← België

Protocolakkoord tussen de federale overheid en de overheden bedoeld in artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet inzake preventie

wet inzake preventie Gelet op de specifieke bevoegdheden waarover de Federale overheid en de Overheden bedoeld in artikel 128,130 en 135 van de Grondwet, hierna 'de Gemeenschappen' genoemd, beschikken

te bepalen volgens dewelke de gegevens ter beschikking gesteld worden aan de betrokken gemeenschappen om hen toe te laten de preventieprogramma's kwaliteitsvol te organiseren, te monitoren en te evalueren. De gegevens die ter beschikking gesteld worden, hebben onder meer betrekking op de verstrekkingen en eventueel de beschikbare resultaten ervan. Art. 11.De Gemeenschappen verbinden zich ertoe : 1° de beschikbare gegevens te leveren die de basis vormen voor de bepaling van het financieringsmechanisme en de grootte-orde van de financiering;2° in te staan voor de evaluatie van de kwaliteit van het programma en de organisatie;3° de gegevens ter beschikking te stellen die een evidence-based beleid mogelijk maken;4° de gegevens over de preventieprogramma's met cofinanciering te bezorgen aan de Federale Overheid om het RIZIV toe te laten het correcte gebruik van de financiële middelen die door het RIZIV worden ingezet, te evalueren;5° de rapporten die onder de verantwoordelijkheid van de Gemeenschappen worden gemaakt over de preventieprogramma's met federale cofinanciering te bezorgen aan de federale minister en het RIZIV.De rapporten worden opgesteld per programma. De frequentie en de aard van de gegevens in het rapport wordt bepaald per programma volgens de afspraken in de werkgroep van de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid, vermeld in artikel 4; 6° de gegevens op niveau van de individuele deelnemer aan het preventieprogramma die noodzakelijk zijn voor de continuïteit van het preventief aanbod en de eventuele verdere opvolging uit te wisselen met de andere Gemeenschappen. Art. 12.De aard van de gegevens en de wijze van doorstroming en registratie worden per programma bepaald in overleg in de werkgroep van de Interministeriële Conferentie die vermeld wordt in artikel 4, waarin ook de organisaties die de gegevens centraliseren en communiceren, waaronder het Kankerregister, vertegenwoordigd zijn. De werkgroep zal per preventieprogramma onder meer bepalen : 1° welke de minimale dataset is die verzameld wordt;2° welke de minimale dataset is die uitgewisseld wordt, en tussen wie;3° door wie de gegevens geregistreerd worden en de dataset wordt geleverd;4° volgens welke

de uitwisseling gebeurt;5° de aard en frequentie van rapporteringen over de preventieprogramma's met cofinanciering. Art. 13.Om de gegevensvergelijking mogelijk te maken en te optimaliseren, wordt zoveel mogelijk gestreefd naar harmonisering in de registratie van de gegevens. Waar mogelijk worden de data slechts op een plaats bewaard. In dit geval wordt er gezorgd voor een bidirectionele uitwisseling van de data die nodig zijn voor de organisatie, kwaliteitsbewaking en evaluatie van het preventieprogramma. Art. 14.De cyto-histo-pathologische gegevens worden enkel geregistreerd in het Kankerregister, dat de relevante gegevens meedeelt aan het verzekeringscomité. Via bidirectionele uitwisseling en koppeling van de gegevens uit preventieprogramma's en het Kankerregister, zal ondermeer de kwaliteit en de efficiëntie van het programma bevorderd kunnen worden. HOOFDSTUK IV. - Preventieprogramma's Dit hoofdstuk bevat een aantal concretiseringen van de voorgaande hoofdstukken, die kunnen aangevuld worden met specifieke protocolakkoorden voor andere preventieprogramma's.

  1. PREVENTIEPROGRAMMA VOOR BAARMOEDERHALSKANKER De preventie van baarmoederhalskanker vereist een globale strategie, met als basis een efficiënte screening en de vaccinatie tegen HPV. 1.A. HPV - VACCINATIE In het kader van de uitvoering van het Nationaal Kankerplan kan de vaccinatie tegen het humaan papillomavirus voor jonge meisjes van 1 schoolcohorte tussen 11 en 13 jaar georganiseerd worden door de betreffende Gemeenschap(pen) ten vroegste vanaf het schooljaar 2010 -
  2. De vaccinatie gebeurt overeenkomstig de vaccinatiekalender aanbevolen door de Hoge Gezondheidsraad en goedgekeurd door de Interministeriële Conferentie. Art. 15.Doelgroep Een leeftijdscohorte van meisjes tussen 11 en 13 jaar wordt gevaccineerd op basis van leerjaar. Art. 16.

§ 1

. De concrete betalingsmodaliteiten worden in de overeenkomst tussen het RIZIV en de betrokken Gemeenschappen geregeld. §

  1. De tenlasteneming door de Federale Overheid van de kost van het vaccin bedraagt maximum x (x = n x z, waarbij n het aantal personen in de doelgroep is en z de prijs buiten bedrijf van het vaccin). Het aandeel van de tenlasteneming door de Federale Overheid bedraagt 2/3, voor de duur van dit protocolakkoord. §
  2. De kost van het vaccin vermeld in § 2 omvat ook de bijhorende spuiten en naalden en de kosten voor de levering volgens de

voorzien in het bestek voor de overheidsopdracht van de betrokken Gemeenschap. Art. 17.Registratie De Gemeenschappen verbinden zich ertoe om de gegevens in verband met de gevaccineerde populatie te registreren. De registratie van de gegevens gebeurt zo danig dat de gegevens samen met gegevens uit het Kankerregister verwerkt kunnen worden. 1.B. OPSPORING VAN BAARMOEDERHALSKANKER De Europese Unie heeft op 2 december 2003 aan de lidstaten aanbevolen om een opsporingsprogramma voor baarmoederhalskanker in te stellen (2003/878/CE). De federale overheid en de Gemeenschappen verbinden zich ertoe om samen te werken op het vlak van een opsporingsprogramma voor baarmoederhalskanker. Indien de Gemeenschappen beslissen tot een bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker, zullen de hierna volgende afspraken in acht genomen worden. Art. 18.Doelgroep Bij vrouwen van 25 tot en met 64 jaar wordt om de 3 jaar een cytologisch onderzoek uitgevoerd ter opsporing van cervixcarcinoom. Art. 19.

§ 1

. De Federale Overheid verbindt zich ertoe 1° de vergoeding ten laste te nemen van de technische handeling van de afname van het uitstrijkje;2° de vergoeding ten laste te nemen van het cytologisch onderzoek en de rapportering hieromtrent naar het Kankerregister.De rapportering omvat ook de elementen die toelaten de kwaliteit van het uitstrijkje en het bevolkingsonderzoek te evalueren. Het onderzoek betreft een conventioneel uitstrijkje of dunne laag cytologie; 3° initiatieven te nemen om stapsgewijs de deelname aan het bevolkingsonderzoek kosteloos te maken voor de alle technische prestaties, met inbegrip van andere testen zoals de HPV-test, als die toegepast wordt voor welbepaalde indicaties die passen in het bevolkingsonderzoek;4° te onderzoeken of de terugbetaling kan afgestemd worden op de frequentie waarmee een uitstrijkje aangewezen is. §

  1. De Gemeenschappen verbinden zich ertoe een call-recall systeem uit te bouwen ter optimalisering van de participatie van de doelpopulatie. Op basis van de beschikbare gegevens worden, zo veel als mogelijk, enkel die vrouwen uitgenodigd waarvoor een uitstrijkje echt aangewezen is. Art. 20.Registratie De Gemeenschappen en de Federale Overheid verbinden zich ertoe om de gegevens in verband met de screening zodanig te registreren dat een bidirectionele overdracht van gegevens mogelijk is. Die overdracht van gegevens moet een optimale organisatie, kwaliteitsbewaking en evaluatie van het bevolkingsonderzoek mogelijk maken. De rapportering over de uitstrijkjes en de eventuele bijkomende testen zullen door de laboratoria pathologische anatomie worden overgedragen aan het Kankerregister, en daar worden opgeslagen in een zogenaamd cyto-histo-pathologie register.
  2. OPSPORING COLORECTALE KANKER De Europese Unie heeft op 2 december 2003 aan de lidstaten aanbevolen om een opsporingsprogramma voor colorectale kanker in te stellen (2003/878/CE). De Federale Overheid en de Gemeenschappen verbinden zich ertoe om samen te werken op het vlak van een opsporingsprogramma voor colorectale kanker. Indien de Gemeenschappen beslissen tot een bevolkingsonderzoek, zullen de hierna volgende afspraken in acht genomen worden. De Gemeenschappen verbinden zich ertoe om een opsporingsprogramma te organiseren voor colorectale kanker, door middel van een test voor de opsporing van occult bloed in de stoelgang (FOB-test). De test wordt gekozen op een evidence-based manier en de voorkeur wordt gegeven aan de meest kosten-effectieve test. Art. 21.Doelgroep De doelgroep van het opsporingsprogramma voor colorectale kanker bestaat uit de bevolkingsgroep van mannen en vrouwen van 50 tot en met 74 jaar. Een test voor de opsporing van occult bloed in de stoelgang (FOB-test) wordt twee-jaarlijks aangeboden bij deze bevolkingsgroep. De definitie van de doelgroep kan herzien worden in functie van de wetenschappelijke en internationale richtlijnen terzake, vanaf twee jaar na de inwerkingtreding van dit protocolakkoord. Aan personen met een positieve test wordt voorgesteld een colonoscopie te laten uitvoeren. Aan personen met familiale antecedenten kan een ander, op evidentie gebaseerd, screeningsmodel worden voorgesteld. Art. 22.

§ 1

. De Federale Overheid neemt de vergoeding ten laste van de test ter opsporing van occult bloed in de stoelgang, evenals de lezing van de test. Het aandeel van de tenlasteneming door de Federale Overheid bedraagt 100 %, voor de duur van dit protocolakkoord. §

  1. De Federale Overheid neemt de vergoeding ten laste van het uitvoeren van een colonoscopie na een positief screeningsresultaat. De Federale Overheid onderzoekt de mogelijkheden om stapsgewijs alle kosten verbonden aan de colonoscopie in dit kader op zich te nemen zodat deelname aan het bevolkingsonderzoek kosteloos wordt. §
  2. De Gemeenschappen verbinden zich ertoe : 1° de betrokken geneesheren (huisartsen en gastro-enterologen) te informeren en, zo nodig, opleiding te verstrekken in verband met de opsporing;2° in te staan voor een efficiënte verdeling van het materiaal nodig voor de uitvoering van de FOB-test.Bij een niet afwijkend screeningsresultaat wordt tweejaarlijks een FOB-test aangeboden; 3° de keuze van de aard van de FOB-test te maken onder andere op basis van overwegingen inzake kosten-effectiviteit;4° de lezing van de FOB-testen centraal of in een beperkt aantal centra te organiseren.De keuze van de centra gebeurt door de Gemeenschappen, rekening houdend met de vereiste kwaliteitscriteria, met name op basis van de kwaliteitscontrole georganiseerd door het WIV. Art. 23.Registratie §
  3. De Federale Overheid staat in voor de registratie in het Kankerregister van de resultaten van de histo-pathologische onderzoeken die eventueel volgen op alle uitgevoerde colonoscopies, §
  4. De Gemeenschappen staan in voor de registratie van de resultaten van de FOB-testen en van de daaropvolgende colonoscopies. §
  5. De Gemeenschappen en de Federale Overheid verbinden zich ertoe om de gegevens in verband met de screening zo danig te registreren dat een bidirectionele overdracht van gegevens mogelijk is. Die overdracht van gegevens moet een optimale organisatie, kwaliteitsbewaking en evaluatie van het bevolkingsonderzoek mogelijk maken.
  6. OPSPORING BORSTKANKER De Europese Unie heeft op 2 december 2003 aan de lidstaten aanbevolen om een opsporingsprogramma voor borstkanker in te stellen (2003/878/CE). Art. 24.Het protocolakkoord tot samenwerking tussen de Federale Overheid en de Gemeenschappen inzake mammografische borstkankerscreening van 25/11/2000 bevat de voorwaarden waaronder de borstkankerscreening georganiseerd wordt. Dit protocolakkoord werd verlengd, telkens voor een periode van 5 jaar, door de aanhangsels bij dit akkoord van 13 juni 2006 en van 2 maart
  7. Volgende bepalingen vullen het bedoelde protocolakkoord aan : §
  8. De Federale Overheid staat in voor de registratie in het Kankerregister van de resultaten van alle cyto-histo-pathologische onderzoeken van de borstklier bij vrouwen, De Federale Overheid onderzoekt de mogelijkheid om de resultaten van andere onderzoeken of behandelingen m.b.t. de borstklier centraal te registreren. §
  9. De Gemeenschappen en de Federale Overheid verbinden zich ertoe om de gegevens in verband met borstkanker zo danig te registreren dat een bidirectionele overdracht van gegevens mogelijk is. Die overdracht van gegevens moet onder meer een optimale organisatie, kwaliteitsbewaking en evaluatie van het bevolkingsonderzoek mogelijk maken. HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen Art. 25.Dit protocolakkoord treedt in werking vanaf 1 maart 2009 tot en met 31 december 2011 en zal herzien worden uiterlijk op 31 december
  10. Aldus gesloten te Brussel, op 28 september
  11. Voor de Federale Overheid : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Mevr. L. ONKELINX Voor de Vlaamse Regering : De minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, J. VANDEURZEN Voor de Waalse Gewestregering : De minister van Gezondheid, Sociale actie en Gelijkheid van Kansen, E. TILLIEUX Voor de Franse Gemeenschapsregering : De minister van Cultuur, Media, Gezondheid en Gelijkheid van Kansen, Mevr. F. LAANAN Voor de Duitstalige Gemeenschapsregering : De minister van Gezin, Gezondheid en Sociale zaken, H. MOLLERS Voor het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest : Het lid van het Verenigd College, bevoegd voor het Gezondheidsbeleid, B. CEREXHE Voor het Verenigd College van de Franstalige Gemeenschapscommissie : Het lid van het Verenigd College, bevoegd voor de Gezondheid, B. CEREXHE Voor het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest : Het lid van het Verenigd College, bevoegd voor het Gezondheidsbeleid, J.-L. VANRAES

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.