van die richtlijn vallen, beheervennootschappen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte maar niet binnen het
van richtlijn 85/611/EEG vallen, en beheervennootschappen die ressorteren onder het recht van derde staten. Voor de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte (hierna "beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Economische Ruimte" genoemd) en die binnen het
van richtlijn 85/611/EEG vallen, zorgt dit besluit voor de omzetting in Belgisch recht van diverse bepalingen van die richtlijn, zoals gewijzigd bij richtlijn 2001/107/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 januari 2002 tot wijziging van richtlijn 85/611/EEG, met de bedoeling een reglementering in te voeren voor beheervennootschappen en vereenvoudigde prospectussen. Met dit besluit worden meer bepaald de artikelen 6, 6bis, leden 4 tot 6, 6ter, leden 3 en 4, 6quater, leden 1 tot 6 en 8 tot 10, alsook de artikelen 52bis, lid 2, en 52ter van richtlijn 85/611/EEG in Belgisch recht omgezet. Bij dit verslag is een omzettingstabel gevoegd. Die beheervennootschappen zullen in België de werkzaamheden mogen verrichten waarvoor zij in hun lidstaat van herkomst een vergunning hebben gekregen, namelijk het collectief beheer van portefeuilles van instellingen voor collectieve belegging, het verrichten van de in artikel 3, 10°, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten gedefinieerde beleggingsdiensten, en het verrichten van de in artikel 5, lid 3, punt b), van richtlijn 85/611/EEG bedoelde nevendienst van bewaarneming en administratie van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging. Die nevendienst mag niet worden verricht door beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht, aangezien de Belgische wetgever in de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten geen gebruik heeft gemaakt van de in artikel 5, lid 3, van richtlijn 85/611/EEG voorziene optie. Die werkzaamheden mogen in België worden verricht door een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Economische Ruimte, hetzij via de vestiging van een bijkantoor, hetzij, zonder zich in België te vestigen, in het kader van het vrij verrichten van diensten. In beide gevallen zal het prudentieel toezicht op die vennootschappen worden uitgeoefend door de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaat van herkomst. Toch zal ook de CBFA, als toezichthoudende autoriteit van de lidstaat van ontvangst, over een toezichtsbevoegdheid beschikken, die weliswaar beperkt zal blijven tot, enerzijds, het toezicht op de naleving van de wettelijke en reglementaire bepalingen die, om redenen van algemeen belang, in België van toepassing zijn op de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging en hun verrichtingen, inclusief de gedragsregels die bij het verrichten van beleggingsdiensten moeten worden nageleefd, en, anderzijds, het toezicht op de in België geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die de verhandeling van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging beheersen en die geen betrekking hebben op de gebieden waarop richtlijn 85/611/EEG van toepassing is. Aangezien de regeling inzake wederzijdse erkenning die, krachtens voornoemde richtlijn, van toepassing is op de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Economische Ruimte, grotendeels geënt is op de voor beleggingsondernemingen uit de Europese Economische Ruimte geldende regeling inzake wederzijdse erkenning, die door richtlijn 93/22/EEG van de Raad van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten, werd beheerst tot die bij richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten (hierna "de MiFID-richtlijn" genoemd) werd opgeheven, sluit dit besluit dan ook nauw aan bij het koninklijk besluit waarmee die regeling in Belgisch recht is omgezet, namelijk het koninklijk besluit van 20 december 1995 betreffende de buitenlandse beleggingsondernemingen (hierna "het koninklijk besluit van 20 december 1995" genoemd). Daarbij is uitgegaan van de bepalingen van dat koninklijk besluit vóór ze werden gewijzigd door de bepalingen waarmee de MiFID-richtlijn in Belgisch recht is omgezet, aangezien de nieuwe regels van de MiFID-richtlijn over het Europees paspoort niet gelden voor de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, die, tenzij anders bepaald, uitgesloten zijn uit het
van die richtlijn. Met betrekking tot de beheervennootschappen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, maar niet binnen het
van richtlijn 85/611/EEG vallen, en de beheervennootschappen die ressorteren onder het recht van derde staten, is de door dit besluit ingevoerde regeling ook gebaseerd op de desbetreffende bepalingen van het koninklijk besluit van 20 december 1995 (Titel II - Hoofdstuk VI en Titel III). Voor dergelijke beheervennootschappen die een bijkantoor vestigen in België, gelden de meeste bepalingen van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten die van toepassing zijn op de beheervennootschappen naar Belgisch recht. In tegenstelling tot de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen (hierna "de wet van 22 maart 1993" genoemd) voorziet dit besluit, net als het koninklijk besluit van 20 december 1995, in een regeling voor de beheervennootschappen die ressorteren onder het recht van derde staten en die hun werkzaamheden in België verrichten zonder er gevestigd te zijn. Net zoals eerder voor buitenlandse beleggingsondernemingen wordt nu ook voor de niet in België gevestigde beheervennootschappen de mogelijkheid ingevoerd om hun werkzaamheden op het Belgisch grondgebied te verrichten, inclusief het verrichten van beleggingsdiensten, op voorwaarde dat zij geen beroep doen op het publiek. Net als buitenlandse beleggingsondernemingen zullen zij zich daarentegen wel tot institutionele beleggers mogen richten, van wie mag worden verwacht dat zij met kennis van zaken handelen. De betrokken beheervennootschappen dienen zich vooraf bij de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen bekend te maken. Bovendien zullen zij de wettelijke en reglementaire bepalingen, inclusief de gedragsregels, moeten naleven die, om redenen van algemeen belang, in België van toepassing zijn op de beheervennootschappen en hun verrichtingen. Het besluit behoudt aan de CBFA het recht voor om een vennootschap die ressorteert onder het recht van een derde staat die niet dezelfde toegangsmogelijkheden tot zijn markt biedt aan de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht, te verbieden haar werkzaamheden en diensten te verrichten in België. Dit besluit bevat ook bepalingen over de overgangsregeling die van toepassing is op de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die, vóór de inwerkingtreding van dit besluit, al werkzaamheden in België verrichtten conform de bepalingen van richtlijn 85/611/EEG. Tot slot bevat dit besluit ook bepalingen tot opheffing en wijziging van sommige bepalingen van het koninklijk besluit van 20 december 1995, waarbij in hoofdzaak materiële fouten worden rechtgezet. Hieronder worden de verschillende artikelen van het besluit toegelicht : Commentaar bij de artikelen HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling,
en definities Artikel 1 Artikel 1 verwijst naar richtlijn 85/611/EEG, die door dit besluit gedeeltelijk in Belgisch recht wordt omgezet. Artikel 2 Artikel 2 definieert de materies die door het besluit worden geregeld, en verduidelijkt van welke buitenlandse beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging het statuut en het toezicht door dit besluit wordt geregeld. Het artikel maakt daarbij een onderscheid naargelang de buitenlandse beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging al dan niet ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte. In antwoord op een opmerking van de Raad van State verduidelijkt de Regering dat zij voor deze structuur heeft geopteerd omdat die identiek is aan de structuur van de andere toezichtsregelingen die de Europeesrechtelijke bepalingen inzake wederzijdse erkenning in Belgisch recht omzetten, met name in het koninklijk besluit van 20 december 1995 betreffende de buitenlandse beleggingsondernemingen (hierna "het koninklijk besluit van 20 december 1995" genoemd). Dit onderscheid tussen de entiteiten die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, en de entiteiten die ressorteren onder het recht van staten die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte, sluit trouwens aan bij de structuur van de artikelen 203 en 204 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten, die U machtigen om dit besluit te nemen. Artikel 3 Artikel 3 bevat enkele nuttige definities voor de toepassing van dit besluit. In antwoord op een opmerking van de Raad van State wordt het begrip "beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging" gedefinieerd onder verwijzing naar het in de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten gedefinieerde begrip "collectief beheer van portefeuilles van instellingen voor collectieve beleggging". Aan de hand van die definities kunnen ook de wettelijke en communautaire teksten worden geïdentificeerd waarnaar wordt verwezen in het besluit. HOOFDSTUK II. - Bijkantoren en dienstverrichtingen in België van beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte Hoofdstuk II bepaalt de voorwaarden waaronder beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, en die onder de toepassing vallen van de door die lidstaat genomen nationale bepalingen tot omzetting van richtlijn 85/611/EEG (Afdeling II), in België toegang krijgen tot de activiteit, de voor die beheervennootschappen geldende verplichtingen en verbodsbepalingen (Afdeling III) alsook de door hen mee te delen periodieke informatie en na te leven boekhoudregels (Afdeling IV); daarnaast regelt dit Hoofdstuk het toezicht dat op die vennootschappen wordt uitgeoefend (Afdeling V), alsook de uitzonderingsmaatregelen en de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke sancties die hun kunnen worden opgelegd (Afdeling VI). Hoofdstuk II regelt ook het statuut van en het toezicht op de bijkantoren en de dienstverrichtingen in België van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, en die niet onder de toepassing vallen van de door die lidstaat genomen nationale bepalingen tot omzetting van richtlijn 85/611/EEG (Afdeling 7 - artikel 21). Afdeling I. -
In antwoord op een opmerking van de Raad van State definieert artikel 4 het
van, enerzijds, de artikelen 5 tot 20 en, anderzijds, van het artikel 21 van Hoofdstuk II. Afdeling II. - Toegang tot de activiteit Artikel 5 Artikel 5 regelt de toegang van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, tot de werkzaamheden die zij in België mogen verrichten via de vestiging van een bijkantoor. Dit artikel voorziet in de gedeeltelijke omzetting van de artikelen 6, leden 1 en 2, en 6bis, leden 4 en 5, van richtlijn 85/611/EEG. Conform die bepalingen zullen de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en waaraan een vergunning is verleend door de toezichthoudende autoriteit van die staat, hun werkzaamheden in België mogen verrichten via de vestiging van een bijkantoor, zodra de CBFA hen ervan in kennis heeft gesteld dat zij zijn geregistreerd als bijkantoren van beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Economische Ruimte. Naar aanleiding van een opmerking van de Raad van State wordt opgemerkt dat, om redenen van coherentie met de terminologie in de andere toezichtsregelingen, de in dit artikel gebruikte termen de voorkeur hebben gekregen boven de termen die in artikel 6 van richtlijn 85/611/EEG worden gebruikt. In antwoord op een opmerking van de Raad van State is de verwijzing naar artikel 5, lid 3, van richtlijn 85/611/EEG vervangen door een definitie van het begrip "beleggingsdiensten" in artikel 3 van het besluit. De verwijzing naar artikel 6bis van de richtlijn in het tweede lid van het artikel blijft daarentegen behouden, niet omdat zij - zoals de Raad van State opmerkt - de omzetting van die bepaling door verwijzing mogelijk maakt, maar omdat zij het mogelijk maakt te definiëren welk informatiedossier aan de CBFA moet worden overgelegd door de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaat van herkomst. Artikel 6bis van richtlijn 85/611/EEG werd omgezet in artikel 175 en volgende van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten. Artikel 6 Artikel 6 regelt de toegang van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, tot de werkzaamheden die zij in België mogen verrichten in het kader van het vrij verrichten van diensten. Dit artikel voorziet in de gedeeltelijke omzetting van de artikelen 6, leden 1 en 2, en 6ter, lid 3, van richtlijn 85/611/EEG. Conform die bepalingen zullen de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en waaraan een vergunning is verleend door de toezichthoudende autoriteit van die staat, hun werkzaamheden in België mogen verrichten in het kader van het vrij verrichten van diensten, zodra de CBFA een kennisgeving en een informatiedossier heeft ontvangen van de bevoegde toezichthoudende autoriteit van de lidstaat van herkomst. In antwoord op een opmerking van de Raad van State wordt verduidelijkt dat de verwijzing naar artikel 6ter van de richtlijn behouden blijft, niet omdat zij - zoals de Raad van State opmerkt - de omzetting van die bepaling door verwijzing mogelijk maakt, maar omdat zij het mogelijk maakt te definiëren van welke kennisgeving aan de CBFA mededeling moet worden gedaan door de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaat van herkomst. Artikel 6ter van richtlijn 85/611/EEG werd omgezet in artikel 180 en volgende van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten. Afdeling III. - Verplichtingen en verbodsbepalingen Artikel 7 Artikel 7 voorziet in de omzetting van de artikelen 6bis, lid 6, en 6ter, lid 4, van richtlijn 85/611/EEG en verduidelijkt welke verplichtingen een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Economische Ruimte moet naleven inzake informatieverstrekking aan de CBFA als toezichthoudende autoriteit van de lidstaat van ontvangst, bij een inhoudelijke wijziging van de inlichtingen die zij oorspronkelijk had meegedeeld in haar verzoek om toegang te krijgen tot de activiteit. Artikel 8 Artikel 8 handelt over de verplichting voor de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Economische Ruimte om hun lidstaat van herkomst te vermelden in hun naam. Met het oog op een vereenvoudiging van deze bepaling en in antwoord op een opmerking van de Raad van State moet enkel de lidstaat van herkomst worden vermeld in de naam van de beheervennootschap, en niet de statutaire zetel, die, krachtens de nationale bepalingen tot omzetting van richtlijn 85/611/EEG, noodzakelijkerwijs gelegen is in de lidstaat van herkomst. Artikel 9 Artikel 9 voorziet in de gedeeltelijke omzetting van de artikelen 6bis, lid 4, en 6ter, lid 3, van richtlijn 85/611/EEG. Dit artikel bevat een opsomming van de bepalingen van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten die van toepassing zijn op de buitenlandse beheervennootschappen die onderworpen zijn aan Hoofdstuk II van het besluit. Het gaat daarbij in hoofdzaak om de bepalingen op grond waarvan de beheervennootschappen en met name diegene die beleggingsdiensten verrichten, verplicht zijn om gedragsregels na te leven, zoals : - artikel 168 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten dat de beheervennootschappen verplicht om voor een strikte scheiding te zorgen tussen hun verschillende werkzaamheden, en dat hen, net als hun leiders of werknemers, verbiedt om, voor rekening van de beheerde instellingen voor collectieve belegging of van hun cliënten, verrichtingen uit te voeren waar zij persoonlijk belang bij hebben; - artikel 169, §§ 2 en 3, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten dat bepaalt dat de beheervennootschappen die beleggingsdiensten verrichten, de gedragsregels moeten naleven die zijn vastgesteld bij de artikelen 27 en 28bis van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, en dat zij passende beleidslijnen en procedures moeten vastleggen om de naleving van die regels te verzekeren. De beheervennootschappen die hun werkzaamheden, inclusief beleggingsdiensten, in België verrichten via de vestiging van een bijkantoor, dienen ook de volgende artikelen na te leven : artikel 153, § 8, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten, op grond waarvan zij de gegevens moeten bijhouden over de door hen verrichte beleggingsdiensten, en artikel 157 van diezelfde wet, op grond waarvan zij bij de beleggersbeschermingsregeling moeten aansluiten als zij de beleggingsdienst van individueel portefeuillebeheer verrichten. Artikel 10 Artikel 10 voorziet in de gedeeltelijke omzetting van de artikelen 6bis, lid 4, en 6ter, lid 3, van richtlijn 85/611/EEG. Deze bepaling is analoog aan artikel 70 van de wet van 22 maart 1993, behalve inzake de naleving van de gedragsregels. Zij was ook analoog aan het vroegere artikel 8 van het koninklijk besluit van 20 december 1995, dat bij de omzetting van de MiFID-richtlijn werd opgeheven. Die opheffing geldt echter niet voor de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Economische Ruimte, aangezien die uitgesloten zijn uit het
van de MiFID-bepalingen over het Europees paspoort. Overeenkomstig de in Belgisch recht omgezette bepalingen van richtlijn 85/611/EEG blijven de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Economische Ruimte die hun werkzaamheden in België verrichten via de vestiging van een bijkantoor of via dienstverrichtingen, verplicht om de bepalingen van het Belgisch recht na te leven die als bepalingen van algemeen belang worden beschouwd in het licht van de criteria die voortvloeien uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, inclusief de gedragsregels die van toepassing zijn wanneer beleggingsdiensten worden verricht. De CBFA maakt op haar website een lijst bekend van de bepalingen die, naar haar weten, van algemeen belang zijn. Afdeling IV. - Periodieke informatieverstrekking en boekhoudregels Artikel 11 Artikel 11, eerste en tweede lid, voorziet in de omzetting van artikel 6quater, leden 1 en 2, van richtlijn 85/611/EEG. Dit artikel is analoog aan artikel 6 van het koninklijk besluit van 20 december 1995, hoewel het tweede lid ook slaat op de buitenlandse beheervennootschappen die hun werkzaamheden in België verrichten via dienstverrichtingen, zoals toegestaan door artikel 6quater, lid 2, van richtlijn 85/611/EEG. Met toepassing van het tweede lid van dit artikel kan de CBFA de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Economische Ruimte die hun werkzaamheden in België verrichten via de vestiging van een bijkantoor of via dienstverrichtingen, gelasten haar gegevens mee te delen die van dezelfde aard zijn als de gegevens die door de beheervennootschappen naar Belgisch recht dienen te worden verstrekt, over materies die niet tot de bevoegdheid van de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaat van herkomst behoren. Deze bepaling betreft bijvoorbeeld het jaarlijks door de beheervennootschappen over te leggen verslag over hun toepassing van de antiwitwasreglementering. Hier moet inderdaad worden onderstreept dat, conform de antiwitwasrichtlijn, de wet van 11 januari 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/01/1993 pub. 27/06/2012 numac 2012000391 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 11/01/1993 pub. 29/07/2013 numac 2013000488 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme ook geldt voor de in België gevestigde bijkantoren van beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Economische Ruimte. Het derde lid van dit artikel voorziet in de omzetting van hetzelfde artikel 6quater, lid 2, van richtlijn 85/611/EEG, met betrekking tot de informatie die aan de Nationale Bank van België en de Europese Centrale Bank moet worden meegedeeld, aangezien die informatie ook door de beheervennootschappen naar Belgisch recht moet worden verstrekt. Artikel 12 Artikel 12 voorziet in de omzetting van artikel 6quater, lid 2, van richtlijn 85/611/EEG. Dit artikel bevestigt dat artikel 185, tweede tot vijfde lid, van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten van toepassing is op de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Economische Ruimte die hun werkzaamheden in België verrichten via de vestiging van een bijkantoor. Krachtens deze bepaling, moeten de effectieve leiders van die beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging de verklaring inzake de periodieke prudentiële rapportering aan de CBFA bezorgen. Deze bepaling machtigt ook de Koning om de regels te bepalen in verband met de boekhouding, de inventarisramingen en de statutaire en geconsolideerde jaarrekening van de beheervennootschappen naar Belgisch recht. De met toepassing van die regeling genomen besluiten en reglementen zijn dus ook van toepassing op de bijkantoren van de beheervennootschappen uit de Europese Economische Ruimte. Afdeling V. - Toezicht Artikel 13 Conform de beginselen van de wederzijdse erkenning en de "home country control" beperkt de verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst met betrekking tot het toezicht op de werkzaamheden van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Economische Ruimte zich tot bepaalde materies die limitatief worden omschreven in de artikelen 6bis, lid 4, en 6ter, lid 3, van richtlijn 85/611/EEG. Dankzij artikel 13 kan de CBFA, binnen de grenzen van haar bevoegdheden als toezichthoudende autoriteit van de lidstaat van ontvangst, toezicht uitoefenen op de werkzaamheden van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Economische Ruimte. Voor de uitoefening van die beperkte bevoegdheden verwijst artikel 13 van het besluit naar de toepassing van de artikelen 186, vierde en zesde lid, en 187 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten, die de toezichtsbevoegdheden van de CBFA ten aanzien van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht verduidelijken, waaronder met name het recht van de CBFA om zich alle inlichtingen te doen verstrekken over de organisatie, de werking, de positie en de verrichtingen van de beheervennootschappen waarop zij toezicht houdt, en om inspecties ter plaatse te verrichten. Artikel 14 Artikel 14, § 1, voorziet in de omzetting van artikel 52ter, lid 2, van richtlijn 85/611/EEG. Krachtens dit artikel kunnen met name de bevoegde toezichthoudende autoriteiten van de lidstaat van herkomst van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Economische Ruimte die haar werkzaamheden in België verricht via de vestiging van een bijkantoor, de CBFA vragen om inspecties te verrichten, als een vorm van bijstand aan die autoriteiten. Artikel 13, § 2, voorziet in de omzetting van artikel 52ter, lid 1, van richtlijn 85/611/EEG. Krachtens dit artikel kunnen de bevoegde toezichthoudende autoriteiten van de lidstaat van herkomst van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Economische Ruimte die haar werkzaamheden in België verricht via de vestiging van een bijkantoor, na voorafgaande kennisgeving aan de CBFA, inspecties ter plaatse verrichten of controles laten uitvoeren bij dat bijkantoor. Artikelen 15 en 16 De artikelen 15 en 16 regelen de organisatie van het revisoraal toezicht bij de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Economische Ruimte die hun werkzaamheden in België verrichten via de vestiging van een bijkantoor. In antwoord op een opmerking van de Raad van State wordt verduidelijkt dat voor de term "leiders van bijkantoren" is geopteerd om redenen van coherentie met de terminologie in de andere toezichtsregelingen. Bovendien zou, voor bijkantoren, geen gebruik kunnen worden gemaakt van de de door de Raad van State voorgestelde termen "bestuurders en zaakvoerders". Enkel beheervennootschappen die de nevendienst van bewaarneming en administratie van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging mogen verrichten waarvan sprake in artikel 5, lid 3, punt b), van richtlijn 85/611/EEG, zijn verplicht een revisoraal toezicht te organiseren. De overige beheervennootschappen hoeven geen door de CBFA erkend revisor te benoemen. In verband met de benoeming van die erkende revisoren en de manier waarop zij hun functie uitoefenen, verwijst artikel 15, tweede lid, naar de desbetreffende artikelen van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten. Artikel 16 van het besluit omschrijft hoe de erkende revisoren invulling moeten geven aan hun opdracht tot het verlenen van medewerking aan het door de CBFA uitgeoefende toezicht. Deze bepaling is analoog aan de desbetreffende bepalingen in de verschillende toezichtswetten, waarbij artikel 55 van de wet van 22 maart 1993 de referentiebepaling vormt. Afdeling VI. - Uitzonderingsmaatregelen, bestuursrechtelijke en strafrechtelijke sancties Artikel 17 Artikel 17 voorziet in de omzetting van artikel 6quater, leden 3 tot 6, 8 en 10, en artikel 52bis, lid 2, van richtlijn 85/611/EEG en beschrijft welke maatregelen de CBFA aan de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Economische Ruimte die hun werkzaamheden in België verrichten via de vestiging van een bijkantoor of via dienstverrichtingen, kan opleggen wanneer zij overtredingen vaststelt. Artikel 18 Artikel 18 voorziet in de omzetting van artikel 6quater, lid 9, van richtlijn 85/611/EEG en beschrijft welke maatregelen de CBFA kan nemen wanneer de vergunning van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Economische Ruimte wordt ingetrokken of herroepen door de toezichthoudende autoriteiten van haar lidstaat van herkomst, om te verhinderen dat het bijkantoor van die instelling nieuwe verrichtingen zou uitvoeren in België en om de belangen van de beleggers veilig te stellen. Artikel 19 Krachtens artikel 19 kan de CBFA aan de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de beheervennootschap meedelen om welke redenen zij van oordeel is dat het in België gevestigde bijkantoor van die vennootschap niet de nodige waarborgen biedt voor een goede administratieve of boekhoudkundige organisatie of interne controle. Deze bepaling is analoog aan artikel 77 van de wet van 22 maart 1993 en artikel 14 van het koninklijk besluit van 20 december 1995. Artikel 20 Artikel 20 verklaart artikel 201 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten van toepassing op de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Economische Ruimte, en beschrijft de maatregel waarbij de CBFA openbaar kan maken dat de betrokken vennootschap geen gevolg heeft gegeven aan haar aanmaningen om zich te conformeren aan de voorschriften van het besluit. Afdeling VII. - Bijkantoren en dienstverrichtingen in België van beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die niet onder richtlijn 85/611/EEG vallen Artikel 21 Artikel 21 handelt over de werkzaamheden van de bijkantoren of de dienstverrichtingen in België van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Economische Ruimte die niet binnen het
van richtlijn 85/611/EEG vallen, zoals dat wordt omschreven in de artikelen 1 en 2 van die richtlijn. Voor die beheervennootschappen gelden dezelfde bepalingen als de in Hoofdstukken III en IV van het besluit beschreven bepalingen die van toepassing zijn op de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van staten die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte. HOOFDSTUK III. - Bijkantoren in België van beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van staten die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte Voor de bijkantoren die in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte zijn gevestigd door een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die ressorteert onder het recht van een derde staat, geldt geen enkele specifieke communautaire regel, behalve dat voor hen geen gunstigere regeling geldt dan voor de bijkantoren van beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Economische Ruimte. Het besluit onderwerpt die bijkantoren, via verwijzingsbepalingen, dan ook aan de regels die gelden voor de beheervennootschappen naar Belgisch recht, met uitzondering van de aanpassingen die nodig zijn om rekening te kunnen houden met het feit dat zij geen vennootschappen naar Belgisch recht zijn. Dat is het opzet van de artikelen 23 tot 27 over de bedrijfsvergunningsvoorwaarden (artikel 23), de bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden (artikel 24), het toezicht door de CBFA en het revisoraal toezicht (artikelen 25 en 26) en de sancties en uitzonderingsmaatregelen (artikel 27). Artikel 23, § 2, van het besluit verleent de CBFA bovendien het recht om een vergunning te weigeren aan een bijkantoor als de staat van herkomst van de betrokken beheervennootschap, wat de toegang tot zijn markt betreft, het wederkerigheidsbeginsel niet toepast op de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht. Deze bepaling is analoog aan artikel 79, § 2, van de wet van 22 maart 1993 en artikel 20, § 2, van het koninklijk besluit van 20 december
en definities Artikel 1.Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 85/611/EEG van de Raad van 20 december 1985 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's), gewijzigd bij richtlijn 2001/107/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 januari 2002 tot wijziging van richtlijn 85/611/EEG van de Raad tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe'
.De artikelen 5 tot 20 van dit besluit regelen het statuut van en het toezicht op de bijkantoren en de dienstverrichtingen in België van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, en die onder de toepassing vallen van de door die lidstaat genomen nationale bepalingen tot omzetting van de richtlijn. Artikel 21 van dit Hoofdstuk regelt het statuut van en het toezicht op de bijkantoren en de dienstverrichtingen in België van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, en die niet onder de toepassing vallen van de door die lidstaat genomen nationale bepalingen tot omzetting van richtlijn. Afdeling II. - Toegang tot de activiteit Art. 5.Iedere beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die, op grond van haar nationaal recht, in haar lidstaat van herkomst werkzaamheden in verband met het collectief beheer van portefeuilles van instellingen voor collectieve belegging alsook beleggingsdiensten mag verrichten, mag die werkzaamheden of diensten in België aanvatten via de vestiging van een bijkantoor, zodra de CBFA er haar met een aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs van in kennis heeft gesteld dat zij als bijkantoor van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Economische Ruimte is geregistreerd. Deze kennisgeving geschiedt uiterlijk twee maanden nadat de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de betrokken beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging het op grond van artikel 6bis van de richtlijn vereiste informatiedossier aan de CBFA hebben bezorgd. Als de beheervennootschap de kennisgeving van de CBFA niet binnen de vastgestelde termijn ontvangt, mag zij haar bijkantoor openen en de voornoemde werkzaamheden en dienstverrichtingen aanvatten nadat zij de CBFA hiervan in kennis heeft gesteld. De CBFA stelt elk jaar de lijst op van de geregistreerde bijkantoren en maakt die alsook alle wijzigingen die hierin tijdens het jaar zijn aangebracht, bekend op haar website. De lijst van de geregistreerde bijkantoren vermeldt de in artikel 3, 9°, a),
.Dit Hoofdstuk regelt het statuut van en het toezicht op de bijkantoren, in België, van beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die niet ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte. Afdeling II. - Bedrijfsvergunning Art. 23.§ 1. De volgende bepalingen van de wet zijn van toepassing : 1° de artikelen 140, 141 en 143 : alvorens zich uit te spreken over de vergunningsaanvraag van een bijkantoor, raadpleegt de CBFA de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging;2° artikel 145 : de in dit Hoofdstuk bedoelde bijkantoren worden vermeld in een bijzondere rubriek van de in dit artikel bedoelde lijst;3° artikel 147;4° artikel 148 : niettemin kan een vergunning worden verleend aan bijkantoren van beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging met rechtspersoonlijkheid die geen handelsvennootschap zijn;5° artikel 149, eerste lid : aangezien het aanvangskapitaal wordt vervangen door een dotatie, is de CBFA bevoegd om de bestanddelen van die dotatie te beoordelen;6° artikel 150 : wat de identiteit van de aandeelhouders of vennoten van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging betreft;7° de artikelen 151, 152, 153, 154 en 155;8° artikel 157 : indien de verplichtingen van de in dit Hoofdstuk bedoelde bijkantoren niet door een beleggersbeschermingsregeling op een tenminste evenwaardige wijze zijn gedekt als in het kader van de overeenstemmende Belgische beleggersbeschermingsregeling. § 2. De CBFA kan een vergunning weigeren aan het bijkantoor van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die ressorteert onder het recht van een staat die niet dezelfde toegangsmogelijkheden tot zijn markt biedt aan beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht. § 3. De CBFA kan een vergunning weigeren aan een in dit Hoofdstuk bedoeld bijkantoor indien zij van oordeel is dat, voor de bescherming van de beleggers of voor een gezond en voorzichtig beleid van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, de oprichting van een vennootschap naar Belgisch recht vereist is. Afdeling II. - Bedrijfsuitoefening Art. 24.De volgende artikelen van de wet zijn van toepassing : 1° artikel 158;2° artikel 159bis : wanneer de CBFA grond heeft om aan te nemen dat de invloed van een natuurlijk of rechtspersoon die, rechtstreeks of onrechtstreeks, een gekwalificeerde deelneming bezit in een in dit Hoofdstuk bedoelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, een gezond en voorzichtig beleid van deze beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging zou kunnen belemmeren, kan zij, onverminderd de andere bij dit besluit bepaalde maatregelen, de vergunning van het bijkantoor schorsen of herroepen voor de termijn die zij bepaalt;artikel 197, § 1, 2° en 4°, § 3 en § 5, van de wet is van toepassing op deze beslissingen; 3° artikel 162, in verband met de leiders van het bijkantoor;4° de artikelen 164 en 165;5° de artikelen 166, 168 tot 171, 173 en 174;6° de artikelen 184 en 185. Afdeling III. - Toezicht Art. 25.De artikelen 186 en 187 van de wet zijn van toepassing. Art. 26.De leiders van de in dit Hoofdstuk bedoelde bijkantoren moeten één of meer erkende revisoren of één of meer erkende revisorenvennootschappen aanstellen overeenkomstig artikel 190 van de wet. Op dezelfde wijze kunnen zij een plaatsvervanger aanstellen. Bij aanstelling van een revisorenvennootschap is artikel 191 van de wet van toepassing. De artikelen 192, 193, 194, eerste tot vierde lid, 195, eerste, tweede en vierde lid, zijn van toepassing. De artikelen 15, tweede lid, tweede zin, en 16, § 1, vierde lid, van dit besluit zijn ook van toepassing. De erkende revisoren of erkende revisorenvennootschappen certificeren de krachtens artikel 24, 6°, van dit besluit openbaar gemaakte jaarlijkse boekhoudkundige gegevens. Afdeling IV. - Intrekking van de vergunning, uitzonderingsmaatregelen en strafbepalingen Art. 27.De artikelen 196, 197, 200 tot 202 van de wet zijn van toepassing. HOOFDSTUK IV. - Dienstverrichtingen in België van beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van staten die geen lid zijn van de europese economische ruimte Art. 28.§ 1. Iedere beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die ressorteert onder het recht van een staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte en die, op grond van haar nationaal recht, in haar land van herkomst werkzaamheden in verband met het collectief beheer van portefeuilles van instellingen voor collectieve belegging alsook beleggingsdiensten mag verrichten, mag die werkzaamheden of diensten in België aanvatten zonder er gevestigd te zijn. De beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 3, 10°,
van Hoofdstuk III vallen, moeten binnen vier maanden na de inwerkingtreding van dit besluit een vergunningsaanvraag indienen bij de CBFA. Art. 38.De beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die, op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, binnen het
van Hoofdstuk IV vallen, moeten binnen vier maanden na de inwerkingtreding van dit besluit de in artikel 28 bedoelde bekendmaking bij de CBFA verrichten. Afdeling II. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen Art. 39.In artikel 8 van het koninklijk besluit van 20 december 1995 betreffende de buitenlandse beleggingsondernemingen, vervangen bij het koninklijk besluit van 3 juni 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/06/2007 pub. 10/07/2007 numac 2007201730 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 september 2006, gesloten in het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid, betreffende de loon- en arbeidsvoorwaarden in de aardappelverwerkende nijverheid en de aardappelschilbedrijven type koninklijk besluit prom. 03/06/2007 pub. 04/07/2007 numac 2007201729 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 november 2006, gesloten in het Paritair Comité voor de schoonmaak- en ontsmettingsondernemingen, tot verlenging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 mei 1997 betreffende het sectorieel halftijds brugpensioen vanaf de leeftijd van 55 jaar met het oog op de bevordering van de tewerkstelling, in uitvoering van het protocol van collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 1997 betreffende de creatie van een tewerkstellingsakkoord in uitvoering van hoofdstuk IV van titel III van de wet van 26 juli 1996 type koninklijk besluit prom. 03/06/2007 pub. 05/07/2007 numac 2007201787 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 november 2006, gesloten in het Paritair Subcomité voor de socio-culturele sector van de Vlaamse Gemeenschap, betreffende de vaststelling van het bedrag van een eindejaarspremie in het socio-cultureel werk type koninklijk besluit prom. 03/06/2007 pub. 11/07/2007 numac 2007201791 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 oktober 2006, gesloten in het Paritair Comité voor de koopvaardij, tot vaststelling van sommige modaliteiten bij tewerkstelling in een oorlogszone type koninklijk besluit prom. 03/06/2007 pub. 15/06/2007 numac 2007201793 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 augustus 2005, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der hardsteengroeven en der groeven van uit te houwen kalksteen in de provincies Luik en Namen, betreffende de toekenning van het conventioneel brugpensioen op 58 jaar type koninklijk besluit prom. 03/06/2007 pub. 18/06/2007 numac 2007003294 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten type koninklijk besluit prom. 03/06/2007 pub. 21/06/2007 numac 2007009569 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 4, 5 en 6 van de wet van 13 december 2005 houdende bepalingen betreffende de termijnen, het verzoekschrift op tegenspraak en de procedure van collectieve schuldregeling, de datum van inwerkingtreding van de artikelen 2, 3, 5, 1°, 9, van de wet van 13 december 2005 tot wijziging van de artikelen 81, 104, 569, 578, 580, 583, 1395 van het Gerechtelijk Wetboek en de datum bedoeld in artikel 10, derde lid van dezelfde wet sluiten, wordt het tweede lid vervangen als volgt : « De artikelen 92, vierde tot zesde lid, en 93 van de wet zijn dienovereenkomstig van toepassing. » Art. 40.In artikel 11, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 3 juni 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/06/2007 pub. 10/07/2007 numac 2007201730 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 september 2006, gesloten in het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid, betreffende de loon- en arbeidsvoorwaarden in de aardappelverwerkende nijverheid en de aardappelschilbedrijven type koninklijk besluit prom. 03/06/2007 pub. 04/07/2007 numac 2007201729 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 november 2006, gesloten in het Paritair Comité voor de schoonmaak- en ontsmettingsondernemingen, tot verlenging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 mei 1997 betreffende het sectorieel halftijds brugpensioen vanaf de leeftijd van 55 jaar met het oog op de bevordering van de tewerkstelling, in uitvoering van het protocol van collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 1997 betreffende de creatie van een tewerkstellingsakkoord in uitvoering van hoofdstuk IV van titel III van de wet van 26 juli 1996 type koninklijk besluit prom. 03/06/2007 pub. 05/07/2007 numac 2007201787 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 november 2006, gesloten in het Paritair Subcomité voor de socio-culturele sector van de Vlaamse Gemeenschap, betreffende de vaststelling van het bedrag van een eindejaarspremie in het socio-cultureel werk type koninklijk besluit prom. 03/06/2007 pub. 11/07/2007 numac 2007201791 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 oktober 2006, gesloten in het Paritair Comité voor de koopvaardij, tot vaststelling van sommige modaliteiten bij tewerkstelling in een oorlogszone type koninklijk besluit prom. 03/06/2007 pub. 15/06/2007 numac 2007201793 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 augustus 2005, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der hardsteengroeven en der groeven van uit te houwen kalksteen in de provincies Luik en Namen, betreffende de toekenning van het conventioneel brugpensioen op 58 jaar type koninklijk besluit prom. 03/06/2007 pub. 18/06/2007 numac 2007003294 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten type koninklijk besluit prom. 03/06/2007 pub. 21/06/2007 numac 2007009569 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 4, 5 en 6 van de wet van 13 december 2005 houdende bepalingen betreffende de termijnen, het verzoekschrift op tegenspraak en de procedure van collectieve schuldregeling, de datum van inwerkingtreding van de artikelen 2, 3, 5, 1°, 9, van de wet van 13 december 2005 tot wijziging van de artikelen 81, 104, 569, 578, 580, 583, 1395 van het Gerechtelijk Wetboek en de datum bedoeld in artikel 10, derde lid van dezelfde wet sluiten, wordt het vijfde lid opgeheven. Art. 41.In artikel 23, vierde lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 3 juni 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/06/2007 pub. 10/07/2007 numac 2007201730 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 september 2006, gesloten in het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid, betreffende de loon- en arbeidsvoorwaarden in de aardappelverwerkende nijverheid en de aardappelschilbedrijven type koninklijk besluit prom. 03/06/2007 pub. 04/07/2007 numac 2007201729 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 november 2006, gesloten in het Paritair Comité voor de schoonmaak- en ontsmettingsondernemingen, tot verlenging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 mei 1997 betreffende het sectorieel halftijds brugpensioen vanaf de leeftijd van 55 jaar met het oog op de bevordering van de tewerkstelling, in uitvoering van het protocol van collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 1997 betreffende de creatie van een tewerkstellingsakkoord in uitvoering van hoofdstuk IV van titel III van de wet van 26 juli 1996 type koninklijk besluit prom. 03/06/2007 pub. 05/07/2007 numac 2007201787 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 november 2006, gesloten in het Paritair Subcomité voor de socio-culturele sector van de Vlaamse Gemeenschap, betreffende de vaststelling van het bedrag van een eindejaarspremie in het socio-cultureel werk type koninklijk besluit prom. 03/06/2007 pub. 11/07/2007 numac 2007201791 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 oktober 2006, gesloten in het Paritair Comité voor de koopvaardij, tot vaststelling van sommige modaliteiten bij tewerkstelling in een oorlogszone type koninklijk besluit prom. 03/06/2007 pub. 15/06/2007 numac 2007201793 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 augustus 2005, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der hardsteengroeven en der groeven van uit te houwen kalksteen in de provincies Luik en Namen, betreffende de toekenning van het conventioneel brugpensioen op 58 jaar type koninklijk besluit prom. 03/06/2007 pub. 18/06/2007 numac 2007003294 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten type koninklijk besluit prom. 03/06/2007 pub. 21/06/2007 numac 2007009569 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 4, 5 en 6 van de wet van 13 december 2005 houdende bepalingen betreffende de termijnen, het verzoekschrift op tegenspraak en de procedure van collectieve schuldregeling, de datum van inwerkingtreding van de artikelen 2, 3, 5, 1°, 9, van de wet van 13 december 2005 tot wijziging van de artikelen 81, 104, 569, 578, 580, 583, 1395 van het Gerechtelijk Wetboek en de datum bedoeld in artikel 10, derde lid van dezelfde wet sluiten, worden de woorden "De artikelen 9, tweede lid, tweede zin, en 11, § 1, vierde en vijfde lid van dit besluit" vervangen door de woorden "De artikelen 10, tweede lid, tweede zin, en 11, § 1, vierde lid, van dit besluit". Art. 42.In artikel 25 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijk besluiten van 7 juli 1999, 20 juli 2000 en 3 juni 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, e), worden de woorden "bedoeld in boek III van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten" vervangen door de woorden "bedoeld in boek II van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles";2° in paragraaf 1, eerste lid, worden de punten g) en h) opgeheven;3° in paragraaf 1, eerste lid, j), worden de woorden "in de zin van artikel 1, § 3, van voornoemde wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/1995 pub. 29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten" vervangen door de woorden "in de zin van artikel 46, 32°, van de voornoemde wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/04/1995 pub. 29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten". Afdeling III. - Slotbepalingen Art. 43.De Minister bevoegd voor Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 26 april 2009. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Financiën, D. REYNDERS
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.