stallatie of de hergroepering van algemeen geneeskundigen ». De financiering van
stallatie wordt geregeld door het koninklijk besluit van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/09/2006 pub. 28/09/2006 numac 2006022995 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot oprichting van een Impulsfonds voor de huisartsengeneeskunde en tot vaststelling van de werkingsregels ervan sluiten tot oprichting van een Impulsfonds voor de huisartsengeneeskunde en tot vaststelling van de werkingsregels ervan. Dit besluit dat nu gewijzigd wordt door een aanvulling met een regeling voor de financiering van wat in artikel 55, § 4, wordt omschreven als een « hergroepering ».
houd van de huidige wettelijke basis, zoals die is neergelegd in het huidige artikel 55, § 4, van de GVU-wet, te restrictief is geformuleerd om op een adequate manier bij te dragen tot de realisatie van de hierboven vermelde beleidsdoelstelling, die ligt in de ondersteuning en de herwaardering van de huisartsgeneeskunde. Uit het advies moet dan ook afgeleid worden dat een herwerking van de wettekst, die de bedoeling van de wetgever beter uitdrukt en concretiseert, aangewezen is. Het is tevens ook in het licht van de hogervermelde bedoeling van de wetgever en de beleidsdoelstelling die hij beoogt, dat de bepalingen van het nu aan U, Sire, ter ondertekening voorgelegde besluit kunnen worden toegelicht de opmerkingen van de afdeling wetgeving van de Raad van State kunnen worden geduid en kan worden geargumenteerd waarom de regelgeving zoals ze in de huidige fase van het beleid is uitgewerkt, in uitvoering kan worden gebracht. 4. In haar advies leidt de afdeling wetgeving van de Raad van State uit de term « hergroepering » zoals hij in artikel 55,§ 4, van de GVU-wet wordt gebruikt, af dat zo'n hergroepering moet worden beschouwd als een in de tijd beperkte beweging, waardoor de financiering ervan eveneens in de tijd beperkt dient te zijn.De afdeling wetgeving is dan ook van oordeel dat de regeling van het besluit dermate dient te worden omgewerkt dat de subsidiëring in de tijd wordt beperkt. Aangaande dit onderdeel van het advies dient te worden opgemerkt dat het gebaseerd is op de notie « hergroepering » van de Nederlandstalige versie van artikel 55, § 4 van de GVU-wet, notie gebruikt als vertaling van de Franstalige notie « regroupement ». Noch uit de beleidscontext van artikel 55, § 4, noch uit enige andere beleidscontext betreffende gezondheidszorg of gezondheidszorgverzekering of huisartsgeneeskunde blijkt echter dat het een doelstelling van het beleid zou zijn om huisartsen er toe aan te zetten om zich te hergroeperen, in die zin dat zij zich, al dan niet binnen een bepaalde tijdsspanne, met meerdere huisartsen samen zouden moeten vestigen op een andere plaats dan diegene waar zij voorheen actief waren. Deze lezing van het begrippenpaar « hergroepering »-« regroupement » zoals in het advies van de afdeling wetgeving geeft duidelijk aan dat deze terminologie onvoldoende duidelijk uitdrukking geeft aan de bedoeling van de wetgever, die erin bestaat de huisartsgeneeskunde aantrekkelijker te maken door samenwerking tussen huisartsen onder bepaalde voorwaarden financieel te ondersteunen. In het ontwerp van besluit dat aan de Raad van State werd voorgelegd werd trouwens systematisch de notie « groepering » gebruikt, die aansluit bij
tentie van de wetgever. 5. In een andere opmerking stelt de afdeling wetgeving van de Raad van State vast dat het besluit een verschil in behandeling invoert tussen algemeen geneeskundigen op het vlak van de tenlasteneming van de loonkosten voor een werknemer die de huisarts bijstaat in het onthaal van patiënten en het praktijkbeheer, naargelang zij al dan niet deel uitmaken van een hergroepering in de zin van het besluit.De afdeling wetgeving herinnert er aan dat de door artikel 55, § 4, van de GVU-wet geboden mogelijkheid om maatregelen te nemen op het vlak van de hergroepering van algemeen geneeskundigen de stellers van het besluit niet ervan ontslaat om die maatregelen te toetsen aan de grondwettelijke beginselen van de gelijkheid en de niet-discriminatie. Het situeren van de rol van het Impulsfonds in de ruimere doelstelling van de ondersteuning van de huisartsgeneeskunde verduidelijkt ook het gerechtvaardigd karakter van de financieringsmechanismen die het fonds bevat. Het fonds heeft tot doel enerzijds huisartsen financiële incentives te geven om zich te installeren en anderzijds financiële incentives te geven om samen te werken en heeft de bedoeling via die impulsen bij te dragen tot de ondersteuning en herwaardering van de huisartsgeneeskunde. Wat betreft
centives om samen te werken moet worden vastgesteld dat een samenwerkingscontext voor veel huisartsen een cruciale factor kan zijn om in het beroep te stappen of erin te blijven, in het bijzonder omdat samenwerken met andere huisartsen toelaat het gezins- of privé-leven beter te combineren met het beroepsleven. De samenwerking laat toe de continuïteit in de zorgverlening te garanderen zonder te grote impact op het gezinsleven, maar ze bevordert ook het delen van kennis en ze laat ook een vlottere collegiale feedback toe. Het onderbouwen van de samenwerkingscontext via een financiële ondersteuning die het voor de arts gemakkelijker maakt zich in te schrijven in dergelijke context draagt op die manier bij tot het oplossen van het probleem van het onvoldoende beschikbaar zijn van huisartsgeneeskundige zorg en is zodoende niet alleen batig voor de huisartsen zelf, maar ook voor de patiënten, een kwaliteitsvolle huisartsgeneeskunde en de gezondheidszorgverzekering. Terwijl de tussenkomst voor
stallatie huisartsen naar de huisartsgeneeskunde poogt aan te trekken, beoogt de tussenkomst die in het nu voorliggende ontwerp wordt gereglementeerd in hoofdzaak dat de huisartsen ook effectief actief zouden blijven in de huisartsgeneeskunde, en vormt zodoende een bijdrage in het retentiebeleid rond de huisartsgeneeskunde. Behalve de creatie van de voorwaarden om de huisarts aan te zetten de stap te nemen naar samenwerking is het tweede doel van het Impulsfonds de creatie van de voorwaarden om de stap te zetten naar
stallatie. Die doelstelling kan worden gerealiseerd door de huisarts die die stap wil zetten, financieel te steunen. In die zin berust het gecreëerde verschil in behandeling niet alleen op een objectief criterium, maar is dat criterium bovendien pertinent ten opzichte van het doel van de maatregel. Wij zijn dan ook de mening toegedaan dat in deze fase van het beleid rond de herwaardering en de ondersteuning van de huisartsgeneeskunde deze maatregel kan worden doorgevoerd. Bij een latere fase van de uitwerking van dit beleid, die onder meer kan gebeuren door het verduidelijken en aanpassen van de wettelijke basis en met inachtneming van wettelijke mechanismen van overleg tussen de artsen en de ziekenfondsen, zal kunnen gesitueerd worden ten aanzien van andere bijkomende maatregelen, die naast de samenwerkingscontext ook andere dimensies van de activiteit van de huisartsen zullen kunnen ondersteunen en stimuleren. Wij hebben de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaren, De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Financiën en Institutionele Hervormingen, D. REYNDERS De Minister van K.M.O., Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid, Mevr. S. LARUELLE De Minister van Werk en Gelijke Kansen, Mevr. J. MILQUET ADVIES 44.412/1 VAN 6 MEI 2008 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling wetgeving, eerste kamer, op 17 april 2008 door de Minister van Sociale Zaken verzocht haar, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit « tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/09/2006 pub. 28/09/2006 numac 2006022995 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot oprichting van een Impulsfonds voor de huisartsengeneeskunde en tot vaststelling van de werkingsregels ervan sluiten tot oprichting van een Impulsfonds voor de huisartsengeneeskunde en tot vaststelling van de werkingsregels ervan », heeft het volgende advies gegeven : Overeenkomstig artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling wetgeving zich in hoofdzaak beperkt tot het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de voorgeschreven vormvereisten is voldaan. Strekking en rechtsgrond van het ontwerp
stallatie of de hergroepering van algemeen geneeskundigen waarvan de uitgaven ten laste worden genomen van de begroting van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. De Koning bepaalt, door een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de werkingsregels van dit fonds ». 2.
leidende zin van het ontworpen artikel 4quinquies, § 4, eerste lid, te worden geschreven »Het Participatiefonds kan de nadere regelen (niet : « modaliteiten ») bepalen volgens welke aan de hergroepering wordt gevraagd (niet : « kan worden gevraagd ») : ». Artikel 6 Men schrijve « ... wordt een Hoofdstuk IV ingevoegd dat... ». Artikel 7 Zoals ook door de gemachtigde ambtenaar is bevestigd, zijn er geen redenen voorhanden om af te wijken van de gebruikelijke regels van inwerkingtreding van besluiten (de tiende dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad ). De bepaling betreffende
werkingtreding van het ontworpen besluit dient bijgevolg uit artikel 7 te worden weggelaten, dat dan dient aan te vangen als volgt : « De tegemoetkomingen bedoeld in hoofdstuk III van het koninklijk besluit van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/09/2006 pub. 28/09/2006 numac 2006022995 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot oprichting van een Impulsfonds voor de huisartsengeneeskunde en tot vaststelling van de werkingsregels ervan sluiten tot oprichting van een Impulsfonds voor de huisartsengeneeskunde en tot vaststelling van de werkingsregels ervan, zoals ingevoegd bij dit besluit, hebben slechts betrekking op de loonkosten die worden betaald vanaf 1 januari 2007. De aanvragen... (verder zoals in het ontwerp) ».
spectie van financiën, gegeven op 1 februari 2008; Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 22 februari 2008; Gelet op het advies 44.412/1 van de Raad van State, gegeven op 6 mei 2008, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, van Onze Minister van Financiën, van Onze Minister van Middenstand en Landbouw en van Onze Minister van Tewerkstelling en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers; Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.In het koninklijk besluit van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/09/2006 pub. 28/09/2006 numac 2006022995 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot oprichting van een Impulsfonds voor de huisartsengeneeskunde en tot vaststelling van de werkingsregels ervan sluiten tot oprichting van een Impulsfonds voor de huisartsengeneeskunde en tot vaststelling van de werkingsregels ervan wordt een hoofdstuk I ingevoegd dat de artikelen 1 en 2 van het besluit bevat en met als titel « Hoofdstuk I. Definities en algemene bepalingen ». Art. 2.Artikel 1, § 2, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een 4°, luidend als volgt : « 4° groepering : hergroepering van algemeen geneeskundigen die minstens twee erkende huisartsen bevat zoals bepaald in punt 1° die in een schriftelijk samenwerkingsakkoord bevestigen dat ze samenwerken, hetzij op dezelfde installatieplaats, zoals bedoeld in 2°, hetzij op verschillende installatieplaatsen die zich bevinden in dezelfde huisartsenzone of in twee aan elkaar grenzende huisartsenzones zoals bepaald in uitvoering van artikel 1 van het koninklijk besluit van 8 juli 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/07/2002 pub. 05/10/2002 numac 2002022601 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot vaststelling van de opdrachten verleend aan huisartsenkringen sluiten tot vaststelling van de opdrachten verleend aan de huisartsenkringen. » Art. 3.Artikel 2, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « De tussenkomsten van het Impulsfonds worden, voor wat betreft de financiering van
stallatie zoals bedoeld in artikel 1, voor zover die heeft plaatsgevonden na 1 juli 2006, en voor wat betreft de groepering, geregeld volgens de modaliteiten voorzien in het raam van een overeenkomst gesloten tussen het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering en het Participatiefonds, opgericht overeenkomstig artikel 73 van de wet van 28 juli 1992 houdende fiscale en financiële bepalingen. » Art. 4.In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk II ingevoegd dat de artikelen 3 en 4 van het besluit bevat en met als titel « Hoofdstuk II. Tussenkomsten in
stallatie van huisartsen. ». Art. 5.In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk III ingevoegd : « Hoofdstuk III. - Tussenkomsten voor groeperingen. Art. 4bis.De tussenkomst van het Impulsfonds voor een groepering beoogt de tenlasteneming van een deel van de loonkosten van de werknemer die de huisartsen bijstaat in het onthaal en praktijkbeheer. Art. 4ter.§ 1. Om voor de tussenkomst bedoeld in artikel 4bis in aanmerking te komen moet het schriftelijk samenwerkingsakkoord tussen de huisartsen van de groepering minstens de volgende aangelegenheden regelen : 1° de manier waarop het bedrag van de tussenkomst wordt verdeeld;2° de modaliteiten voor intern overleg tussen alle deelnemende huisartsen : dit overleg vindt op regelmatige en gestructureerde basis plaats om een interne evaluatie van de medische kwaliteit mogelijk te maken;3° de modaliteiten voor het raadplegen van de medische dossiers, in het bijzonder de globaal medische dossiers, rekening houdend met de deontologie en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;4° de regels volgens dewelke beslissingen worden genomen;5° de regels volgens dewelke het samenwerkingsakkoord kan worden beëindigd. De huisartsen die samenwerken in een groepering delen de namen en
stallatieplaatsen van de samenwerkende huisartsen mee aan hun patiënten, samen met de modaliteiten voor hun toestemming voor het raadplegen van hun medisch dossier, in overeenstemming met de wetgeving op de rechten van de patiënt. §
houd en de vorm bepalen van een aanvraagformulier dat moet gebruikt worden bij het indienen van de aanvraag bedoeld in § 2 en §
vermelde minimumaantallen beheerde globaal medische dossiers zijn niet van toepassing indien de groepering uitsluitend is samengesteld uit huisartsen die hun erkenning als huisarts zoals bedoeld in artikel 1, § 2, 1°, hebben bekomen in de loop van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de tussenkomst wordt aangevraagd of in de loop van laatstgenoemd kalenderjaar, indien zij voor dit kalenderjaar voldoen aan de voorwaarden van het koninklijk besluit van 6 februari 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 06/02/2003 pub. 21/02/2003 numac 2003022102 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot bepaling van de voorwaarden en de modaliteiten overeenkomstig dewelke de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen een financiële tegemoetkoming verleent aan de artsen voor het gebruik van telematica en het elektronisch beheer van medische dossiers sluiten tot bepaling van de voorwaarden en de modaliteiten overeenkomstig dewelke de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen een financiële tegemoetkoming verleent aan de artsen voor het gebruik van telematica en het elektronisch beheer van medische dossiers.
vermelde minimumaantallen beheerde globaal medische dossiers worden verminderd met 50 % voor de groeperingen die uitsluitend zijn samengesteld uit huisartsen die hun erkenning als huisarts zoals bedoeld in artikel 1, § 2, 1°, bekomen hebben in de loop van het tweede of derde kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de tussenkomst wordt aangevraagd. § 3.
en § 2 vermelde minimumaantallen beheerde globaal medische dossiers worden verminderd met 20 % voor de jaren 2007 en
dexering van de prestaties in de regeling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging sluiten tot bepaling van de toepassingsmodaliteiten voor
dexering van de prestaties in de regeling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging. » Art. 6.In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk IV ingevoegd dat de artikelen 5 tot en met 8 van het besluit bevat en met als titel « Hoofdstuk IV. Slotbepalingen ». Art. 7.De tussenkomsten bedoeld in Hoofdstuk III van het koninklijk besluit van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/09/2006 pub. 28/09/2006 numac 2006022995 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot oprichting van een Impulsfonds voor de huisartsengeneeskunde en tot vaststelling van de werkingsregels ervan sluiten tot oprichting van een Impulsfonds voor de huisartsengeneeskunde en tot vaststelling van de werkingsregels ervan, zoals ingevoegd bij dit besluit, hebben slechts betrekking op de loonkosten die worden betaald vanaf 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.