, lid 1, dient ondertekend te worden door de overdrager en de overnemer tegelijk. Indien de overdrager een groepering van natuurlijke personen is, moet het formulier voor de aanvraag tot overdracht bedoeld in § 1, lid 1, ondertekend worden door alle leden ervan. Als de overdrager een rechtspersoon is, moet het ondertekend worden door alle beheerders of bestuurders ervan. § 2. Overeenkomstig artikel 4, § 2, van het besluit van de Waalse Regering wordt een formulier voor de aanvraag tot vrijmaking aan het fonds van de rechten op de zoogkoeienpremie per aangetekend schrijven verstuurd naar de bevoegde Directie Buitendiensten van het bestuur of er tegen ontvangstbewijs afgegeven, in de loop van de maand februari van het betrokken jaar. De datum van de poststempel op de envelop of de datum van het ontvangstbewijs gelden als bewijs voor de datum van indiening van de aanvraag tot overdracht van rechten. De formulieren voor de aanvraag tot
Indien de landbouwer een groepering van natuurlijke personen is, moeten de formulieren voor de aanvraag tot
Als de landbouwer een rechtspersoon is, moeten ze ondertekend worden door alle beheerders of bestuurders ervan. De premierechten uit het fonds van de rechten op de zoogkoeienpremie worden herverdeeld aan de landbouwers die daar een aanvraag toe indienen en die voldoen aan de voorwaarden van artikel 3, § 2. Die rechten worden herverdeeld aan de landbouwers in dezelfde hoeveelheidn binnen de perken van hun aanvraag om rechten op de premie. De aan de landbouwers herverdeelde hoeveelheid wordt verdubbeld ten belope van zijn aanvraag als voldaan wordt aan volgende voorwaarden : 1° binnen de tien voorafgaande jaren beheerde de landbouwer geen ander bedrijf, noch persoonlijk noch als beheerder van een rechtspersoon, noch als lid van een groepering;2° de landbouwer is minder dan 45 jaar oud op 1 januari van het betrokken jaar. Indien de landbouwer een groepering van natuurlijke personen of een rechtspersoon is, dient één enkel lid van die groepering of één enkele beheerder of bestuurder van die rechtspersoon te voldoen aan beide voorwaarden om de verdubbeling van zijn herverdeling te verkrijgen. In beide gevallen dient de landbouwer bij zijn aanvraag tot overdracht van rechten een uittreksel van de geboorteakte van dat lid of van die beheerder of bestuurder te voegen. De rechten op de zoogkoeienpremie uit het fonds van de rechten op de zoogkoeienpremie worden herverdeeld aan de landbouwers tegen betaling van het bedrag van een gelijkwaardige vergoeding per eenheid rechten, tegen 120 % van de som van de basispremie en de aanvullende zoogkoeienpremie. Die vergoeding dient betaald te worden door de landbouwer binnen een termijn van één maand volgend op de datum van kennisgeving door het bestuur van het resultaat van de herverdeling. De premierechten worden vrijgemaakt tegen de toekenning per eenheid rechten aan de landbouwer van een vergoeding gelijk aan 120 % van de som van de basispremie en de aanvullende zoogkoeienpremie. Het aantal rechten die bij de berekening van die vergoeding betrokken worden, worden met 1 % verminderd. Art. 5.§ 1. Om in aanmerking te kunnen komen voor de zoogkoeienpremie, dient de landbouwer een premieaanvraag in te dienen in de periode van 1 mei tot 30 september van het betrokken jaar, onder gebruikmaking van een officieel formulier. Dat formulier wordt ambtshalve verstuurd naar elke landbouwer die over rechten op de premie beschikt. De landbouwer bedoeld in het eerste lid die geen formulier gekregen heeft, kan er zich een duplicaat van verschaffen bij de bevoegde Directie Buitendiensten. § 2. Het aanvraagformulier wordt in twee exemplaren aan de landbouwer overgemaakt. Het afschrift is voor hem bestemd. Het origineel, behoorlijk ingevuld en ondertekend, wordt bij aangetekend schrijven ingediend bij de bevoegde Directie Buitendiensten of er tegen ontvangstbewijs worden afgegeven. De datum van de poststempel op de envelop of de datum van het ontvangstbewijs gelden als bewijs voor de datum van indiening van de premieaanvraag. § 3. Er wordt per landbouwer en per jaar slechts één aanvraag toegelaten. § 4. Op diens premieaanvraagformulier dient de landbouwer het aantal zoogkoeien en vaarzen aan te geven waarvoor hij de premie wenst te verkrijgen. § 5. Om de plaats van het aanhouden, zoals bepaald in artikel 16 van voornoemde Verordening (EG) nr. 796/2004, aan te geven, moet de landbouwer voor elke zoogkoe waarvoor hij de premie aanvraagt, aangeven in welke productie-eenheid die zoogkoe zich bevindt tijdens de volledige aanhoudperiode. Mochten aangegeven zoogkoeien zich tijdens de betrokken aanhoudperiode eveneens op andere gronden bevinden dan die, aangegeven in de oppervlakte-aangifte van hetzelfde jaar, moet de landbouwer het bestuur daar op voorhand over ilnlichten, zoniet worden de runderen beschouwd als van het bedrijf afwezig zijnd, onverminderd eventuele andere straffen. Indien een landbouwer officieel de machtiging gekregen heeft in afwijking van artikel 31, tweede lid, van het koninklijk besluit van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/08/1997 pub. 19/09/1997 numac 1997016229 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende de identificatie, de registratie en de toepassingsmodaliteiten voor de epidemiologische bewaking van de runderen type koninklijk besluit prom. 08/08/1997 pub. 27/09/1997 numac 1997021286 bron diensten van de eerste minister Koninklijk besluit houdende oprichting van de Federale Raad voor Wetenschapsbeleid type koninklijk besluit prom. 08/08/1997 pub. 19/11/1997 numac 1997022617 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers sluiten om zoogkoeien aan te houden waarvoor hij de premie aanvraagt in een beslag waarvoor de identitificatiedocumenten de naam van de betrokken verantwoordelijke en het juiste adres van het verslag niet vermelden, dient hij bij zijn aanvraag een afschrift van die machtiging te voegen die gedagtekend en ondertekend is door het Federale Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen. Die afwijking kan enkel in overweging worden genomen indien de twee productie-eenheden waartussen de bewegingen toegelaten zijn zonder een beroep hoeven te doen op de gebruikelijke aankoopprocedures, door dezelfde landbouwer worden uitgebaat. § 6. Drie weken na de indiening van de aanvraag wordt er een bericht van ontvangst gericht aan de landbouwer, waarop alle identificatiegegevens van zijn bedrijf, de aanhoudingsplaatsen van de runderen zoals op zijn formulier aangegeven, evenals de nummers van de runderen van het bedrijf weerhouden als premiegerechtigde zoogkoeien en vaarzen en de nummers van de andere runderen die aanwezig zijn op het bedrijf, vermeld staan. Te rekenen van het versturen van dat bericht van ontvangst beschikt de landbouwer over tien kalenderdagen om eventuele wijzigingen aan te brengen aan zijn aanvraag. Bij uitblijven van een reactie van de landbouwer binnen voornoemde termijn worden de gegevens vermeld op dat bericht van ontvangst beschouwd als aanvaard door de landbouwer. § 7. De aanvrager moet gedurende de aanhoudperiode de bevoegde Directie buitendiensten schriftelijk binnen de tien werkdagen volgend op het gebeurde elke vermindering zonder vervanging van het aangegeven aantal zoogkoeien of elke overschrijding van het voorgeschreven maximumaantal vaarzen of elke vermindering van het aantal vaarzen tot onder het voorgeschreven minimumaantal vaarzen zoals bepaald bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 zoals voornoemd, artikel 125, § 2, mededelen. Elke vermindering of elke overschrijding dient door bewijzen verantwoord te worden. Art. 6.§ 1. Aan volgende voorwaarden dient te worden voldaan voor elk vrouwelijk rund op het tijdstip van indiening van de aanvraag : 1° het vrouwelijk rund moet minstens één keer gekalfd hebben en als moeder van een kalf in Sanitel geregistreerd zijn of, in geval van een vaars, minstens acht maanden oud zijn;2° het vrouwelijk rund behoort tot een vleesras of is verkregen door kruising met een vleesras en in Sanitel is geregistreerd als zijnde van een vleesrastype of een gemengd rastype;3° het vrouwelijk rund mag nog niet eerder premiegerechtigd zijn bevonden in een premieaanvraag van een andere landbouwer voor dezelfde campagne;4° het vrouwelijk rund moet deel uitmaken van een vrouwelijk rundveebestand dat dient voor de kalverkweek met het oog op vleesproductie.Behoudens uitzonderlijke gevallen mag een veebestand niet beschouw worden als een vrouwelijk rundveebeslag bestemd voor de kalverkweek met het oog op vleesproductie dan tijdens het kalenderjaar waarin de aanvraag is ingediend aan volgende voorwaarden is voldaan :
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.