artikel 2, 7° van het decreet van 22 december 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 22/12/2006 pub. 29/12/2006 numac 2006037097 bron vlaamse overheid Decreet houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen type decreet prom. 22/12/2006 pub. 22/01/2007 numac 2007035045 bron vlaamse overheid Decreet houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid sluiten;8° de beheerder : de landbouwer die een beheersovereenkomst heeft gesloten;9° landbouwgrond : landbouwgrond als
artikel 2, 12° van het decreet van 22 december 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 22/12/2006 pub. 29/12/2006 numac 2006037097 bron vlaamse overheid Decreet houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen type decreet prom. 22/12/2006 pub. 22/01/2007 numac 2007035045 bron vlaamse overheid Decreet houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid sluiten;10° het GBCS : het geïntegreerd beheers- en controlesysteem,
artikel 2, 14°, van het decreet van 22 december 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 22/12/2006 pub. 29/12/2006 numac 2006037097 bron vlaamse overheid Decreet houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen type decreet prom. 22/12/2006 pub. 22/01/2007 numac 2007035045 bron vlaamse overheid Decreet houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid sluiten;11° de beheersdoelstelling : de doelstelling waarop het beheer gericht is en die bestaat uit het bereiken van een hogere kwaliteit voor natuur en milieu dan de basiskwaliteit voor natuur en milieu, onder meer door het in stand houden of ontwikkelen van natuurwaarden;12° het beheersgebied : ruimtelijk afgebakende delen van het Vlaamse Gewest waarin beheersovereenkomsten kunnen worden gesloten op basis van dit besluit;13° de beheersmaatregel : het werk of de handeling die de beheerder verricht of laat verrichten of achterwege laat, afhankelijk van de beheersdoelstelling;14° het beheerspakket : een geheel van beheersmaatregelen die tegemoetkomen aan een specifieke beheersdoelstelling;15° het beheersvoorwerp : het perceel, het deel van het perceel of het voorwerp waarop de beheersovereenkomst zich richt;16° de detailovereenkomst : het deel van de beheersovereenkomst dat slaat op één beheerspakket en één beheersvoorwerp;17° de randvoorwaarden : de dwingende eisen,
artikel 51, eerste lid, eerste alinea van de Plattelandsverordening en de minimumeisen inzake het gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen,
artikel 51, eerste lid, tweede alinea, van dezelfde Verordening;18° de Plattelandsverordening : Verordening (EG) nr.1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO); 19° de Uitvoeringverordening : Verordening (EG) nr.1974/2006 van de Commissie van 15 december 2006 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO); 20° de Controleverordening : Verordening (EG) nr.1975/2006 van de Commissie van 7 december 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad met betrekking tot de toepassing van controleprocedures en van de randvoorwaarden in het kader van de steunmaatregelen voor plattelandsontwikkeling; 21° Verordening (EG) nr.796/2004 : Verordening (EG) nr. 796/2004 van de Commissie van 21 april 2004 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de randvoorwaarden, de modulatie en het geïntegreerd beheers- en controlesysteem waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers; 22° het programma voor plattelandsontwikkeling : het door de Europese Commissie goedgekeurde Programma voor Plattelandsontwikkeling Vlaanderen 2007-2013, opgemaakt met toepassing van de Plattelandsverordening; 23° de verzamelaanvraag : de verzamelaanvraag,
Verordening (EG) nr.796/2004; 24° betaalorgaan : het organisme zoals gedefinieerd in artikel 2, 29° van de Verordening (EG) nr.796/2004 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de randvoorwaarden, de modulatie en het geïntegreerd beheers- en controlesysteem waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers. HOOFDSTUK II. - De beheersovereenkomsten Afdeling I. - Algemene bepalingen betreffende de beheersovereenkomsten Art. 2.Een beheersovereenkomst is een overeenkomst tussen de maatschappij en een landbouwer waarbij de landbouwer zich er vrijwillig toe verbindt om gedurende een bepaalde termijn een of meer beheerspakketten uit te voeren tegen betaling van een vooraf bepaalde vergoeding, binnen de perken van de begrotingskredieten. Een beheersovereenkomst kan alleen worden gesloten voor landbouwgronden die volgens het GBCS worden gebruikt door de landbouwer die de beheersovereenkomst aanvraagt. De beheerder moet gedurende de looptijd van de beheersovereenkomst het beheersvoorwerp in gebruik hebben volgens de gegevens, opgenomen in het GBCS. Voor de toepassing van dit besluit wordt de beheerder die een inscharingscontract als
artikel 47 van het Mestdecreet heeft gesloten waardoor de beheerder een aantal dieren van een andere landbouwer op zijn landbouwgronden laat grazen, geacht het beheersvoorwerp in gebruik te hebben volgens de gegevens opgenomen in het GBCS, met dien verstande dat de gelijkstelling geldt voor de duurtijd van het inscharingscontract. Voor landbouwgronden die gelegen zijn binnen natuurreservaten als
het Natuurdecreet of binnen bosreservaten als
het Bosdecreet van 13 juni 1990, kunnen geen beheersovereenkomsten worden gesloten. Tevens kunnen voor landbouwgronden die gelegen zijn binnen een uitbreidingszone van een natuurreservaat als
artikel 33 van het Natuurdecreet geen beheersovereenkomsten worden gesloten. De diensten en agentschappen die afhangen van het Vlaamse Gewest, de besturen, alsook de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen die in het Vlaamse Gewest belast zijn met taken van openbaar nut en de erkende terreinbeherende natuurverenigingen,
Natuurdecreet, kunnen geen beheersovereenkomst sluiten. Art. 3.De minister bepaalt de nadere regels met betrekking tot de procedure voor het sluiten van beheersovereenkomsten en de voorwaarden van betaling van de beheersvergoeding en kan de nodige modeldocumenten vaststellen. Art. 4.Elke beheersovereenkomst wordt gesloten voor een duur van vijf jaar. De looptijd van de beheersovereenkomst kan verlengd worden als de verlenging beslist verantwoord is in het licht van de beheersdoelstelling. Een beheersovereenkomst kan alleen op 1 januari aanvangen. Art. 5.Vanaf het sluiten van de beheersovereenkomst moet de beheerder de beheersovereenkomst naleven, zich onderwerpen aan de controle van de naleving ervan en alle gegevens die nodig zijn om de evaluatie van de maatregelen mogelijk te maken, aan de maatschappij ter beschikking stellen. Art. 6.Een beheersovereenkomst kan gecombineerd worden met andere beheersovereenkomsten, milieuacties of maatregelen, op voorwaarde dat ze elkaar aanvullen en onderling verenigbaar zijn. Een beheersvergoeding kan niet gecumuleerd worden met andere vormen van vergoeding, toegekend voor dezelfde of een soortgelijke prestatie. Afdeling II. - De beheersdoelstellingen, de beheerspakketten en hun beheersvergoeding Art. 7.De volgende beheersdoelstellingen worden vastgesteld : 1° de soortenbescherming;2° het perceelsrandenbeheer;3° het herstel, de ontwikkeling en het onderhoud van kleine landschapselementen;4° het botanisch beheer;5° de erosiebestrijding;6° het verbeteren van de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater. Art. 8.§ 1. De beheersdoelstelling soortenbescherming beoogt de instandhouding van de hieronder vermelde soorten en hun habitat : 1° weidevogelsoorten :
artikel 13, § 1 en § 2, van het Mestdecreet. § 2. Bij de beheersdoelstelling het verbeteren van de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater kan het volgende beheerspakket worden uitgevoerd via beheersovereenkomsten : maatregelen voor een verminderde bemesting. Het beheerspakket maatregelen voor een verminderde bemesting kan enkel worden toegepast op een perceel dat voldoet aan al de volgende voorwaarden : 1° op het perceel zijn de bemestingsnormen van artikel 13, § 1 of § 2 van het Mestdecreet van toepassing;bijgevolg kan het beheerspakket niet worden toegepast op een perceel waarvoor een derogatie werd toegestaan als
artikel 13, § 5 van het Mestdecreet of waarvoor een afwijking werd toegestaan als
artikel 13, § 3, § 4, § 9 of § 10 van het Mestdecreet; 2° op het perceel geldt geen beperking van de bemesting in toepassing van artikel 15bis of 15ter van het mestdecreet van 23 januari
artikel 39, derde lid van de Plattelandsverordening en het standstill-beginsel. Onverminderd de toepassing van dit besluit wordt tevens als basismilieukwaliteit beschouwd het naleven van de voorschriften vastgesteld in de Vlaamse regelgeving betreffende natuur en milieu. De minister bepaalt voor elk beheerspakket, rekening houdend met het eerste lid, de beheersmaatregelen en voorwaarden. Afdeling III. - De beheersgebieden en de beheersvisie Art. 15.§
artikel 42 van het Mestdecreet. Voor wat betreft de beheersdoelstelling soortenbescherming, de beheersdoelstelling perceelsrandenbeheer en de beheersdoelstelling herstel, ontwikkeling en onderhoud van kleine landschapselementen liggen de beheersgebieden binnen het Vlaamse Gewest. Voor wat betreft de beheersdoelstelling botanisch beheer zijn de beheergebieden in overeenstemming met artikel 46 van het Natuurdecreet. Art. 16.§ 1. Per beheersgebied of per gedeelte ervan kan de minister een beheersvisie opstellen. Ze omvat ten minste : 1° een omschrijving van de actuele en potentiële natuur- en landschapswaarden en van de milieukwaliteiten;2° het streefbeeld voor de natuur- en landschapswaarden en van de milieukwaliteiten;3° de toepasselijke beheersdoelstellingen;4° de door de inzet van de beheerspakketten te verwachten positieve resultaten op het gebied van natuur- en landschapswaarden en de verbetering van milieuomstandigheden en de manier waarop die bijdragen tot de algemene milieukwaliteit. Als het beheersgebied geheel of gedeeltelijk overlapt met een speciale beschermingszone of een gebied van communautair belang als
artikel 36bis van het Natuurdecreet, dan gelden de instandhoudingsdoelstellingen en prioriteiten die voor dat gebied zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 36ter, § 1, van het Natuurdecreet. Die vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen en prioriteiten hebben dezelfde waarde als de eerste drie componenten van de beheersvisie,
het eerste lid. De beheersovereenkomsten die worden gesloten voor percelen gelegen in een speciale beschermingszone of een gebied van communautair belang, moeten in overeenstemming zijn met de instandhoudingsdoelstellingen en de prioriteiten die voor dit gebied zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 36ter, § 1, van het Natuurdecreet. Als een natuurrichtplan als
het Natuurdecreet bestaat, geldt dat als beheersvisie. Als een natuurrichtplan bepalingen oplegt die strenger zijn dan de beheersmaatregelen, beschreven in de beheerspakketten, dan is de beheerder gehouden de bepalingen uit het natuurrichtplan na te leven. Als geen beheersvisie werd opgesteld, legt de minister voor ieder beheersgebied of gedeelten ervan vast welke beheersdoelstellingen en beheerspakketten van toepassing zijn. Hierbij wordt rekening gehouden met het streefbeeld voor de natuur- en landschapswaarden in het beheersgebied, met de milieukwaliteiten in het beheersgebied, met de bestemmingen aangeduid op de plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening en met de maatregelen bedoeld in artikel 36ter, § 1 en § 2, van het Natuurdecreet. § 2. De minister of zijn gemachtigde kan bepalen welke beheersgebieden of gedeelten ervan of welke beheerspakketten prioritair in aanmerking komen voor het sluiten van beheersovereenkomsten. Daarbij wordt rekening gehouden met de te verwachten positieve resultaten overeenkomstig § 1, eerste lid, 4°, en met de optimale besteding van de begrotingskredieten. Afdeling IV. - Bijzondere bepalingen betreffende de beheersovereenkomsten Art. 17.De beheersovereenkomst of in voorkomend geval een deel van de beheersovereenkomst kan voortijdig worden beëindigd wegens overmacht of uitzonderlijke omstandigheid in de volgende gevallen : 1° overlijden van de beheerder;2° langdurige arbeidsongeschiktheid van de beheerder;3° onteigening van een groot gedeelte van de bedrijfsoppervlakte, als de onteigening op de dag waarop de beheersovereenkomst is gesloten, niet voorzien kon worden;4° een natuurramp die het landbouwareaal van het bedrijf in belangrijke mate ongunstig beïnvloedt als de overheid de ramp als natuurramp heeft erkend overeenkomstig de wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade, veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen;5° het door een ongeluk tenietgaan van de voor veehouderij bestemde gebouwen van de beheerder;6° een epizoötie die de hele veestapel van de beheerder, of een deel ervan, heeft getroffen, en die het onmogelijk maakt de bepalingen van de beheersovereenkomst na te leven. De kennisgeving van een geval van overmacht of een uitzonderlijke omstandigheid als
het eerste lid wordt samen met de bijbehorende bewijsstukken schriftelijk ingediend door de beheerder of zijn rechtsopvolger bij de maatschappij binnen 10 werkdagen nadat de beheerder of zijn rechtsopvolger daartoe in staat is. De maatschappij beslist of het meegedeelde geval een geval van overmacht of een uitzonderlijke omstandigheid is. In geval van overmacht of uitzonderlijke omstandigheid eindigt de beheersovereenkomst of het betreffende deel van de beheersovereenkomst. Binnen twee maanden nadat de maatschappij de kennisgeving heeft ontvangen, brengt ze de beheerder of zijn rechtsopvolger per aangetekende brief op de hoogte van haar beslissing. Voor het jaar waarin het geval van overmacht of uitzonderlijke omstandigheid zich voordoet, ontvangt de beheerder een beheersvergoeding indien de beheersovereenkomst daadwerkelijk werd uitgevoerd. De maatschappij beslist of de beheersovereenkomst daadwerkelijk werd uitgevoerd. De beheersvergoeding verschuldigd voor de voorgaande jaren waarin de beheersovereenkomst daadwerkelijk werd uitgevoerd, hoeft niet te worden terugbetaald. Art. 18.§
, heeft ontvangen, brengt ze de beheerder per aangetekende brief op de hoogte van haar beslissing over de voorwaarden tot aanpassing van de beheersovereenkomst of van haar beslissing tot beëindiging van de beheersovereenkomst of het betreffende deel van de beheersovereenkomst. § 3. Voor het jaar waarin de beheersovereenkomst niet kan worden nagekomen om de redenen,
, ontvangt de beheerder een beheersvergoeding als de beheersovereenkomst daadwerkelijk werd uitgevoerd. De maatschappij beslist of de beheersovereenkomst daadwerkelijk werd uitgevoerd. De beheersvergoeding, verschuldigd voor de voorgaande jaren waarin de beheersovereenkomst daadwerkelijk werd uitgevoerd, hoeft niet te worden terugbetaald. Art. 19.§
, een schriftelijke bevestiging van de overnemer van de percelen dat hij de beheersovereenkomst of het betreffende deel van de beheersovereenkomst overneemt. De minister kan nadere regels vaststellen over de mogelijkheden om een beheersovereenkomst geheel of gedeeltelijk over te nemen in de loop van een kalenderjaar en over de gevolgen daarvan voor de uitbetaling van de beheersvergoeding. § 3. Als de overnemer van de percelen landbouwgrond de beheersovereenkomst of het betreffende deel van de beheersovereenkomst niet overneemt, wordt de beheersovereenkomst of het betreffende deel van de beheersovereenkomst beëindigd en moet de beheerder de ontvangen beheersvergoedingen terugbetalen. Van de terugbetaling kan worden afgezien als de beheerder al gedurende een jaar de beheersovereenkomst is nagekomen en zijn landbouwactiviteit heeft beëindigd. Van de terugbetaling kan eveneens worden afgezien als de overname van de percelen landbouwgrond een gevolg is van de beëindiging van de pacht door de verpachter en die beëindiging op de dag waarop de beheersovereenkomst is gesloten, niet kon worden voorzien. De maatschappij beslist of van de terugbetaling wordt afgezien. Binnen twee maanden nadat de maatschappij de kennisgeving,
, heeft ontvangen, brengt ze de beheerder per aangetekende brief op de hoogte van haar beslissing. In voorkomend geval vordert de maatschappij het verschuldigde bedrag terug. Art. 20.Als de beheerder in de loop van de beheersovereenkomst zijn landbouwactiviteiten definitief stopzet en het bedrijf niet wordt overgenomen, wordt de beheersovereenkomst beëindigd en moet de beheerder de ontvangen beheersvergoedingen terugbetalen. Van de terugbetaling kan worden afgezien als de beheerder al gedurende een jaar de beheersovereenkomst is nagekomen. De maatschappij beslist of van de terugbetaling wordt afgezien. De beheerder stelt de maatschappij schriftelijk in kennis van de stopzetting van zijn landbouwactiviteit en van het feit dat zijn bedrijf niet wordt overgenomen. Binnen twee maanden nadat de maatschappij de kennisgeving,
het tweede lid, heeft ontvangen, brengt de maatschappij de beheerder per aangetekende brief op de hoogte van haar beslissing. In voorkomend geval vordert de maatschappij het verschuldigde bedrag terug. Art. 21.Op schriftelijk verzoek van de beheerder kan de maatschappij de bestaande beheersovereenkomst gedurende de looptijd ervan omzetten in een andere beheersovereenkomst met een nieuwe looptijd, op voorwaarde dat alle onderstaande voorwaarden zijn vervuld : 1° de omzetting komt het milieu of de natuur in belangrijke mate ten goede;2° de bestaande beheersovereenkomst wordt aanzienlijk versterkt;3° de bestaande beheersovereenkomst wordt omgezet in een beheersovereenkomst die is opgenomen in het programma voor plattelandsontwikkeling. De beheerder dient het verzoek tot omzetting in bij de maatschappij, uiterlijk op 1 oktober van het jaar voor het gewenste aanvangsjaar van de omzetting. De maatschappij brengt de beheerder per aangetekende brief op de hoogte van haar beslissing. Art. 22.Als een beheerder gedurende de looptijd van de beheersovereenkomst de oppervlakte waarop de beheersovereenkomst betrekking heeft, wil vergroten, kan de beheerder aan de maatschappij vragen om de beheersovereenkomst voor het resterende deel van de looptijd uit te breiden tot de extra oppervlakte. De uitbreiding kan alleen worden toegestaan als aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan : 1° de uitbreiding is gunstig voor de beheersdoelstelling in kwestie;2° de uitbreiding is gerechtvaardigd, rekening houdend met de aard van de beheersdoelstelling, de duur van de resterende looptijd en de omvang van de extra oppervlakte;3° de uitbreiding doet geen afbreuk aan de doeltreffende controle op de naleving van de beheersovereenkomst. De beheerder dient het verzoek tot uitbreiding in bij de maatschappij, uiterlijk op 1 oktober van het jaar voor het gewenste aanvangsjaar van de uitbreiding. De maatschappij brengt de beheerder per aangetekende brief op de hoogte van haar beslissing. De maatschappij kan een aangepaste beheersovereenkomst voorleggen. Art. 23.§ 1. Als niet langer is voldaan aan de voorwaarden voor het sluiten van een beheersovereenkomst, beëindigt de maatschappij de beheersovereenkomst of het betreffende deel van de beheersovereenkomst. Er is onder meer niet langer voldaan aan de voorwaarden voor het sluiten van een beheersovereenkomst als een perceel waarvoor een beheersovereenkomst werd gesloten, niet langer gelegen is binnen het beheersgebied of komt te liggen binnen een natuur- of bosreservaat als
artikel 2, derde lid, of als de beheersovereenkomst niet langer in overeenstemming is met de beheersvisie. Binnen twee maanden nadat de maatschappij heeft vastgesteld dat niet langer aan de voorwaarden voor het sluiten van een beheersovereenkomst is voldaan, brengt ze de beheerder per aangetekende brief op de hoogte van de beëindiging van de beheersovereenkomst of het betreffende deel van de beheersovereenkomst. § 2. Voor het jaar waarin niet langer is voldaan aan de voorwaarden voor het sluiten van een beheersovereenkomst, ontvangt de beheerder een beheersvergoeding als de beheersovereenkomst of het betreffende deel van de beheersovereenkomst daadwerkelijk werd uitgevoerd. De maatschappij beslist of de beheersovereenkomst of het betreffende deel van de beheersovereenkomst daadwerkelijk werd uitgevoerd. De beheersvergoeding, verschuldigd voor de voorgaande jaren waarin de beheersovereenkomst of het betreffende deel van de beheersovereenkomst daadwerkelijk werd uitgevoerd, hoeft niet te worden terugbetaald. Art. 24.Als de in de beheersovereenkomst bepaalde beheersmaatregelen en beheersvoorwaarden ten gevolge van de wijziging van de dwingende normen, de minimumeisen of de dwingende eisen,
artikel 39, derde lid, van de PlattelandsVerordening, niet langer verder gaan dan de voormelde normen en eisen, worden de in de beheersovereenkomst bepaalde beheersmaatregelen en -voorwaarden aangepast aan de nieuwe normen en eisen. De maatschappij kan een aangepaste beheersovereenkomst voorleggen. Als de in de beheersovereenkomst bepaalde beheersmaatregelen en beheersvoorwaarden ten gevolge van wijziging van de voorschriften vastgesteld in de Vlaamse regelgeving betreffende natuur en milieu niet langer verder gaan dan de voormelde voorschriften, worden na wijziging van dit besluit, de in de beheersovereenkomst bepaalde beheersmaatregelen en beheersvoorwaarden aangepast aan de nieuwe voorschriften. Als de beheerder de aanpassing niet aanvaardt, dan wordt de beheersovereenkomst beëindigd. De beheersvergoeding, verschuldigd voor de periode waarin de beheersovereenkomst daadwerkelijk werd uitgevoerd, hoeft niet te worden terugbetaald. De maatschappij beslist of de beheersovereenkomst daadwerkelijk werd uitgevoerd. Art. 25.Als de maatschappij beslist dat een beheersvergoeding moet worden terugbetaald, geeft ze hiervan kennis aan het betaalorgaan dat het bedrag in kwestie terugvordert of het betrokken bedrag int door dat bedrag onder meer in mindering te brengen op de betalingen die na de datum van de beslissing tot terugvordering worden uitgekeerd aan de beheerder in het kader van dit besluit en van welke van de onder de PlattelandsVerordening of Verordening (EG) nr. 1782/2003 vallende steunmaatregelen dan ook. De beheerder mag het bedrag evenwel betalen zonder op die verrekening te wachten. Afdeling V. - Controle op de naleving van de beheersovereenkomsten Art. 26.De maatschappij en het betaalorgaan zijn belast met het toezicht op de naleving van de beheersovereenkomsten. Om na te gaan of de beheersovereenkomst werd nageleefd, voeren zij in onderling overleg op een efficiënte wijze de vereiste administratieve controles en controles ter plaatse uit. Ze kunnen zich hiertoe laten bijstaan door derden. Met betrekking tot het toezicht wordt door de maatschappij en het betaalorgaan een protocol afgesloten. Art. 27.In geval van een controle ter plaatse zijn de bepalingen van dit artikel van toepassing. De bevoegde ambtenaren hebben het recht om de percelen in kwestie te betreden en om de nodige vaststellingen over de uitvoering van de beheersovereenkomst te doen. Op verzoek van de bevoegde ambtenaren begeleidt de beheerder hen naar de percelen in kwestie. De beheerder verstrekt alle documenten en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de controle. Als de beheerder de controle verhindert, heeft hij geen recht op een beheersvergoeding voor zijn beheersovereenkomsten. De beheerder wordt in de gelegenheid gesteld het verslag van de controle te ondertekenen om zijn aanwezigheid bij de controle te bevestigen, en er opmerkingen aan toe te voegen. Als wordt vastgesteld dat de beheerder in gebreke blijft met de naleving van de beheersmaatregelen en -voorwaarden, ontvangt hij een kopie van het verslag van de controle ter plaatse. Art. 28.Als wordt vastgesteld dat de beheerder in gebreke blijft met de naleving van de beheersovereenkomst, dan is artikel 29 van toepassing als de niet-naleving betrekking heeft op de oppervlakte. Heeft de niet-naleving geen betrekking op de oppervlakte, dan is artikel 30 van toepassing. Art. 29.Als de maatschappij volgens de modaliteiten van het protocol, bepaald in artikel 26, oordeelt dat de niet-naleving betrekking heeft op de oppervlakte, bepaalt de maatschappij de kortingen en uitsluitingen overeenkomstig artikel 16 van de Controleverordening. Het betaalorgaan vordert deze kortingen en uitsluitingen in. Art. 30.§
artikel 47 van het Mestdecreet heeft gesloten waardoor de landbouwer een aantal dieren van een andere landbouwer op zijn landbouwgronden laat grazen, geacht de landbouwgrond in gebruik te hebben volgens de gegevens opgenomen in het GBCS, met dien verstande dat de gelijkstelling geldt voor de duurtijd van het inscharingscontract. § 2. De vergoeding natuur kan alleen worden toegekend voor landbouwgronden die gelegen zijn binnen de kwetsbare zones natuur,
artikel 15ter van het mestdecreet van 23 januari
het Natuurdecreet of binnen bosreservaten als
het Bosdecreet van 13 juni 1990, kan geen vergoeding natuur worden uitgekeerd. De diensten en agentschappen die afhangen van het Vlaamse Gewest, de besturen, alsook de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen die in het Vlaamse Gewest belast zijn met taken van openbaar nut en de erkende terreinbeherende natuurverenigingen,
het voornoemd decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu type decreet prom. 21/10/1997 pub. 20/11/1997 numac 1997036367 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende afschaffing van het goedkeuringstoezicht op de beslissingen van de intercommunale verenigingen inzake de informatisering van hun diensten sluiten, komen niet in aanmerking voor een vergoeding natuur. Art. 36.De minister bepaalt de gebieden die in aanmerking komen voor een vergoeding natuur, alsook de procedure en de voorwaarden voor het aanvragen en het toekennen van een vergoeding natuur. Art. 37.Vanaf het aangaan van de verbintenissen, verbonden aan de vergoeding natuur, moet de landbouwer zich onderwerpen aan de controle van de naleving van de verbintenissen en moet hij alle gegevens die nodig zijn om de evaluatie van de verbintenissen mogelijk te maken, aan de maatschappij ter beschikking stellen. Art. 38.Een vergoeding natuur kan gecombineerd worden met beheersovereenkomsten, milieuacties of maatregelen, op voorwaarde dat ze elkaar aanvullen en onderling verenigbaar zijn. Een vergoeding natuur kan niet gecumuleerd worden met andere vormen van vergoeding, toegekend voor dezelfde of een soortgelijke prestatie. De minister kan daarvoor nadere regels vaststellen. Art. 39.De bepalingen van de Plattelandsverordening, van de Uitvoeringverordening en van de Controleverordening zijn van toepassing op de vergoeding natuur. Bij gevolg moet de landbouwer onder meer op het hele bedrijf de randvoorwaarden naleven. Afdeling II. - Controle op de naleving van de verbintenissen, verbonden aan de vergoeding natuur Art. 40.De maatschappij en het betaalorgaan zijn belast met het toezicht op de naleving van de verbintenissen, verbonden aan de vergoeding natuur. Om na te gaan of die verbintenissen werden nageleefd, voeren zij in onderling overleg op een efficiënte wijze de vereiste administratieve controles en controles ter plaatse uit. Ze kunnen zich daarvoor laten bijstaan door derden. Met betrekking tot het toezicht wordt door de maatschappij en het betaalorgaan een protocol afgesloten. Art. 41 . In geval van een controle ter plaatse zijn de bepalingen van dit artikel van toepassing. De bevoegde ambtenaren hebben het recht om de percelen in kwestie te betreden en om de nodige vaststellingen te doen over de uitvoering van de verbintenissen, verbonden aan de vergoeding natuur. Op verzoek van de bevoegde ambtenaren begeleidt de landbouwer hen naar de percelen in kwestie. De landbouwer verstrekt alle documenten en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de controle. Als de landbouwer de controle verhindert, heeft hij geen recht op een vergoeding natuur. De landbouwer wordt in de gelegenheid gesteld het verslag van de controle te ondertekenen om zijn aanwezigheid bij de controle te bevestigen, en er opmerkingen aan toe te voegen. Als wordt vastgesteld dat de landbouwer in gebreke blijft met de naleving van de verbintenissen, verbonden aan de vergoeding natuur, ontvangt de hij een kopie van het verslag van de controle ter plaatse. Art. 42.Als wordt vastgesteld dat de landbouwer in gebreke blijft met de naleving van de verbintenissen, verbonden aan de vergoeding natuur, dan is artikel 43 van toepassing als de niet-naleving betrekking heeft op de oppervlakte. Als de niet-naleving geen betrekking heeft op de oppervlakte, is artikel 44 van toepassing. Art. 43.Als de maatschappij, volgens de modaliteiten van het protocol, bepaald in artikel 26, oordeelt dat de niet-naleving betrekking heeft op de oppervlakte, bepaalt de maatschappij de kortingen en uitsluitingen overeenkomstig artikel 16 van de Controleverordening. Het betaalorgaan vordert deze kortingen en uitsluitingen in. Art. 44.Als de maatschappij, volgens de modaliteiten van het protocol bepaald in artikel 26, oordeelt dat de niet-naleving geen betrekking heeft op de oppervlakte, ontvangt de landbouwer voor de landbouwgronden waarvoor de niet-naleving werd vastgesteld, geen vergoeding natuur. Als de niet-naleving het gevolg is van een opzettelijk begane onregelmatigheid, is naast het eerste lid ook artikel 18, derde lid, van de Controle Verordening van toepassing. De maatschappij beslist of er sprake is van een opzettelijk begane onregelmatigheid. Art. 45.De opgelegde kortingen en uitsluitingen worden door het betaalorgaan ingevorderd of worden geïnd door dat bedrag onder meer in mindering te brengen op de betalingen die na de datum van de beslissing worden uitgekeerd aan de landbouwer in het kader van dit besluit en van welke van de onder de Plattelandsverordening of Verordening (EG) nr. 1782/2003 vallende steunmaatregelen dan ook. Art. 46.De minister kan nadere regels vaststellen voor de controle en de toe te passen kortingen en uitsluitingen. HOOFDSTUK IV. - Organisatie en aanvraagprocedure betreffende de beheersovereenkomsten en de vergoeding natuur Art. 47.Het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie in overleg met het Agentschap voor Natuur en Bos is belast met de voorbereiding en de evaluatie van het beleid inzake beheersovereenkomsten en de vergoeding natuur. Onverminderd haar bevoegdheden, bepaald door of krachtens een decreet, is de maatschappij belast met de actieve bevordering, het sluiten, de voortgangsbewaking, de praktische uitvoering en de monitoring van de beheersovereenkomsten en de vergoeding natuur. De resultaten van de monitoring worden aangewend om, indien nodig, de beheersmaatregelen of de inzet van de beheerspakketten en de verbintenissen, verbonden aan de vergoeding natuur aan te passen. De maatschappij zorgt ervoor dat over die opdrachten met betrekking tot beheersovereenkomsten voldoende overlegd wordt met het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie en het Agentschap voor Natuur en Bos. De maatschappij en het betaalorgaan staan in onderling overleg in voor de administratieve controles en de controles ter plaatse. Zij sluiten daartoe een protocol af. Het betaalorgaan wordt belast met alle betalingen en eventuele terugvorderingen, kortingen of uitsluitingen betreffende deze beheersovereenkomsten en de vergoedingen natuur. De maatschappij legt, binnen de perken van de begrotingskredieten, de kredieten voor de vergoedingen voor de beheersovereenkomsten en voor de vergoeding natuur vast op de begroting. De maatschappij draagt de kosten voor de monitoring van de beheersovereenkomsten en de vergoeding natuur. Art. 48.De aanvraag tot het sluiten van de beheersovereenkomst wordt ingediend bij de maatschappij. Die aanvraag moet uiterlijk op 1 oktober van het jaar voor het gewenste aanvangsjaar van de beheersovereenkomst zijn ontvangen door de maatschappij. Voor beheersovereenkomsten die aanvangen op 1 januari 2008, kan de minister een afwijking bepalen. De minister bepaalt de gegevens die de aanvraag moet bevatten. In voorkomend geval laat de maatschappij aan de beheerder weten welke gegevens in de aanvraag ontbreken of nadere toelichting vereisen. De maatschappij kan een model van aanvraagformulier ter beschikking stellen. Art. 49.De maatschappij gaat na of de beheersovereenkomst kan worden gesloten en of de gevraagde beheerspakketten in overeenstemming zijn met de beheersvisie, de beheersdoelstelling en de gestelde prioriteiten. Wat betreft de beheerspakketten aanleg en onderhoud van grasbufferstroken, aanleg en onderhoud van grasgangen en aanleg en onderhoud van aarden dam met erosiepoel in het kader van de beheersdoelstelling erosiebestrijding, vraagt de maatschappij voor door de minister bepaalde gebieden het advies van de bevoegde afdeling van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie. De minister kan daarvoor nadere regels vaststellen. Als de maatschappij beslist dat een beheersovereenkomst kan worden gesloten, verzendt ze het ontwerp van de beheerovereenkomst aan de beheerder. De door de beheerder ondertekende exemplaren van de beheerovereenkomst worden op straffe van verval van de beheersovereenkomst voor de ingangsdatum van de beheersovereenkomst aan de maatschappij bezorgd. Voor beheersovereenkomsten die aanvangen op 1 januari 2008 kan de minister een afwijking bepalen. De maatschappij bezorgt de door beide partijen ondertekende beheersovereenkomst aan de beheerder. Art. 50.Via de verzamelaanvraag duidt de landbouwer de landbouwgronden aan waarvoor hij de vergoeding natuur aanvraagt. HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen Art. 51.Het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2000Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 10/11/2000 pub. 22/11/2000 numac 2000036131 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van een vergoedingenregeling ter uitvoering van artikel 15, 15bis, 15ter, 15sexies, §§ 1 en 3 en 15septies van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 26 mei 2000 ter uitvoering van sommige artikelen van hetzelfde decreet sluiten tot vaststelling van een vergoedingenregeling ter uitvoering van artikel 15, 15bis, 15ter, 15sexies, §§ 1 en 3 en 15septies van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 mei 2000 ter uitvoering van sommige artikelen van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 maart 2001, 14 december 2001, 19 december 2003, 22 april 2005 en 21 oktober 2005, wordt opgeheven. Art. 52.Het besluit van de Vlaamse Regering van 21 oktober 2005Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 21/10/2005 pub. 10/01/2006 numac 2005036617 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het sluiten van beheersovereenkomsten in uitvoering van de Verordening nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling sluiten betreffende het sluiten van beheersovereenkomsten in uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1257/99 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling, wordt opgeheven. Op de beheersovereenkomsten, gesloten op grond van het voornoemde besluit van 21 oktober 2005, blijven de bepalingen van het voornoemde besluit van 21 oktober 2005 van toepassing, met uitzondering van artikel 23 en 24 van het voornoemde besluit van 21 oktober 2005 betreffende de geschillencommissie en met uitzondering van artikel 12, § 2 van het voornoemde besluit van 21 oktober 2005 dat voor deze beheersovereenkomsten vervangen wordt door de volgende tekst : « § 2. Indien de overnemer de beheersovereenkomst of één of meer detailovereenkomsten overneemt, dan bevat de kennisgeving bedoeld in § 1 een schriftelijke bevestiging van de overnemer dat hij de beheersovereenkomst of één of meer detailovereenkomsten overneemt. Degene die op 1 januari van het jaar waarin de overname plaatsvond bij de maatschappij gekend is als beheerder, ontvangt de beheersvergoeding, de facultatieve verhoging en de supplementaire vergoeding voor dat jaar. ». Op de beheersovereenkomsten, gesloten op grond van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 10/10/2003 pub. 26/11/2003 numac 2003201920 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering betreffende het sluiten van beheersovereenkomsten in uitvoering van de Verordening nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling sluiten betreffende het sluiten van beheersovereenkomsten in uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling, blijft de overgangsregeling van artikel 37 van het voornoemde besluit van 21 oktober 2005 van toepassing met dien verstande dat voor deze beheersovereenkomsten artikel 13, § 2 van het voornoemde besluit van 10 oktober 2003 wordt vervangen door wat volgt : « § 2. Indien de overnemer de beheersovereenkomst of één of meer detailovereenkomsten overneemt, dan bevat de kennisgeving bedoeld in § 1 een schriftelijke bevestiging van de overnemer dat hij de beheersovereenkomst of één of meer detailovereenkomsten overneemt. Degene die op 1 januari van het jaar waarin de overname plaatsvond bij de maatschappij gekend is als beheerder, ontvangt de beheersvergoeding, de facultatieve verhoging en de supplementaire vergoeding voor dat jaar. ». Art. 53.Een bezwaar dat voor de publicatie in het Belgisch Staatsblad van dit besluit bij de Geschillencommissie werd ingediend overeenkomstig artikel 24, eerste lid, van het besluit van 21 oktober 2005,
artikel 52, wordt behandeld door de Geschillencommissie overeenkomstig artikel 23 en 24 van het voornoemde besluit van 21 oktober 2005 zoals ze geldig waren voor de inwerkingtreding van dit besluit. Art. 54.Op de beheersovereenkomsten gesloten op grond van de Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO), zijn de bepalingen van dit besluit van toepassing. Art. 55.§
, omzetten in een nieuwe beheersovereenkomst als de voorwaarden,
artikel 21, zijn vervuld. Op de nieuwe beheersovereenkomst zijn de bepalingen van dit besluit van toepassing. § 3. Als de beheersovereenkomst,
, aanving op 1 april, 1 juli of 1 oktober en wordt omgezet overeenkomstig § 2, kan de nieuwe beheersovereenkomst alleen aanvangen op 1 januari. Die beheersovereenkomst die aanving op 1 april, 1 juli of 1 oktober kan verlengd worden tot 31 december. De bepalingen van artikel 56 zijn van overeenkomstige toepassing. Art. 56.§
de beheersovereenkomst. De beheersvergoeding wordt alleen uitgekeerd als is voldaan aan de bepalingen inzake staatssteun. §
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.