artikel 1, 6° en 11°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 april 2005Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 15/04/2005 pub. 10/06/2005 numac 2005035665 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de toepassing van de heffing in de sector melk en zuivelproducten sluiten betreffende de toepassing van de heffing in de sector melk en zuivelproducten wordt voor de toepassing van dit besluit verstaan onder : 1° de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij;2° de afdeling : de afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling van het Departement Landbouw en Visserij;3° het ILVO : het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek;4° de koper : de koper,
artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1788/2003, die erkend is door een Belgische autoriteit overeenkomstig de bepalingen van artikel 23 van Verordening (EG) nr. 595/2004; 5° melk : het product dat verkregen wordt door een of meer koeien te melken. HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied Art. 2.Met uitzondering van de bepalingen in hoofdstuk V is dit besluit van toepassing op de rauwe koemelk, geleverd aan kopers door alle melkexploitaties in het Vlaamse Gewest. De bepalingen in hoofdstuk V zijn van toepassing op de kopers met maatschappelijke zetel in het Vlaamse Gewest. HOOFDSTUK III. - Vaststelling van de samenstelling van melk Art. 3.§
, door middel van een automatisch systeem dat geïnstalleerd is op de tankwagen, de volgende gegevens geregistreerd : 1° de identificatie van de producent en de melkexploitatie;2° het aantal liter opgehaalde melk;3° de datum en het uur van de ophaling. De minister kan bepalen dat aanvullende gegevens geregistreerd moeten worden. Art. 4.§ 1. De bepaling van de samenstelling,
artikel 3, § 3, gebeurt aan de hand van een representatief monster. Bij de monsterneming moeten de volgende voorschriften in acht genomen worden : 1° een monsterneming is verplicht bij iedere ophaling of levering;2° voor producties van melk waarvan minstens één monster genomen wordt per drie dagen productie, kan uit die productie een maximale hoeveelheid van honderd liter, al dan niet opgedeeld, geleverd of opgehaald worden, zonder dat daarvan een monster wordt genomen;3° de monsterneming verloopt mechanisch met behulp van een bemonsteringsapparaat op de tankwagen.Het monster mag enkel manueel genomen worden als het bemonsteringsapparaat defect is of als een te geringe hoeveelheid melk een representatieve mechanische bemonstering onmogelijk maakt; 4° de minister stelt de procedure voor de monsterneming vast. §
het eerste lid, worden vooraf gekeurd door een interprofessionele organisatie als
artikel 3, § 3, tweede lid. Alle goedgekeurde bemonsteringsapparaten,
het tweede lid, worden met een frequentie die bepaald wordt door de minister, aan een herkeuring onderworpen door een interprofessionele organisatie als
artikel 3, § 3, tweede lid. De interprofessionele organisatie moet haar keuringsmethode vastleggen in een document dat door de minister wordt goedgekeurd. Elke wijziging van de keuringsmethode moet vooraf door de minister worden goedgekeurd. §
artikel 3, § 3, tweede lid. De vergunning wordt enkel toegekend aan natuurlijke personen die met goed gevolg het vormingsprogramma, dat opgesteld en jaarlijks georganiseerd wordt door de interprofessionele organisatie, hebben gevolgd. In afwijking van de bepalingen van het tweede lid kan de interprofessionele organisatie een procedure vaststellen met de voorwaarden waaronder ze aan een persoon die houder is van een soortgelijke vergunning, uitgereikt door of in opdracht van een ander gewest, een vergunning kan toekennen. De interprofessionele organisatie houdt toezicht en controleert of de personen die de melk ophalen en bemonsteren in het bezit zijn van een vergunning. De interprofessionele organisatie stelt een geschillenprocedure vast. Elke wijziging die de erkende interprofessionele organisatie aanbrengt aan de geschillenprocedure,
het eerste lid, moet vooraf meegedeeld worden aan de afdeling. De interprofessionele organisatie bezorgt jaarlijks aan de afdeling een verslag met een beschrijving van : 1° het vormingsprogramma;2° de resultaten van de uitgevoerde controles en het uitgeoefende toezicht;3° de uitgereikte, geweigerde en opgeheven vergunningen;4° de resultaten van de geschillenprocedure. § 4. De vergunning,
artikel 6 van het koninklijk besluit van 17 maart 1994 betreffende de productie van melk en tot instelling van een officiële controle van melk geleverd aan kopers, blijft geldig voor de resterende duur van de looptijd ervan. Na het verstrijken van de looptijd wordt de vergunning,
, aangevraagd en toegekend volgens de in § 3 vastgestelde procedure en voorwaarden. HOOFDSTUK IV. - Erkenning van een interprofessionele organisatie die belast is met de bepaling van de samenstelling van melk Art. 6.§ 1. Om erkend te worden moet een interprofessionele organisatie voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° opgericht zijn in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk met zetel in Vlaanderen;2° haar activiteiten voor de bepaling van de samenstelling van de melk uitoefenen in Vlaanderen;3° in de statuten vastleggen dat in de beleidsorganen pariteit is tussen vertegenwoordigers van de producenten en vertegenwoordigers van de kopers;4° beschikken over voorschriften die voor de bepaling van de samenstelling van melk onder meer de volgende aspecten beschrijven : a) de wijze van monsterneming;b) de wijze waarop analyses worden uitgevoerd;c) de interpretatie van de resultaten;d) de manier waarop de resultaten worden meegedeeld;e) de procedure om betwistingen te regelen;f) de geschillenprocedure,
artikel 5, § 2, vierde lid;5° geaccrediteerd zijn volgens de Europese norm EN ISO/IEC 17025 voor de analyses die uitgevoerd worden in het kader van de controle van de samenstelling van de melk,
artikel 3, § 3, eerste lid;6° deelnemen aan de wetenschappelijke begeleiding, georganiseerd en uitgevoerd door het ILVO.De minister stelt de voorwaarden van die wetenschappelijke begeleiding vast; 7° de verslagen van de vergaderingen van de algemene vergadering en van de raad van bestuur bezorgen aan de afdeling;8° zich onderwerpen aan het toezicht, de controlemaatregelen en de instructies van de afdeling. In afwijking op het eerste lid, 2°, kan een interprofessionele organisatie de uitvoering van die bepaling overdragen aan een andere interprofessionele organisatie die in Vlaanderen niet erkend is, als die laatste : 1° door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen erkend is volgens het koninklijk besluit van 21 december 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 21/12/2006 pub. 15/01/2007 numac 2007022028 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit betreffende de controle van de kwaliteit van de rauwe melk en de erkenning van de interprofessionele organismen sluiten betreffende de controle van de kwaliteit van de rauwe melk en de erkenning van de interprofessionele organismen;2° geaccrediteerd is volgens de Europese norm EN ISO/IEC 17025 voor de analyses die uitgevoerd worden in het kader van de controle van de samenstelling van de melk,
artikel 3, § 3, eerste lid. De erkende interprofessionele organisatie bezorgt jaarlijks aan de afdeling een lijst met de overgedragen producenten en de betrokken interprofessionele organisaties. Elke wijziging die een erkende interprofessionele organisatie aanbrengt aan de voorschriften,
het eerste lid, 4°, moet vooraf meegedeeld worden aan de minister. Het ILVO legt de wijze waarop de wetenschappelijke begeleiding wordt uitgevoerd vast in een document dat door de minister goedgekeurd wordt. Elke wijziging van dat document wordt vooraf door de minister goedgekeurd. §
§ 4. De minister heft de erkenning van een interprofessionele organisatie of organisatie op als ze niet langer voldoet aan de voorwaarden,
De minister deelt de redenen voor de opheffing van de erkenning per aangetekende brief mee aan de organisatie in kwestie. Die beschikt, op straffe van verval, over vijftien werkdagen om met een aangetekende brief haar bezwaren kenbaar te maken en, in voorkomend geval, te verzoeken om gehoord te worden of verbeteringen voor te stellen om tegemoet te komen aan de ingeroepen redenen. Daarna beschikt de minister over dertig werkdagen om, in voorkomend geval, de belanghebbende te horen, een beslissing te nemen en die met een aangetekende brief mee te delen. HOOFDSTUK V. - Betaling van melk Art. 7.De minister kan criteria vastleggen die de koper moet respecteren bij de betaling van de melk aan de producent. Art. 8.De minister kan de voorschriften vaststellen voor de melkafrekeningen. HOOFDSTUK VI. - Strafbepalingen Art. 9.Overtredingen van dit besluit worden opgespoord, vastgesteld, vervolgd en bestraft in overeenstemming met de bepalingen van de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten en van het koninklijk besluit van 15 mei 2001 betreffende de administratieve geldboeten,
artikel 8 van de wet van 28 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.