18 MEI 2008. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het feit dat een beoordeling van de gevolgen op het milieu vereist is voor het nationaal operationeel programma voor de visserijsector en dat een beoordeling van de gevolgen op het milieu niet vereist is voor het nationaal strategisch plan voor de visserijsector ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op artikel 108 van de Grondwet; Gelet op de wet van 13 februari 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/2006 pub. 10/03/2006 numac 2006022171 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's en de inspraak van het publiek bij de uitwerking van de plannen en programma's in verband met het milieu sluiten betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's en de inspraak van het publiek bij de uitwerking van de plannen en programma's in verband met het milieu, inzonderheid op artikel 6; Gelet op het koninklijk besluit van 17 april 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 17/04/2008 pub. 24/04/2008 numac 2008201341 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit tot vaststelling van bepaalde ministeriële bevoegdheden sluiten tot vaststelling van bepaalde ministeriële bevoegdheden; Gelet op het advies van het Adviescomité, gegeven op 17 januari 2008; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 28 januari 2008; Gelet op advies nr. 44.194/3 van de Raad van State, gegeven op 11 maart 2008, met toepassing van artikel 84, § 1, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat in uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad van 27 juli 2006 inzake het Europees Visserijfonds, een nationaal strategisch plan en een operationeel programma voor de visserijsector door elke Lidstaat moeten opgesteld worden; Overwegende de omstandigheid dat het nationaal strategisch plan voor de visserijsector en het nationaal operationele programma voor de visserijsector onvoorwaardelijk moeten ingediend worden bij de Europese Commissie voor de maand juni van dit jaar, in afwachting van de goedkeuring van de vermelde plannen die nog in 2008 dient plaats te vinden; het volstaat om dit tijdelijk element in overweging te nemen gezien het verwerven van de Europese fondsen afhangt van de ijver waarmee de Lidstaten aan de slag gaan om de voorgeschreven termijn te respecteren; om deze termijn te respecteren, is het essentieel dat de beoordelingsprocedure van de gevolgen voor het leefmilieu zo vlug mogelijk van start kan gaan; Overwegende dat bij het vaststellen of een beoordeling van de gevolgen op het milieu voor een plan of programma al dan niet vereist is, het nodig is, overeenkomstig artikel 6, § 3, van de wet, om deze vraag voor te leggen aan het Adviescomité zoals gecreëerd in artikel 5 van deze wet; Op de voordracht van Onze Eerste Minister en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° de wet : de wet van 13 februari 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/2006 pub. 10/03/2006 numac 2006022171 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's en de inspraak van het publiek bij de uitwerking van de plannen en programma's in verband met het milieu sluiten betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's en de inspraak van het publiek bij de uitwerking van de plannen en programma's in verband met het milieu;2° het Comité : het Adviescomité, opgericht bij artikel 5 van de wet. Art. 2.In toepassing van artikel 6, § 3, van de wet, wordt een beoordeling van de gevolgen voor het milieu op het nationaal operationeel programma voor de visserijsector geëist. Er is immers vastgesteld, voornamelijk op basis van elementen weergegeven in het advies van het Adviescomité vermeld in bijlage I, dat het vermelde programma zou kunnen resulteren in aanzienlijke effecten op het milieu voor wat betreft de maricultuur in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België. Art. 3.In toepassing van artikel 6, § 3, van de wet, wordt een beoordeling van de gevolgen voor het milieu voor het nationaal strategisch plan voor de visserijsector niet geëist. Er is immers vastgesteld, voornamelijk op basis van elementen weergegeven in het advies van het Adviescomité vermeld in bijlage I, dat het vermelde plan, gezien de algemeenheid van zijn inhoud, niet toelaat te bepalen of het zou kunnen resulteren in aanzienlijke effecten op het milieu voor wat betreft de maricultuur in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België. Art. 4.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 15 februari 2008. Art. 5.Onze Eerste Minister is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 18 mei 2008. ALBERT Van Koningswege : De Eerste Minister, Y. LETERME Bijlage Adviescomité SEA Advies over de noodzaak om al dan niet een strategische milieubeoordeling uit te voeren in het kader van het Nationaal Plan Visserij Doel : Toepassing van artikel 6, § 3, 2°, van de wet van 13 februari 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/2006 pub. 10/03/2006 numac 2006022171 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's en de inspraak van het publiek bij de uitwerking van de plannen en programma's in verband met het milieu sluiten betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's en de inspraak van het publiek bij de uitwerking van de plannen en programma's in verband met het milieu : Is er al dan niet een strategische milieubeoordeling (SEA) vereist voor het nationaal strategisch plan en het nationaal operationeel programma voor de visserijsector? Overeenkomstig artikel 6, § 3, 2°, van de wet van 13 februari 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/2006 pub. 10/03/2006 numac 2006022171 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's en de inspraak van het publiek bij de uitwerking van de plannen en programma's in verband met het milieu sluiten, werd aan het Adviescomité op 21 december 2007 de vraag voorgelegd door de Dienst Mariene Milieu van het Directoraat -generaal Leefmilieu van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu of er al dan niet een milieubeoordeling vereist is voor het Nationaal strategisch plan (NSP) en voor het Nationaal operationeel programma (NOP) voor de visserijsector. Binnen de termijn vermeld in het bovenvermelde artikel (30 dagen), legt het adviescomité voor de strategische milieubeoordelingen de onderstaande adviezen voor in verband met de hoofdstukken over de maricultuur (aquacultuur op zee) uit het NSP en het NOP. De maricultuur behoort immers tot de federale bevoegdheden. De andere onderdelen van het NSP en het NOP ressorteren ofwel onder het Vlaams Gewest ( de visserijsector in het algemeen, de haveninfrastructuur, de vloot, de aquacultuur op zijn territorium, ...) ofwel onder het Waals Gewest ( de aquacultuur op zijn territorium). 1. Context De verordening (EG) nr.1198/2006 van de Raad van 27 juli 2006 inzake het Europees Visserijfonds voorziet in de verplichting voor elke Lidstaat om een strategisch plan voor de visserijsector op te stellen, wil men aanspraak kunnen maken op financiële steun. Dit plan omvat, indien dit relevant is voor de betrokken Lidstaat, een korte beschrijving van alle aspecten van het gemeenschappelijk visserijbeleid en behelst de prioriteiten, de doelstellingen, een raming van de benodigde overheidsmiddelen en de termijnen voor de uitvoering ervan op nationaal niveau. In uitvoering van het NSP stelt elke Lidstaat een nationaal operationeel programma (NOP) op ter uitvoering van de beleidsmaatregelen en prioriteiten die erin zijn vermeld. Er wordt ook gepreciseerd dat het NOP moet aansluiten op het NSP. Het NOP bestrijkt de periode van 1 januari 2007 tot 31 december 2013. Het NSP moet aan de Europese Commissie worden voorgelegd uiterlijk op het moment waarop de Lidstaat zijn operationeel programma indient. 2. Uitvoering van de federale SEA procedure? Om te bepalen of er al dan niet een SEA moet worden uitgevoerd, dient te worden verwezen naar bijlage I bij de wet van 13 februari 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/2006 pub. 10/03/2006 numac 2006022171 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's en de inspraak van het publiek bij de uitwerking van de plannen en programma's in verband met het milieu sluiten die de criteria vermeldt aan de hand waarvan het mogelijk is om de vermoedelijke omvang te bepalen van de gevolgen van het plan of het programma.Over het algemeen kunnen we stellen dat, om te vallen binnen de toepassingssfeer van de wet, een ontwerpplan een aantal voldoende precieze gegevens moet omvatten, zoals de verwijzing naar cijferelementen (tonnage, aantal activiteiten, aantal exploitaties...), naar geografische elementen of naar de aard van de desbetreffende projecten (in casus de soort vissen/schelpdieren waarover het in de maricultuur gaat). 2.1. Uitvoering van een SEA voor het NSP? Het NSP is opgevat als een algemeen kader waarin op een beknopte wijze de nationale beleidsmaatregelen op het gebied van de visserij zijn vermeld. Wat de maricultuur betreft, verwijst het NSP globaal genomen naar projecten die technisch en economisch haalbaar zijn in de maricultuursector : - in het kader van duurzame visserij, hebben deze projecten betrekking op de schelpdierenkweek, onder meer de mosselkweek voor de haven van Nieuwpoort in een eerste fase en in een latere fase in de gebieden aangeduid voor windmolenparken (o.m. de Thorntonbank). - intensieve viskweekprojecten : tongkweek in vaste installaties. Conclusie. - Advies van het Adviescomité In het NSP zijn de beleidslijnen op het gebied van de maricultuur (mosselkweek voor de haven van Nieuwpoort en in gebieden waar windmolenparken komen, tongkweek) slechts zeer algemeen beschreven en er is alleen sprake van mogelijke projecten. Het is dus niet gemakkelijk om in kaart te brengen welke projecten er precies zullen worden geïmplementeerd en om de draagwijdte en de ligging van de projecten te identificeren. Wat dat betreft worden de voorgestelde maatregelen niet voldoende beschreven in het NSP, waardoor het onmogelijk is de vermoedelijke draagwijdte van de milieu-impact van het plan te evalueren in het licht van het bepaalde in punt 1. eerste streepje van bijlage I (de mate waarin het plan of het desbetreffende programma een kader vormt voor projecten en andere activiteiten met betrekking tot de ligging, aard, omvang en gebruiksvoorwaarden alsmede wat betreft de toewijzing van hulpbronnen), waarbij dit eerste criterium van primordiaal belang is voor de besluitvorming, m.a.w. of er al dan niet een SEA moet worden uitgevoerd. Rekening houdend met de elementen in het NSP en andere criteria van de bijlage I (voornamelijk punt 2. : kenmerken van de impact en de zone die kan worden getroffen), lijkt het bovendien ook moeilijk om nauwkeurig en duidelijk te evalueren of het in het NSP uiteengezette beleid inzake mariene aquacultuur al dan niet aanzienlijke gevolgen voor het milieu kan hebben. In het licht van de bovenvermelde argumenten, formuleert het Adviescomité het volgende advies : « voor het NSP is geen strategische milieubeoordeling vereist », bij gebrek aan nauwkeurige elementen die het mogelijk maken om te bepalen dat het NSP aanzienlijke gevolgen voor het milieu kan hebben. Overeenkomstig artikel 14, § 1 van het koninklijk besluit van 22 oktober 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/10/2006 pub. 20/11/2006 numac 2006023156 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende de organisatie en de werking van het Adviescomité voor de beoordelingsprocedure van de gevolgen van de plannen en programma's die aanzienlijke effecten kunnen hebben op het milieu sluiten betreffende de organisatie en de werking van het Adviescomité voor de beoordelingsprocedure van de gevolgen van de plannen en programma's die aanzienlijke effecten kunnen hebben op het milieu, werd dit advies bij consensus uitgebracht. 2.2. Uitvoering van een SEA voor het NOP? Het NOP omvat onder meer een omschrijving van de pijlers van het in aanmerking genomen beleid, een definiëring van de specifieke doelstellingen van elke van deze pijlers alsook de manier waarop deze pijlers zullen worden geïmplementeerd (art. 20
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.