LAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van koninklijk besluit dat wij de eer hebben aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen strekt ertoe de toepassingsvoorwaarden en -modaliteiten vast te stel
§ 2
bedoelde controle dient te zijn voltooid » geschrapt en is wegens organisatorische redenen de termijn voor de storting van de intrestbonificatie van drie maand verhoogd tot zes maand. Daarenboven zal het nodige personeel voor het uitvoeren van deze controle ter beschikking dienen te worden gesteld van de Administratie van de Thesaurie, voor wie deze controle-opdracht volledig nieuw is. De volgende keren zal voor diezelfde leningovereenkomst de intrestbonificatie één maand na ontvangst van de aanvraag ervan worden gestort. Ook zal de bevoegde dienst in overleg met Febelfin aan de storting nadere modaliteiten kunnen verbinden. De technische standaarden en modaliteiten inzake de aanvraag en de storting van de intrestbonificatie betreffen louter praktische afspraken omtrent het dagelijks beheer van de dossiers en de aanlevering van de gegevens door de kredietgevers en worden best door de bevoegde dienst in overleg met Febelfin bepaald. De vaststelling van deze technische standaarden en modaliteiten dient dan ook - in tegenstelling tot wat de Raad van State adviseert - niet te worden toevertrouwd aan de Minister van Financiën, die trouwens op basis van het ontworpen artikel 9 samen met de andere bevoegde Ministers belast zal zijn met de uitvoering van dit besluit. In § 2 van het ontworpen artikel 6 wordt nader ingegaan op de controle van het bewijsstuk en eventuele gevolgen voor kredietnemer en kredietgever naargelang de resultaten van de door de bevoegde dienst uitgevoerde controle. De bevoegde dienst zal, indien hij dit noodzakelijk acht, aanvullende inlichtingen en stukken kunnen inwinnen met eerbiediging van de bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging opgenomen in artikel 508, § 2 en § 3 van de programmawet van 22 december 2003Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 22/12/2003 pub. 31/12/2003 numac 2003021248 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten. Een controle ter plaatse zal kunnen uitgevoerd worden door een door de Minister van Financiën aangeduide dienst. De bedoeling hiervan is de werkelijkheid van de aangegeven energiebesparende werken ter plaatse vast te stellen. Indien uit de controle blijkt dat de intrestbonificatie niet mocht of niet mag worden toegekend ondanks het feit dat het bewijsstuk voldoet aan de bepalingen van het ontworpen artikel 4, zullen er volgende mogelijkheden zijn : - ofwel is de kredietgever ervan op de hoogte dat de voorwaarden bepaald in de ontworpen artikelen 2 tot 4 niet zijn vervuld. Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn wanneer éénzelfde kredietgever voor éénzelfde woning in éénzelfde kalenderjaar verscheidene leningovereenkomsten sluit met éénzelfde natuurlijke persoon en deze leningovereenkomsten samen qua kapitaal het maximum toegestaan kapitaal zoals bepaald in het ontworpen artikel 3, eerste lid, 2° overschrijden. Bijgevolg zal de intrestbonificatie voor de leningovereenkomst die volgens het ontworpen artikel 3, derde lid hiervoor niet in aanmerking komt, niet worden toegekend en, mocht ze toch reeds aan de kredietgever zijn gestort, dan zal ze door de bevoegde dienst op hem verhaald worden. - ofwel is de kredietgever er niet van op de hoogte dat de voorwaarden bepaald in de ontworpen artikelen 2 tot 4 niet zijn vervuld en draagt hij hiervoor geen verantwoordelijkheid. De bevoegde dienst zal de intrestbonificatie wel storten aan de kredietgever, doch hij zal ze verhalen op de kredietnemer; hier kan worden verwezen naar het voorbeeld dat is gegeven bij het ontworpen artikel 3, derde lid (zie hiervoor punt 3). De bevoegde dienst zal, indien ze er niet in slaagt de onverschuldigde intrestbonificatie te recupereren, het dossier bezorgen aan de dienst Invorderingen van de FOD Financiën.
- Ten einde ook de personen die tussen 1 januari 2009 en de datum van inwerkingtreding van dit besluit een leningovereenkomst aangingen voor de financiering van energiebesparende werken, in aanmerking te laten komen voor de intrestbonificatie, is in het ontworpen artikel 7 hiervoor een overgangsregeling uitgewerkt. Deze overgangsregeling dient strikt geïnterpreteerd te worden. De kredietnemer zal op voorwaarde dat zijn leningovereenkomst voldoet aan de voorwaarden van de ontworpen artikelen 3 en 4 of binnen een termijn van 3 maand na de inwerkingtreding van dit besluit in orde is gesteld met die voorwaarden en in afwijking van de ontworpen artikelen 3, eerste lid, 3°, en 4, de intrestbonificatie kunnen aanvragen door aan de kredietgever het bewijsstuk bedoeld in het ontworpen artikel 4 te bezorgen uiterlijk binnen een termijn van 3 maand na de inwerkingtreding van dit besluit, zijnde de dag van zijn bekendmaking in het Belgisch staatsblad (zie het ontworpen artikel 8). Wij hebben de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer respectvolle en trouwe dienaars, De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen, V. VAN QUICKENBORNE De Minister van Klimaat en Energie belast met Consumentenzaken, P. MAGNETTE De Staatssecretaris voor de Milieufiscaliteit, B. CLERFAYT ADVIES 46.862/2 VAN 17 JUNI 2009 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE De RAAD VAN STATE, afdeling wetgeving, tweede kamer, op 10 juni 2009 door de Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën verzocht hem, binnen een termijn van vijf werkdagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit « betreffende de intrestbonificatie voor leningovereenkomsten bestemd voor de financiering van energiebesparende uitgaven », heeft het volgende advies gegeven : Volgens artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, ingevoegd bij de wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/08/1996 pub. 21/10/1999 numac 1999015088 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993 type wet prom. 04/08/1996 pub. 24/07/1997 numac 1996015142 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Arabische Republiek Egypte tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Kaïro op 3 januari 1991 type wet prom. 04/08/1996 pub. 19/05/1999 numac 1999015018 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni
- - Addendum type wet prom. 04/08/1996 pub. 08/06/2005 numac 2005015073 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993 type wet prom. 04/08/1996 pub. 30/06/1998 numac 1998015016 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992 sluiten en vervangen bij de wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2003 pub. 14/05/2003 numac 2003000376 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State sluiten, moeten in de adviesaanvraag in het bijzonder de redenen worden aangegeven tot staving van het spoedeisende karakter ervan. De motivering in de brief luidt aldus : « Compte tenu de l'urgence motivée par le fait qu'il est impératif que les modalités pratiques de ce prêt soient adoptées sans attendre afin d'assurer une plus grande sécurité juridique et que tous les prêts conclus depuis le 1er janvier 2009 sont concernés. » Aangezien de adviesaanvraag is ingediend op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2003 pub. 14/05/2003 numac 2003000376 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State sluiten, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voormelde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten. Wat die drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen. Onderzoek van het ontwerp Dispositief Artikel 1 In 1° moet « kredietnemer » gedefinieerd worden als « de natuurlijke persoon bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de economische herstel wet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/03/2009 pub. 07/04/2009 numac 2009201450 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Economische Herstelwet sluiten », wat overeenstemt met de verwijsmethode gebruikt in 3° en 6°, alsook in artikel
- Zo ook moet in 2° « kredietgever » gedefinieerd worden als de kredietgever bedoeld in datzelfde artikel 2, eerste lid, in plaats van, zoals in het ontwerp, op dat punt de definitie uit die wetsbepaling over te nemen. Bepalingen van een hogere regeling mogen immers niet worden herhaald door ze over te nemen of te parafraseren
(1). Artikel 3 Om dezelfde reden als die uiteengezet in de opmerking bij artikel 1, moet de voorwaarde vermeld in 2° worden geschrapt in het eerste lid van dat artikel. Artikel 2, eerste lid, van de voormelde wet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/03/2009 pub. 07/04/2009 numac 2009201450 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Economische Herstelwet sluiten heeft immers betrekking op de leningovereenkomst « die bestemd is om uitgaven als bedoeld in artikel 14524, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 te financieren » en artikel 6311, § 1, van het KB/WIB 92 bepaalt aan welke voorwaarden de werkzaamheden die verband houden met de uitgaven opgesomd in het eerste lid van dat artikel 14524, § 1, moeten voldoen. Artikel 6 1. Het derde lid van paragraaf 1 bepaalt inzonderheid het volgende : « De bevoegde dienst stort de intrestbonificatie aan de kredietgever die het bewijsstuk voorlegt,
§ 2
bedoelde controle dient te zijn voltooid.De eerste keer wordt de intrestbonificatie binnen drie maand na ontvangst van de volledige aanvraag gestort. » Het eerste lid van de tweede paragraaf bepaalt evenwel het volgende : « De bevoegde dienst controleert aan de hand van dit bewijsstuk of de intrestbonificatie mag worden toegekend. Hij mag aan de kredietnemer en de kredietgever de aanvullende inlichtingen en stukken vragen die hij noodzakelijk acht om zijn controle te kunnen uitvoeren. Hij mag controle laten uitvoeren door een door de Minister van Financiën aangeduide dienst in de woning waar de werken bedoeld in artikel 3, eerste lid, 2°, zijn uitgevoerd ». Het is niet duidelijk hoe die aldus in onderling verband gelezen bepalingen toegepast zouden moeten worden. Het is immers niet denkbaar dat de intrestbonificatie de eerste keer binnen drie maanden na ontvangst van de volledige aanvraag gestort zou worden aan « de kredietgever die het bewijsstuk voorlegt,
§ 2
bedoelde controle dient te zijn voltooid », en dus zonder dat de bevoegde dienst « controleert aan de hand van dit bewijsstuk of de intrestbonificatie mag worden toegekend ». De regeling moet dus zo worden herzien dat de termijn van drie maanden waarbinnen de eerste intrestbonificatie gestort moet worden, geen beletsel kan vormen voor de bevoegde dienst om, op grond van redelijke twijfel die kan bestaan, een gepaste voorafgaande controle uit te voeren, zodat de overbodige stappen en ongewisheden van een voorzienbare latere terugvordering overeenkomstig de bepalingen van het tweede en het derde lid van de tweede paragraaf, voorkomen worden. 2. Aangezien het tweede en het vierde lid
(2)voorzien in een machtiging voor het uitvaardigen van detailmaatregelen van reglementaire aard, moet deze toevertrouwd worden aan de minister en niet aan het overheidsbestuur. Artikel 7 Dit artikel heeft betrekking op : « (...) leningovereenkomsten die de kredietnemer heeft ondertekend tussen 1 januari 2009 en de datum van inwerkingtreding van dit besluit en die de voorwaarden bepaald in de artikelen 2 tot 4 vervullen of die binnen een termijn van drie maand na de inwerkingtreding van dit besluit in orde gesteld worden met deze voorwaarden. » Het spreekt evenwel vanzelf dat dit « in orde » brengen of deze « mise en conformité » (welke bewoordingen gebruikt worden in punt 7 van de Franse versie van het verslag aan de Koning gevoegd bij het ontwerp) alleen betrekking kan hebben op de vervulling van de voorwaarden ingevoerd bij het ontworpen besluit tot uitvoering van artikel 2 van de voornoemde wet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/03/2009 pub. 07/04/2009 numac 2009201450 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Economische Herstelwet sluiten, met uitsluiting van die welke rechtstreeks voortvloeien uit die wet en waarvan de Koning niet mag afwijken. Artikel 9 De steller van het ontwerp moet nagaan of alle aangelegenheden genoemd in artikel 9 wel die zijn die in de uitvoeringsbepaling moeten worden vermeld. De kamer was samengesteld uit : de heren : Y. KREINS, kamervoorzitter. P. VANDERNOOT, Mevr. M. BAGUET, staatsraden. Mevr. B. VIGNERON, griffier. Het verslag werd uitgebracht door de H. J.-L. PAQUET, eerste auditeur. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de H. P. VANDERNOOT. De Griffier, B. VIGNERON. De Voorzitter, Y. KREINS. Nota's
(1)Zie Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, 2008, tab « Wetgevingstechniek », aanbeveling nr.80, www.raadvst-consetat.be (17 juni 2009) : « Bepalingen waarin de tekst van een hogere regeling wordt overgenomen, vertonen drie tekortkomingen :
- a)ze wekken de indruk dat de steller ervan bevoegd is om de hogere regeling uit te vaardigen of te wijzigen, hoewel hij dat niet is;
- b)ze kunnen vernietigd worden op grond van de onbevoegdheid van de steller ervan;
- c)als de hogere regeling wordt gewijzigd maar niet de bepaling waarin de inhoud ervan overgenomen is, dreigt tussen beide bepalingen een contradictie te ontstaan die de lezer zelf zal moeten oplossen door de hogere regeling te laten primeren boven de bepaling van lagere rang die daarmee strijdig is en die moet worden geacht stilzwijgend te zijn opgeheven.»
(2)In de Franse versie komt het vierde lid overeen met de laatste zin van het derde lid in de Nederlandse versie van de regeling. 12 JUNI 2009. - Koninklijk besluit betreffende de intrestbonificatie voor leningovereenkomsten bestemd voor de financiering van energiebesparende uitgaven ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de economische herstel wet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/03/2009 pub. 07/04/2009 numac 2009201450 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Economische Herstelwet sluiten, artikel 2; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 20 mei 2009; Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting, gegeven op 27 mei 2009; Gelet op het verzoek tot spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat, enerzijds, artikel 2 van de economische herstel wet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/03/2009 pub. 07/04/2009 numac 2009201450 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Economische Herstelwet sluiten dat een intrestbonificatie invoert voor leningovereenkomsten bestemd voor de financiering van energiebesparende uitgaven, van toepassing is op leningovereenkomsten die gesloten zijn vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2011 en tevens krachtens artikel 6 van diezelfde wet uitwerking heeft op 1 januari 2009, en, anderzijds, artikel 4, 5° van diezelfde wet dat een belastingvermindering invoert voor de intresten van dergelijke leningovereenkomsten, van toepassing is op intresten gedragen vanaf 1 januari 2009; dat bijgevolg de toepassingsvoorwaarden en -modaliteiten van deze leningovereenkomsten en de toekenning van de intrestbonificatie onverwijld dienen te worden geregeld; Gelet op het advies 46.862/2 van de Raad van State, gegeven op 17 juni 2009, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op de voordracht van de Minister van Financiën, de Minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen, de Minister van Klimaat en Energie belast met consumentenzaken en de Staatssecretaris voor de Milieufiscaliteit en op advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° kredietnemer : natuurlijke persoon bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de economische herstel wet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/03/2009 pub. 07/04/2009 numac 2009201450 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Economische Herstelwet sluiten;2° kredietgever : kredietgever bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de economische herstel wet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/03/2009 pub. 07/04/2009 numac 2009201450 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Economische Herstelwet sluiten;3° leningovereenkomst : leningovereenkomst bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de economische herstel wet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/03/2009 pub. 07/04/2009 numac 2009201450 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Economische Herstelwet sluiten, met inbegrip van elke verkoop op afbetaling en elke lening op afbetaling in de zin van artikel 1, 9° en 11° van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet en elke overeenkomst in de zin van artikel 2 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecaire krediet;4° kapitaal :
- a)wat betreft een leningovereenkomst andere dan een verkoop op afbetaling in de zin van artikel 1, 9° van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet : schuld in hoofdsom die het voorwerp uitmaakt van de leningovereenkomst;
- b)wat betreft een verkoop op afbetaling in de zin van artikel 1, 9° van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet : alle bedragen die op grond van de verkoop op afbetaling ter beschikking worden gesteld.5° saldo dat verschuldigd blijft : bedrag in hoofdsom dat moet gestort worden voor de terugbetaling van het kapitaal verminderd met de schuld in hoofdsom die door de kredietnemer niet tijdig is terugbetaald;6° intrestbonificatie : intrestbonificatie bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de economische herstel wet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/03/2009 pub. 07/04/2009 numac 2009201450 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Economische Herstelwet sluiten;7° bevoegde dienst : Administratie van de Thesaurie van de Federale Overheidsdienst Financiën. Art. 2.Dit besluit is van toepassing op de leningovereenkomsten bedoeld in artikel 2, derde lid, van de economische herstel wet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/03/2009 pub. 07/04/2009 numac 2009201450 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Economische Herstelwet sluiten. Art. 3.De intrestbonificatie wordt toegekend indien de volgende voorwaarden zijn vervuld : 1° de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet of titel I van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet is van toepassing op de leningovereenkomst; 2° het kapitaal bedraagt minstens 1.250 euro en hoogstens 15.000 euro; 3° de kredietnemer verzoekt via de kredietgever ten laatste op het ogenblik dat hij de leningovereenkomst ondertekent om toekenning van de intrestbonificatie. De intrestbonificatie wordt verminderd tot de intrestvoet op jaarbasis van de hypothecaire lening of het jaarlijks kostenpercentage van het consumentenkrediet in geval deze intrestvoet of dit jaarlijks kostenpercentage minder dan 1,5 percent bedraagt. In geval het totaal van de kapitalen van verschillende leningovereenkomsten die een kredietnemer tijdens eenzelfde kalenderjaar per woning sluit, meer bedraagt dan de in het eerste lid, 2°, bedoelde maximumgrens van 15.000 euro, wordt de intrestbonificatie enkel toegekend voor die leningovereenkomsten, waarvan het totaal van de kapitalen gelijk is aan de maximumgrens van 15.000 euro of deze maximumgrens het dichtst benadert zonder ze evenwel te overschrijden. Art. 4.De kredietnemer levert aan de kredietgever voorafgaand aan de terbeschikkingstelling van het kapitaal een fotokopie van de factuur van de werken in verband met de uitgaven die met het kapitaal worden gefinancierd, en van haar bijlage. Deze factuur of de bijlage ervan vermeldt de gegevens bepaald in artikel 6311, § 1, van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. De kredietgever kan dit bewijsstuk aanwenden als bewijs voor het bekomen van de intrestbonificatie. Art. 5.Jaarlijks wordt de intrestbonificatie berekend voor een looptijd van één jaar : de eerste keer op het kapitaal en vervolgens op het saldo dat verschuldigd blijft op de verjaardag van de eerste terbeschikkingstelling van de gelden. In geval de resterende looptijd van de leningovereenkomst minder is dan één jaar, wordt de intrestbonificatie pro rata temporis verminderd. Art. 6.De kredietgever vraagt jaarlijks bij de bevoegde dienst de storting van de intrestbonificatie voor de door hem gesloten leningovereenkomst. Wanneer hij voor de eerste keer de storting van de intrestbonificatie vraagt, voegt hij bij zijn aanvraag het bewijsstuk bedoeld in artikel 4 en de gegevens die de bevoegde dienst vaststelt, inzonderheid : 1° de naam en voornamen van de kredietnemer;2° de geboorteplaats en -datum van de kredietnemer;3° het nummer van de identiteitskaart van de kredietnemer;4° bij gebrek aan een identiteitskaart, de aard en het nummer van het gelijkwaardig bewijs van de identiteit van de kredietnemer. De aanvraag gebeurt volgens de technische standaard en de nadere specificaties die de bevoegde dienst vaststelt. De bevoegde dienst stort de intrestbonificatie aan de kredietgever die het bewijsstuk voorlegt. De eerste keer wordt de intrestbonificatie binnen zes maand na ontvangst van de volledige aanvraag gestort. De volgende keren wordt de intrestbonificatie binnen één maand na ontvangst van de aanvraag gestort. De bevoegde dienst bepaalt de nadere modaliteiten van de storting van de intrestbonificatie. § 2. De bevoegde dienst controleert aan de hand van dit bewijsstuk of de intrestbonificatie mag worden toegekend. Hij mag aan de kredietnemer en de kredietgever de aanvullende inlichtingen en stukken vragen die hij noodzakelijk acht om zijn controle te kunnen uitvoeren. Hij mag controle laten uitvoeren door een door de Minister van Financiën aangeduide dienst in de woning waar de werken zijn uitgevoerd. Indien uit deze controle blijkt dat ondanks het feit dat het bewijsstuk beantwoordt aan hetgeen bepaald is in artikel 4, de intrestbonificatie niet mag worden toegekend, kan de kredietgever hiervoor niet verantwoordelijk worden gesteld tenzij hij op de hoogte was van het niet vervullen van de voorwaarden bepaald in de artikelen 2 tot 4. In geval de kredietgever niet verantwoordelijk kan worden gesteld, verhaalt de bevoegde dienst de aan de kredietgever gestorte intrestbonificatie die niet verschuldigd is op de kredietnemer. In geval de kredietgever verantwoordelijk kan worden gesteld, wordt de intrestbonificatie, als ze reeds aan hem is gestort, op hem verhaald. Art. 7.Wat betreft leningovereenkomsten die de kredietnemer heeft ondertekend tussen 1 januari 2009 en de datum van inwerkingtreding van dit besluit en die de voorwaarden bepaald in de artikelen 3 en 4 vervullen of die binnen een termijn van drie maand na de inwerkingtreding van dit besluit in orde gesteld worden met deze voorwaarden, verzoekt de kredietnemer in afwijking van de artikelen 3, eerste lid, 3°, en 4, om de toekenning van de intrestbonificatie en levert hij aan de kredietgever het bewijsstuk bedoeld in artikel 4 uiterlijk binnen drie maand na de inwerkingtreding van dit besluit. Art. 8.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Art. 9.De Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Ondernemen en Vereenvoudigen en de Minister bevoegd voor Klimaat, Energie en Consumentenzaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 12 juli 2009. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen, V. VAN QUICKENBORNE De Minister van Klimaat en Energie belast met Consumentenzaken, P. MAGNETTE De Staatssecretaris voor de Milieufiscaliteit, B. CLERFAYT