← België

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 november 2006, gesloten in het Paritair Comit

Obsah (7)Art. 5Art. 8Art. 11Art. 14Art. 17Art. 20Art. 21

2 JUNI 2008. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 november 2006, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, tot invoeri

Art. 5

.Onder voorbehoud van de naleving van artikel 11 van het pensioenreglement zoals bepaald door de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 november 2006, gebeurt de toekenning van voordeel beoogd onder artikel 4 automatisch en er wordt geen enkele bijzondere formaliteit vereist van de arbeider. HOOFDSTUK III. - Voordelen aan incatieve arbeiders Afdeling

  1. Toekenningsvoorwaarden Art. 6.De inactieve arbeiders die op 31 december 2006 de begeleidende maatregelen, het vakantiegeld invaliden of het conventioneel brugpensioen genieten en die hun pensioen opnemen vanaf 1 januari 2007 kunnen aanspraak maken op een jaarlijkse pensioenrente. Afdeling
  2. Bedrag van het toegekende voordeel Art. 7.Het bedrag van de rente beoogd in artikel 6 bedraagt 1 462,57 EUR. Afdeling
  3. -

Art. 8

.Hier wordt verwezen naar de bepalingen van hoofdstuk VIII van deze collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK IV. - Voordelen aan de inactieve arbeiders die reeds de pensioenrente genieten Afdeling

  1. - Toekenningsvoorwaarden Art. 9.De inactieve arbeiders die op 31 december 2006 reeds de pensioenrente genieten zoals bepaald door de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 september 1998 tot uitvoering van artikel 3, 4 en 5 van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst van 24 september 1998 tot invoering van een jaarlijkse pensioenrente zullen deze blijven genieten na 1 januari
  2. Afdeling
  3. - Bedrag van het toegekende voordeel Art. 10.Voor de arbeiders beoogd onder artikel 9 wordt het bedrag van de rente bepaald door hetzij artikel 2 (volledige rente) hetzij door artikel 4 (proportionele rente) van de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 september 1998 tot uitvoering van artikel 3, 4 en 5 van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst van 24 september 1998 tot invoering van een jaarlijkse pensioenrente. Afdeling
  4. -

Art. 11

.Het voordeel wordt automatisch toegekend op basis van de beschikbare gegevens in de sociale bestanden van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (KSZ). Indien deze gegevens niet beschikbaar zijn, zal het FBZ Bouw werken op basis van de hernieuwingsformulieren die door het FBZ Bouw aan betrokkene zullen worden overgemaakt. HOOFDSTUK V. - Voordelen aan weduwen van een actieve arbeider Afdeling

  1. - Toekenningsvoorwaarden Art. 12.Bij overlijden na 31 december 2006 van een actieve arbeider beoogd onder artikel 1, 1° van deze collectieve arbeidsovereenkomst, kan zijn weduwe aanspraak maken op een eenmalige aanvullende premie uitbetaald door het FBZ Bouw. Afdeling
  2. - Bedrag van het toegekende voordeel Art. 13.§
  3. De premie beoogd in artikel 12 is vanaf het jaar van overlijden en ten vroegste vanaf 1 januari 2007 verschuldigd. Deze premie stemt overeen met : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld §
  4. De premie beoogd in artikel 12 zal worden uitbetaald tijdens het jaar volgend op het jaar van overlijden van de arbeider. Vanaf 2017 zal het FBZ Bouw geen premie meer verschuldigd zijn. Afdeling
  5. -

Art. 14

.Hier wordt verwezen naar de bepalingen van hoofdstuk VIII van deze collectieve arbeidsovereenkomst en naar artikel 14 van het pensioenreglement gevoegd als bijlage bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 november 2006 tot invoering van een sociaal sectoraal pensioenstelsel voor arbeiders van de bouwnijverheid. HOOFDSTUK VI. - Voordelen aan weduwen van een inactieve arbeider Afdeling

  1. - Toekenningsvoorwaarden Art. 15.Bij overlijden na 31 december 2006 van een inactieve arbeider beoogd onder artikel 1, 2° en 3°, kan de weduwe aanspraak maken op een jaarlijkse pensioenrente uitbetaald door het FBZ Bouw. Afdeling
  2. - Bedrag van het toegekende voordeel Art. 16.Het bedrag van de jaarlijkse rente beoogd onder artikel 15 bedraagt 200 EUR. Deze rente houdt op ten vroegste bij het overlijden van de weduwe en dekt een periode van maximum 10 jaar. De 1ste uitbetaling van de premie zal gebeuren in het jaar volgend op het jaar van overlijden van de arbeider. Afdeling
  3. -

Art. 17

.Hier wordt verwezen naar de bepalingen van hoofdstuk VIII van deze collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK VII. - Voordelen aan weduwen die reeds een vakantiegeld genieten Afdeling

  1. - Toekenningsvoorwaarden Art. 18.De weduwen van de arbeiders die op 31 december 2006 reeds een vakantiegeld genieten zoals voorzien door de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2001 betreffende de toekenning van een vakantiegeld aan sommige weduwen van arbeiders van de bouwnijverheid, zullen dit vanaf 1 januari 2007 blijven genieten. Afdeling
  2. - Bedrag van het toegekende voordeel Art. 19.De bedragen toegekend aan de weduwen beoogd onder artikel 18 worden bepaald door de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2001 betreffende de toekenning van een vakantiegeld aan sommige weduwen van arbeiders van de bouwnijverheid. De 1ste uitbetaling zal gebeuren tijdens het jaar volgend op het jaar van overlijden van de arbeider. Afdeling
  3. -

Art. 20

.Het voordeel wordt automatisch toegekend op basis van de beschikbare gegevens in de sociale bestanden van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (KSZ). Indien deze gegevens niet beschikbaar zijn, zal het FBZ Bouw werken op basis van de hernieuwingsformulieren die door het FBZ Bouw aan betrokkene zullen worden overgemaakt. HOOFDSTUK VIII. -

Art. 21

.De aanvraag tot toekenning van het voordeel beoogd door deze collectieve arbeidsovereenkomst moet worden ingediend bij het FBZ Bouw door middel van een speciaal formulier dat hiervoor bestemd is en dat kan worden bekomen bij het FBZ Bouw. De aanvraag kan worden ingediend hetzij door tussenkomst van een syndicale organisatie die deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft ondertekend, hetzij rechtstreeks door betrokkene. HOOFDSTUK IX. - Algemene bepalingen Art. 22.De aanduiding van de organisaties belast met de liquidatie van de sociale voordelen en controles op de toekenning van deze voordelen beoogd door deze collectieve arbeidsovereenkomst, gebeurt overeenkomstig artikel 10 en 23 van de statuten van het FBZ Bouw. Art. 23.De raad van bestuur van het FBZ Bouw bepaalt de praktische modaliteiten en de te volgen

voor het indienen en verwerken van de aanvragen tot tussenkomst. De bijzondere gevallen die niet kunnen worden opgelost op basis van deze collectieve arbeidsovereenkomst, moeten door de meest gerede partij worden voorgelegd aan de raad van bestuur van het FBZ. HOOFDSTUK X. - Geldigheidsduur Art. 24.De huidige collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2007 en vervangt : 1° de kader-collectieve arbeidsovereenkomst van 24 september 1998 tot invoering van een jaarlijkse pensioenrente ten voordele van de arbeiders van de bouwnijverheid zoals gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 juni 2005;2° de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 september 1998 tot uitvoering van de artikelen 3, 4 en 5 van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst van 24 september 1998 tot invoering van een jaarlijkse rente, met uitzondering van artikel 2 en 4 die overeenkomstig hoofdstuk IV van huidige overeenkomst van toepassing blijven;3° de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2001 betreffende de toekenning van een vakantiegeld aan sommige weduwen van arbeiders van de bouwnijverheid zoals verlengd en gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 juni 2005, met uitzondering van de bedragen bepaald in huidige collectieve arbeidsovereenkomst die overeenkomstig hoofdstuk VII van huidige overeenkomst van toepassing blijven. Zij wordt voor onbepaalde duur gesloten. Zij kan onmiddellijk door unaniem akkoord worden opgezegd of door één van de partijen mits naleving van een opzegtermijn van drie jaar. De opzegging wordt betekend bij aangetekend schrijven aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 2 juni 2008. De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, Mevr. J. MILQUET

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.