(1)sluiten houdende verscheidene maatregelen inzake begrotingsfondsen, inning van schuldvorderingen, de RTBF, de deskundigen en commissarissen der rekeningen van de Regering, de « Ecole d'Administration publique » (School voor Overheidsbestuur) van de Franse Gemeenschap, het ETNIC, de vervreemding van onroerende domeingoederen die tot de Franse Gemeenschap behoren, de universitaire instellingen, de statuten van het onderwijspersoneel, het onderwijs, de psycho-medisch-sociale centra, de vakantiecentra, de sport, de permanente opvoeding en de culturele infrastructuren, wordt vervangen door hetgeen volgt : « Art. 10.Het vakantiecentrum, georganiseerd door een erkende inrichtende macht die aan de bepalingen van artikel 7 beantwoordt en georganiseerd wordt tijdens de schoolverloven van minstens twee opeenvolgende weken, kan een subsidie toegekend krijgen, die de begeleidingskosten en/of werkingskosten kan dekken zoals bepaald in de artikelen 11 en 12, als het aan de volgende voorwaarden voldoet : 1° minstens het volgende georganiseerd hebben :
- a)voor de vakantiepleinen : drie periodes van vijf werkdagen waarvan minstens twee opeenvolgende dagen tijdens de zomervakantie en minstens zeven uur per dag;
- b)voor de vakantieverblijven en de vakantiekampen : een periode van acht opeenvolgende dagen waarvan zes volledige dagen tijdens de zomervakantie of zes opeenvolgende dagen waarvan vier volledige dagen tijdens de andere periodes van schoolvakanties.De periode van acht opeenvolgende dagen kan gebracht worden naar zes opeenvolgende dagen waarvan vier volledige dagen tijdens de zomervakantie, wanneer de betrokken kinderen jonger dan acht jaar zijn; 2° minstens het volgend aantal kinderen hebben opgevangen :
- a)voor de vakantieverblijven en -kampen, minstens 13 kinderen van minstens 30 maanden en maximaal 15 jaar oud per animatiedag;
- b)voor de vakantiepleinen, een dagelijks gemiddelde gelijk aan of groter dan 13 kinderen tussen 30 maanden en 15 jaar oud per periode van vijf dagen;3° een begeleiding tot stand hebben gebracht waarvan de minimale normen de volgende zijn :
- a)
- i)voor de vakantiepleinen en -verblijven : een coördinator of een animator die zijn praktijkstage uitvoert van de 2e opleidingscyclus voor coördinator van vakantiecentra;
- ii)voor de vakantiekampen : een geschoold verantwoordelijke of een coördinator of een animator die zijn praktijkstage van de 2e opleidingcyclus voor coördinator van vakantiecentra uitvoert;
- b)een animator per groep van acht kinderen als één of meerdere kinderen minder dan zes jaar oud zijn;
- c)een animator per groep van twaalf kinderen van meer dan zes jaar oud;
- d)een animator op drie minstens, volgens de minimale begeleiding bedoeld in de punten
- b)en c), moet bekwaam zijn, dit wil zeggen houder van een brevet of daarmee gelijkgesteld, ofwel in het 2e jaar praktijkstage van een opleidingscyclus voor het behalen van het brevet van animator.» Art. 16.Artikel 11 van het decreet wordt vervangen door hetgeen volgt : « Art. 11.De aanwezigheid van personeel, zoals bedoeld in artikel 10, 3° geeft recht op een begeleidingssubsidie, waarvan het bedrag en de nadere uitbetalingsregels bepaald worden door de Regering. De personen die een praktijkstage lopen in het kader van hun opleidingscursus met het oog op het bekomen van het brevet van animator of coördinator komen niet in aanmerking voor de berekening van de bedoelde subsidie. » Art. 17.In artikel 13 van hetzelfde decreet wordt de tweede zin, luidend als volgt : « De provisionele toelage, gelijk aan maximum 50 % van de toelage toegekend tijdens het vorig jaar, kan door de Regering toegekend worden op basis van objectieve criteria. » vervangen door hetgeen volgt : « De Regering bepaalt de nadere regels voor de uitbetaling van de subsidies. Zij bepaalt de beroepsprocedure ingeval van betwisting van het bedrag van de subsidie. » Art. 18.In hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk 5 ingevoegd, luidend als volgt : Bijzondere bepalingen ». Dat hoofdstuk 5 groepeert de artikelen 14 tot 15ter van hetzelfde decreet. Art. 19.In hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk 6 ingevoegd luidend « Controle en evaluatie ». Dat hoofdstuk groepeert de artikelen 16 en 17 van hetzelfde decreet. Art. 20.In artikel 16 van hetzelfde decreet worden de woorden « en de pedagogische begeleiding » ingevoegd tussen de woorden « organiseert het toezicht » en « op de vakantiecentra ». Art. 21.Artikel 17 van hetzelfde decreet wordt vervangen door hetgeen volgt : « Art. 17.De toepassing van dit decreet wordt om de drie jaar geëvalueerd door de in artikel 17bis bedoeld adviescommissie. » Art. 22.In hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk 7 ingevoegd, luidend « Adviescommissie ». Dat hoofdstuk 7 bevat artikel 17bis van hetzelfde decreet. Art. 23.In hoofdstuk 7 ingevoegd bij artikel 20, wordt een artikel 17bis ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 17bis.§ 1. Een algemene adviescommissie betreffende de vakantiecentra wordt opgericht, die als opdracht heeft de Regering raadgeving te bezorgen in verband met het beleid inzake vakantiecentra en om het overleg met de verschillende bestuurs, -beleids- of verenigingspartners te vergemakkelijken of op aanvraag van de Regering of van de O.N.E. elke vraag te behandelen betreffende de toepassing van dit decreet of van de uitvoeringsbesluiten. Zij geeft adviezen. De algemene adviescommissie bestaat uit twee commissies, een commissie betreffende de erkenning en een commissie betreffende de opleiding, die belast zijn adviezen voor te bereiden van de algemene commissie voor de onderwerpen die tot hun bevoegdheden behoren. De commissie betreffende de erkenning is bevoegd om adviezen voor te bereiden inzonderheid betreffende elke vraag in verband met de erkenningen van de inrichtende machten. De commissie betreffende de opleiding is bevoegd om de adviezen voor te bereiden inzonderheid over elke aanvraag om en intrekking van een erkenning van de opleidingsorganen en over elke vraag betreffende de opleiding van animator en coördinator van vakantiecentra. De commissie betreffende de erkenning en de commissie betreffende de opleiding bestaan uitsluitend uit leden van de algemene adviescommissie. De Regering bepaalt de nadere regels voor de samenstelling en de organisatie van de twee commissies. § 2. De algemene adviescommissie wordt samengesteld door de Minister van Kinderwelzijn, bij de O.N.E., voor een hernieuwbare periode van drie jaar. De algemene adviescommissie bestaat uit : 1° een afgevaardigde van de Minister van Kinderwelzijn en een afgevaardigde van de Minister bevoegd voor het jeugdbeleid; 2° drie ambtenaren van de O.N.E., waaronder minstens een lid van de dienst Vakantiecentra en een vertegenwoordiger van de coördinators van de opvangmilieus; 3° drie afgevaardigden van de « Union des Villes et des Communes de Wallonie » en een afgevaardigde van de « Association de la ville et des communes de la Région bruxelloise »;4° een afgevaardigde van de Jeugddienst en een vertegenwoordiger van de inspectiedienst van de Algemene directie Cultuur;5° zes afgevaardigden van de Adviescommissie van de Jeugdorganisaties waarvan drie als activiteit de organisatie van vakantiepleinen hebben, één de organisatie van vakantieverblijven en één de organisatie van vakantiekampen hebben;6° vier afgevaardigden van opleidingsorganen gemachtigd voor de opleiding van animators en voor de opleiding van coördinators van vakantiecentra, waarvan minstens drie uit jeugdorganisaties moeten komen;7° twee afgevaardigden van inrichtende machten of van groepen van inrichtende machten van verenigingsvakantiecentra die niet-vertegenwoordigd zijn krachtens de categorieën 1° tot 6°, waarvan één de inrichtende machten aanwezig in het Brussels Gewest vertegenwoordigt en de andere de inrichtende machten aanwezig in het Frans taalgebied vertegenwoordigen. Het mandaat van de leden bedoeld in 3°, 5°, 6° en 7° kan twee maal binnen de commissie hernieuwd worden. Bij afwezigheid van kandidaturen, kan het mandaat van de afgevaardigde een derde keer hernieuwd worden. De leden bedoeld in 6° worden gekozen door de Minister bevoegd voor het jeugdbeleid op basis van een oproep tot kandidaten gericht tot alle gemachtigde opleidingsinrichtingen. De kandidatuur moet gemotiveerd zijn. De leden bedoeld in 7° worden gekozen door de Minister van Kinderwelzijn op basis van een oproep tot kandidaten gericht tot alle inrichtende machten van erkende vakantiecentra. De kandidatuur moet gemotiveerd zijn en gesteund zijn door andere inrichtende machten van verenigingsvakantiecentra. De Minister van Kinderwelzijn stelt een voorzitter aan binnen de algemene adviescommissie. Het secretariaat van de algemene adviescommissie wordt door de O.N.E. waargenomen. § 3. De algemene adviescommissie, waarvan de zetel op de O.N.E. gevestigd is, komt minstens twee keer per jaar bijeen. Zij wordt bijeengeroepen binnen een termijn van maximaal vijf werkdagen vóór de vergadering. De algemene adviescommissie zetelt geldig ongeacht het aanwezigheidsquorum voor zover minstens vijf categorieën van leden vertegenwoordigd zijn. Zij beraadslaagt en beslist met de absolute meerderheid van de aanwezige leden en met gesloten deuren. De algemene adviescommissie neemt haar eigen huishoudelijk reglement aan. In elk geval bepaalt dit reglement de van toepassing zijnde deontologische regels, inzonderheid wanneer een dossier betreffende een van de leden van de algemene adviescommissie op de agenda wordt gezet van de algemene adviescommissie of van een van de twee commissies. Dat huishoudelijk reglement wordt onderworpen aan de goedkeuring van de Minister van Kinderwelzijn en van de Minister bevoegd voor het Jeugdbeleid. De algemene adviescommissie maakt jaarlijks verslag over haar activiteiten aan de Minister van Kinderwelzijn en aan de Minister bevoegd voor het Jeugdbeleid. » Art. 24.In hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk 8 ingevoegd, luidend « Slotbepaling ». Dat hoofdstuk 8 bevat artikel 18 van hetzelfde decreet. HOOFDSTUK II. - Overgangs- en slotbepalingen Art. 25.De inrichtende machten die erkend zijn vóór 1 september 2009 moeten een nieuwe aanvraag om erkenning indienen voor het geheel van de vakantiecentra die zij organiseren overeenkomstig het decreet van de Franse Gemeenschap van 17 mei 1999 betreffende de vakantiecentra zoals gewijzigd zodra één van die vakantiecentra die zij organiseren de erkenning verliest die het geniet of wanneer die ten einde komt. Art. 26.De opleidingsinrichtingen die gemachtigd zijn vóór 15 januari 2009 moeten een aanvraag om machtiging slechts indienen voor de opleidingen van animator of coördinator van vakantiecentra die zij organiseren na een termijn van 18 maanden volgend op de inwerkingtreding van dit decreet. Art. 27.De evaluatie, bedoeld in artikel 21 van dit decreet, heeft voor het eerst plaats tijdens het 3e jaar volgend op de inwerkingtreding van dit decreet. Art. 28.De personen bedoeld in artikel 5, §§ 3 tot 6, van het decreet van 17 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/05/1999 pub. 29/10/1999 numac 1999029643 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het hoger kunstonderwijs type decreet prom. 17/05/1999 pub. 30/11/1999 numac 1999029361 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de vakantiecentra type decreet prom. 17/05/1999 pub. 15/06/1999 numac 1999029327 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het administratief statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het onderwijzend hulppersoneel van de inrichtingen voor het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap sluiten betreffende de vakantiecentra zoals gewijzigd bij dit decreet en die gelijkgesteld worden met gekwalificeerd personeel vóór 1 oktober 2011 moeten geen bewijs leveren van de bijkomende opleiding bedoeld in artikel 5, § 8 van voormeld decreet van 17 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/05/1999 pub. 29/10/1999 numac 1999029643 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het hoger kunstonderwijs type decreet prom. 17/05/1999 pub. 30/11/1999 numac 1999029361 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de vakantiecentra type decreet prom. 17/05/1999 pub. 15/06/1999 numac 1999029327 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het administratief statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het onderwijzend hulppersoneel van de inrichtingen voor het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap sluiten. Art. 29.Dit decreet treedt in werking op 1 september 2009. Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Brussel, 30 april 2009. De Minister-President, R. DEMOTTE De Vice-Presidente en Minister van Hoger Onderwijs, Wetenschappelijk Onderzoek en Internationale Betrekkingen, Mevr. M.-D. SIMONET De Vice-President en Minister van Begroting, Financiën, Ambtenarenzaken en Sport, M. DAERDEN De Minister van Leerplichtonderwijs, C. DUPONT De Minister van Cultuur en Audiovisuele Sector, Mevr. F. LAANAN De Minister van Kinderwelzijn, Hulpverlening aan de Jeugd en Gezondheid, Mevr. C. FONCK De Minister van Jeugd en Onderwijs voor Sociale Promotie, M. TARABELLA Nota