9 MAART 2007. - Decreet houdende de subsidiëring van gemeente- en provinciebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor het voeren van een Sport voor Allen-beleid Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Decreet houdende de subsidiëring van gemeente- en provinciebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor het voeren van een Sport voor Allen-beleid. TITEL I. - Algemene bepalingen Artikel 1.Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. Art. 2.Voor de toepassing van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan wordt verstaan onder : 1° sport : activiteiten die individueel of in ploegverband worden beoefend met een competitief of recreatief karakter en waarbij de fysieke inspanning centraal staat;2° Sport voor Allen : brede sportbeoefening met uitzondering van topsport en competitiesport op hoog niveau;3° sportvereniging : een groepering van mensen die zich structureel en duurzaam heeft georganiseerd met als primaire doelstelling de beoefening van sport;4° andersgeorganiseerde sport : sport die voornamelijk buiten de praktijk van een sportvereniging plaatsvindt;5° sportbeleid : het systematisch en samenhangend geheel van beleidsmaatregelen van een overheid met betrekking tot sport;6° sportbeleidsplan : een meerjarenbeleidsdocument dat goedgekeurd is door de gemeenteraad, de provincieraad of de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie met betrekking tot het sportbeleid en dat tot stand komt, wordt uitgevoerd en geëvalueerd op basis van een interactieve bestuursstijl.Het bevat alle doelstellingen, inspanningen, voorzieningen en instrumenten voor het voeren van een sportbeleid en informatie over de wijze waarop de sportraad wordt begeleid en betrokken. Het beschrijft tevens op welke wijze aandacht wordt besteed aan de kwaliteit van de sportbeoefening; 7° directe financiële ondersteuning van sportverenigingen : een financiële tussenkomst aan sportverenigingen door het gemeentebestuur, het provinciebestuur of het bestuur van de Vlaamse Gemeenschapscommissie en bedoeld voor de algemene werking van de vereniging.Deze subsidies worden verdeeld op basis van een subsidiereglement waarin objectiveerbare kwaliteitscriteria worden gehanteerd; 8° sportgekwalificeerde ambtenaar : het personeelslid, gespecialiseerd in sportbeleid en gemandateerd door het gemeentebestuur, het provinciebestuur of de Vlaamse Gemeenschapscommissie, werkzaam voor de sportdienst in een leidinggevende of verantwoordelijke functie en belast met de voorbereiding, de coördinatie, de uitvoering en de evaluatie van het sportbeleid;9° interactieve bestuursstijl : de bestuursstijl waarmee een overheid streeft naar een permanente en intensieve dialoog met de bevolking en het maatschappelijk middenveld;10° beleidssubsidie : subsidie die door de Vlaamse Regering wordt toegekend aan een gemeente, een provincie of de Vlaamse Gemeenschapscommissie wanneer voldaan wordt aan de voorwaarden betreffende het sportbeleidsplan, de sportraad en de sportgekwalificeerde ambtenaar, zoals bepaald in dit decreet;11° impulssubsidie : subsidie die door de Vlaamse Regering wordt toegekend aan een gemeente wanneer voldaan wordt aan de voorwaarden betreffende het impulsbeleid, zoals bepaald in dit decreet;12° Nederlandstalige sportinitiatieven : initiatieven van instellingen die hun zetel en werking hebben in het Nederlandse taalgebied of initiatieven van instellingen die hun zetel en werking hebben in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en die wegens hun activiteiten moeten worden beschouwd uitsluitend te behoren tot de Vlaamse Gemeenschap.De instellingen dienen het Nederlands te gebruiken bij hun werking en organisatie. Alle gegevens en documenten van deze instellingen dienen in het Nederlands aanwezig te zijn op de zetel; 13° gezondheidsindex : de prijsindex, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij artikel 90 van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen. Art. 3.Binnen de perken van de begroting en onder de bij dit decreet bepaalde voorwaarden verleent de Vlaamse Regering subsidies aan de gemeenten, de provincies en de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor het voeren van een Sport voor Allen-beleid. De subsidies die door de toepassing van dit decreet worden uitgekeerd, kunnen uitsluitend aangewend worden voor de ondersteuning of organisatie van Nederlandstalige sportinitiatieven. Alle subsidiebedragen in dit decreet worden jaarlijks aangepast aan de stijging van de gezondheidsindex. Art. 4.De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden, de vorm, de termijnen, de te volgen procedure voor de aanvraag en de behandeling van de subsidiëring, de controle op de aanwending van subsidies en de wijze waarop de subsidies worden uitbetaald. De subsidiëring van een gemeente, een provincie en de Vlaamse Gemeenschapscommissie wordt verleend, geheel of gedeeltelijk geweigerd of ingetrokken onder de voorwaarden, binnen de termijnen en volgens de vorm en de procedure die door de Vlaamse Regering worden bepaald. TITEL II. - Subsidiëring voor de uitvoering van het sportbeleidsplan HOOFDSTUK I. - Subsidiëring voor de uitvoering van het gemeentelijk sportbeleidsplan Art. 5.§ 1. De uitvoering van het gemeentelijk sportbeleidsplan wordt door de Vlaamse Regering gesubsidieerd met een beleidssubsidie van 1,5 euro per jaar per inwoner, voor zover het plan voldoet aan de criteria die in dit decreet worden gesteld. De subsidie wordt berekend op basis van het aantal inwoners van het voorgaande jaar. § 2. Ten minste 50 procent van de door de Vlaamse Regering toegekende beleidssubsidie wordt door het gemeentebestuur aangewend voor de directe financiële ondersteuning van de sportverenigingen, zoals voorzien in het hoofdstuk van het sportbeleidsplan, vermeld in artikel 15, 1°. Ten minste 20 procent van de door de Vlaamse Regering toegekende beleidssubsidie wordt door het gemeentebestuur aangewend voor de ondersteuning en de stimulering van de andersgeorganiseerde sport, zoals voorzien in het hoofdstuk van het sportbeleidsplan, vermeld in artikel 15, 2°. Ten minste 10 procent van de door de Vlaamse Regering toegekende beleidssubsidie wordt door het gemeentebestuur aangewend voor de ondersteuning en stimulering van de toegankelijkheid tot sport en de diversiteit in sport, zoals voorzien in het hoofdstuk van het sportbeleidsplan, vermeld in artikel 15, 3°. Deze 10 procent mogen worden beschouwd ofwel als een onderdeel van de 50 procent voor de directe financiële ondersteuning van de sportverenigingen, ofwel van de 20 procent voor programma's of acties rond het anders georganiseerd sporten, ofwel verdeeld onder beide. § 3. De door de Vlaamse Regering toegekende beleidssubsidie wordt volledig aangewend voor de uitvoering van de hoofdstukken van het sportbeleidsplan, vermeld in artikel 15, 1°, 2° en 3°. Het resterende gedeelte van de beleidssubsidie dat krachtens § 2, niet verplicht moet worden aangewend voor de uitvoering van een welbepaald hoofdstuk in het sportbeleidsplan, wordt door het gemeentebestuur verdeeld over de hoofdstukken in het sportbeleidsplan, vermeld in artikel 15, 1°, 2° en 3°. § 4. De door de Vlaamse Regering toegekende beleidssubsidie wordt voor het geheel van de hoofdstukken, vermeld in artikel 15, 1°, 2° en 3°, door de betrokken besturen met minstens 50 procent vermeerderd. Art. 6.Een impulssubsidie van 0,8 euro per jaar per inwoner, berekend op basis van het aantal inwoners van het voorgaande jaar, wordt toegekend voor de uitvoering van het hoofdstuk van het gemeentelijk sportbeleidsplan waarin de expliciete beleidsmaatregelen met betrekking tot het impulsbeleid toegelicht worden, voor zover de gemeente voldoet aan de voorwaarden die in dit decreet gesteld worden. Art. 7.Indien het gemeentebestuur geen gemeentelijk sportbeleidsplan voor subsidiëring indient en de gemeentelijke sportraad, of bij ontbreken daarvan, een structuur met daarin een representatieve vertegenwoordiging van de bestaande sportverenigingen uit de desbetreffende gemeente, een verenigingssportbeleidsplan voor subsidiëring indient, heeft de indiener bij aanvaarding van het plan recht op 80 procent van de beleidssubsidie als vermeld in artikel 5. Art. 8.De Vlaamse Regering wendt de middelen die vrijkomen omdat bepaalde gemeenten geen sportbeleidsplan hebben uitgevoerd, aan voor andere doelen in het lokale Sport voor Allen-beleid. HOOFDSTUK II. - Subsidiëring van de uitvoering van het sportbeleidsplan van de gemeenten van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en van het sportbeleidsplan van de Vlaamse Gemeenschapscommissie Art. 9.§ 1. De Vlaamse Regering subsidieert de uitvoering van de sportbeleidsplannen van de negentien gemeenten van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad met een jaarlijkse subsidie van in totaal 400.000 euro, voor zover deze plannen voldoen aan de criteria die in dit decreet gesteld worden en de plannen door de Vlaamse Regering aanvaard worden. Deze 400.000 euro wordt als volgt verdeeld over de negentien gemeenten : 1° op basis van het aantal inwoners van elke gemeente van het voorgaande jaar;2° op basis van het aantal Nederlandstalige sportverenigingen met zetel en werking in elke gemeente en het aantal leden dat bij deze verenigingen aangesloten is. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de verdeling van deze subsidie over de negentien gemeenten. § 2. Ten minste 50 procent van de door de Vlaamse Regering aan de gemeente toegekende beleidssubsidie wordt door het gemeentebestuur aangewend voor de directe financiële ondersteuning van de sportverenigingen, zoals voorzien in het hoofdstuk van het gemeentelijk sportbeleidsplan, vermeld in artikel 15, 1°. Ten minste 20 procent van de door de Vlaamse Regering aan de gemeente toegekende beleidssubsidie wordt door het gemeentebestuur aangewend voor de ondersteuning en de stimulering van de andersgeorganiseerde sport, zoals voorzien in het hoofdstuk van het gemeentelijk sportbeleidsplan, vermeld in artikel 15, 2°. Ten minste 10 procent van de door de Vlaamse Regering toegekende beleidssubsidie wordt door het gemeentebestuur aangewend voor de ondersteuning en stimulering van de toegankelijkheid tot sport en de diversiteit in sport, zoals voorzien in het hoofdstuk van het gemeentelijk sportbeleidsplan, vermeld in artikel 15, 3°. Deze 10 procent mag worden beschouwd ofwel als een onderdeel van de 50 procent voor de directe financiële ondersteuning van de sportverenigingen, bedoeld in het eerste lid, ofwel als een onderdeel van de 20 procent voor de ondersteuning en de stimulering van de andersgeorganiseerde sport, bedoeld in het tweede lid, ofwel verdeeld onder beide. § 3. De door de Vlaamse Regering toegekende beleidssubsidie wordt volledig aangewend voor de uitvoering van de hoofdstukken van het sportbeleidsplan, vermeld in artikel 15, 1°, 2° en 3°. Het resterende gedeelte van de beleidssubsidie dat volgens § 2 niet verplicht moet worden aangewend voor de uitvoering van een welbepaald hoofdstuk in het sportbeleidsplan, wordt door het gemeentebestuur verdeeld over de hoofdstukken in het sportbeleidsplan, vermeld in artikel 15, 1°, 2° en 3°. § 4. De door de Vlaamse Regering toegekende beleidssubsidie wordt voor het geheel van de hoofdstukken, vermeld in artikel 15, 1°, 2° en 3°, door de betrokken besturen met minstens 50 procent vermeerderd. Art. 10.§ 1. De Vlaamse Regering subsidieert de uitvoering van het sportbeleidsplan van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, bedoeld in artikel 20, met een beleidssubsidie van 400.000 euro, voor zover het plan voldoet aan de criteria die in dit decreet gesteld worden. § 2. De Vlaamse Gemeenschapscommissie bepaalt en motiveert in haar beleidsplan, na overleg met de Vlaamse Regering, hoeveel zij van de toegekende beleidssubsidie, bedoeld in § 1, zal besteden voor : 1° de directe financiële ondersteuning van bovenlokale sportverenigingen, zoals voorzien in het hoofdstuk van het sportbeleidsplan, vermeld in artikel 24, 1°;2° de ondersteuning en stimulering van sport voor mensen met een handicap, zoals voorzien in het hoofdstuk van het sportbeleidsplan, vermeld in artikel 24, 2°;3° de ondersteuning of stimulering van de inter- en bovenlokale samenwerking in sport, zoals voorzien in het hoofdstuk van het sportbeleidsplan, vermeld in artikel 24, 3°;4° de organisatie van een pool van sportgekwalificeerde begeleiders, zoals voorzien in het hoofdstuk van het sportbeleidsplan, vermeld in artikel 24, 4°;5° een coördinerende en begeleidende opdracht bij de opmaak, uitvoering en evaluatie van de sportbeleidsplannen van de gemeenten van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, waarbij de afstemming tussen het gemeentelijke sportbeleidsplan en het sportbeleidsplan van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, bedoeld in artikel 18, centraal staat. § 3. De door de Vlaamse Regering toegekende beleidssubsidie wordt volledig aangewend voor de uitvoering van de hoofdstukken van het sportbeleidsplan, vermeld in artikel 24, 1°, 2°, 3° en 4°, en voor de uitvoering van de opdracht bedoeld in § 2, 5°. § 4. De door de Vlaamse Regering toegekende beleidssubsidie wordt voor het geheel van de hoofdstukken, vermeld in artikel 24, 1°, 2°, 3° en 4°, en voor de uitvoering van de opdracht bedoeld in § 2, 5°, door de Vlaamse Gemeenschapscommissie met minstens 50 procent vermeerderd. Art. 11.Indien het gemeentebestuur van een gemeente van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad geen gemeentelijk sportbeleidsplan voor subsidiëring indient binnen en krachtens de in dit decreet bepaalde termijn, of een sportbeleidsplan heeft ingediend dat niet voldoet aan de gestelde criteria, dan wordt het subsidiebedrag, waarvoor deze gemeente krachtens artikel 9, § 1, in aanmerking kwam, toegekend aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor zover aan de criteria die in dit decreet gesteld worden voldaan wordt. De Vlaamse Gemeenschapscommissie ontwikkelt een lokaal sportbeleid voor het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad met het oog op het mogelijk maken van Sport voor Allen in alle gemeenten van het gebied. Ze beschrijft dit beleid in een aanvullend globaal sportbeleidsplan. Dit aanvullend sportbeleidsplan bevat minstens de vier hoofdstukken bepaald in artikel 15. Dit sportbeleid treedt enkel in werking voor die gemeenten van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad die niet beschikken over een sportbeleidsplan dat door de Vlaamse Regering werd aanvaard. De door de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie toegekende beleidssubsidie wordt aangewend voor de uitvoering van de drie hoofdstukken van het aanvullend sportbeleidsplan, bedoeld in artikel 15, 1°, 2° en 3°, en dit met toepassing van artikel 5, §§ 2 en 3. Deze subsidie wordt voor het geheel van deze drie hoofdstukken door de Vlaamse Gemeenschapscommissie met minstens 50 procent vermeerderd. HOOFDSTUK III. - Subsidiëring voor de uitvoering van het provinciaal sportbeleidsplan Art. 12.§ 1. De uitvoering van het provinciaal sportbeleidsplan wordt door de Vlaamse Regering gesubsidieerd met een beleidssubsidie van maximum 0,2 euro per jaar per inwoner, voor zover het plan voldoet aan de criteria die in dit decreet gesteld worden. De subsidie wordt berekend op basis van het aantal inwoners van het voorgaande jaar. § 2. Ten minste 50 procent van de door de Vlaamse Regering toegekende beleidssubsidie wordt door het provinciebestuur aangewend voor de directe financiële ondersteuning van bovenlokale sportverenigingen, zoals voorzien in het hoofdstuk van het sportbeleidsplan, vermeld in artikel 24, 1°. Ten minste 20 procent van de door de Vlaamse Regering toegekende beleidssubsidie wordt door het provinciebestuur aangewend voor de ondersteuning en stimulering van sport voor mensen met een handicap, zoals voorzien in het hoofdstuk van het sportbeleidsplan, vermeld in artikel 24, 2°. Ten minste 10 procent van de door de Vlaamse Regering toegekende beleidssubsidie wordt door het provinciebestuur aangewend voor de ondersteuning of stimulering van de inter- en bovenlokale samenwerking in sport, zoals voorzien in het hoofdstuk van het sportbeleidsplan, vermeld in artikel 24, 3°. Ten minste 10 procent van de door de Vlaamse Regering toegekende beleidssubsidie wordt door het provinciebestuur aangewend voor de organisatie van een pool van sportgekwalificeerde begeleiders, zoals voorzien in het hoofdstuk van het sportbeleidsplan, vermeld in artikel 24, 4°. § 3. De door de Vlaamse Regering toegekende beleidssubsidie wordt volledig aangewend voor de uitvoering van de hoofdstukken van het provinciaal sportbeleidsplan, vermeld in artikel 24, 1°, 2°, 3° en 4°. Het resterende gedeelte van de beleidssubsidie dat krachtens § 2 niet verplicht aangewend moet worden voor de uitvoering van een welbepaald hoofdstuk in het sportbeleidsplan, wordt door het provinciebestuur verdeeld over de hoofdstukken in het provinciale sportbeleidsplan, vermeld in artikel 24, 1°, 2°, 3° en 4°. § 4. De door de Vlaamse Regering toegekende beleidssubsidie wordt voor het geheel van de hoofdstukken, vermeld in artikel 24, 1°, 2°, 3° en 4°, door het provinciebestuur met minstens 50 procent vermeerderd. TITEL III. - Het sportbeleidsplan HOOFDSTUK I. - Het gemeentelijk sportbeleidsplan Art. 13.§ 1. Het gemeentelijk sportbeleidsplan wordt door de gemeente opgemaakt en goedgekeurd tijdens het eerste jaar van de gemeentelijke bestuursperiode. Het geldt voor de daaropvolgende jaren van de gemeentelijke bestuursperiode en het eerste jaar van de volgende gemeentelijke bestuursperiode. Het gemeentelijk sportbeleidsplan bevat alle doelstellingen, inspanningen, voorzieningen en instrumenten voor het voeren van een gemeentelijk sportbeleid en de wijze waarop de sportraad begeleid en betrokken wordt. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels waaraan het gemeentelijk sportbeleidsplan moet voldoen. § 2. Het komt tot stand, wordt uitgevoerd en geëvalueerd op basis van een interactieve bestuursstijl. § 3. Maximaal drie aangrenzende gemeenten die in totaal maximaal 30 000 inwoners tellen, of twee aangrenzende gemeenten die in totaal maximaal 20 000 inwoners tellen, berekend op basis van het aantal inwoners van het voorgaande jaar, kunnen een intergemeentelijk sportbeleidsplan indienen dat aan de volgende extra voorwaarden voldoet : 1° elk van de betrokken gemeenten beschikt over een sportraad als vermeld in artikelen 28, 29 en 30;2° de gemeenteraad van elk van de betrokken gemeenten keurt het intergemeentelijke sportbeleidsplan goed;3° het sportbeleidsplan komt tegemoet aan alle andere bepalingen van titel III, hoofdstuk I, die van toepassing zijn op het gemeentelijk sportbeleidsplan. § 4. Een gemeentebestuur dat in het eerste jaar van de gemeentelijke bestuursperiode geen sportbeleidsplan heeft ingediend, kan bij de door de Vlaamse Regering aangewezen dienst een uitzonderingsmaatregel vragen om het sportbeleidsplan alsnog in het tweede jaar van de gemeentelijke bestuursperiode te kunnen indienen. Art. 14.§ 1. Een gemeentebestuur dat geen gemeentelijk sportbeleidsplan indient binnen de door de Vlaamse Regering bepaalde termijn, wordt door de door de Vlaamse Regering aangewezen dienst verzocht om dat alsnog te doen. Er wordt een afschrift van dat verzoek gestuurd naar het provinciebestuur en naar de gemeentelijke sportraad of, bij het ontbreken van een gemeentelijke sportraad, naar representatieve sportverenigingen van de gemeente. § 2. Indien het gemeentebestuur na deze herinnering geen sportbeleidsplan indient, kan de gemeentelijke sportraad, of bij het ontbreken daarvan, een structuur bestaande uit een representatieve vertegenwoordiging van de sportverenigingen uit de gemeente, een verenigingssportbeleidsplan opmaken en voor subsidiëring indienen bij een door de Vlaamse Regering aangewezen dienst. De indiener is vrijgesteld van : 1° het hoofdstuk, vermeld in artikel 15, 4°;2° de bepaling in artikel 5, § 4;3° de bepalingen in titel IV en titel V. Alle bepalingen van titel III, hoofdstuk I, met betrekking tot het gemeentelijk sportbeleidsplan zijn, onder voorbehoud van afwijkingen, van overeenkomstige toepassing op het verenigingssportbeleidsplan. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels waaraan de procedure voor het opmaken en aanvaarden van een verenigingssportbeleidsplan moet voldoen. Art. 15.Het gemeentelijk sportbeleidsplan bevat minstens vier hoofdstukken : 1° de expliciete beleidsmaatregelen voor de ondersteuning en stimulering van sportverenigingen :
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.