← België

Koninklijk besluit houdende toekenning van toelagen aan de militairen die houder zijn van bepaalde kwalificaties

20 DECEMBER 2007. - Koninklijk besluit houdende toekenning van toelagen aan de militairen die houder zijn van bepaalde kwalificaties ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen

het eerste lid, worden niet in aanmerking genomen als prestaties die tijdens het lopende kalenderjaar moeten volbracht worden om aanspraak te kunnen maken op de toelagen tijdens het volgende kalenderjaar. Art. 4.Gedurende de periode die begint op de dag van het behalen van een brevet bedoeld in artikel 1 en die eindigt op de laatste dag van het volgende kalenderjaar, wordt de militair beschouwd de prestaties te hebben uitgevoerd die vereist zijn voor de toekenning, gedurende deze periode, van de toelagen verbonden aan het houder zijn van dit brevet en bepaald in dit besluit. Art. 5.§

  1. Wanneer de militair, in de loop van het vorige kalenderjaar, in de onmogelijkheid was de prestaties die vereist zijn voor de toekenning van de toelagen uit te voeren wegens behoorlijk gerechtvaardigde dienstredenen, kan de onderstafchef operaties en training, op gemotiveerd advies van de hiërarchische overheid, het recht op de toelagen blijven toekennen tijdens de eerste drie maanden van het lopende kalenderjaar. Bovendien kan, in uitzonderlijke gevallen, de chef van de divisie personeel van de algemene directie human resources, op gemotiveerd advies van de hiërarchische overheid en van de onderstafchef operaties en training, het recht op de toelagen tot het einde van het eerste semester van het lopende kalenderjaar, blijven toekennen. §
  2. Wanneer de militair, in de loop van het vorige kalenderjaar, in de onmogelijkheid was de prestaties die vereist zijn voor de toekenning van de toelagen uit te voeren wegens tijdelijke lichamelijke ongeschiktheid voortvloeiend uit een schadelijk feit dat zich tijdens het vervullen van de militaire dienst heeft voorgedaan, kan de chef van de divisie personeel van de algemene directie human resources, op gemotiveerd advies van de hiërarchische overheid, het recht op de toelagen blijven toekennen tijdens het lopende kalenderjaar. Bovendien kan, in uitzonderlijke gevallen van langdurige tijdelijke lichamelijke ongeschiktheid, de chef van de divisie personeel van de algemene directie human resources, op gemotiveerd advies van de hiërarchische overheid, het recht op de toelagen tot het einde van het volgende kalenderjaar, blijven toekennen. Wanneer de tijdelijke lichamelijke ongeschiktheid niet het gevolg is van een ongeval voorgekomen gedurende de uitvoering van een prestatie waarvoor het bedoelde brevet vereist is, of gedurende de uitvoering van een prestatie met het oog op het behoud van de kwalificatie, zijn de bepalingen bedoeld in het eerste en tweede lid, evenwel niet toepasselijk op de volgende militairen : 1° de militair houder van het hoger brevet van parachutist, die geen organieke betrekking bekleedt waaraan het verrichten van parachutesprongen verbonden is, bedoeld in artikel 6, § 1, eerste lid, 2°;2° de militair houder van het hoger brevet van parachutist, die een organieke betrekking bekleedt van overlevingsonderrichter bij de luchtcomponent, bedoeld in artikel 7, eerste lid;3° de militair houder van het militair brevet van duikmeester of van het militair brevet van duiker, die geen organieke betrekking bekleedt waaraan het verrichten van duikprestaties verbonden is, bedoeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 2°, en tweede lid, 2°;4° de militair houder van het militair brevet van hulpduiker, bedoeld in artikel 10, § 1, derde lid;5° de militair houder van een militair brevet van specialist in opruiming en vernietiging van ontploffingstuigen, die geen organieke betrekking bekleedt waaraan het verrichten van prestaties van opruiming of vernietiging van ontploffingstuigen verbonden is, bedoeld in artikel 11, § 1, eerste lid, 3°. HOOFDSTUK II. - De toelagen toegekend aan de militair houder van het hoger brevet van parachutist Afdeling I. - De toelagen toegekend aan de paracommando's Art. 6.§
  3. Aan de militair houder van het hoger brevet van parachutist die de prestaties bepaald in § 3, eerste lid, heeft uitgevoerd, wordt er toegekend : 1° wanneer hij een organieke betrekking bekleedt waaraan het verrichten van parachutesprongen verbonden is : een toelage van 290 euro;2° wanneer hij de organieke betrekking bedoeld in 1° niet meer bekleedt : een toelage van 110 euro; De toelage bedoeld in het eerste lid, 2°, kan gedurende de periode van maximum vier jaar die volgt op de periode bedoeld in het eerste lid, 1°, toegekend worden. §
  4. Bovendien wordt er toegekend : 1° aan de militair die de toelage bedoeld in § 1, eerste lid, 1°, ontvangt : a) indien hij deel uitmaakt van het detachement Ploegen van de Special Forces Group : een bijkomende toelage van 134 euro;b) indien hij de organieke betrekking bekleedt van sprongonderrichter in het trainingscentrum voor parachutisten, van stouwer-losser in het trainingscentrum voor parachutisten of van onderrichter commando in het trainingscentrum voor commando's : een bijkomende toelage van 89 euro;c) indien hij houder is van het brevet operationele vrije val op zeer grote hoogte en de prestaties bepaald in § 3, tweede lid, heeft uitgevoerd : een bijkomende toelage van 89 euro;d) wanneer hij de functie van sprongonderrichter of van onderrichter commando uitoefent : een bijkomende toelage van 89 euro;2° aan de militair die de toelage bedoeld in § 1, eer-ste lid, 2°, ontvangt, wanneer hij de functie van sprongonderrichter of van onderrichter commando uitoefent : een bijkomende toelage van 89 euro. De toelagen bedoeld in het eerste lid, 1°, a), b), c) en d), kunnen, desgevallend, onderling worden gecumuleerd. De toelage bedoeld in het eerste lid, 1°, d), kan evenwel niet gecumuleerd worden met de toelage bedoeld in het eerste lid, 1°, b). § 3.

§ 1

, eerste lid, zijn : 1° vier sprongen voor professionele geschiktheid;2° het slagen in de gevechtstesten paracommando;3° het slagen in een test van gevechtszwemmen;4° het slagen in de militaire testen voor lichamelijke geschiktheid.

§ 2, eerste lid, 1°, c), zijn acht sprongen vrije val.

Vier van deze sprongen worden in rekening gebracht als sprongen voor professionele geschiktheid, bedoeld in het eerste lid, 1°. Afdeling II. - De toelagen toegekend aan de overlevingsonderrichters bij de luchtcomponent Art. 7.Aan de militair houder van het hoger brevet van parachutist die een organieke betrekking bekleedt van overlevingsonderrichter bij de luchtcomponent en die de prestaties bepaald in het tweede lid heeft uitgevoerd, wordt er toegekend een toelage van 70 euro. De prestaties bedoeld het eerste lid zijn : 1° vier onderhoudssprongen;2° het slagen in de militaire testen voor lichamelijke geschiktheid. Afdeling III. - Gemeenschappelijke bepalingen Art. 8.De Minister van Landsverdediging bepaalt de voorwaarden waaraan de sprongen voor professionele geschiktheid, de sprongen vrije val en de onderhoudssprongen, bedoeld in dit besluit, moeten voldoen. Hij kan minder veeleisende uitvoeringsvoorwaarden bepalen voor de sprongen voor professionele geschiktheid wanneer de militair een door hem bepaalde leeftijd overschrijdt. De Minister van Landsverdediging bepaalt de aard van de gevechtstesten paracommando, bedoeld in artikel 6, § 3, eerste lid, 2°. Hij kan de militair die een door hem bepaalde leeftijd overschrijdt, van de uitvoering van bepaalde onderdelen van deze testen vrijstellen. De commandant van de Immediate Reaction Capability bepaalt de uitvoeringsmodaliteiten van de parachutesprongen, bedoeld in het eerste lid, van de gevechtstesten paracommando, bedoeld in het tweede lid, en van de test van gevechtszwemmen, bedoeld in artikel 6, § 3, eerste lid, 3°. Art. 9.De toelagen bedoeld in de artikelen 6 en 7 worden niet toegekend aan de militair die aanspraak kan maken op de toelagen bedoeld in het koninklijk besluit van 3 april 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/04/2003 pub. 22/04/2003 numac 2003007127 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit houdende het stelsel der toelagen verschuldigd aan het varend personeel van de krijgsmacht sluiten houdende het stelsel der toelagen verschuldigd aan het varend personeel van de Krijgsmacht. HOOFDSTUK III. - De toelagen toegekend aan de militair houder van het militair brevet van duikmeester, van duiker of van hulpduiker Art. 10.§ 1. Aan de militair houder van het militair brevet van duikmeester die de prestaties bepaald in § 3 heeft uitgevoerd, wordt er toegekend : 1° wanneer hij een organieke betrekking bekleedt waaraan het verrichten van duikprestaties verbonden is : een toelage van 424 euro;2° wanneer hij de organieke betrekking bedoeld in 1° niet meer bekleedt : een toelage van 245 euro. Aan de militair houder van het militair brevet van duiker die, in de loop van het vorige kalenderjaar, de prestaties bepaald in § 3 heeft uitgevoerd, wordt er toegekend : 1° wanneer hij een organieke betrekking bekleedt waaraan het verrichten van duikprestaties verbonden is : een toelage van 424 euro;2° wanneer hij de organieke betrekking bedoeld in 1° niet meer bekleedt : een toelage van 245 euro. Aan de militair houder van het militair brevet van hulpduiker die een organieke betrekking bekleedt aan boord van een gecommissioneerde vlooteenheid en die de prestaties bepaald in § 3 heeft uitgevoerd, wordt er een toelage van 110 euro toegekend. De toelagen bedoeld in de eerste, tweede en derde lid, kunnen niet onderling worden gecumuleerd. § 2. De toelage bedoeld in § 1, eerste lid, 2°, en tweede lid, 2°, kan gedurende de periode van maximum vier jaar die volgt op de periode bedoeld, naargelang het geval, in het eerste lid, 1°, of in het tweede lid, 1°, toegekend worden. § 3.

§ 1

zijn : 1° voor de militair bedoeld in § 1, eerste en tweede lid : tweeënzeventig duikprestaties, waarvan zes op een diepte van meer dan vijfentwintig meter;2° voor de militair bedoeld in § 1, derde lid : achtenveertig duikprestaties. De Minister van Landsverdediging bepaalt de voorwaarden waaraan een duikprestatie dient te voldoen om als dusdanig beschouwd te worden in de zin van dit besluit. HOOFDSTUK IV. - De toelagen toegekend aan de militair houder van een militair brevet van specialist in opruiming en vernietiging van ontploffingstuigen Art. 11.§ 1. Aan de militair houder van een militair brevet van specialist in opruiming en vernietiging van ontploffingstuigen die, in de loop van het vorige kalenderjaar, de prestaties bepaald in § 2 heeft uitgevoerd, wordt er toegekend : 1° wanneer hij in de Dienst voor opruiming en vernietiging van ontploffingstuigen, een organieke betrekking bekleedt waaraan het verrichten van prestaties van opruiming of vernietiging van ontploffingstuigen verbonden is :

  1. a)indien hij houder is van het brevet niveau officier (GU011) of van het brevet hoger niveau (GU323) : een toelage van 603 euro;
  2. b)indien hij houder is van het brevet middenniveau (GU401) of van het brevet basisniveau (GU811) : een toelage van 558 euro;2° wanneer hij in een andere eenheid dan de Dienst voor opruiming en vernietiging van ontploffingstuigen, een organieke betrekking bekleedt waaraan het verrichten van prestaties van opruiming of vernietiging van ontploffingstuigen verbonden is : een toelage van 379 euro;3° wanneer hij één van de organieke betrekkingen bedoeld in 1° of in 2° niet meer bekleedt : een toelage van 245 euro. De toelage bedoeld in het eerste lid, 3°, kan gedurende de periode van maximum vier jaar die volgt op de periode bedoeld, naargelang het geval, in 1° of in 2°, toegekend worden. § 2.

§ 1

, eerste lid, zijn tien prestaties van opruiming en vernietiging van ontploffingstuigen. De Minister van Landsverdediging bepaalt de voorwaarden waaraan een prestatie van opruiming of vernietiging van ontploffingstuigen dient te voldoen om als dusdanig beschouwd te worden in de zin van dit besluit. HOOFSTUK V. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen Art. 12.In artikel 2 van het koninklijk besluit van 21 januari 1971 betreffende de toekenning van toelagen aan leden van de Krijgsmacht, evenals aan sommige leden van het burgerlijk personeel van het departement van landsverdediging, voor sommige werken of prestaties van bijzonder gevaarlijke of ongezonde aard, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het tweede lid, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 11 november 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/11/2002 pub. 18/12/2002 numac 2002007293 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit houdende toekenning van toelagen aan de specialisten in opruiming en vernietiging van ontploffingstuigen van de krijgsmacht en houdende wijziging van het koninklijk besluit van 21 januari 1971 betreffende de toekenning van toelagen aan leden van de krijgsmacht, evenals aan sommige leden van het burgerlijk personeel van het Departement van Landsverdediging, voor sommige werken of prestaties van bijzonder gevaarlijke of ongezonde aard sluiten, wordt vervangen als volgt : « De toelagen bedoeld in tabel 4 van de bijlage bij dit besluit worden evenwel niet toegekend uit hoofde van de uitvoering van de prestaties vereist voor de toekenning van : 1° de toelagen bedoeld in het koninklijk besluit van 3 april 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/04/2003 pub. 22/04/2003 numac 2003007127 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit houdende het stelsel der toelagen verschuldigd aan het varend personeel van de krijgsmacht sluiten houdende het stelsel der toelagen verschuldigd aan het varend personeel van de Krijgsmacht;2° de toelagen bedoeld in het koninklijk besluit van 20 december 2007 houdende toekenning van toelagen aan de militairen die houder zijn van bepaalde kwalificaties;3° de toelagen bedoeld in het koninklijk besluit van 20 december 2007 houdende toekenning van toelagen aan de militairen die bepaalde prestaties van opruiming, van vernietiging of van ontmanteling van ontploffingstuigen uitvoeren.» ; 2° het derde lid wordt opgeheven. Art. 13.Worden opgeheven : 1° het koninklijk besluit van 23 maart 1961 betreffende de toelage aan militairen die de opleiding tot parachutist hebben ontvangen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 februari 1970, 5 oktober 1972, 1 maart 1977, 11 juni 1981, 15 maart 1988, 21 maart 1991, 11 augustus 1994 en 22 november 1999;2° het koninklijk besluit van 8 februari 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/02/2001 pub. 02/03/2001 numac 2001007054 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit houdende toekenning van een duiktoelage aan het militair personeel van de krijgsmacht sluiten houdende toekenning van een duiktoelage aan het militair personeel van de Krijgsmacht, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 februari 2006;3° het koninklijk besluit van 11 november 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/11/2002 pub. 18/12/2002 numac 2002007293 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit houdende toekenning van toelagen aan de specialisten in opruiming en vernietiging van ontploffingstuigen van de krijgsmacht en houdende wijziging van het koninklijk besluit van 21 januari 1971 betreffende de toekenning van toelagen aan leden van de krijgsmacht, evenals aan sommige leden van het burgerlijk personeel van het Departement van Landsverdediging, voor sommige werken of prestaties van bijzonder gevaarlijke of ongezonde aard sluiten houdende toekenning van toelagen aan de specialisten in opruiming en vernietiging van ontploffingstuigen van de krijgsmacht en houdende wijziging van het koninklijk besluit van 21 januari 1971 betreffende de toekenning van toelagen aan leden van de krijgsmacht, evenals aan sommige leden van het burgerlijk personeel van het departement van Landsverdediging, voor sommige werken of prestaties van bijzonder gevaarlijke of ongezonde aard;4° het ministerieel besluit van 10 juni 1964 genomen in uitvoering van het koninklijk besluit van 23 maart 1961 betreffende de toelage aan militairen die de opleiding tot parachutist hebben ontvangen, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 11 juni 1981 en bij het koninklijk besluit van 22 november

  1. HOOFSTUK VI. - Overgangs- en slotbepalingen Art. 14.Bij wijze van overgangsmaatregel : 1° worden de prestaties uitgevoerd in 2007 die voldoen aan de voorwaarden bepaald in dit besluit of bepaald in uitvoering van dit besluit, in aanmerking genomen voor de toekenning in 2008 van de toelagen bedoeld in dit besluit;2° blijven in 2008 toepasselijk op de militair die geen aanspraak kan maken op de toelagen bedoeld in dit besluit omdat hij alle of een gedeelte van de vereiste prestaties, bepaald in dit besluit of bepaald in uitvoering van dit besluit, nog niet heeft uitgevoerd, de bepalingen bedoeld, naargelang het geval, in : a) het koninklijk besluit van 23 maart 1961 betreffende de toelage aan militairen die de opleiding tot parachutist hebben ontvangen;b) het koninklijk besluit van 8 februari 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/02/2001 pub. 02/03/2001 numac 2001007054 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit houdende toekenning van een duiktoelage aan het militair personeel van de krijgsmacht sluiten houdende toekenning van een duiktoelage aan het militair personeel van de Krijgsmacht;c) het artikel 1, § 1, en de artikelen 2, 3, 6 en 7, van het koninklijk besluit van 11 november 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/11/2002 pub. 18/12/2002 numac 2002007293 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit houdende toekenning van toelagen aan de specialisten in opruiming en vernietiging van ontploffingstuigen van de krijgsmacht en houdende wijziging van het koninklijk besluit van 21 januari 1971 betreffende de toekenning van toelagen aan leden van de krijgsmacht, evenals aan sommige leden van het burgerlijk personeel van het Departement van Landsverdediging, voor sommige werken of prestaties van bijzonder gevaarlijke of ongezonde aard sluiten houdende toekenning van toelagen aan de specialisten in opruiming en vernietiging van ontploffingstuigen van de Krijgsmacht en houdende wijziging van het koninklijk besluit van 21 januari 1971 betreffende de toekenning van toelagen aan leden van de Krijgsmacht, evenals aan sommige leden van het burgerlijk personeel van het departement van Landsverdediging, voor sommige werken of prestaties van bijzonder gevaarlijke of ongezonde aard;3° in afwijking van artikel 3, § 2, tweede lid, worden al de prestaties uitgevoerd in 2008 die voldoen aan de voorwaarden bepaald in dit besluit of bepaald in uitvoering van dit besluit, in aanmerking genomen voor de toekenning in 2009 van de toelagen bedoeld in dit besluit;4° in afwijking van artikel 6, § 1, tweede lid, van artikel 10, § 2, en van artikel 11, § 1, tweede lid, vangt voor de militair die, op 1 januari 2008, geen organieke betrekking meer bekleedt bedoeld in artikel 6, § 1, eerste lid, 1°, in artikel 10, § 1, eerste lid, 1°, of tweede lid, 1°, of in artikel 11, § 1, eerste lid, 1° of 2°, de periode van maximum vier jaar aan op 1 januari
  2. Art. 15.Dit besluit treedt in werking op 1 januari
  3. Art. 16.Onze Minister van Landsverdediging is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 20 december
  4. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Begroting, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE De Minister van Landsverdediging, A. FLAHAUT

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.