augustus 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/08/2005 pub. 31/08/2005 numac 2005022636 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen sluiten betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen. Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 januari 2007 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van pootaardappelen. Brussel, 19 januari
het koninklijk besluit van 10 augustus 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/08/2005 pub. 31/08/2005 numac 2005022636 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen sluiten betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen en in zijn uitvoeringsbesluiten. Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 januari 2007 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van pootaardappelen. Brussel, 19 januari 2007. De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid, Y. LETERME Bijlage III. - Etiket Artikel 1.Te vermelden gegevens : 1° E.U.-systeem; 2° keuringsdienst en lidstaat of desbetreffend kenteken;3° telernummer of partijnummer;4° maand en jaar van de sluiting;5° ras, ten minste
Latijns schrift;6° teeltland;7° categorie en eventueel klasse;8° sortering;9° opgegeven nettogewicht. Art. 2.Minimumafmetingen : 110 mm x 67 mm. Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 januari 2007 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van pootaardappelen. Brussel, 19 januari 2007. De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid, Y. LETERME
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.