← België

Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de organisatie

Obsah (5)Art. 17Art. 18Art. 19Art. 20Art. 21

18 JUNI 2008. - Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de organisatie en het administratief beheer van h

Afdeling 1

. - Het creëren en afsluiten van Partijtegoedrekeningen Art.

16.§

  1. Het register zal vier Partijtegoedrekeningen bevatten. Eén Partijtegoedrekening zal gebruikt worden voor het gecentraliseerde beheer van Kyoto eenheden en emissierechten, de overige Partijtegoedrekeningen zullen gebruikt worden voor het beheer van de reserve van elke bevoegde autoriteit. §
  2. In afwijking van lid 1 kan de Nationale Klimaatcommissie overeenkomstig artikel 12 en artikel 13 van de Verordening de registeradministrateur de opdracht geven om bijkomende Partijtegoedrekeningen in het register te creëren of te sluiten. §
  3. De Nationale Klimaatcommissie zal voor elke bijkomende Partijtegoedrekening, zoals bedoeld in lid 2, die zij in het register wenst te openen, de werkingsmodaliteiten vastleggen. Hierbij zal de Nationale Klimaatcommissie onder meer rekening houden met de Verordening en de technische modaliteiten van de software applicatie die gebruikt wordt voor het bijhouden van het register. Afdeling
  4. - Verlening van emissierechten in de Partijtegoedrekening voor de periode

Art. 17.§ 1.

De registeradministrateur registreert voor elke installatie de overheid die bevoegd is voor de toewijzing van emissierechten aan deze installatie overeenkomstig het nationaal toewijzingsplan voor de geldende handelsperiode. De installatie en bijhorende exploitanttegoedrekening vallen, in het kader van de Richtlijn en de Verordening, onder de bevoegdheid van de door deze overheid aangewezen bevoegde autoriteit. §

  1. Bij de verlening van emissierechten in de Partijtegoedrekening, overeenkomstig artikel 45 van de Verordening, registreert de registeradministrateur voor elk emissierecht door welke gewestelijke overheid dit emissierecht werd toegewezen overeenkomstig het nationaal toewijzingsplan voor de geldende handelsperiode. De op de Partijtegoedrekening verleende emissierechten vallen, in het kader van de Richtlijn en de Verordening, onder de bevoegdheid van de desbetreffende bevoegde autoriteit. Afdeling
  2. - Overdracht van emissierechten van de Partijtegoedrekening naar de exploitanttegoedrekening voor de periode

Art. 18

.De registeradministrateur zorgt dat, bij de overdracht van emissierechten, overeenkomstig artikel 46 of artikel 48 van de Verordening, de overdracht beperkt is tot emissierechten op de Partijtegoedrekening, die, in het kader van de Richtlijn en de Verordening, onder de bevoegdheid vallen van een bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 7, lid 2 en 3 van onderhavig samenwerkingsakkoord, naar de exploitanttegoedrekeningen van de installaties die, in het kader van de Richtlijn en de Verordening, onder de bevoegdheid vallen van de desbetreffende bevoegde autoriteit. Afdeling 4. - Overdracht van emissierechten of Kyoto-eenheden van of naar de Partijtegoedrekening voor de periode

Art. 19.§ 1.

De registeradministrateur voert, overeenkomstig artikel 49 van de Verordening, elke opdracht van een bevoegde autoriteit tot overdracht van emissierechten op de Partijtegoedrekening uit, voor zover de opdracht emissierechten betreft die, in het kader van de Richtlijn en de Verordening, onder de bevoegdheid vallen van de bevoegde autoriteit. De bevoegde autoriteit zal de registeradministrateur enkel opdrachten geven die in overeenkomst zijn met artikel 10, lid 3, van de Verordening. §

  1. Indien de registeradministrateur overeenkomstig artikel 17, lid 2 van de Verordening, een positief saldo van emissierechten of Kyoto-eenheden van een exploitanttegoedrekening naar de Partijtegoedrekening overdraagt dan registreert de registeradministrateur dat de overgedragen emissierechten of Kyoto-eenheden, in het kader van de richtlijn en de verordening, onder de bevoegdheid vallen van de bevoegde autoriteit waaronder de installatie valt die verbonden is met de exploitanttegoedrekening. §
  2. Indien de houder van een tegoedrekening op eigen initiatief een positief saldo van emissierechten of Kyoto-eenheden overdraagt naar de Partijtegoedrekening, overeenkomstig artikel 49 van de Verordening, dan zal de registeradministrateur aan de houder van deze tegoedrekening vragen om de bevoegde autoriteit aan te duiden die, in het kader van de Richtlijn en de Verordening, bevoegd wordt voor de overgedragen emissierechten of Kyoto-eenheden. De registeradministrateur registreert in dat geval dat de overgedragen emissierechten of Kyoto-eenheden in het kader van de Richtlijn of de Verordening, onder de bevoegdheid vallen van de aangeduide bevoegde autoriteit. Afdeling
  3. - Inleveren van emissierechten voor de periode

Art. 20.§ 1.

De registeradministrateur zal, overeenkomstig artikel 41 van de Verordening, emissierechten inleveren in opdracht van een bevoegde autoriteit voor zover de opdracht emissierechten betreft op de exploitanttegoedrekening van een installatie die, in het kader van de Richtlijn en de Verordening, onder de bevoegdheid van deze bevoegde autoriteit valt. De registeradministrateur registreert dat de overgedragen emissierechten op de Partijtegoedrekening, in het kader van de Richtlijn en de Verordening, onder de bevoegdheid vallen van de bevoegde autoriteit waaronder de installatie valt die verbonden is met deze exploitanttegoedrekening. §

  1. Wanneer een exploitant overeenkomstig artikel 52 van de Verordening emissierechten inlevert van zijn exploitanttegoedrekening naar de Partijtegoedrekening dan registreert de registeradministrateur dat de overgedragen emissierechten in de Partijtegoedrekening, in het kader van de Richtlijn en de Verordening, onder de bevoegdheid vallen van de bevoegde autoriteit waaronder de installatie valt die verbonden is met deze exploitanttegoedrekening. §
  2. Indien de registeradministrateur op vraag van een exploitant, overeenkomstig artikel 53 van de Verordening, Kyoto-eenheden overdraagt van de desbetreffende exploitanttegoedrekening naar de Partijtegoedrekening dan registreert de registeradministrateur dat de overgedragen Kyoto-eenheden in de Partijtegoedrekening, in het kader van de Richtlijn en de Verordening, onder de bevoegdheid vallen van de bevoegde autoriteit waaronder de installatie valt die verbonden is met deze exploitanttegoedrekening. Afdeling
  3. - Annulering van emissierechten of Kyoto-eenheden in de periode

Art. 21

.De registeradministrateur voert elke opdracht van een bevoegde autoriteit tot vrijwillige annulering van een deel van de totale hoeveelheid aan, overeenkomstig artikel 45 van de Verordening, verleende en nog op de Partijtegoedrekening staande emissierechten uit overeenkomstig artikel 62 van de Verordening, voor zover de opdracht emissierechten betreft die, in het kader van de Richtlijn en de Verordening, onder de bevoegdheid vallen van de desbetreffende bevoegde autoriteit. Afdeling 7. - Correctie van de geverifieerde emissies Art. 22.De registeradministrateur voert elke opdracht van een bevoegde autoriteit tot correctie van de jaarlijks geverifieerde emissies voor een installatie voor een bepaald jaar uit overeenkomstig artikel 51 van de Verordening, voor zover de opdracht een installatie betreft die, in het kader van de Richtlijn en de Verordening, onder de bevoegdheid valt van deze bevoegde autoriteit. HOOFDSTUK V. - Toegang tot de informatie van het register Art. 23.§ 1. Alle inlichtingen, met inbegrip van alle tegoeden van alle rekeningen en van alle uitgevoerde transacties die in het register en in het onafhankelijk transactielogboek van de Gemeenschap zijn opgenomen, worden behalve voor de tenuitvoerlegging van de vereisten van de Verordening, van de Richtlijn of van de nationale wetgeving, als vertrouwelijk beschouwd. § 2. De inlichtingen die zich in het register bevinden mogen niet worden gebruikt noch meegedeeld aan derden zonder het voorafgaand akkoord van de betrokken rekeninghouder, behalve voor het beheren en bijhouden van die registers overeenkomstig de bepalingen van de Verordening. § 3. Zonder afbreuk te doen aan lid 1 en lid 2 zal de registeradministrateur de bevoegde autoriteiten op eenvoudige vraag de gegevens uit het register bezorgen in digitaal formaat, binnen het kader van hun respectievelijke bevoegdheden, voor de totstandkoming, de opvolging, de evaluatie en de bijsturing van hun beleid in het kader van de Richtlijn 2003/87/EG, de Richtlijn 2004/101/EG, de Verordening en de nationale wetgeving. Deze gegevens zullen geleverd worden rekening houdend met de technische mogelijkheden van de softwareapplicatie die gebruikt wordt voor het bijhouden van het register. Iedere andere vraag naar informatie, met inbegrip van de budgettaire impact van een aanpassing van de softwareapplicatie, dient ter bespreking en ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de Nationale Klimaatcommissie. De beschikbare gegevens omvatten exhaustief, voor elke bevoegde autoriteit :

  1. a)de totale hoeveelheid aan verleende en nog op de Partijtegoedrekening staande emissierechten;
  2. b)een overzicht van emissierechten en Kyoto-eenheden op de Partijtegoedrekening, die, in het kader van de Richtlijn en de Verordening, onder de bevoegdheid vallen van deze bevoegde autoriteit;
  3. c)een overzicht van de emissierechten en emissierechten wegens overmacht op de afboekingsrekening voor elke installatie die, in het kader van de Richtlijn en de Verordening, onder de bevoegdheid van deze bevoegde autoriteit valt;
  4. d)een overzicht van de emissierechten en Kyoto-eenheden op de annuleringsrekening voor elke installatie die, in het kader van de Richtlijn en de Verordening, onder de bevoegdheid van deze bevoegde autoriteit valt;
  5. e)een aparte nalevingsstatustabel van de installaties die, in het kader van de Richtlijn en de Verordening, onder de bevoegdheid vallen van deze bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 55 en artikel 56 van de Verordening;
  6. f)de informatie met betrekking tot geblokkeerde en gedeblokkeerde exploitanttegoedrekeningen, overeenkomstig artikel 27 van de Verordening, voor elke installatie die, in het kader van de Richtlijn en de Verordening, onder de bevoegdheid van deze bevoegde autoriteit valt;
  7. g)de door de verificateur, overeenkomstig artikel 51 van de Verordening ingevoerde geverifieerde emissies voor elke installatie die, in het kader van de Richtlijn en de Verordening, onder de bevoegdheid valt van deze bevoegde autoriteit. § 4. De registeradministrateur zorgt ervoor dat de registratie van de opdrachten beschreven in onderhavig samenwerkingsakkoord en in de Verordening op een overzichtelijke wijze gearchiveerd worden zodat de informatie op een transparante wijze wordt meegedeeld aan de bevoegde autoriteiten. HOOFDSTUK V. - Opheffings- en slotbepalingen Art. 24.Elk voorstel tot wijziging van onderhavig samenwerkingsakkoord, onder meer ingevolge Europese en internationale wetgeving of ingevolge technische ontwikkelingen op het gebied van de sofwareapplicatie voor het register, wordt binnen de Nationale Klimaatcommissie besproken. Art. 25.Onderhavig samenwerkingsakkoord wordt voor onbepaalde duur gesloten. Elke contracterende Partij kan het samenwerkingsakkoord opzeggen mits inachtneming van een opzegtermijn van achttien maanden. Art. 26.Eventuele geschillen onder de contracterende partijen over de interpretatie of de uitvoering van onderhavig samenwerkingsakkoord worden in de Nationale Klimaatcommissie beslecht of, indien daar geen oplossing wordt gevonden, binnen de uitgebreide Interministeriële Conferentie voor het Leefmilieu en in voorkomend geval het Overlegcomité. Wordt er geen oplossing gevonden, dan wordt het geschil voorgelegd aan een rechtscollege waarvan de leden zullen worden aangewezen en waarvan de werkingskosten zullen worden verdeeld overeenkomstig artikel 24 van het samenwerkingsakkoord van 14 november 2002. Art. 27.Het samenwerkingsakkoord van 23 september 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/09/2001 pub. 26/09/2002 numac 2002015070 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatsverandering, en met de Bijlagen A en B, gedaan te Kyoto op 11 december 1997

(2)sluiten1 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de organisatie en het administratief beheer van het gestandardiseerd en genormaliseerd registersysteem van België overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad is opgeheven. Art. 28.Onderhavig samenwerkingsakkoord treedt in werking zodra de betrokken federale en gewestelijke Ministers het hebben goedgekeurd. Het samenwerkingsakkoord zal in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt door de Centrale Secretarie van het Overlegcomité van zodra het door alle Contracterende Partijen is goedgekeurd. Opgemaakt te Brussel op 18 juni 2008, in evenveel exemplaren als er contracterende partijen zijn, Voor de Federale Staat : De Eerste Minister, G. VERHOFSTADT De Minister van Klimaat en Energie, P. MAGNETTE Voor het Vlaamse Gewest : De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, H. CREVITS Voor het Waalse Gewest : De Minister-President van het Waalse Gewest, R. DEMOTTE De Minister van Woonbeleid, Mobiliteit en Territoriale Ontwikkeling van het Waalse Gewest, A. ANTOINE De Minister van Economie en van Tewerkstelling van het Waalse Gewest, J.-C. MARCOURT De Minister van Landbouw, Platteland, Leefmilieu en van Toerisme van het Waalse Gewest, B. LUTGEN Voor het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest : De Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, C. PICQUE De Minister van Leefmilieu en Energie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Mevr. E. HUYTEBROECK De Minister van Tewerkstelling en Economie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, B. CEREXHE

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.