← België

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financi

Obsah (5)§ 1§ 2§ 3§ 4§ 5

19 SEPTEMBER 2008. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 april 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/04/2002 pub. 30/05/2002 numac 200202233

zake gezondheidszorg sluiten en artikel 99, gewijzigd bij de wet van 22 augustus 2002; Gelet op het koninklijk besluit van 25 april 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/04/2002 pub. 30/05/2002 numac 2002022335 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen sluiten betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 oktober 2002, 11 november 2002, 29 januari 2003, 4 juni 2003, 8 juli 2003, 11 juli 2003, 16 maart 2004, 7 juni 2004, 26 oktober 2004, 22 februari 2005, 11 juli 2005, 15 juli 2005, 13 maart 2006, 12 mei 2006, 10 november 2006, 19 juni 2007 en 18 september 2008; Gelet op het advies van de

specteur van Financiën, gegeven op 19 augustus 2008; Gelet op de akkoordbevinding voor de Staatssecretaris van Begroting, gegeven op 15 september 2008; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat dit besluit, dat voorziet

nieuwe financieringsregels, zo snel mogelijk

het Belgisch Staatsblad moet verschijnen, aangezien het de verplichte

leiding op de kennisgeving van het budget van de ziekenhuizen vormt, een redelijk lange administratieve procedure, en dat dit budget ter kennis van de beheerders moet worden gebracht vóór het begin van het betreffende financieringsdienstjaar, namelijk vóór 1 juli 2008; Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Artikel 15 van het koninklijk besluit van 25 april 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/04/2002 pub. 30/05/2002 numac 2002022335 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen sluiten betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 oktober 2002, 11 november 2002, 29 januari 2003, 4 juni 2003, 8 juli 2003, 11 juli 2003, 16 maart 2004, 7 juni 2004, 26 oktober 2004, 22 februari 2005, 11 juli 2005, 15 juli 2005, 13 maart 2006, 12 mei 2006, 10 november 2006, 19 juni 2007 en 18 september 2008 wordt aangevuld als volgt : « 35° de financiering van de arbeidsplaatsen die werden gecreëerd krachtens de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, Titel V, Hoofdstuk III 'Tewerkstelling van jongeren

de non-profitsector'; ». Art. 2.

artikel 25 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 2 wordt vervangen door de volgende bepaling : « De overeenkomstig § 1, vastgestelde afschrijvingen mogen niet hoger zijn dan 40 % van de werkelijke

vesteringswaarden, beperkt tot de voormelde maximumbedragen, voor zover er betoelaging werd bekomen. Deze betoelaging moet blijken uit de beslissing van de ter zake bevoegde overheid bedoeld

artikel 7 van het koninklijk besluit van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 29/07/1999 numac 1999022517 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene criteria voor de vaststelling en de goedkeuring van de kalender bedoeld

artikel 46bis, eerste lid, van de wet op de ziekenhuizen voor de bij toepassing van artikel 130 van de Grondwet bevoegde overheid type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 07/10/1999 numac 1999022893 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene criteria voor de vaststelling en de goedkeuring van de kalender bedoeld

artikel 46bis, lid 1, van de wet op de ziekenhuizen voor de bij toepassing van de artikelen 128 en 135 van de Grondwet bevoegde overheden sluiten tot bepaling van de algemene criteria voor de vaststelling en de goedkeuring van de kalender bedoeld

artikel 46bis, eerste lid, van de wet op de ziekenhuizen voor de overheid die bij toepassing van artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet

zake gezondheidsbeleid bevoegd is.

dien het bovengenoemde bewijs niet geleverd wordt, of

dien er geen subsidie werd verkregen, worden de afschrijvingslasten niet

aanmerking genomen.

geval van toepassing van artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 13 december 1966Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/12/1966 pub. 23/03/2020 numac 2020030270 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot bepaling van het percentage van de toelagen voor de opbouw, de herconditionering, de uitrusting en de apparatuur van ziekenhuizen en van zekere voorwaarden waaronder ze worden verleend. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten tot bepaling van het percentage van de toelagen voor de opbouw, de herconditionering, de uitrusting en de apparatuur van ziekenhuizen en van zekere voorwaarden waaronder ze worden verleend, dan wordt het percentage van 40 % gebracht op 70 %.

geval van toepassing van artikel 3, § 1bis van het koninklijk besluit van 13 december 1966Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/12/1966 pub. 23/03/2020 numac 2020030270 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot bepaling van het percentage van de toelagen voor de opbouw, de herconditionering, de uitrusting en de apparatuur van ziekenhuizen en van zekere voorwaarden waaronder ze worden verleend. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten tot bepaling van het percentage van de toelagen voor de opbouw, de herconditionering, de uitrusting en de apparatuur van ziekenhuizen en van zekere voorwaarden waaronder ze worden verleend, dan wordt het percentage van 40 % gebracht op 90 %. »; 2° § 4 wordt vervangen door volgende bepaling : « De afschrijvingslasten van de

vesteringen die uitgevoerd worden om te voldoen aan de architectonische normen voor de ziekenhuisapotheek en de chirurgische daghospitalisatie, mogen niet hoger zijn dan 40 % van de werkelijke

vesteringswaarden, beperkt tot de

§ 1

bedoelde maximumbedragen, voor zover er betoelaging werd bekomen.Deze betoelaging moet blijken uit de beslissing van de ter zake bevoegde overheid bedoeld

artikel 7 van het koninklijk besluit van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 29/07/1999 numac 1999022517 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene criteria voor de vaststelling en de goedkeuring van de kalender bedoeld

artikel 46bis, eerste lid, van de wet op de ziekenhuizen voor de bij toepassing van artikel 130 van de Grondwet bevoegde overheid type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 07/10/1999 numac 1999022893 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene criteria voor de vaststelling en de goedkeuring van de kalender bedoeld

artikel 46bis, lid 1, van de wet op de ziekenhuizen voor de bij toepassing van de artikelen 128 en 135 van de Grondwet bevoegde overheden sluiten tot bepaling van de algemene criteria voor de vaststelling en de goedkeuring van de kalender bedoeld

artikel 46bis, eerste lid, van de wet op de ziekenhuizen voor de overheid die bij toepassing van artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet

zake gezondheidsbeleid bevoegd is.

dien het bovengenoemde bewijs niet geleverd wordt of

dien er geen subsidie werd verkregen, worden de afschrijvingslasten niet

aanmerking genomen.

geval van toepassing van artikel 3, § 1bis van het koninklijk besluit van 13 december 1966Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/12/1966 pub. 23/03/2020 numac 2020030270 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot bepaling van het percentage van de toelagen voor de opbouw, de herconditionering, de uitrusting en de apparatuur van ziekenhuizen en van zekere voorwaarden waaronder ze worden verleend. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten tot bepaling van het percentage van de toelagen voor de opbouw, de herconditionering, de uitrusting en de apparatuur van ziekenhuizen en van zekere voorwaarden waaronder ze worden verleend, dan wordt het percentage van 40 % gebracht op 90 %. » Art. 3.

artikel 29 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 2

wordt punt 4° aangevuld als volgt : « Om van deze financiering te kunnen blijven genieten moet dit attest jaarlijks worden voorgelegd op vraag van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, Dienst Boekhouding en beheer van de ziekenhuizen.»; 2°

§ 3

wordt punt 3° aangevuld als volgt : « Om van deze financiering te kunnen blijven genieten moet dit attest jaarlijks worden voorgelegd op vraag van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, Dienst Boekhouding en beheer van de ziekenhuizen.»; 3°

§ 4

wordt punt 3° aangevuld als volgt : « Om van deze financiering te kunnen blijven genieten moet dit attest jaarlijks worden voorgelegd op vraag van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, Dienst Boekhouding en beheer van de ziekenhuizen.»; 4°

§ 5

wordt punt 3° aangevuld als volgt : « Om van deze financiering te kunnen blijven genieten moet dit attest jaarlijks worden voorgelegd op vraag van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, Dienst Boekhouding en beheer van de ziekenhuizen.»; 5° artikel 29 wordt vervolledigd als volgt : « § 10.Vanaf 1 januari 2008 wordt een bedrag van 16.291.000 euro verdeeld onder alle ziekenhuizen naar rato van het forfait bedoeld

§§ 3, 4 en 5, zoals werd aangegeven op 1 januari 2008.

Dit bedrag dient prioritair besteed te worden aan de automatisering van het verpleegkundige luik van het patiëntendossier. » Art. 4.Artikel 31, § 2, eerste lid wordt vervangen door de volgende bepaling : « Onverminderd andersluidende bepalingen worden afschrijvingen voor de lasten van opbouw, verbouwing, uitrusting en apparatuur, berekend op de werkelijke

vesteringswaarden, verminderd met de niet verkregen toelagen verleend door de overheden die op basis van artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet bevoegd zijn voor het gezondheidsbeleid. Deze betoelaging moet blijken uit de beslissing van de ter zake bevoegde overheid bedoeld

artikel 7 van het koninklijk besluit van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 29/07/1999 numac 1999022517 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene criteria voor de vaststelling en de goedkeuring van de kalender bedoeld

artikel 46bis, eerste lid, van de wet op de ziekenhuizen voor de bij toepassing van artikel 130 van de Grondwet bevoegde overheid type koninklijk besluit prom. 04/05/1999 pub. 07/10/1999 numac 1999022893 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene criteria voor de vaststelling en de goedkeuring van de kalender bedoeld

artikel 46bis, lid 1, van de wet op de ziekenhuizen voor de bij toepassing van de artikelen 128 en 135 van de Grondwet bevoegde overheden sluiten tot bepaling van de algemene criteria voor de vaststelling en de goedkeuring van de kalender bedoeld

artikel 46bis, eerste lid, van de wet op de ziekenhuizen voor de overheid die bij toepassing van artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet

zake gezondheidsbeleid bevoegd is.

dien het bovengenoemde bewijs niet geleverd wordt, of

dien er geen subsidie werd verkregen, worden de afschrijvingslasten niet

aanmerking genomen.

geval van toepassing van artikel 3, § 1bis van het koninklijk besluit van 13 december 1966Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/12/1966 pub. 23/03/2020 numac 2020030270 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot bepaling van het percentage van de toelagen voor de opbouw, de herconditionering, de uitrusting en de apparatuur van ziekenhuizen en van zekere voorwaarden waaronder ze worden verleend. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten tot bepaling van het percentage van de toelagen voor de opbouw, de herconditionering, de uitrusting en de apparatuur van ziekenhuizen en van zekere voorwaarden waaronder ze worden verleend, wordt het percentage van 40 % gebracht op 90 %. » Art. 5.

artikel 42, § 1, 11e bewerking, 1°, b), eerste alinea, worden de woorden « de

artikel 80, 1° bedoelde scores » vervangen door de woorden « de

artikel 78, 1° bedoelde score ». Art. 6.

artikel 45, § 3, van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° het punt 4° wordt vervangen als volgt : « 4° Op 1 juli 2007 wordt een extra bedrag van 9.661.667 euro toegevoegd aan onderdeel B2 van de algemene ziekenhuizen, met uitzondering van de Sp-diensten, de Sp-diensten voor palliatieve zorg, de geïsoleerde G-diensten en de eenheden voor de behandeling van zware brandwonden. De

de punten 3° en 4° bedoelde bedragen worden verdeeld onder de algemene ziekenhuizen, met uitzondering van de Sp-diensten, de Sp-diensten voor palliatieve zorg, de geïsoleerde G-diensten en de eenheden voor de behandeling van zware brandwonden, overeenkomstig de hierna

de punten

  1. a)en
  2. b)beschreven modaliteiten :
  3. a)75 % van het beschikbaar bedrag wordt verdeeld overeenkomstig de volgende modaliteiten : 1.Voor elk ziekenhuis worden de volgende ratio's berekend : 1.1. ratio van het aantal klassieke opnamen en chirurgische daghospitalisatie betreffende patiënten die aan de voorwaarden voldoen om de sociale maximumfactuur te genieten

verhouding tot het totaal aantal klassieke opnamen en chirurgische daghospitalisatie betreffende patiënten die vallen onder de verzekeringsinstellingen zoals opgegeven

artikel 99, § 1; 1.2. ratio van het aantal klassieke opnamen en chirurgische daghospitalisatie betreffende patiënten die de maximumfactuur lage

komens genieten en die alleenstaand zijn,

verhouding tot het totaal aantal klassieke opnamen en chirurgische daghospitalisatie betreffende patiënten die vallen onder de verzekeringsinstellingen zoals opgegeven

artikel 99, § 1; 1.3. ratio van het aantal dossiers van personen zonder onderstandsdomicilie waarvan de hospitalisatiekosten door de POD Maatschappelijke

tegratie, Armoedebestrijding en Sociale Economie terugbetaald worden aan de OCMW's ten opzichte van het totaal aantal klassieke opnamen en chirurgische daghospitalisatie van die patiënten.

dien de verzekeringsinstellingen zoals opgegeven

artikel 99, § 1 of de POD Maatschappelijke

tegratie, Armoedebestrijding en Sociale Economie, voor een specifiek ziekenhuis, de gegevens bedoeld

de punten 1.1., 1.

  1. en/of 1.
  2. niet kunnen verstrekken, richt de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu zich rechtstreeks tot het betreffende ziekenhuis om de ontbrekende gegevens te verkrijgen.

dien de ontbrekende gegevens niet kunnen verkregen worden, wordt een financiering aan dit ziekenhuis toegekend,

dien het reeds vroeger een financiering heeft verkregen wegens een op sociaal-economisch vlak zwak patiëntenprofiel, waarbij het bedrag overeenstemt met het bovenbedoeld beschikbaar bedrag, gedeeld door het totaal aantal erkende bedden van het geheel van de begunstigde ziekenhuizen en vermenigvuldigd met het aantal erkende bedden van het desbetreffende ziekenhuis.

  1. De drie hierboven vermelde ratio's worden als volgt gewogen : - ratio onder 1.
  2. : met 0,25; - ratio onder 1.
  3. : met 0,66; - ratio onder 1.
  4. : met 1,
  5. De ratio's worden na weging opgeteld om een score te vormen. De ziekenhuizen worden naar afnemende waarde van de verkregen score gerangschikt.
  6. Het beschikbare budget wordt als volgt verdeeld : - 60 % voor de gevallen afhangend van de ratio onder 1.1.; - 25 % voor de gevallen afhangend van de ratio onder 1.2.; - 15 % voor de gevallen afhangend van de ratio onder 1.
  7. De verdeling van het budget tussen de ziekenhuizen gebeurt op basis van het aantal van hun

aanmerking genomen gevallen

de berekening van elke voormelde ratio. b) het saldo van het beschikbare budget wordt onder alle ziekenhuizen verdeeld per variabele, gedefinieerd

bijlage 17 bij dit besluit,

verhouding tot het nationale totaal overeenkomstig de volgende formule : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld waarbij : S = te verdelen bedrag; Xj = aantal opnamen van het ziekenhuis voor de verklarende variabele j, zoals gedefinieerd

bijlage 17; Yj = aantal opnamen van het Rijk voor de verklarende variabele j, zoals gedefinieerd

bijlage 17; ssj = geraamde parameter van de verklarende variabele j, zoals gedefinieerd

bijlage 17. Voor de ziekenhuizen bedoeld

artikel 33, §§ 1 en 2, wordt een financiering aan het ziekenhuis toegekend,

dien het reeds vroeger een financiering heeft verkregen wegens een op sociaal-economisch vlak zwak patiëntenprofiel, waarbij het bedrag overeenstemt met het bovenbedoeld beschikbaar bedrag, gedeeld door het totaal aantal erkende bedden van het geheel van de begunstigde ziekenhuizen en vermenigvuldigd met het aantal erkende bedden van het desbetreffende ziekenhuis. » 2° Punt 5° wordt opgeheven met

gang van 1 juli 2007. Art. 7.

artikel 47 wordt § 2 aangevuld als volgt : « Om van deze financiering te kunnen blijven genieten moet dit attest jaarlijks worden voorgelegd op vraag van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, Dienst Boekhouding en beheer van de ziekenhuizen. » Art. 8.

Hoofdstuk VI

van hetzelfde besluit wordt een onderafdeling 6bis

gevoegd, luidend als volgt : « Onderafdeling 6bis. B Gemeenschappelijke bepalingen voor onderdeel B2 van de algemene ziekenhuizen Art. 47bis.Vanaf 1 januari 2008 wordt een budget van 3.672.000 euro verdeeld onder de algemene ziekenhuizen om de kosten voor actieve verbanden te dekken die, vóór die datum, ten laste werden genomen door de Ziekte- en

validiteitsverzekering, wat niet langer het geval is, naar rato van het aandeel van elk ziekenhuis

het globale budget B2 van de algemene ziekenhuizen zoals betekend op 1 januari 2008. » Art. 9.

artikel 52, 1° van hetzelfde besluit worden de punten b.1) en b.2)

gevoegd, luidend als volgt : « b.1) Vanaf 1 juli 2008 wordt het bedrag berekend volgens punten a) en b) aangepast om te voorzien

de financiering van 0,5 VTE voor de samenwerkingsverbanden waarvan de aantrekkingszone minder dan 250 000

woners bedient en van 0,75 VTE voor de samenwerkingsverbanden waarvan de aantrekkingszone tussen 250.000 en 500.000

woners bedient. De waarde van een VTE wordt vastgesteld op 50.000 euro op 1 juli 2008. b.2) Een bijkomend bedrag van 67.000 euro (

dex 01/01/2008) wordt verdeeld onder de samenwerkingsverbanden, volgens de berekeningen bedoeld

punten a), b) en b.1), naar rato van het percentage

woners dat het samenwerkingsverband bedient. » Art. 10.

artikel 63 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

worden de woorden « 34.317.103 euro (

dex 01/07/2007) » vervangen door de woorden « 43.088.472 euro (

dex 01/01/2008) »; 2°

§ 2

worden de woorden « 35.069.257 euro (

dex 01/07/2007) » vervangen door de woorden « 39.664.654 euro (

dex 01/01/2008) »; 3° § 2, 2 e lid, wordt vervolledigd als volgt : « - de circuits en zorgnetwerken bedoeld

artikel 97ter van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987; - de crisis- en spoedpsychiatrie. » Art. 11.

artikel 73 van hetzelfde besluit wordt § 3 vervangen door de volgende beschikking : « De lasten met betrekking tot de verhoging van de werkgeversbijdragen voor pensioenen, toegepast van 2005 tot 2007, voor de nieuwe aangeslotenen bij 'pool 2 van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid - Provinciale en plaatselijke overheidsdiensten (RSZ-PPO)', zoals bedoeld

artikel 15, 15°, worden gefinancierd op basis van reële, door de RSZ-PPO meegedeelde, kosten. » Art. 12.Er wordt

hetzelfde besluit een artikel 74octies

gevoegd, dat luidt als volgt : « Vanaf 1 januari 2007 wordt, op basis van artikel 2 van het koninklijk besluit van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/04/2007 pub. 12/06/2007 numac 2007022686 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid en federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de algemene uitvoeringsbepalingen van de maatregelen ten gunste van de tewerkstelling van jongeren

social profitsector voortspruitend uit de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact sluiten houdende de algemene uitvoeringsbepalingen van de maatregelen ten gunste van de tewerkstelling van jongeren

de social profitsector voortspruitend uit de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, een jaarlijkse financiering van maximum 35.000 euro per VTE opgenomen

onderdeel B4 van de ziekenhuizen die laaggeschoolde jongeren aanwerven voor de globale projecten 'Veiligheid

de ziekenhuizen', 'Problematiek van de geïnterneerde gedetineerden' en 'Kinderverzorgsters

de pediatrische diensten', bedoeld

artikel 1, 1° tot 3° van het ministerieel besluit van 31 mei 2007Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 31/05/2007 pub. 22/06/2007 numac 2007022905 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Ministerieel besluit tot uitvoering van artikel 82 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact en tot vaststelling van de globale projecten

de sectoren die onder de bevoegdheid van de federale overheid vallen sluiten tot uitvoering van artikel 82 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact en tot vaststelling van de globale projecten

de sectoren die onder de bevoegdheid van de federale overheid vallen. Een herziening van het aan elk ziekenhuis toegekend budget is voorzien, enkel voor de jaren 2007 en 2008, rekening houdend met de VTE effectieve aanwervingen die tijdens diezelfde jaren werden gedaan. » Art. 13.

artikel 75 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt aangevuld als volgt : «

afwijking van het vorige lid is er geen herberekening op 1 juli 2008.De berekeningen waarvan sprake

bovenstaande punten

  1. a)tot
  2. e)gebeuren voor het eerst op 1 juli 2009 en vervolgens om de 2 jaar. »; 2° § 2 wordt aangevuld als volgt : «

afwijking van het vorige lid is er geen herberekening op 1 juli 2008.De berekeningen waarvan sprake

bovenstaande punten

  1. a)tot
  2. e)gebeuren voor het eerst op 1 juli 2009 en vervolgens om de 2 jaar. »; 3° § 3 wordt aangevuld als volgt : «

afwijking van het vorige lid is er geen herberekening op 1 juli 2008.De berekeningen waarvan sprake

bovenstaande punten

  1. a)tot
  2. e)gebeuren voor het eerst op 1 juli 2009 en vervolgens om de 2 jaar. ». Art. 14.

artikel 78, 1°, b), vijfde lid van hetzelfde besluit, worden de woorden «

bijlage 3 bij dit besluit, punt 3bis, » vervangen door de woorden «

bijlage 17 bij dit besluit, ». Art. 15.

artikel 79, 6°, vierde lid van hetzelfde besluit wordt

de Nederlandse tekst de derde gedachtestreep als volgt vervangen : « - de geboortedatum, ». Art. 16.

artikel 79bis, § 2 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door de volgende bepaling : « Dit complement wordt

meerdere fasen gefinancierd : -

2006 : 195 EUR; -

2007 : 322 EUR; -

2008 : 450 EUR; -

2009 : 498 EUR. » Art. 17.

artikel 79ter, § 1 van hetzelfde besluit, wordt het 3e lid vervangen als volgt : « Vanaf 1 januari 2006 wordt voor de 1e fase een provisioneel bedrag van 3.420.463,90 euro verdeeld onder de openbare ziekenhuizen, uitgaande van het totale aantal VTE's vermenigvuldigd met 40 %. Vanaf 1 januari 2008 wordt voor de 2e fase een provisioneel bedrag van 2.879.719 euro verdeeld tussen de ziekenhuizen, uitgaande van het totale aantal VTE's 2005

kwestie. » Art. 18.Artikel 79quinquies van hetzelfde besluit wordt als volgt vervolledigd : « § 5. Vanaf 1 januari 2008 worden er 4 VTE's gefinancierd

de algemene ziekenhuizen die beschikken over erkende G-bedden en die werden geselecteerd na de projectoproep van DG1 van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, ten belope van 45.881 euro per VTE, om de

terne liaison te verzekeren. » Art. 19.Er wordt

hetzelfde besluit een artikel 79septies

gevoegd, luidend als volgt : « 79septies. Met

gang van 1 januari 2008 wordt een jaarlijkse functionele toelage van 816,80 euro (

dex 01/07/2005) toegekend aan de hoofdverpleegkundigen, verpleegkundigen-hoofd van dienst van het tussenkader en de hoofdparamedici van de ziekenhuizen, die een geldelijke anciënniteit van minstens 18 jaar hebben alsook de opleiding hebben genoten die vereist is krachtens de besluiten waarbij hun functie wordt omschreven. Het bedrag wordt berekend door het aantal toelaatbare VTE's van het ziekenhuis te vermenigvuldigen met 1.099,98 euro, zijnde 816,80 euro verhoogd met de patronale lasten (

dex 01/07/2005). » Art. 20.Er wordt

hetzelfde besluit een artikel 79octies

gevoegd, luidend als volgt : « Er wordt een pilootonderzoek opgezet naar de onmiddellijke vervanging en de communicatie van de uurroosters

de ziekenhuissector. Het heeft tot doel een gefaseerde versterking met 2309 VTE's door te voeren ten behoeve van de mobiele equipe voorzien

het koninklijk besluit van 23 oktober 1964 houdende vaststelling van de normen waaraan de ziekenhuizen en hun diensten moeten voldoen. De fasen zijn de volgende : - op 1 januari 2008 worden 319 VTE, ten belope van 46.981,24 euro per VTE, toegewezen aan de algemene en psychiatrische ziekenhuizen met uitsluiting van de Sp-diensten palliatieve zorg, K- en NIC-diensten die het universitaire ad hoc team heeft geselecteerd; - op 1 juli 2009 worden 1042 VTE's verdeeld onder de niet geselecteerde ziekenhuizen op basis van 0,5 VTE per 30 bedden

de algemene en psychiatrische ziekenhuizen met uitsluiting van de Sp-diensten palliatieve zorg, K- en NIC-diensten; - op 1 januari 2011 worden 948 VTE verdeeld onder de niet geselecteerde ziekenhuizen op basis van 0,5 VTE per 30 bedden

de algemene en psychiatrische ziekenhuizen met uitsluiting van de Sp-diensten palliatieve zorg, K- en NIC-diensten. » Art. 21.Artikel 80 van hetzelfde besluit wordt vervolledigd door een § 5 luidend als volgt : « § 5. Om de schaalverhogingen te dekken die voortvloeien uit de evolutie van de geldelijke anciënniteit, worden de budgetten bepaald overeenkomstig de artikelen 33, § 3, 42, 43, 44, 45, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 54, 55, 56, 57, 58, 59, 60, 61, 62, 63, 65, 66, 67, 68, 70, 73, 73bis, 74, 74bis, 74ter, 74quater, 74quinquies, 74sexies, 74septies, 75, 77, 78, 79, 79bis, 79ter, 79quater, 79quinquies, 79sexies en 79septies vanaf 1 januari 2008 met 0,78 % verhoogd. » Art. 22.

artikel 83 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 4 wordt

getrokken vanaf 1 juli 2007;2° er wordt een § 4

gevoegd dat luidt als volgt : « § 4.Op 1 juli 2008 wordt ter compensatie van het verlies aan

komsten

gevolge het verbod om supplementen

tweepersoonskamers voor chronische patiënten te factureren, een bedrag (X) van 7.500.000 euro (

dex 1 juli 2007) toegevoegd aan onderdeel C3 van de algemene ziekenhuizen die geen enkel ereloonsupplement

gemeenschappelijke kamers vragen. Met chronische patiënt bedoelt men de patiënt die lijdt aan een pathologie, opgenomen

de lijst van de chronische pathologieën

het kader van de MAF « Chronische zieken », alsmede de patiënt met meer dan 15 verblijven

de loop van een kalenderjaar en de patiënt die voor een verblijfsduur van minstens 45 dagen

een revalidatiedienst wordt opgenomen. Dit bedrag wordt verdeeld als volgt : X = A * B/C * D/E waarbij : A = beschikbaar budget van 7.500.000 euro; B = aantal gemeenschappelijke kamers van het ziekenhuis; C = totaal aantal gemeenschappelijke kamers van alle ziekenhuizen; D = aantal chronische zieken van het ziekenhuis; E = totaal aantal chronische zieken van alle ziekenhuizen. Dit bedrag wordt verdeeld onder de ziekenhuizen waarvan alle artsen zich ertoe verbinden om vanaf 1 juli 2007 geen enkel ereloonsupplement meer te vragen

een gemeenschappelijke kamer, en dat naar rata van het vermelde aantal chronische zieken per ziekenhuis. » Art. 23.

artikel 85, § 1, a), worden de woorden « Het deel B » vervangen door de woorden « Het deel B, behalve artikel 74octies, ». Art. 24.Artikel 92, punt 10., van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt : « 10. onderdeel B9, wat betreft de artikelen 79bis en 79septies ; ». Art. 25.

bijlage 3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 2.4.3. wordt aangevuld als volgt : «

  1. g)Verblijven behorend tot APR-DRG 004 « tracheotomie behalve voor aandoeningen van het gelaat, de mond en de hals. »; 2° punt 2.4.4. wordt aangevuld als volgt : «
  2. d)de subgroepen van APR-DRG 004 « tracheotomie behalve voor aandoeningen van het gelaat, de mond en de hals. »; 3° punt 3bis.wordt opgeheven met

gang van 1 juli 2007; 4°

punt 4.3.2.2., 2de lid, worden het 9e en 10e punt als volgt vervangen : « . de 'operating room procedure' (ICD-9-CM-code) werd

de loop van de referentieperiode (MKG van de drie laatst gekende registratiejaren)

minstens 33 % van de gevallen

daghospitalisatie uitgevoerd, en nationaal konden er minstens 90 oneigenlijke klassieke ziekenhuisverblijven worden geteld; het verblijf omvat geen andere >operating room procedure(s)' dan die die werden geteld

de lijst van procedures die voldoen aan de criteria van 33 % der gevallen

daghospitalisatie en nationaal 90 oneigenlijke klassieke ziekenhuisverblijven; . voor de verblijven behorend tot APR-DRG 097 « adenoidectomie en amygdalectomie », is de leeftijd van de patiënt strikt lager dan 14 jaar; . voor de verblijven behorend tot één van de medische APR-DRG's opgesomd

tabel 1 (cf. punt 4.3.2.1.) : het verblijf heeft minstens één RIZIV-nomenclatuurcode uit de lijst B (cf. punt 4.2.2.). » Art. 26.

bijlage 9 bij hetzelfde besluit worden volgende nomenclatuurcodes en codes

gevoegd : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 27.

bijlage 17 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht vanaf 1 juli 2007 : 1° de titel wordt vervangen door de volgende titel : « Definities van de verklarende variabelen en parameters m.b.t. het sociale profiel van het ziekenhuis en berekening van een sociale correctie-

dex. »; 2°

punt 1.'Gegevensbronnen', wordt de derde gedachtestreep geschrapt; 3° punt 1.2. wordt geschrapt; 4°

punt 1.3. worden de variabelen 7 tot 13 geschrapt; 5°

punt 2.wordt de tabel vervangen als volgt : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 6° een punt 3.wordt

gevoegd, luidend als volgt : « 3. Berekening van een aantal verantwoorde ligdagen per ziekenhuis rekening houdende met een sociale correctie-

dex. Berekening van het aantal verantwoorde ligdagen

functie van de sociale-correctie-

dex. Een aantal verantwoorde dagen wordt berekend overeenkomstig de volgende formule : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld waarbij : S= te verdelen bedrag; Xj = aantal opnamen van het ziekenhuis voor de verklarende variabele j, zoals gedefinieerd

bijlage 17; Yj = aantal opnamen van het Rijk voor de verklarende variabele j, zoals gedefinieerd

bijlage 17; âj = geraamde parameter van de verklarende variabele j, zoals gedefinieerd

bijlage 17. Het aantal verantwoorde dagen

functie van de sociale correctie-

dex wordt verdeeld naar rato van de verantwoorde dagen, berekend volgens de methode gedefinieerd

bijlage 3, punt 3, voor de diensten gedefinieerd

bijlage 3, punten 3.2.

  1. tot 3.2.
  2. » Art. 28.Dit besluit heeft uitwerking met

gang van 1 januari 2008, met uitzondering van artikel 22, 2°, dat uitwerking heeft met

gang van 1 juli 2008, en de artikelen 6, 22, 1°, 25, 3° en 27 die uitwerking hebben met

gang van 1 juli

  1. Art. 29.De Minister bevoegd voor Sociale Zaken en de Minister bevoegd voor Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 19 september
  2. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Mevr. L. ONKELINX

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.