(1)Het advies van de raad is overigens gevraagd naar aanleiding van het koninklijk besluit van 7 juli 1994Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/07/1994 pub. 24/03/2023 numac 2023040927 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de gebouwen moeten voldoen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen, waarvan artikel 4 opgeheven wordt door één van thans 'voorliggende ontwerpen, en ter gelegenheid van het ministerieel besluit van 5 mei 1995 tot vaststelling van de procedure inzake gelijkwaardigheid en afwijking van de technische voorschriften van het koninklijk besluit van 7 juli 1994Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/07/1994 pub. 24/03/2023 numac 2023040927 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de gebouwen moeten voldoen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen, dat ook door hetzelfde ontwerp wordt opgeheven. Het staat aan de steller van het ontwerp om na te gaan of in dit geval aan die voorwaarde is voldaan. Slotopmerking De regelingen zijn te kort om in hoofdstukken in te delen. Zulk een indeling draagt geenszins bij tot een beter begrip ervan. Die indelingen en de opschriften ervan moeten vervallen. Andere opmerkingen betreffende het ontwerp van koninklijk besluit « tot vaststelling van de samenstelling en de werking van de commissie voor afwijking »
- Er is geen reden om in de aanhef te verwijzen naar het voornoemde koninklijk besluit van 7 juli 1994Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/07/1994 pub. 24/03/2023 numac 2023040927 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de gebouwen moeten voldoen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, dat niet de rechtsgrond vormt van het ontworpen besluit en voor het overige niet gewijzigd noch opgeheven wordt.
- Artikel 2 bepaalt dat sommige leden van de commissie voor afwijking « Nederlandstalig » moeten zijn, en andere « Franstalig ». Er moet gepreciseerd worden hoe bepaald wordt tot welke in de tekst bedoelde taalrol de betrokkenen behoren.
- Doordat de Koning in artikel 2, § 3, eerste lid, van de wet van 30 juli 1979Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/1979 pub. 24/06/2011 numac 2011000394 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten ermee belast wordt de werkwijze van de commissie voor afwijking vast te stellen, wordt Hem in ieder geval opgelegd de basisregels voor de werkwijze van de commissie te bepalen. De bevinding is dat sommige van die basisregels niet in het ontwerpbesluit worden vastgesteld, inzonderheid de regels inzake het quorum en de stemming. Het ontwerpbesluit moet dienovereenkomstig worden aangevuld. De kamer was samengesteld uit : De heren : Ph. Hanse, kamervoorzitter; P. Liénardy en J. Jaumotte, staatsraden; Mevr. C. Gigot, griffier. Het verslag werd uitgebracht door de heer B. Jadot, eerste auditeur-afdelingshoofd. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer P. Liénardy. De griffier, C. Gigot. De voorzitter, Ph. Hanse. 18 JULI
- - Koninklijk besluit tot vaststelling van de samenstelling en de werking van de commissie voor afwijking ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 30 juli 1979Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/1979 pub. 24/06/2011 numac 2011000394 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen, inzonderheid op artikel 2, vervangen bij de wet van 22 december 2003; Gelet op het advies van 20 september 2007 van de Hoge Raad voor beveiliging tegen brand en ontploffing; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 24 juli 2006; Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 29 januari 2007; Gelet op advies 42.849/4 van de Raad van State, gegeven op 15 mei 2007, en advies 44.138/4, gegeven op 3 maart 2008, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Binnen de FOD Binnenlandse Zaken wordt een commissie voor afwijking opgericht, hierna « de commissie » genoemd. De commissie is belast met het geven van een advies aan de Minister van Binnenlandse Zaken, of aan zijn afgevaardigde, over de aanvragen tot afwijking bedoeld in artikel 2, § 2, van de wet van 30 juli 1979Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/1979 pub. 24/06/2011 numac 2011000394 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen. Art. 2.§
- De commissie bestaat uit : 1° een ambtenaar van minstens klasse A3 van de Algemene Directie van de Civiele Veiligheid, die de commissie voorzit;2° twee ingenieurs van de Algemene Directie van de Civiele Veiligheid;3° een Franstalige deskundige, aangewezen op basis van zijn bijzondere wetenschappelijke of technische bekwaamheid inzake brandvoorkoming;4° een Nederlandstalige deskundige, aangewezen op basis van zijn bijzondere wetenschappelijke of technische bekwaamheid inzake brandvoorkoming;5° een Franstalige beroepsofficier van een brandweerdienst, aangewezen omwille van zijn ervaring inzake brandvoorkoming;6° een Nederlandstalige beroepsofficier van een brandweerdienst, aangewezen omwille van zijn ervaring inzake brandvoorkoming. §
- De deskundigen dienen bij hun kandidatuurstelling voor de commissie de gewenste taalrol op te geven of te laten blijken. §
- De beroepsofficieren hebben de taal van de taalrol die bepaald werd bij hun aanstelling als officier en bij ontstentenis de officiële taal van de gemeente waarin zij als beroepsofficier aangesteld werden. Art. 3.De leden van de commissie worden benoemd door de Minister van Binnenlandse Zaken : 1° op voordracht van de directeur-generaal van de Civiele Veiligheid of zijn afgevaardigde voor de in artikel 2, 1° tot 4° bedoelde leden;2° op voordracht van de « Fédération royale des Corps de Sapeurs-Pompiers de Belgique - Aile Francophone-Germanophone » » voor het in artikel 2, 5° bedoelde lid;3° op voordracht van de Brandweervereniging Vlaanderen voor het in artikel 2, 6° bedoelde lid. Art. 4.Er wordt een plaatsvervanger benoemd per effectief lid. De plaatsvervangende leden worden benoemd door de Minister van Binnenlandse Zaken volgens dezelfde procedure als die welke respectievelijk voorzien is voor de effectieve leden. Art. 5.§
- De duur van het mandaat van de effectieve leden en van de plaatsvervangende leden van de commissie bedraagt vier jaar. Het mandaat is hernieuwbaar. §
- Het mandaat eindigt : 1° wanneer de duur ervan verstreken is;2° in geval van ontslag;3° in geval van overlijden. Er wordt voorzien in de vervanging van het lid van wie het mandaat vóór de normale vervaldatum beëindigd is. In dit geval zal het nieuwe lid het mandaat van het lid dat hij vervangt, voltooien. Art. 6.De voorzitter van de commissie kan, op eigen initiatief of op voorstel van een lid van de commissie, de bouwheer of zijn afgevaardigde oproepen voor de vergadering van de commissie waarin zijn aanvraag tot afwijking onderzocht wordt. Art. 7.De voorzitter van de commissie kan, op eigen initiatief of op voorstel van een lid van de commissie, één of meer deskundigen die geen lid zijn van de commissie oproepen voor een vergadering van de commissie voor het onderzoek van bijzondere punten. Art. 8.§
- De commissie beraadslaagt op geldige wijze indien minstens de helft van de effectieve of plaatsvervangende leden aanwezig is. Indien de commissie een eerste maal bijeengeroepen werd zonder dat het vereiste aantal leden is opgekomen, mag het, na een nieuwe bijeenroeping, beraadslagen over de punten die voor de tweede maal op de agenda gezet werden, ongeacht het aantal aanwezige leden. De plaatsvervangende leden mogen slechts zetelen ter vervanging van de verhinderde effectieve leden. §
- De adviezen van de commissie worden met volstrekte meerderheid van stemmen uitgebracht. In geval van gelijkheid van stemmen over een bepaalde kwestie, worden de verschillende adviezen aan de Minister bezorgd. Art. 9.Voor hun verplaatsingen om de vergaderingen van de commissie bij te wonen, kunnen de leden de terugbetaling van hun reiskosten verkrijgen overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten. Art. 10.De commissie stelt haar huishoudelijk reglement vast. Art. 11.Het secretariaat van de commissie wordt verzekerd door personeelsleden van de Algemene Directie van de Civiele Veiligheid. Art. 12.Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 18 juli
- ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL