artikel 39 van de Grondwet. Art. 2.
artikel 7 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen wordt § 2 opgeheven. Art. 3.Er wordt
dezelfde ordonnantie een artikel 7bis
gevoegd, luidend als volgt : « Art. 7bis.Wijziging van de vergunning. § 1. Vóór elke verbouwing of uitbreiding van een
richting waarvoor een milieuvergunning afgeleverd is, of van meerdere
richtingen die al dan niet een technische en geografische uitbatingseenheid vormen waarvoor een milieuvergunning afgeleverd is, of vóór elke heropstart van een vernielde
richting of een
richting die tijdelijk wegens uitbatingsredenen buiten gebruik gesteld is, maakt de uitbater zijn voornemen per aangetekende brief kenbaar : 1° aan het college van burgemeester en schepenen,
dien de vergunning en de verbouwing of uitbreiding betrekking hebben op een of meerdere
richtingen van klasse II of van klasse III, met uitsluiting van de vergunningen bedoeld
artikel 14;2° aan het
stituut
alle andere gevallen. De verbouwing bestaat uit de wijziging van een van de elementen die vervat zijn
de vergunningsaanvraag, met uitzondering van de elementen bedoeld
artikel 10, 1° of 2°. De uitbreiding bestaat uit de toevoeging van een of meerdere
gedeelde
richtingen. De uitbreiding of de verbouwing heeft betrekking op
richtingen die toegestaan zijn vüür of na hun
gebruikname. § 2. De
bedoelde overheid beschikt over een termijn van 30 dagen vanaf die kennisgeving om te beslissen of er een vergunningsaanvraag
gediend moet worden, of de vergunningsvoorwaarden gewijzigd moeten worden, dan wel of de uitbater kan overgaan tot de verbouwing, de uitbreiding of de heropstart van de uitbating.
dien de uitbater binnen de
het eerste lid gestelde termijn geen dergelijke beslissing ontvangen heeft, mag de uitbater tot de verbouwing, de uitbreiding of de heropstart overgaan.
afwijking op het tweede lid, als de verbouwing, de uitbreiding of de heropstart op zich betrekking heeft op de opstart van een of meerdere
richtingen van klasse IA of IB, bij het uitblijven van een beslissing
de tijdspanne voorzien
het eerste lid, moet een milieuvergunningsaanvraag
gediend worden. § 3. De
bedoelde overheid legt de
diening van een vergunningsaanvraag op
dien de verbouwing of de uitbreiding leidt tot de toepassing van een rubriek van een hogere klasse
vergelijking met de klasse van de
itiële vergunning of van dien aard is dat ze de hinder of de ongemakken die uit de uitbating van de vergunde
richting(en) voortvloeien ernstig vergroot. De
bedoelde overheid legt de
diening van een vergunningsaanvraag op
dien de vernietiging of het buiten gebruik stellen van de vergunde
richting het gevolg is van gevaren, hinder of ongemakken die voortvloeien uit de uitbating en waarmee geen rekening is gehouden bij de aflevering van de oorspronkelijke vergunning. De vergunning wordt afgeleverd door : 1° het college van burgemeester en schepenen,
dien de vergunning die de uitbater wenst te wijzigen en de verbouwing of de uitbreiding betrekking hebben op
richtingen van klasse II of van klasse III, met uitsluiting van de vergunningen bedoeld
artikel 14;2° het
stituut
alle andere gevallen. § 4. De
bedoelde overheid beslist dat de uitbatingsvoorwaarden van de vergunning gewijzigd moeten worden
dien de verbouwing, de uitbreiding of de heropstart van dien aard is dat ze de hinder of de ongemakken die uit de uitbating van de vergunde
richting voortvloeien niet ernstig vergroot. De
bedoelde overheid beschikt over een termijn van 30 dagen vanaf de
bedoelde beslissing om de uitbatingsvoorwaarden van de vergunning te wijzigen,
overeenstemming met artikel 64. De termijn van 30 dagen wordt met 20 dagen verlengd wanneer krachtens artikel 64 een openbaar onderzoek opgelegd wordt.
dien de wijziging van de uitbatingsvoorwaarden niet aan de uitbater bekendgemaakt werd, dan mag hij de verbouwing, de uitbreiding of de heropstart alleen volgens de voorwaarden die vervat zijn
de oorspronkelijke vergunning uitvoeren. ». Art. 4.Er wordt
dezelfde ordonnantie een artikel 7ter
gevoegd, luidend als volgt : « Art. 7ter.Splitsing van de milieuvergunning. De splitsing van een milieuvergunning is de handeling waarbij een vergunning die meerdere
richtingen dekt, wordt gesplitst
twee of meer vergunningen die elk een of meerdere verschillende
richtingen dekken. Vóór elke splitsing van een milieuvergunning maakt de uitbater per aangetekende brief aan de bevoegde overheid zijn voornemen bekend en preciseert hij de
richtingen die na de splitsing door elk van de toekomstige vergunninghouders uitgebaat zullen worden. De bevoegde overheid staat deze splitsing toe
dien zij vaststelt dat de eenheden van
richtingen die uit de splitsing voortvloeien, verschillende technische en geografische uitbatingseenheden als dusdanig vormen. De bevoegde overheid beschikt over een termijn van 30 dagen vanaf de
het tweede lid bedoelde kennisgeving om de splitsing toe te staan of te weigeren.
dien de uitbater binnen deze termijn geen beslissing ontvangen heeft, dan stuurt hij een herinnering aan de overheid. Die beschikt over een nieuwe termijn van 30 dagen vanaf de kennisgeving van de herinnering om de splitsing toe te staan of te weigeren. Na deze termijn wordt de splitsing geacht geweigerd te zijn. ». Art. 5.
artikel 10, eerste lid, van dezelfde ordonnantie wordt er een nieuw 6° toegevoegd, luidend als volgt : « 6° het advies van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp
de door de Regering vastgelegde gevallen. ». Art. 6.
artikel 12 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
3° worden tussen de woorden « het voorwerp uit van » en de woorden « een voorbereidende nota » de woorden « een advies van de Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp, »
gevoegd.2°
6° wordt het woord « gezamenlijk » vervangen door het woord « parallel ».3° 11° wordt opgeheven.4° Het artikel wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt : «
dien de aanvraag van een milieuattest of een milieuvergunning betrekking heeft op
richtingen van klasse IB en de aanvraag van een stedenbouwkundig attest of een stedenbouwkundige vergunning een effectenstudie vereist, dan wordt de aanvraag van een milieuattest of een milieuvergunning
gediend en onderzocht volgens de regels die van toepassing zijn op de aanvragen van een milieuattest of een milieuvergunning betreffende de
richtingen van klasse IA.». Art. 7.Artikel 16, derde lid, van dezelfde ordonnantie wordt aangevuld als volgt : « Het
stituut legt de uiterste datum vast waarop het openbaar onderzoek afgesloten moet zijn. ». Art. 8.
artikel 17 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden de woorden « binnen 80 dagen » vervangen door de woorden « binnen 60 dagen ».2° Tussen het eerste en het tweede lid wordt een nieuw lid
gevoegd, luidend als volgt : «
dien echter het openbaar onderzoek, rekening houdend met de uiterste datum waarop het krachtens de beslissing van het
stituut afgesloten moet zijn, gedeeltelijk tijdens een schoolvakantie gehouden wordt, dan wordt de
het eerste lid bedoelde termijn verlengd met : 1.10 dagen
dien het de paasvakantie of de kerstvakantie betreft; 2. 45 dagen
dien het de zomervakantie betreft.». 3°
het vroegere tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden « binnen deze termijn » vervangen door de woorden « binnen de termijn voorzien
het eerste lid, eventueel verlengd overeenkomstig het tweede lid, ». Art. 9.
artikel 20 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
wordt het laatste lid opgeheven.2°
, eerste lid, worden de woorden « na verzending aan de aanvrager van het dossiernummer en de gegevens van de behandelende ambtenaar » vervangen door de woorden « binnen de 50 dagen na ontvangst van het aanvraagdossier ».3°
, tweede lid, worden de woorden « na verzending aan de aanvrager van het dossiernummer en de gegevens van de behandelende ambtenaar » vervangen door de woorden « binnen de 40 dagen na ontvangst van het aanvraagdossier ».4° Er wordt een § 3
gevoegd, luidend als volgt : « § 3.Wanneer de effectenstudie betrekking heeft op een project gelegen
de perimeter van een geldige verkavelingsvergunning of een bijzonder bestemmingsplan die het voorwerp heeft uitgemaakt van een voorafgaande evaluatie van de effecten of van een effectenstudie, dan zal het bestek van de studie zich tot de specifieke aspecten van de attestaanvraag of de vergunningsaanvraag moeten beperken die niet
overweging werden genomen
de voorafgaande evaluatie van de effecten of de effectenstudie betreffende de geldige verkavelingsvergunning of het bijzondere bestemmingsplan. ». Art. 10.
artikel 29 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het tweede lid worden tussen de woorden « milieuvergunning » en de woorden « aan het Begeleidingscomité » de woorden « , alsook het advies van de Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp
dien de wijzigingen een wijziging van de plannen
houden, »
gevoegd.2°
het vierde lid worden tussen de woorden « opgeschort » en de woorden « totdat de wijzigingen zijn
gediend » de woorden « vanaf de datum waarop de aanvrager zijn voornemen om zijn aanvraag te wijzigen aan het
stituut bekendgemaakt heeft »
gevoegd. Art. 11.
artikel 32, § 2, van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° Het eerste lid wordt opgeheven.2°
het vroegere tweede lid, dat het eerste lid wordt, wordt het woord « evenwel » geschrapt.3° Tussen het vroegere tweede lid, dat het eerste lid wordt, en het vroegere derde lid, dat het tweede lid wordt, worden de volgende leden
gevoegd : «
dien het echter een gemengd project betreft, dan moet de kennisgeving van de beslissing gebeuren binnen de 450 dagen na de laatste kennisgeving binnen de daartoe voorziene termijnen van, enerzijds, het ontvangstbewijs van het volledige aanvraagdossier voor het milieuattest of de milieuvergunning door het
stituut en van, anderzijds, het ontvangstbewijs van de volledigheid van het aanvraagdossier voor het stedenbouwkundige attest of de stedenbouwkundige vergunning door de gemeente of de gemachtigde ambtenaar. Bij het uitblijven van een kennisgeving binnen de daartoe voorziene termijnen van het bewijs van ontvangst of van onvolledigheid van de
het tweede lid bedoelde dossiers, moet de kennisgeving van de beslissing gebeuren binnen de 450 dagen hetzij na de 31e dag vanaf de
dienings- of verzenddatum van de aanvraag van het milieuattest of de milieuvergunning aan de gemeente, hetzij na de 11e dag vanaf de verzenddatum van de ontbrekende stukken of
lichtingen aan elke bevoegde afleverende overheid voor het deel dat op haar betrekking heeft. ». Art. 12.
artikel 36 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
worden tussen het eerste en het tweede lid de volgende leden
gevoegd : «
dien het echter een gemengd project betreft, dan moet de kennisgeving van de beslissing gebeuren binnen de 45 dagen na de laatste kennisgeving, binnen de daartoe voorziene termijnen, van enerzijds het ontvangstbewijs van het volledige aanvraagdossier voor de milieuvergunning door het
stituut, en van anderzijds het ontvangstbewijs van het volledige aanvraagdossier voor de stedenbouwkundige vergunning door de gemeente of de gemachtigde ambtenaar. Bij het uitblijven van een kennisgeving binnen de daartoe voorziene termijnen van het bewijs van ontvangst of van onvolledigheid van de
het tweede lid bedoelde dossiers, moet de kennisgeving van de beslissing gebeuren binnen de 45 dagen hetzij na de 31e dag vanaf de
dienings- of verzenddatum van de aanvraag van het milieuattest of de milieuvergunning aan de gemeente, hetzij na de verzending van de ontbrekende stukken of
lichtingen aan het
stituut. ». 2°
worden
het vroegere tweede lid, dat het vierde lid wordt, de woorden « Deze termijn » vervangen door de woorden « De termijn bedoeld
het eerste tot en met het derde lid hierboven ».3°
hetzelfde artikel 36 wordt een § 2bis
gevoegd, luidend als volgt : « § 2bis.
dien echter de milieuvergunningsaanvraag onderworpen is aan bijzondere regelen van openbaarmaking, dan wordt de
, eerste tot en met derde lid, bedoelde termijn van 45 dagen op 160 dagen gebracht. ». 4°
worden tussen de woorden « Bij het uitblijven van een beslissing, betekend binnen de
» en de woorden « gestelde termijn » de woorden « of
is »
gevoegd. Art. 13.
artikel 39 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
wordt het laatste lid opgeheven.2°
, eerste lid, worden de woorden « na verzending aan de aanvrager van het dossiernummer en de gegevens van de behandelende ambtenaar » vervangen door de woorden « binnen de 50 dagen na ontvangst van het aanvraagdossier ».3°
wordt 1° aangevuld als volgt : « en het volledig of onvolledig verklaart ».4°
hetzelfde artikel 39 wordt een § 2bis
gevoegd, luidend als volgt : « § 2bis.
dien het
stituut oordeelt dat het effectenverslag volledig is, dan geeft het van deze beslissing kennis aan de aanvrager binnen de
». Art. 14.
artikel 43, § 2, van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° Het eerste lid wordt opgeheven.2°
het vroegere tweede lid, dat het eerste lid wordt, wordt het woord « evenwel » geschrapt.3° Na het vroegere tweede lid, dat het eerste lid wordt, worden de volgende leden toegevoegd : «
dien het echter een gemengd project betreft, wanneer er zowel voor de aanvraag van het milieuattest of de milieuvergunning als voor de aanvraag van het stedenbouwkundige attest of de stedenbouwkundige vergunning een effectenverslag vereist is, dan moet de kennisgeving van de beslissing gebeuren binnen de 160 dagen na de laatste kennisgeving binnen de daartoe voorziene termijnen van de volledigheid van het effectenverslag door het
stituut of, bij ontstentenis, door de Regering, en door het Bestuur voor Ruimtelijke Ordening en Huisvesting of, bij ontstentenis, door de Regering.
dien het een gemengd project betreft, wanneer er alleen voor de aanvraag van het milieuattest of de milieuvergunning een effectenverslag vereist is, dan moet de kennisgeving van de beslissing gebeuren binnen de 160 dagen na de kennisgeving binnen de daartoe voorziene termijn van het bewijs van ontvangst en van volledigheid van het effectenverslag door het
stituut of, bij ontstentenis, door de Regering. Bij het uitblijven van een kennisgeving binnen de daartoe voorziene termijnen van de volledigheid of de onvolledigheid van het effectenverslag door het
stituut of, bij ontstentenis, door de Regering, en door het Bestuur voor Ruimtelijke Ordening en Huisvesting of, bij ontstentenis, door de Regering, moet de kennisgeving van de beslissing gebeuren binnen de 160 dagen hetzij na de 31e dag vanaf de
dienings- of verzenddatum van de aanvraag aan de gemeente, hetzij na de 11e dag vanaf de verzenddatum van de ontbrekende stukken of
lichtingen aan het
stituut. ». Art. 15.
artikel 47 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
worden tussen het eerste en het tweede lid de volgende leden
gevoegd : «
dien het echter een gemengd project betreft, dan moet de kennisgeving van de beslissing gebeuren binnen de 45 dagen na de laatste kennisgeving binnen de daartoe voorziene termijnen van enerzijds het ontvangstbewijs van het volledige aanvraagdossier voor de milieuvergunning door het
stituut en van anderzijds het ontvangstbewijs van het volledige aanvraagdossier voor de stedenbouwkundige vergunning door de gemeente of de gemachtigde ambtenaar. Bij het uitblijven van een kennisgeving binnen de daartoe voorziene termijnen van het bewijs van ontvangst of van onvolledigheid van de
het tweede lid bedoelde dossiers, moet de kennisgeving van de beslissing gebeuren binnen de 45 dagen hetzij na de 31e dag vanaf de
dienings- of verzenddatum van de aanvraag aan de gemeente, hetzij na de verzending van de ontbrekende stukken of
lichtingen aan het
stituut. ». 2°
worden
het vroegere tweede lid, dat het vierde lid wordt, de woorden « Deze termijn » vervangen door de woorden « De termijn bedoeld
het eerste tot en met derde lid hierboven ».3° Er wordt een § 2bis
gevoegd, luidend als volgt : « § 2bis.
dien echter de milieuvergunningsaanvraag onderworpen is aan speciale regelen van openbaarmaking, dan wordt de
, eerste tot en met derde lid bedoelde termijn van 45 dagen op 160 dagen gebracht. ». 4°
worden tussen de woorden « Bij het uitblijven van een beslissing, betekend binnen de
» en de woorden « gestelde termijn » de woorden « of
is »
gevoegd. Art. 16.
artikel 59, § 3, eerste lid, van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
de Franse tekst wordt het woord « ouvre » vervangen door het woord « oeuvre ».2° De volgende zin wordt
gevoegd tussen de woorden « maximumduur van een jaar.» en de woorden « De verlenging moet » : « Het uitstel kan eveneens jaarlijks verlengd worden telkens als de aanvrager kan verantwoorden dat hij zijn vergunning wegens overmacht niet kon toepassen of
dien hij staat maakt op een beroep tot nietigverklaring bij de afdeling administratie van de Raad van State,
gediend tegen zijn vergunning en waarover nog geen uitspraak is gedaan. ». Art. 17.Het opschrift van artikel 64 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door het volgende opschrift : « Wijziging van de uitbatingsvoorwaarden. ». Art. 18.
artikel 69 van dezelfde ordonnantie worden de woorden « de bijzondere uitbatingsvoorwaarden die de bevoegde overheid hem zou hebben opgelegd » vervangen door de woorden « het
artikel 87 bedoelde advies ». Art. 19.
artikel 80 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
wordt het eerste lid vervangen door het volgende lid : « De aanvrager en elk lid van het betrokken publiek kunnen bij het Milieucollege beroep aantekenen tegen de beslissingen, ook al zijn zij stilzwijgend genomen, die voortvloeien uit de toepassing van de artikelen 7bis, 7ter, 17, 32, 36, 43, 47, 51, 53, 62, 64, 65, 68, 73, 76bis, 77, 78/2, § 2, 78/4, § 2 en 78/5 van deze ordonnantie.». 2°
wordt het tweede lid vervangen door het volgende lid : « De beslissing van het Milieucollege vervangt de bij hem aanhangig gemaakte beslissing.». Art. 20.
artikel 87 van dezelfde ordonnantie wordt het eerste lid vervangen door de volgende twee leden : « De ontvanger van de beslissingen, ook al zijn zij stilzwijgend genomen, die voortvloeien uit de toepassing van de artikelen 7bis, 7ter, 17, 32, 36, 43, 47, 51, 53, 62, 64, 65, 68, 73, 76bis, 77, 78/2, § 2, 78/4, § 2 en 78/5 van deze ordonnantie, dient een bekendmaking van het bestaan van deze beslissing aan te plakken op het gebouw waar de
richtingen zich bevinden en
de buurt van de
richtingen op een plaats die zichtbaar is vanaf de openbare weg. Bij ontstentenis, mag hij de toestemmingen die eruit voortvloeien niet aanwenden. De Regering legt de vorm vast van de aan te plakken bekendmaking. ». Art. 21.
het artikel 33, 5°,
zake leefmilieu, worden de woorden « artikel 7, § 2, eerste lid » en de woorden « artikel 7, § 2, tweede lid » vervangen door de woorden « artikel 7bis ». Art. 22.Deze ordonnantie treedt
werking de dag waarop zij
het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt wordt. Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze
het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Brussel, 26 maart 2009. De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing, Huisvesting, Openbare Netheid en Ontwikkelingssamenwerking, C. PICQUE De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Openbaar Ambt en Externe Betrekkingen, G. VANHENGEL De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling, Economie, Wetenschappelijk Onderzoek, Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp, B. CEREXHE De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Mobiliteit, en Openbare Werken, P. SMET De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Leefmilieu, Energie en Waterbeleid, Mevr. E. HUYTEBROECK _______ Nota
tegraal verslag : Bespreking en aanneming : vergadering van vrijdag 20 maart 2009.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.