artikel 5.2.6.10.1, § 3, van titel II van het VLAREM, moeten de volgende stukken worden gevoegd : 1° het afvalbeheersplan of indien van toepassing het herziene afvalbeheersplan,
titel II, subafdeling 5.2.6.2, van het VLAREM; 2° de voorgestelde financiële zekerheid,
titel II, subafdeling 5.2.6.8, van het VLAREM; 3° de voorgestelde locatie van de afvalvoorziening, met inbegrip van eventuele alternatieve locaties.» Art. 2.In artikel 6 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2000Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 29/09/2000 pub. 28/11/2000 numac 2000036148 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 15 september 1998 betreffende de adviserende beroepscommissie inzake gezins- en welzijnsaangelegenheden type besluit van de vlaamse regering prom. 29/09/2000 pub. 22/05/2001 numac 2001035526 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, in het bijzonder de bepalingen op vlak van de veiligheidsrapportage sluiten, wordt § 4, opgeheven bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2000Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 29/09/2000 pub. 28/11/2000 numac 2000036148 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 15 september 1998 betreffende de adviserende beroepscommissie inzake gezins- en welzijnsaangelegenheden type besluit van de vlaamse regering prom. 29/09/2000 pub. 22/05/2001 numac 2001035526 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, in het bijzonder de bepalingen op vlak van de veiligheidsrapportage sluiten, opnieuw opgenomen in de volgende lezing : « § 4. Bij een vergunningsaanvraag die betrekking heeft op een inrichting die is ingedeeld op basis van rubriek 2.3.11 van de indelingslijst, bezorgt de vergunningverlenende overheid de ontvankelijk verklaarde vergunningsaanvraag ter kennisgeving aan de instantie die door de federale overheid is belast met het opstellen van het externe noodplan. » Art. 3.In artikel 30, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 februari 2005 en 12 mei 2006, wordt tussen het tweede en het derde lid een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt : « De vergunning die betrekking heeft op een inrichting die is ingedeeld op basis van rubriek 2.3.11 van de indelingslijst, met uitzondering van wat betrekking heeft op het inert afval, afval uit de winning, de behandeling en de opslag van turf en het niet-gevaarlijk niet-inert afval, tenzij deze worden gestort in een afvalvoorziening van categorie A, en met uitzondering van de afvalvoorzieningen
artikel 5.2.6.10.1, § 3, van titel II van het VLAREM, bevat daarenboven minstens ook nog : 1° het afvalbeheersplan of indien van toepassing het herziene afvalbeheersplan,
titel II, subafdeling 5.2.6.2, van het VLAREM; 2° de financiële zekerheid,
titel II, subafdeling 5.2.6.8, van het VLAREM; 3° de voorgestelde locatie van de afvalvoorziening, met inbegrip van eventuele alternatieve locaties;4° de categorie van de voorziening.» Art. 4.Aan artikel 30bis, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 januari 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 12/01/1999 pub. 11/03/1999 numac 1999035041 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning en van het besluit van de Vlaamse regering van 27 maart 1985 houdende reglementering en vergunning voor het gebruik van grondwater en de afbakening van waterwingebieden en beschermingszones type besluit van de vlaamse regering prom. 12/01/1999 pub. 23/02/1999 numac 1999035200 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering betreffende het kiesreglement voor de verkiezing van de leden van de raad van bestuur van de Hogere Zeevaartschool en hun opvolgers en tot bepaling van de inwerkingtreding van artikel 60, § 1 van het decreet van 9 juni 1998 betreffende de Hogere Zeevaartschool sluiten en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001, 4 februari 2005 en 7 december 2007, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Als de vergunningsaanvraag betrekking heeft op een inrichting die is ingedeeld in rubriek 2.3.11 van de indelingslijst, met uitzondering van wat betrekking heeft op het inert afval, afval uit de winning, de behandeling en de opslag van turf en het niet-gevaarlijk niet-inert afval, tenzij deze worden gestort in een afvalvoorziening van categorie A, en met uitzondering van de afvalvoorzieningen
artikel 5.2.6.10.1, § 3, van titel II van het VLAREM, kan de vergunning alleen worden verleend als is aangetoond dat : 1° het afvalbeheer niet rechtstreeks indruist tegen, noch een belemmering vormt voor de uitvoering van de toepasselijke afvalbeheersplannen, aangenomen ter uitvoering van artikel 35 en 36 van het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen;2° het storten van winningsafval, ongeacht of dat zich in vaste vorm, in de vorm van slib of in vloeibare vorm bevindt, in een ander ontvangend waterlichaam dan het waterlichaam dat is aangelegd voor het verwijderen van winningsafval, voldoet aan de toepasselijke voorschriften van dit besluit, van titel II van het VLAREM en van het decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid sluiten betreffende het integraal waterbeleid en de uitvoeringsbesluiten ervan.» Art. 5.In artikel 31, § 2, 3°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 03/06/2005 pub. 24/06/2005 numac 2005035739 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, voor wat de bepalingen inzake inspraak betreft sluiten, worden de woorden « of die MER-plichtig is, » vervangen door de woorden « die MER-plichtig is of een inrichting die is ingedeeld in rubriek 2.3.11 van de indelingslijst, ». Art. 6.In artikel 32bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 03/06/2005 pub. 24/06/2005 numac 2005035739 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, voor wat de bepalingen inzake inspraak betreft sluiten worden de woorden « of op een MER-plichtige inrichting, » vervangen door de woorden « , een MER-plichtige inrichting of een inrichting die is ingedeeld in rubriek 2.3.11 van de indelingslijst, met uitzondering van wat betrekking heeft op het inert afval, afval uit de winning, de behandeling en de opslag van turf en het niet-gevaarlijk niet-inert afval, tenzij deze worden gestort in een afvalvoorziening van categorie A, en met uitzondering van de afvalvoorzieningen
artikel 5.2.6.10.1, § 3, van titel II van het VLAREM, ». Art. 7.In hoofdstuk X van hetzelfde besluit, wordt een artikel 41ter ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 41ter.Voor inrichtingen die zijn ingedeeld in rubriek 2.3.11 van de indelingslijst, met uitzondering van wat betrekking heeft op het inert afval, afval uit de winning, de behandeling en de opslag van turf en het niet-gevaarlijk niet-inert afval, tenzij deze worden gestort in een afvalvoorziening van categorie A, en met uitzondering van de afvalvoorzieningen
artikel 5.2.6.10.1, § 3, van titel II van het VLAREM, dient de overheid die de vergunning heeft verleend de voorwaarden voor een vergunning op gezette tijden opnieuw te bezien en, waar nodig, bij te stellen : 1° wanneer zich ingrijpende wijzigingen voordoen in de exploitatie van de voorziening of in het gestorte afval; 2° op basis van de resultaten van de monitoring waarover de exploitant uit hoofde van artikel 5.2.6.5.1, § 3 van titel II van het VLAREM, verslag heeft uitgebracht of van de uit hoofde van artikel 5.2.6.9.1 van titel II van het VLAREM uitgevoerde inspecties; 3° in het licht van informatie-uitwisseling over aanzienlijke veranderingen in de beste beschikbare technieken.» Art. 8.In artikel 45, § 3, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 03/06/2005 pub. 24/06/2005 numac 2005035739 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, voor wat de bepalingen inzake inspraak betreft sluiten, worden tussen de woorden « vierde kolom van de indelingslijst, » en de woorden « wordt het voornemen » de woorden « of een inrichting die is ingedeeld in rubriek 2.3.11 van de indelingslijst, met uitzondering van wat betrekking heeft op het inert afval, afval uit de winning, de behandeling en de opslag van turf en het niet-gevaarlijk niet-inert afval, tenzij deze worden gestort in een afvalvoorziening van categorie A, en met uitzondering van de afvalvoorzieningen
artikel 5.2.6.10.1, § 3, van titel II van het VLAREM, » ingevoegd. HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in de bijlagen bij titel I van het VLAREM Art. 9.In rubriek 2.3 van bijlage 1 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams Reglement betreffende de milieuvergunning, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan de zin « Alle inrichtingen onder 2.3 zijn inrichtingen waarin handelingen gebeuren die leiden tot de vernietiging of de definitieve opslag in of op de bodem van afvalstoffen » worden de volgende woorden toegevoegd : « , met uitzondering van subrubriek 2.3.11 »; 2° er wordt een subrubriek 2.3.11 toegevoegd, die luidt als volgt : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 10.Aan punt D. 4 van bijlage 4 bij hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2006Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 12/05/2006 pub. 08/06/2006 numac 2006035851 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2001 tot uitvoering van artikel 33ter van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning type besluit van de vlaamse regering prom. 12/05/2006 pub. 30/06/2006 numac 2006036000 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning en van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne ter doorvoering van correcties van errata en verdere omzetting van EG-regelgeving sluiten, wordt een punt 4.12 toegevoegd, dat luidt als volgt : « 4.12. Als de aanvraag betrekking heeft op een inrichting die is ingedeeld op basis van rubriek 2.3.11 van de indelingslijst : Geef aanvullend aan de gegevens,
punt 4.1 : 1. het afvalbeheersplan of indien van toepassing het herziene afvalbeheersplan,
titel II, subafdeling 5.2.6.2, van het VLAREM; 2. de voorgestelde financiële zekerheid,
titel II, subafdeling 5.2.6.8, van het VLAREM; 3. de voorgestelde locatie van de afvalvoorziening, met inbegrip van eventuele alternatieve locaties.» HOOFDSTUK III. - Wijzigingen in titel II van het VLAREM Art. 11.Aan artikel 1.1.2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 maart 2008Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 07/03/2008 pub. 21/05/2008 numac 2008201667 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering waarbij de sectorale regelgeving leefmilieu, natuur en energie in overeenstemming wordt gebracht met het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003 sluiten, wordt een subtitel toegevoegd, die luidt als volgt : « Definities afval van winningsindustrieën (Hoofdstuk 2.12, 5.2 (afdeling 5.2.6) en 5.18; Bijlagen 5.2.6.1, 5.2.6.2 en 5.2.6.3) 1° winningsafval : afval dat afkomstig is van de prospectie, de winning, de behandeling en de opslag van mineralen en de exploitatie van groeven;2° winningsindustrieën : alle ondernemingen die zich bezighouden met de bovengrondse of ondergrondse winning van mineralen voor commerciële doeleinden, met inbegrip van de winning door middel van het boren van boorputten of behandeling van het gewonnen materiaal;3° terrein : alle land op een afzonderlijke geografische locatie onder de beheerscontrole van een exploitant;4° exploitant : de natuurlijke persoon of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor het beheer van winningsafval, tevens voor de tijdelijke opslag van winningsafval, alsmede voor de exploitatiefasen en de fase na sluiting;5° niet-verontreinigde bodem : grond die tijdens de winning is verwijderd van de bovenste laag van de bodem en die conform het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering niet verontreinigd is;6° minerale bron of mineraal : een van nature voorkomende afzetting in de aardkorst van een organische of anorganische stof, zoals brandstoffen, metaalertsen, industriële mineralen en mineralen voor de bouwsector, uitgezonderd water;7° behandeling : een mechanisch, fysisch, biologisch, thermisch of chemisch proces of een combinatie van dergelijke processen die op minerale bronnen worden uitgevoerd, met inbegrip van de exploitatie van groeven met de bedoeling het mineraal te extraheren, inclusief het wijzigen van de grootte ervan, het classificeren, het scheiden en uitlogen, en het opnieuw verwerken van eerder weggegooid afval, maar exclusief smelten, thermische productieprocessen (exclusief de verbranding van kalksteen), of metallurgische processen;8° inert afval : afval dat geen significante fysische, chemische of biologische veranderingen ondergaat.Inert afval lost niet op, verbrandt niet en vertoont ook geen andere fysische of chemische reacties, het wordt niet biologisch afgebroken en heeft geen zodanige nadelige effecten op andere stoffen waarmee het in contact komt dat milieuverontreiniging of schade aan de menselijke gezondheid dreigt te ontstaan. De totale uitloogbaarheid en het gehalte aan vervuilende componenten van het afval en de ecotoxiciteit van het percolaat mogen niet significant zijn en mogen vooral de kwaliteit van het oppervlaktewater of grondwater niet in gevaar brengen; 9° percolaat : elke vloeistof die door de gestorte afvalstoffen sijpelt en afkomstig is uit een afvalvoorziening of zich daarin bevindt, met inbegrip van verontreinigd afvoerwater dat, als het niet op de juiste wijze wordt behandeld, nadelige effecten op het milieu kan hebben;10° afvalvoorziening : een terrein dat is aangewezen voor het verzamelen of storten van winningsafval, ongeacht of dat afval zich in vaste vorm, in een oplossing, in een suspensie, of in een vloeibare toestand bevindt, gedurende de volgende termijnen :
§ 3 De informatie die is opgenomen in een op basis van titel I, subrubriek 2.3.11, van het VLAREM verleende vergunning, met uitzondering van wat betrekking heeft op het inert afval, afval uit de winning, de behandeling en de opslag van turf en het niet-gevaarlijk niet-inert afval, tenzij deze worden gestort in een afvalvoorziening van categorie A, en met uitzondering van de afvalvoorzieningen
artikel 5.2.6.10.1, § 3, van titel II van het VLAREM, wordt beschikbaar gesteld aan de bevoegde nationale en communautaire statistische autoriteiten als dat voor statistische doeleinden wordt verlangd. Gevoelige informatie van louter commerciële aard, zoals informatie over zakelijke relaties en kostencomponenten en de omvang van economische mineralenreserves, wordt niet openbaar gemaakt. Art. 2.12.0.2. § 1. De afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen, wordt aangewezen als bevoegde instantie om de inventaris van de gesloten afvalvoorzieningen bij te houden. § 2. De Databank Ondergrond Vlaanderen zorgt voor de openbaarmaking van de inventaris,
§ 3. Een inventaris van de gesloten afvalvoorzieningen die een ernstige negatieve impact hebben op het milieu, of die op middellange of korte termijn een ernstige bedreiging kunnen vormen voor de gezondheid van de mens of voor het milieu, wordt opgemaakt en periodiek geactualiseerd. Die inventaris moet openbaar worden gemaakt en wordt uiterlijk op 1 mei 2012 opgemaakt, rekening houdend met de methodologieën,
artikel 21 van Richtlijn 2006/21/EG van 15 maart 2006 betreffende het beheer van afval van winningsindustrieën, als die voorhanden zijn. Art. 2.12.0.
rubriek 2.3.11 van de indelingslijst. § 2. Artikel 5.2.1.6, artikel 5.2.6.5.1, § 3, artikel 5.2.6.6.1, artikel 5.2.6.7.1, § 4, en artikel 5.2.6.8.1 zijn niet van toepassing op inert afval en afval uit de winning, de behandeling en de opslag van turf, tenzij deze worden gestort in een afvalvoorziening van categorie A. Artikel 5.2.6.5.1, § 3, artikel 5.2.6.6.1, § 3 en § 4, artikel 5.2.6.7.1, § 4 en artikel 5.2.6.8.1 zijn niet van toepassing op niet-gevaarlijk niet-inert afval, tenzij deze worden gestort in een afvalvoorziening van catergorie A. Subafdeling 5.2.6.1. - Algemene voorschriften Artikel 5.2.6.1.1. De nodige maatregelen moeten worden getroffen opdat winningsafval wordt beheerd zonder gevaar voor de menselijke gezondheid en zonder dat procédés of methoden worden aangewend die het milieu kunnen schaden, en met name zonder risico voor water, lucht, bodem, fauna en flora, zonder geluids- of stankhinder te veroorzaken, en zonder schade te berokkenen aan het landschap of aan waardevolle gebieden. De nodige maatregelen moeten ook worden genomen om het onbeheerd achterlaten of het ongecontroleerd lozen of verwijderen van winningsafval te verbieden. Subafdeling 5.2.6.2. - Afvalbeheersplan Artikel 5.2.6.2.1. § 1. De exploitant moet een afvalbeheersplan opstellen voor de preventie of beperking tot een minimum, behandeling, nuttige toepassing en verwijdering van winningsafval, rekening houdend met het beginsel van duurzame ontwikkeling, dat goedgekeurd is door de vergunningverlenende overheid en dat ten minste de volgende elementen bevat : 1° de voorgestelde indeling van de afvalvoorziening :
artikel 5.2.6.5.1, § 1, 1°,2°, 4° en 5°; 5° de voorgestelde controle- en monitoringsprocedures,
artikel 5.2.6.4.1 (indien van toepassing) en artikel 5.2.6.5.1, § 1, 3°; 6° het voorgestelde plan voor sluiting, inclusief de rehabilitatie, de procedures voor de follow-up na de sluiting en de monitoring, overeenkomstig artikel 5.2.6.6.1; 7° maatregelen om de verslechtering van de waterkwaliteit te voorkomen, conform dit besluit en het decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid sluiten betreffende het integraal waterbeleid en de uitvoeringsbesluiten ervan, alsook de bodem- en luchtverontreiniging,
artikel 5.2.6.7.1, te voorkomen of tot een minimum te beperken; 8° een overzicht van de toestand van het terrein dat door de afvalvoorziening aangetast zal worden. In het afvalbeheersplan wordt met name toegelicht hoe via het gekozen alternatief en de gekozen methode het ontstaan van afval, alsook de schadelijkheid ervan, kan worden voorkomen of beperkt, in het bijzonder door aandacht te schenken aan : 1° afvalbeheer in de ontwerpfase en bij de keuze van de methode die wordt gebruikt voor de winning en behandeling van mineralen;2° de veranderingen die het winningsafval kan ondergaan met betrekking tot een vergroting van de oppervlakte en de blootstelling aan bovengrondse omstandigheden;3° terugplaatsing van winningsafval in de uitgegraven ruimten na extractie van het mineraal, voor zover dat technisch en economisch haalbaar is en vanuit milieuoogpunt verantwoord is;4° het weer aanbrengen van de bovenste grondlaag na de sluiting van de afvalvoorziening of, als dat praktisch niet haalbaar is, hergebruik van de bovenste grondlaag elders;5° het gebruik van minder gevaarlijke stoffen voor de behandeling van minerale bronnen. Het afvalbeheersplan heeft tevens tot doel : 1° de nuttige toepassing van winningsafval door middel van recycling, hergebruik of terugwinning van dergelijk afval te bevorderen waar dat vanuit milieuoogpunt verantwoord is overeenkomstig de huidige Europese milieunormen en waar relevant, andere voorschriften van dit besluit;2° op korte en lange termijn de veilige opslag van het afval te waarborgen, in het bijzonder door het beheer tijdens de exploitatie en de fase na sluiting van een afvalvoorziening in overweging te nemen in de ontwerpfase en door een ontwerp te kiezen : - waarvoor weinig en, zo mogelijk, uiteindelijk geen monitoring, controle en beheer van de gesloten afvalvoorziening nodig is; - dat de, bijvoorbeeld aan verplaatsing van verontreinigde stoffen uit de voorziening door de lucht of door het water, op lange termijn toe te schrijven negatieve gevolgen voorkomt of althans zoveel mogelijk beperkt, en - dat de geotechnische stabiliteit op lange termijn van dammen of hopen die zich verheffen boven het voorheen bestaande bodemoppervlak waarborgt. §
punt 1 van bijlage 5.2.6.2, wordt uitgevoerd. Tevens voert hij een intern noodplan in met de maatregelen die moeten worden genomen op het terrein, als zich een ongeval voordoet. In het kader van dat beleid stelt de exploitant een veiligheidsmanager aan die verantwoordelijk is voor de uitvoering van en het periodieke toezicht op het preventiebeleid voor zware ongevallen. De interne noodplannen worden ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaar. Het interne noodplan wordt onmiddellijk door de exploitant uitgevoerd, wanneer er : - zich een zwaar ongeval voordoet, of - zich een onbeheersbare gebeurtenis van zodanige aard voordoet dat redelijkerwijze mag worden aangenomen dat zij tot een zwaar ongeval leidt. § 3. Het noodplan,
, heeft de volgende doelstellingen : 1° zware ongevallen en andere incidenten zo veel mogelijk te vermijden en te beheersen om de effecten ervan tot een minimum te beperken, en in het bijzonder schade aan de gezondheid van de mens en het milieu te beperken;2° de maatregelen uit te voeren die noodzakelijk zijn om de gezondheid van de mens en het milieu te beschermen tegen de effecten van zware ongevallen en andere incidenten;3° de nodige informatie te verstrekken aan het betrokken publiek en aan de betrokken diensten of autoriteiten in het gebied;4° zorgen voor de rehabilitatie, het herstel en de sanering van het milieu na een zwaar ongeval. §
§
de vergunning, zijn vervuld;2° zowel de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving, als de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen, heeft op verzoek van de exploitant toestemming verleend;3° zowel de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving, als de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen, heeft daartoe een gemotiveerd besluit genomen. §
dit besluit en het decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid sluiten betreffende het integraal waterbeleid en de uitvoeringsbesluiten ervan, zal de exploitant onder meer de fysische en chemische stabiliteit van de voorziening onder controle houden en eventuele negatieve milieueffecten tot een minimum beperken, in het bijzonder met betrekking tot het oppervlaktewater en grondwater, door te verzekeren dat : 1° alle structuren die deel uitmaken van de voorziening, worden gemonitord en in stand gehouden, met controle en meetapparatuur die altijd gebruiksklaar is;2° als dat van toepassing is, overloopkanalen en afvoerkanalen schoon en vrij worden gehouden. §
het eerste lid, 2° en 3°, als de vergunningverlenende overheid op basis van een beoordeling van de milieurisico's en rekening houdend met in het bijzonder dit besluit en het decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid sluiten betreffende het integraal waterbeleid en de uitvoeringsbesluiten ervan, voor zover van toepassing, heeft besloten dat het verzamelen en behandelen van percolaat niet nodig is, of als is vastgesteld dat de afvalvoorziening geen potentieel gevaar voor de bodem, het grondwater of het oppervlaktewater vormt. §
artikel 5.2.4.7.1, zodat : 1° alle verplichtingen die voortvloeien uit de vergunning, inclusief bepalingen voor na de sluiting, worden nagekomen; 2° op elk moment middelen beschikbaar zijn voor de rehabilitatie van het terrein dat door de afvalvoorziening is aangetast, zoals beschreven in het afvalbeheersplan, opgesteld conform subafdeling 5.2.6.2 en vereist volgens de vergunning. § 2. De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij kan overeenkomstig artikel 5.2.4.7.2 aanspraak maken op de financiële zekerheid,
De berekening van de financiële zekerheid,
, wordt gemaakt op basis van : 1° de waarschijnlijke invloed van de afvalvoorziening op het milieu. Daarbij wordt in het bijzonder rekening gehouden met de categorie van de voorziening, de kenmerken van het afval en het toekomstige gebruik van het gerehabiliteerde terrein; 2° de veronderstelling dat onafhankelijke en deugdelijk gekwalificeerde derde partijen de noodzakelijke rehabilitatiewerkzaamheden zullen beoordelen en uitvoeren. §
, met uitzondering van de verplichtingen die betrekking hebben op de fase na de sluiting van de afvalvoorziening, overeenkomstig artikel 5.2.6.6.1, §
artikel 5.2.6.8.1, § 1, die uiterlijk op 1 mei 2014 aan de bepalingen van deze afdeling moeten voldoen, en de voorzieningen,
artikel 5.2.6.7.1, § 4, die binnen de daar aangegeven termijnen aan de bepalingen van deze afdeling moeten voldoen. §
artikel 1.1.2. De precieze voorwaarden van de monsternames worden bepaald in overleg met de overheid die bevoegd is om het werkplan goed te keuren; 8° de analyseresultaten van de monsters,
7°, getoetst aan de normen,
bijlage 4 bij het besluit van 14 december 2007 van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming.» HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen in de bijlagen bij titel II van het VLAREM Art. 15.In de bijlagen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, worden tussen bijlage 5.2.4.1 en bijlage 5.3.1 nieuwe bijlagen ingevoegd, die luiden als volgt : « Bijlage 5.2.6.1. Karakterisering van afval van winningsindustrieën Het winningsafval wordt zodanig gekarakteriseerd dat de fysische en chemische stabiliteit van de structuur op lange termijn wordt gegarandeerd en zware ongevallen kunnen worden voorkomen. De afvalkarakterisering omvat, als dat passend is en in overeenstemming is met de classificatie van de afvalvoorziening, de volgende aspecten : 1° een beschrijving van de verwachte fysische en chemische kenmerken van het afval dat op korte en lange termijn zal worden gestort, waarbij met name de stabiliteit ervan onder de aan het oppervlak heersende atmosferische/meteorologische wordt vermeld, rekening houdend met de soort van een of meer gewonnen mineralen en de aard van eventuele overbelasting eof ganggesteentemineralen, die tijdens de winningswerkzaamheden worden verplaatst; 2° een classificatie van het afval volgens de toepasselijke indeling,
bijlage 1.2.1.B van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 05/12/2003 pub. 02/03/2004 numac 2004035239 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage type besluit van de vlaamse regering prom. 05/12/2003 pub. 29/12/2003 numac 2003036241 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 15 juli 2002 tot vaststelling van de tarieven van het loodsgeld en andere vergoedingen en kosten voor loodsverrichtingen in het Belgische loodsvaarwater type besluit van de vlaamse regering prom. 05/12/2003 pub. 04/05/2004 numac 2004035514 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling, voor de jaren 2004 en 2005, van de lijst van vrijwilligersactiviteiten die bij voorrang voor subsidiëring in aanmerking komen type besluit van de vlaamse regering prom. 05/12/2003 pub. 04/03/2004 numac 2004035329 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering houdende de voorwaarden van subsidiëring van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, als bedoeld bij het besluit van de Vlaamse regering van 14 december 2001 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen type besluit van de vlaamse regering prom. 05/12/2003 pub. 27/01/2004 numac 2004035034 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het stambesluit VOI van 30 juni 2000 wat betreft de vaststelling van dringende bepalingen type besluit van de vlaamse regering prom. 05/12/2003 pub. 11/02/2004 numac 2004035214 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 24 januari 2003 tot vaststelling en indeling van de ambten in het buitengewoon onderwijs sluiten tot vaststelling van het Vlaamse reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer, met bijzondere aandacht voor de gevaarlijke kenmerken van het afval in kwestie; 3° een beschrijving van de chemische stoffen die worden gebruikt tijdens de behandeling van het mineraal, en de stabiliteit van die stoffen;4° een beschrijving van de stortmethode;5° het toe te passen afvalvervoersysteem. Bijlage 5.2.6.2. Beleid ter voorkoming van zware ongevallen en informatie die aan het betrokken publiek moet worden verstrekt 1. Beleid ter voorkoming van zware ongevallen Het beleid ter voorkoming van zware ongevallen en het veiligheidsbeheersysteem van de exploitant moeten in verhouding staan tot de gevaren voor zware ongevallen die de afvalvoorziening oplevert. Bij de uitvoering daarvan zal met de volgende elementen rekening worden gehouden : 1° het preventiebeleid voor zware ongevallen moet de algemene doelen en handelingsbeginselen van de exploitant bevatten met betrekking tot de beheersing van de gevaren voor zware ongevallen;2° het veiligheidsbeheersysteem moet het deel van het algemene beheersysteem omvatten dat betrekking heeft op de organisatiestructuur, de verantwoordelijkheden, de praktijken, de procedures, de processen en de middelen voor de vaststelling en de uitvoering van het beleid ter voorkoming van zware ongevallen;3° het veiligheidsbeheersysteem moet ingaan op de volgende zaken :
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.