FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN 17 JUNI 2009. - Omzendbrief houdende bepaalde verduidelijkingen en wijzigings- en opheffingsbepalingen inzake de gezinshereniging Deze omzendbrief heeft als doelstelling : 1. de verschillende manieren waarop de familieband kan worden bewezen bij het indienen van een verzoek tot gezinshereniging op grond van artikel 10, 10bis, 40bis of 40ter van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, uit te leggen;2. de gezinshereniging van een kind geboren uit een polygaam huwelijk of ten aanzien van een niet-begeleide minderjarige die als vluchteling werd erkend, te verduidelijken, ten gevolge van het arrest van het Grondwettelijk Hof nr.95/2008 van 26 juni 2008; 3. de omzendbrief van 21 juni 2007Relevante gevonden documenten type omzendbrief prom. 21/06/2007 pub. 04/07/2007 numac 2007000642 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Omzendbrief betreffende de wijzigingen in de reglementering betreffende het verblijf van vreemdelingen tengevolge van de inwerkingtreding van de wet van 15 september 2006 sluiten betreffende de wijzigingen in de reglementering betreffende het verblijf van vreemdelingen ten gevolge van de inwerkingtreding van de wetten van 15 september 20O6, te wijzigen;4. de omzendbrief van 30 september 1997Relevante gevonden documenten type omzendbrief prom. 30/09/1997 pub. 14/11/1997 numac 1997000771 bron ministerie van binnenlandse zaken Omzendbrief betreffende het verlenen van een verblijfsmachtiging op basis van samenwoonst in het kader van een duurzame relatie sluiten betreffende het verlenen van een verblijfsmachtiging op basis van samenwoonst in het kader van een duurzame relatie, op te heffen; I. Het bewijs van de familieband 1. Een cascadesysteem De vreemdeling die een verzoek tot gezinshereniging indient op basis van artikel 10, 10bis, 40bis of 40ter van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten moet het bewijs van zijn bloed- of aanverwantschapsband of partnerschap met de vreemdeling bij wie hij zich voegt of die hij begeleidt, voorleggen. Het regime van het bewijs van de familieband wordt voorzien in artikel 12bis van de wet voor wat de gezinshereniging met een vreemdeling betreft (art. 10 en art. 10bis) en in artikel 44 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/10/1981 pub. 12/03/2008 numac 2008000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten tot uitvoering van de wet voor wat de gezinshereniging met een Europese burger of een Belg betreft. Het wordt in de vorm van een cascadesysteem georganiseerd. De familieband wordt dus door middel van de volgende bewijsmiddelen vastgesteld : 1. officiële documenten die deze band aantonen, opgesteld overeenkomstig de regels van het internationaal privaatrecht, zowel wat de inhoudelijke en vormelijke voorwaarden als wat de legalisatie betreft. Het gaat om de belangrijkste regel, waarvan de twee andere bewijsmiddelen afwijken. Over het algemeen gaat het om een letterlijk afschrift van het origineel van de akte die overeenkomstig artikel 30 van het Wetboek van internationaal privaatrecht gelegaliseerd werd. 2. « andere geldige bewijzen »; Deze bewijzen gelden slechts indien het voor de vreemdeling onmogelijk is om officiële documenten voor te leggen en zijn onderworpen aan de discretionaire beoordeling van de Dienst Vreemdelingenzaken. 3. een onderhoud of een aanvullende analyse Het onderhoud is eerder gericht op het vaststellen van het bestaan van een huwelijksband (of een partnerschap), terwijl de aanvullende analyse, in dit geval de DNA-test, gericht is op het bewijzen van het bestaan van de afstammingsband. De Dienst Vreemdelingenzaken kan slechts in laatste instantie een beroep doen op dit bewijsmiddel, namelijk, indien de vreemdeling noch officiële documenten, noch andere geldige bewijzen die het mogelijk maken om de familieband vast te stellen, kan voorleggen. Oorspronkelijk voorzag de wet de mogelijkheid om de familieband door middel van « andere geldige bewijzen » aan te tonen enkel voor de familieleden van een vreemdeling erkend als vluchteling wiens familieband al bestond voor zijn aankomst in België. De wet van 8 maart 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/03/2009 pub. 02/07/2009 numac 2009000432 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van artikel 12bis van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen type wet prom. 08/03/2009 pub. 13/07/2009 numac 2009000470 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van artikel 12bis van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Addendum type wet prom. 08/03/2009 pub. 05/08/2009 numac 2009000502 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van artikel 12bis van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling sluiten tot wijziging van artikel 12bis van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten heeft dit uitzonderingsregime uitgebreid tot elke vreemdeling voor wie wordt vastgesteld dat hij de bloed- of aanverwantschapsband niet kan bewijzen door middel van officiële documenten overeenkomstig artikel 30 van het Wetboek van internationaal privaatrecht. Artikel 44 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/10/1981 pub. 12/03/2008 numac 2008000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten werd gewijzigd door het koninklijk besluit van 8 juni 2009 zodat de vreemdeling die een burger van de Europese Unie of een Belg begeleidt of zich bij hem voegt, van hetzelfde regime geniet in overeenstemming met het gelijkheidsbeginsel en het non-discriminatiebeginsel. Deze omzendbrief bevat enkele verduidelijkingen in verband met het regime van het bewijs van de familieband, zoals voorzien in artikel 12bis, §§ 5 en 6, van de wet en in artikel 44 van het koninklijk besluit en wijzigt bijgevolg de omzendbrief van 21 juni 2007Relevante gevonden documenten type omzendbrief prom. 21/06/2007 pub. 04/07/2007 numac 2007000642 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Omzendbrief betreffende de wijzigingen in de reglementering betreffende het verblijf van vreemdelingen tengevolge van de inwerkingtreding van de wet van 15 september 2006 sluiten. 2. Onmogelijkheid om officiële documenten voor te leggen De vreemdeling moet bewijzen dat het voor hem onmogelijk is om de officiële documenten die zijn familieband aantonen te bekomen. Deze onmogelijkheid kan door alle rechtsmiddelen worden bewezen. Enkel het feit dat er geen officiële documenten kunnen worden overgelegd is niet voldoende. De onmogelijkheid moet reëel en objectief zijn, dit wil zeggen onafhankelijk van de wil van de vreemdeling. Dit is met name het geval : - indien België het betrokken land niet als Staat erkent; - indien de interne situatie van het betrokken land van dusdanige aard is (was) dat het onmogelijk is om daar de officiële documenten te bekomen, ofwel omdat deze documenten vernietigd werden en er geen enkel ander middel bestaat om ze te vervangen, ofwel omdat de bevoegde nationale overheden niet naar behoren functioneren ofwel omdat ze niet meer bestaan; - indien voor het bekomen van officiële documenten een terugkeer naar de betrokken Staat of een contact met de overheden van die Staat, die moeilijk verzoenbaar zijn met de persoonlijke situatie van de betrokkene, vereist zijn. De onmogelijkheid wordt geval per geval beoordeeld door de Dienst Vreemdelingenzaken, op basis van bewijselementen die voldoende ernstig, objectief en overeenstemmend zijn. Deze bewijselementen worden in principe door de vreemdeling zelf overgemaakt. Het kan ook gaan om elementen waarover de Dienst Vreemdelingenzaken reeds zou beschikken, bijvoorbeeld elementen : - die verbonden zijn met een andere verblijfsaanvraag van de vreemdeling; - die afkomstig zijn uit interne verslagen van missies in het buitenland; - die bekomen zijn bij (inter)nationale instellingen of organisaties die de algemene situatie in de betrokken Staat kennen (bvb. diplomatieke of consulaire posten, het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties, de door de Europese Unie of de VN erkende NGO's, enz.). Indien de vreemdeling beweert dat het voor hem onmogelijk is om officiële documenten die zijn familieband aantonen voor te leggen neemt het gemeentebestuur onmiddellijk contact op met het bureau « Gezinshereniging » van de Dienst Vreemdelingenzaken dat instructies zal geven. 3. « Andere geldige bewijzen » a.Beoordeling van de toelaatbaarheid van de « andere bewijzen » De vreemdeling die daadwerkelijk niet in staat is om de officiële documenten die het bestaan van de familieband aantonen te bekomen, kan « andere bewijzen » die « geldig » moeten zijn, voorleggen. Het onderzoek van de « andere bewijzen » wordt aan het oordeel van de Dienst Vreemdelingenzaken overgelaten. De Dienst Vreemdelingenzaken evalueert hun geldigheid in alle discretie en houdt daarbij rekening met alle elementen die het dossier van de betrokkene en de vreemdeling of de EU-burger of de Belg die hij vervoegt of begeleidt, vormen. Het feit dat de documenten die de vreemdeling heeft voorgelegd, voorkomen in de onderstaande lijsten, punt b., die trouwens niet volledig zijn, leidt niet de facto tot de toelaatbaarheid van hun geldigheid als bewijs van het bestaan van de vermeende familieband. Om als geldig te kunnen worden beschouwd, moeten de « andere bewijzen » van de familieband die door de vreemdeling ter staving van zijn aanvraag worden voorgelegd, een geheel van aanwijzingen vormen die voldoende ernstig en overeenstemmend zijn om het mogelijk te maken om het bestaan van de vermeende familieband te kunnen bewijzen. De documenten die door de vreemdeling als « andere geldige bewijzen » van de familieband worden voorgelegd zullen niet als dusdanig toegelaten worden indien uit de elementen die het dossier vormen blijkt dat de vreemdeling de bevoegde nationale overheden wou misleiden. In dit verband vormt het feit dat een andere nationale openbare overheid (gerechtelijke overheden, ambtenaar van de burgerlijke stand, enz.) of een andere Lidstaat van de Europese Unie geweigerd heeft het bestaan van de familieband te erkennen of deze betwist heeft, eveneens een ernstige aanwijzing gelet respectievelijk op de rechtszekerheid en het legitiem vertrouwen tussen de Lidstaten. Bij wijze van herinnering, de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten laat de Dienst Vreemdelingenzaken toe om, al naargelang het geval, een verzoek tot gezinshereniging te verwerpen of een einde te stellen aan het verblijf indien valse of misleidende informatie, valse of vervalste documenten gebruikt werden of indien er fraude werd gepleegd of andere onwettige middelen die van doorslaggevend belang zijn geweest, gebruikt werden. De beslissing van de Dienst Vreemdelingenzaken in verband met het feit of de « andere bewijzen » al dan niet toelaatbaar zijn, heeft trouwens enkel betrekking op de verblijfsaanvraag. Het feit dat de Dienst Vreemdelingenzaken oordeelt of de genoemde bewijzen het bestaan van een familieband al dan niet aantonen heeft enkel gevolgen voor de ontvankelijkheid/inoverwegingneming van het verzoek tot gezinshereniging van de vreemdeling. b. Lijst, bij wijze van voorbeeld, van « andere bewijzen » 1) « Andere bewijzen » van de afstammingsband De « andere bewijzen » van de afstammingsband zijn, met name : - Geboorteakte, geboortecertificaat, geboorteattest; - Huwelijksakte die is opgesteld door de Belgische overheden die bevoegd zijn voor de burgerlijke stand en waarin de afstammingsband vermeld wordt; - Notariële akte, gehomologeerd door de bevoegde overheid; - Affidavit; - Nationale identiteitskaart die de afstammingsband vermeldt; - Huwelijkscontract waarin de afstammingsband vermeld wordt; - Uittreksels van de geboorteregisters; - Vervangend vonnis; - enz. 2) « Andere bewijzen » van de huwelijksband of het partnerschap De « andere bewijzen » van de huwelijksband of het partnerschap zijn, met name : - Akte van traditioneel huwelijk, indien een akte van een burgerlijk huwelijk niet kan worden voorgelegd; - Notariële akte, gehomologeerd door de bevoegde overheid; - Religieuze akte; - Nationale identiteitskaart die de huwelijksband of het partnerschap vermeldt; - Uittreksel van huwelijksakte of partnerschapsakte; - Vervangend vonnis; - enz. II. preciseringen inzake het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 95/2008 van 26 juni 2008 De wijziging van artikel 10 van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten bij de wet van 15 december 2006 heeft onder meer tot gevolg gehad : 1. het recht op gezinshereniging te ontzeggen aan kinderen geboren uit een polygaam huwelijk tussen een vreemdeling die toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf in België of gemachtigd is om er zich te vestigen en een andere echtgenote dan deze die al in België verblijft;2. van de niet-begeleide minderjarige die in België als vluchteling werd erkend en die zich wenst te laten vervoegen door zijn vader en/of moeder, te eisen dat hij beschikt over voldoende huisvesting en een ziektekostenverzekering indien de verblijfsaanvraag van de ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.