artikel 2, 7°, van het decreet van 22 december 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 22/12/2006 pub. 22/01/2007 numac 2007035045 bron vlaamse overheid Decreet houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid sluiten houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwer, exploitatie en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid;5° de verordening : Verordening (EG) nr.1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO); 6° de begunstigde : de landbouwer of niet-landbouwer die voldoet aan de voorwaarden,
artikel 39, tweede lid, van de verordening;7° de controleverordening : Verordening (EG) nr.1975/2006 van de Commissie van 7 december 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad met betrekking tot de toepassing van controleprocedures en van de randvoorwaarden in het kader van de steunmaatregelen voor plattelandsontwikkeling; 8° de uitvoeringsverordening : Verordening (EG) nr.1974/2006 van de Commissie van 15 december 2006 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO); 9° de MTR-verordening : Verordening (EG) nr.1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001, het laatst gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 319/2006 van de Raad van 20 februari 2006; 10° het decreet : het decreet van 3 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 03/03/2004 pub. 26/03/2004 numac 2004035445 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet inzake de subsidiëring van meer duurzame landbouwproductiemethoden en de erkenning van centra voor meer duurzame landbouw sluiten inzake de subsidiëring van meer duurzame landbouwproductiemethoden en de erkenning van centra voor meer duurzame landbouw;11° de verzamelaanvraag : de verzamelaanvraag,
artikel 1, 4° van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 09/02/2007 pub. 13/04/2007 numac 2007035539 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende bepalingen tot inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid sluiten houdende bepalingen tot inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid;12° de randvoorwaarden : de dwingende eisen,
artikel 4 en 5 en in bijlage III en IV van de MTR-verordening, waarvan voor Vlaanderen de normen inzake goede landbouw en milieucondities zijn vastgelegd in artikel 7 tot 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2005Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 08/07/2005 pub. 04/08/2005 numac 2005035917 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse Regering tot instelling van een bedrijfstoeslagregeling en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en tot toepassing van de randvoorwaarden sluiten tot instelling van een bedrijfstoeslagregeling en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en tot toepassing van de randvoorwaarden;13° de minimumeisen : minimumeisen voor het gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen,
artikel 39, derde lid, van de verordening. HOOFDSTUK II. - Agromilieumaatregelen Art. 2.Afhankelijk van de kredieten op de begroting van het Vlaamse Gewest die daartoe goedgekeurd zijn, kan de minister een subsidie toekennen aan begunstigden die zich ertoe verbinden een of meer van de volgende agromilieumaatregelen toe te passen : 1° mechanische onkruidbestrijding;2° vermindering van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen in de sierteelt;3° de biologische productiemethode;4° introductie van vlinderbloemige gewassen in het silagevoeder voor een meer grondgebonden Vlaamse veehouderij;5° behoud van met uitsterven bedreigde lokale veerassen en variëteiten van hoogstamboomgaarden. Art. 3.Om een subsidie te verkrijgen voor de toepassing van een agromilieumaatregel als
artikel 2, gaat de begunstigde een verbintenis aan voor een duur van vijf opeenvolgende jaren. Met toepassing van artikel 51 van de verordening kunnen de subsidies verlaagd en geannuleerd worden als de landbouwer niet voldoet aan de randvoorwaarden of aan de minimumeisen. De verbintenissen kunnen aangegaan worden vanaf 1 januari 2007. Voor de verbintenissen tot toepassing van de agromilieumaatregelen,
artikel 2, 1° tot 4°, geldt de verzamelaanvraag als betalingsaanvraag. Voor de verbintenissen tot toepassing van de agromilieumaatregelen,
artikel 2, 5°, moet de landbouwer jaarlijks een afzonderlijke betalingsaanvraag indienen. Overeenkomstig artikel 46 van de uitvoeringsverordening wordt de verbintenis tijdens de looptijd door het agentschap of het departement herzien bij wijziging van de relevante dwingende normen of eisen,
artikel 39, derde lid, van de verordening. Art. 4.§ 1. De landbouwer kan voor de agromilieumaatregel,
artikel 2, 1°, afhankelijk van de kredieten op de begroting van het Vlaamse Gewest die daartoe goedgekeurd zijn, een jaarlijkse subsidie ontvangen van maximaal 250 euro/ha. § 2. Om voor de subsidie,
, in aanmerking te komen moet de landbouwer gedurende de volledige looptijd van zijn verbintenis aan al de volgende voorwaarden voldoen : 1° mechanische onkruidbestrijding toepassen op minstens 0,5 ha van zijn in het Vlaamse Gewest gelegen percelen openluchtteelten met uitzondering van grasland, grasklaver, bebossing, beschutte teelten en braak.Non-foodbraak komt wel in aanmerking voor de subsidie; 2° de betreffende percelen aangeven in de verzamelaanvraag en elke wijziging van de initiële aangifte melden;3° de betreffende percelen tijdens de hoofdteelt, maar ook tijdens de voor- of nateelt, in eigen gebruik hebben voor een totale duur van minstens 1 jaar;4° voor de betreffende percelen geen gebruik maken van herbiciden en bodemontsmettingsmiddelen gedurende de hele hoofdteelt en de voorbereidingswerkzaamheden.Voor eenjarige teelten gelden die voorwaarden eveneens voor de voor- of nateelten en dit voor een totale periode van minimum 1 jaar; 5° per teelt een teeltfiche bijhouden met de actuele gegevens van de onkruidbestrijding. §
, komen in aanmerking voor de subsidie,
5.§ 1. De landbouwer kan voor de agromilieumaatregel,
artikel 2, 2°, afhankelijk van de kredieten op de begroting van het Vlaamse Gewest die daartoe goedgekeurd zijn, een jaarlijkse subsidie ontvangen van maximaal 75 euro/ha, 450 euro/ha en 900 euro/ha voor respectievelijk extensieve teelten, zijnde boomkwekerijen in volle grond, intensieve teelten in openlucht en intensieve teelten onder glas of plastic. § 2. De maximale jaarlijkse subsidie die de landbouwer kan ontvangen bedraagt 5000 euro. § 3. Om in aanmerking te komen voor de subsidie,
, moet de landbouwer gedurende de volledige looptijd van zijn verbintenis aan al de volgende voorwaarden voldoen : 1° via registratie het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen voor zijn oppervlakte sierteelt op zijn exploitaties optimaliseren, rekening houdend met de milieu-impact van zijn gewasbeschermingsmiddelengebruik, omgerekend via een door een erkend Centrum voor duurzame landbouwontwikkeling gebruikte milieu-indicator;2° de registratie uitvoeren per periode van vier weken, waarbij voor de gewasbeschermingsmiddelen minimaal het middel, de formulering en de hoeveelheid moet worden vermeld en voor de meststoffen de meststof, de formulering en de hoeveelheid;3° in het kwartaal dat volgt op het eerste jaar van registratie een plan indienen dat de volgende elementen bevat :
, en die in de verbintenis zijn opgenomen, komen in aanmerking voor de subsidie,
6.§ 1. De landbouwer kan voor de agromilieumaatregel,
artikel 2, 3°, afhankelijk van de kredieten op de begroting van het Vlaamse Gewest die daartoe goedgekeurd zijn, een jaarlijkse subsidie ontvangen die afhankelijk is van de teelt en het aantal jaren sinds het begin van de omschakeling naar de biologische productiemethode : 1° voor eenjarige akkerbouw- en voederteelten is de subsidie degressief op basis van het aantal jaren sinds het begin van de omschakeling naar de biologische productiemethode en bedraagt ze, afhankelijk van de kredieten op de begroting van het Vlaamse Gewest die daartoe goedgekeurd zijn, respectievelijk maximaal 600, 600, 360, 360 en 360 euro/ha.Vanaf het zesde jaar wordt een subsidie van maximaal 240 euro/ha gegeven; 2° voor de teelt van grasland, meerjarige voederteelten en begraasbare natuurlijke begroeiing is de subsidie degressief op basis van het aantal jaren sinds het begin van de omschakeling naar de biologische productiemethode en bedraagt ze, afhankelijk van de kredieten op de begroting van het Vlaamse Gewest die daartoe goedgekeurd zijn, respectievelijk maximaal 450, 450, 150, 150 en 150 euro/ha.Vanaf het zesde jaar wordt een subsidie van maximaal 120 euro/ha gegeven. Voor begraasbare natuurlijke begroeiing wordt de subsidie toegekend vanaf een gemiddelde minimum biologische veebezetting van 1,6 grootvee-eenheden per hectare; 3° voor de teelt van eenjarige groenten, kruiden en fruit (eerste 2, 5ha) is de subsidie degressief op basis van het aantal jaren sinds het begin van de omschakeling naar de biologische productiemethode en bedraagt ze, afhankelijk van de kredieten op de begroting van het Vlaamse Gewest die daartoe goedgekeurd zijn, respectievelijk maximaal 1000, 1000, 800, 800 en 800 euro/ha.Vanaf het zesde jaar wordt een subsidie van maximaal 495 euro/ha gegeven; 4° voor de teelt van eenjarige groenten, kruiden en fruit (boven 2, 5ha) is de subsidie degressief op basis van het aantal jaren sinds het begin van de omschakeling naar de biologische productiemethode en bedraagt ze, afhankelijk van de kredieten op de begroting van het Vlaamse Gewest die daartoe goedgekeurd zijn, respectievelijk maximaal 1000, 1000, 700, 700 en 700 euro/ha.Vanaf het zesde jaar na de omschakeling wordt een subsidie van maximaal 380 euro/ha gegeven; 5° voor beschutte teelten is de subsidie degressief op basis van het aantal jaren sinds het begin van de omschakeling naar de biologische productiemethode en bedraagt ze, afhankelijk van de kredieten op de begroting van het Vlaamse Gewest die daartoe goedgekeurd zijn, respectievelijk maximaal 1650, 1650, 990, 990 en 990 euro/ha.Vanaf het zesde jaar wordt een subsidie van maximaal 790 euro/ha gegeven; 6° voor meerjarige fruitteelten, groenteteelten en kruidenteelten is de subsidie degressief op basis van het aantal jaren sinds het begin van de omschakeling naar de biologische productiemethode en bedraagt ze, afhankelijk van de kredieten op de begroting van het Vlaamse Gewest die daartoe goedgekeurd zijn, respectievelijk maximaal 900, 900, 900, 620 en 620 euro/ha.Vanaf het zesde jaar wordt een subsidie van maximaal 555 euro/ha gegeven. Hoogstammige fruitbomen en notenbomen die ouder zijn dan vijf jaar komen enkel in aanmerking als de oogst ervan wordt gecommercialiseerd. § 2. Om in aanmerking te komen voor de subsidie,
, moet de landbouwer gedurende de volledige looptijd van zijn verbintenis aan al de volgende voorwaarden voldoen : 1° de percelen die het voorwerp uitmaken van de verbintenis, beheren overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EEG) nr.2092/91 van de Raad van 24 juni 1991 inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen; 2° de naleving van Verordening (EEG) nr.2092/91 van de Raad van 24 juni 1991 inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen op de percelen die het voorwerp uitmaken van de verbintenis laten controleren door een controleorgaan dat erkend is door de Vlaamse overheid krachtens artikel 2 van het koninklijk besluit van 17 april 1992 inzake de biologische produktiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwprodukten en levensmiddelen; 3° de percelen die het voorwerp uitmaken van de verbintenis gedurende de looptijd van de verbintenis ononderbroken in eigen gebruik hebben;4° de percelen die het voorwerp uitmaken van de verbintenis jaarlijks aangeven in de verzamelaanvraag en elke wijziging van de initiële aangifte melden;5° uiterlijk op de uiterste indieningsdatum van de verzamelaanvraag de percelen aanmelden bij het controleorgaan,
2°;6° de biologische productiemethode vijf opeenvolgende jaren vanaf de start van de verbintenis toepassen op de percelen, gelegen in het Vlaamse Gewest, die het voorwerp uitmaken van de verbintenis.Dit zijn de percelen aangegeven in het eerste jaar van de verbintenis. § 3. De landbouwer zal voor het jaar van de omschakeling slechts voor een subsidie in aanmerking komen als de omschakeling voor de uiterste indieningsdatum van de verzamelaanvraag gestart en aangemeld is bij het controleorgaan,
§ 4. Als de landbouwer gedurende de looptijd van de verbintenis de biologische productiemethode toepast op bijkomende percelen met een oppervlakte die kleiner is dan 2 ha en kleiner dan 50 % van de oorspronkelijke verbintenis, kan de landbouwer het agentschap verzoeken om de lopende verbintenis voor de resterende looptijd uit te breiden met de extra oppervlakte. De uitbreiding van de bestaande verbintenis is alleen mogelijk mits de voorwaarden,
artikel 45, tweede lid, van de uitvoeringsverordening, worden nageleefd. § 5. Als de landbouwer gedurende de looptijd van de verbintenis de biologische productiemethode toepast op bijkomende percelen met een oppervlakte die groter is dan 2 ha of groter dan 50 % van de oorspronkelijke verbintenis, kan de landbouwer het agentschap verzoeken om de oorspronkelijke verbintenis te vervangen door een nieuwe verbintenis. De vervanging van de bestaande verbintenis door een nieuwe verbintenis is alleen mogelijk onder de voorwaarden,
artikel 45, derde lid, van de uitvoeringsverordening. § 6. De percelen die aangegeven zijn in de verzamelaanvraag voor de agromilieumaatregel,
, en die in de verbintenis zijn opgenomen, komen in aanmerking voor de subsidie,
De indeling van de gewassen in teeltgroepen wordt gegeven in bijlage I bij dit besluit. Art. 7.§ 1. De landbouwer kan voor de agromilieumaatregel,
artikel 2, 4°, afhankelijk van de kredieten op de begroting van het Vlaamse Gewest die daartoe goedgekeurd zijn, een jaarlijkse subsidie ontvangen van maximaal 275 euro/ha. § 2. Om in aanmerking te komen voor de subsidie,
, moet de landbouwer gedurende de volledige looptijd van zijn verbintenis aan al de volgende voorwaarden voldoen : 1° gedurende de looptijd van zijn verbintenis op het veeteeltbedrijf minstens 0,5 ha van de volgende teelten houden :
, komen in aanmerking voor de subsidie,
8.§ 1. De begunstigde kan voor de agromilieumaatregel,
artikel 2, 5°, afhankelijk van de kredieten op de begroting van het Vlaamse Gewest die daartoe goedgekeurd zijn, maximaal de volgende jaarlijkse subsidie ontvangen : 1° 100 euro per dier voor het houden van de met uitsterven bedreigde lokale rundveerassen,
de bijlage II, die bij dit besluit is gevoegd;2° 25 euro per dier voor het houden van de met uitsterven bedreigde lokale schapenrassen,
de bijlage II, die bij dit besluit is gevoegd;3° respectievelijk 4 euro en 2 euro per boom voor het planten of onderhouden van minstens tien bomen van de zeldzame lokale rassen van hoogstambomen,
de bijlage II, die bij dit besluit is gevoegd. § 2. Het maximaal aantal dieren waarvoor een begunstigde een subsidie kan krijgen voor de agromilieumaatregel,
§ 3. Om in aanmerking te komen voor de subsidie,
, moet de begunstigde aan al de volgende voorwaarden voldoen : 1° in het bezit zijn van een schriftelijke overeenkomst met het departement om gedurende vijf opeenvolgende jaren een aantal dieren of hoogstambomen te houden van een ras als
de bijlage bij dit besluit;2° gedurende de looptijd van zijn verbintenis minstens het aantal dieren of hoogstambomen houden, zoals is vastgelegd in de overeenkomst.3° enkel die rassen of variëteiten van dieren of hoogstambomen houden welke opgenomen werden in de goedgekeurde actieplannen van de erkende centra voor duurzame landbouwontwikkeling voor deze agromilieumaatregel. §
artikel 45, tweede lid, van de uitvoeringsverordening, worden nageleefd. § 7. Als de begunstigde gedurende de looptijd van de verbintenis het aantal dieren of hoogstambomen van het betreffende ras aanzienlijk vergroot met meer dan 50 % van de oorspronkelijke verbintenis, kan de begunstigde het departement verzoeken om de oorspronkelijke verbintenis te vervangen door een nieuwe verbintenis. De vervanging van de bestaande verbintenis door een nieuwe verbintenis is alleen mogelijk onder de voorwaarden,
artikel 45, derde lid, van de uitvoeringsverordening. § 8. Het aantal dieren die in de betalingsaanvraag worden vermeld en die in de verbintenis zijn opgenomen, komt in aanmerking voor de subsidie,
- Centrum ter bevordering van meer duurzame landbouwproductiemethoden Art. 9.§ 1. De minister kan op advies van het agentschap of departement een vereniging erkennen als centrum ter bevordering van meer duurzame landbouwproductiemethoden als
artikel 4 van het decreet, hierna erkend centrum te noemen. Om erkend centrum te worden, dient de vereniging een aanvraag in bij de bevoegde entiteit en moeten de voorwaarden,
artikel 4, § 1, van het decreet, zijn vervuld. §
artikel 2, een beroep doen op een erkend centrum en daarvoor aan het centrum een subsidie toekennen als
artikel 5 van het decreet. §
artikel 47 van de uitvoeringsverordening of van een opzegging van de pachtovereenkomst door de verpachter om redenen onafhankelijk van de wil van de pachter;2° de gevallen van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden worden gemeld aan de bevoegde entiteit op de wijze,
artikel 47, tweede lid, van de uitvoeringsverordening. § 2. Het agentschap of departement kan, als de voorwaarden,
, zijn vervuld, beslissen dat de verbintenis voor het betreffende jaar geheel of gedeeltelijk niet hoeft te worden uitgevoerd. De verbintenis in kwestie moet dan vanaf het volgende jaar voor de nog resterende looptijd integraal verder worden uitgevoerd. Als het om redenen van overmacht niet mogelijk is de verbintenis het volgende jaar integraal verder uit te voeren, kan de verbintenis gedeeltelijk worden uitgevoerd. Als de gedeeltelijke uitvoering om reden van overmacht evenmin mogelijk is, zal de verbintenis worden verbroken. § 3. Er wordt geen gedeeltelijke of volledige terugbetaling gevraagd van de steun, toegekend voor voorafgaande jaren, als de voorwaarden,
§ 4. Met uitzondering van de overmacht,
artikel 47, eerste lid, f) van de uitvoeringsverordening, wordt voor het jaar waarvoor overmacht is erkend, geen subsidie uitbetaald. Art. 13.Als de landbouwer tijdens de looptijd van zijn verbintenis zijn bedrijf geheel of gedeeltelijk overdraagt aan een andere begunstigde, zijn de bepalingen van artikel 44, eerste lid, van de uitvoeringsverordening van toepassing. Het agentschap of departement kan van de terugbetaling afzien als aan de voorwaarden,
artikel 44, tweede lid, van de uitvoeringsverordening, is voldaan. Het agentschap of departement kan de specifieke maatregelen treffen,
artikel 44, derde lid, van de uitvoeringsverordening. Art. 14.Het agentschap of departement neemt de nodige maatregelen om verbintenissen aan te passen met toepassing van artikel 45, vierde lid, van de uitvoeringsverordening. HOOFDSTUK VI. - Combinatie van agromilieumaatregelen Art. 15.§ 1. Bij combinatie van de agromilieumaatregelen,
artikel 2, en de verbintenissen of overeenkomsten,
artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 03/10/2003 pub. 23/10/2003 numac 2003201497 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering betreffende de toekenning van subsidies voor het toepassen van milieuvriendelijke landbouwproductiemethoden en het in stand houden van de genetische diversiteit sluiten betreffende de toekenning van subsidies voor het toepassen van milieuvriendelijke landbouwproductiemethoden en het in stand houden van de genetische diversiteit, kunnen de subsidies gecumuleerd worden voor zover de verschillende agromilieumaatregelen niet dezelfde extra kosten en gederfde inkomsten vergoeden. § 2. De landbouwer kan in 2007 voor hetzelfde perceel slechts één betalingsaanvraag indienen voor een van de agromilieumaatregelen,
artikel
artikel 2, en de verbintenissen of overeenkomsten,
artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 03/10/2003 pub. 23/10/2003 numac 2003201497 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering betreffende de toekenning van subsidies voor het toepassen van milieuvriendelijke landbouwproductiemethoden en het in stand houden van de genetische diversiteit sluiten betreffende de toekenning van subsidies voor het toepassen van milieuvriendelijke landbouwproductiemethoden en het in stand houden van de genetische diversiteit, is in 2007 niet mogelijk. HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen Art. 16.Het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 03/10/2003 pub. 23/10/2003 numac 2003201497 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering betreffende de toekenning van subsidies voor het toepassen van milieuvriendelijke landbouwproductiemethoden en het in stand houden van de genetische diversiteit sluiten betreffende de toekenning van subsidies voor het toepassen van milieuvriendelijke landbouwproductiemethoden en het in stand houden van de genetische diversiteit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 18 maart 2005, 25 november 2005 en 28 april 2006, wordt opgeheven. Art. 17.Voor het einde van de looptijd van een verbintenis die is aangegaan in het kader van het besluit,
artikel 16, kan het agentschap, het departement of het erkende centrum,
artikel 9, § 1, op verzoek van de begunstigde, die verbintenis omzetten in een nieuwe verbintenis voor vijf jaar, op voorwaarde dat die omzetting onomstotelijk het milieu ten goede komt en dat de bestaande verbintenis aanmerkelijk wordt versterkt. De nieuwe verbintenis wordt overeenkomstig de verordening en dit besluit gesloten. Het erkende centrum,
artikel 9, § 1, brengt het agentschap of departement schriftelijk op de hoogte en bezorgt alle stukken aan het agentschap of departement. Art. 18.Op de lopende verbintenissen, gesloten op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 03/10/2003 pub. 23/10/2003 numac 2003201497 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering betreffende de toekenning van subsidies voor het toepassen van milieuvriendelijke landbouwproductiemethoden en het in stand houden van de genetische diversiteit sluiten betreffende de toekenning van subsidies voor het toepassen van milieuvriendelijke landbouwproductiemethoden en het in stand houden van de genetische diversiteit, blijft dat besluit, met uitzondering van artikel 23 en 24, van toepassing. Art. 19.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.